E1: Hättir – Maze (NOR)

Algemene info bij het reisverslag:

Reisverslag Noorwegen E1: Hättir – Maze

Streek: Lapland (Finnmark Noorwegen).

Traject: Wandeltrektotocht Noorwegen E1: Hättir – Maze

Periode: 23/08/2018 – 29/08/2018

Reisgezelschap: solo

Transport: heen en terug: met de wagen via Nederland, Duitsland en Denemarken naar Zweden. Langs de E4 tot Töre en dan landinwaarts via Finland naar Kautokeino. De E8 ligt er in Finland zeer goed bij, en dus dien je daar maximaal gebruik van te maken. De brandstof is er ook goedkoper dan in Zweden en Noorwegen

Bruggen: wie zowel de Storebaelt als de Oresund brug gebruikt, rijdt 200 km rond in vergelijking tot ongeveer elke combinatie van veerboten. Vergelijk de tarieven voor het door U gebruikte type voertuig via www.storebaelt.dk  (47,20€ motorhome 7m/-3,5ton) en www.oresund.com (44,65€ motorhome 7m/-3,5ton). Wie jaarlijks naar Zweden gaat kiest voor de Brokort (41,52€/j). Wie met een motorhome -3,5ton rijdt moet zich bij de Storebaelt brug wel aanbieden bij de manuele tolpost om zijn gele bijlage aan zijn keuringsbewijs voor te leggen als bewijs dat het een -3,5ton betreft. Bij de Oresundbrug mag je via de automatische kassa. Voor een motorhome -3,5ton

Veerboten:

Vanuit Jutland naar Zweden: zie www.stenaline.com . De overvaart tussen Grena en Varberg is goedkoper dan Fredrikshaven – Göteborg.

Vanuit Duitsland naar Zweden: www.scandlines.dk (nadeel 2 korte overvaarten te reserveren en ook duurder dan de langere overvaart tussen Jutland en Zweden, en vooral duurder dan de Brokort)

Openbaar vervoer: Met Ryanair naar een luchthaven vlak bij Stockholm (Skafsta). Per bus (Flixbus) naar Stockholm en verder per trein tot Abisko (www.sj.se)

Bussen in Noorwegen: www.tromskortet.no    www.177nordland.no

  • Lijn 62: Alta – Honningsvag (Alta – Hättir: 202NOK/21,15€)
  • Lijn 202: Alta – Kautokeino (Maze – Alta: 154NOK/16,12€)

Je kan betalen met een Maestro- of kredietkaart.

Bussen in Finland: www.eskilsen-lapinlinjat.com  info@eskilsen.fi

Berghutten:

  • Noorwegen: turistforeningen.no (DNT) Noorwegen heeft voor buitenlanders het meest onvriendelijke hutten systeem van Scandinavië. Zij erkennen geen lidmaatschappen van de klassieke bergsportverenigingen uit de Alpenlanden. Indien je dus ledenkorting wenst, dien je lid te worden van DNT zelf en dat blijkt niet vlot te verlopen zelfs in tijden van internet. Wie lid is betaalt 100 NOK, wie geen lid is 200 NOK. Voor een sleutel betaal je een waarborg van 100 NOK of 20€.

Reizen kost: van 0 tot 70 € per dag (voor overnachting, ontbijt en avondmaal)

Diesel Zweden: van 15,53 (1,500€) tot 16,11 SEK (1,544€ goedkopere pompen)

Noorwegen: 14,66 tot 16,25 NOK (1,531 – 1,698€)

Finland: 1,429 €

Denemarken: 9,49 – 9,99 DNK (1,354€)

Duitsland: van 1,349€ tot 1,399 €

Nederland: ca 1,319 € (aan de pompen van Tango, langs de autosnelweg.

Gekende merken veel duurder)

België: ca 1,419€ (goedkoopste station in de eigen buurt (officieel :

tankstation Minderhout, NL is in praktijk goedkoper)

Alcohol: 2 tot 3 maal zo duur als in België.

De rest: ca 25 tot 50% duurder dan bij ons

Betalingswijze:

  • cash (niet gebruikt)
  • Visa of Mastercard (geschikt voor tanken en het betalen van je busritten)

Reisliteratuur:

  • Lonely Planet Scandinavian & Baltic Europe on a Shoestring
  • Noorwegen E1: Kautokeino – Nordkap (conrad-stein-verlag.de )

Stafkaart:

Geen papieren kaarten gebruikt, enkel digitale van Freizeitkarten.de

Persoonlijke gegevens:

mountainman@scarlet.be

 

Noorwegen E1: Maze – Hättir:

Inleiding:

Zowat een jaar geleden verscheen een nieuwe gids bij Conrad Stein Verlag, namelijk E1: Kautokeino – Nordkap. En gezien ik zowat rond ben met de Nordkalottleden, die begint in Kautokeino, was mijn interesse onmiddellijk gewekt. Van de Nordkalottleden dien ik enkel nog het eerste stuk te doen tussen Kautokeino en Kilpisjarvi. Alleen zijn de verbindingen tussen begin en eindpunt zeer moeilijk, wat noopt tot het meenemen van een eigen tweede voertuig. Alleen is dit logistiek ook weer meer complex en kreeg ik dit niet meer voor elkaar in de week tussen mijn reis naar de Alpen en Scandinavië.

Na wat aanvankelijk studiewerk bleek het tracject op de E1: Maze –Hattir het “mooiste” te zijn. Bovendien waren begin- en eindpunt slechts 4 uur van elkaar verwijderd, wat naar plaatselijke normen zeer redelijk is. Als je het traject in de zuid-noord richting wil afleggen, ben je namelijk al 7 à 8 uur onderweg. Vandaar de keuze om van noord naar zuid te lopen. Een bijkomend voordeel is dat je vermoedelijk meer personen zal tegenkomen. Bovendien heb je zo nog de bemande hutten in het laatste deel, wat een voordeel is moest je in problemen geraken met je voedselvoorraden.

Is dit pad een aanrader? Enkel voor diehards, die perse de Noordkaap te voet willen bereiken. Beginnelingen raad ik Kungsleden of Padjelantaleden aan. Paden als Kungsleden of Padjelantaleden zijn veel gemakkelijker omwille van de aanwezigheid van loopplanken over drassige gebieden en de aanwezigheid van bruggen over de meeste bruggen. Dit pad verloopt volledig over Noors grondgebied, en daar gelden Noorse opvattingen over paden en wat daarbij vooral niet gedaan moet worden om het de wandelaar gemakkelijker te maken. Zonder aangepast schoeisel, zal je of vaak van schoenen moeten wisselen of in staat moeten zijn om te lopen met natte voeten, zonder deze volledig naar de verdommenis te helpen. Weet dus waaraan je begint….

Volgens de gids kan statistisch gezien het totaal van een traject wel grotendeels droog zijn, maar je gaat fysiek wel ten onder in de drassige delen. Bovendien geeft de gids een gemiddelde van 4km/u op als terreinsnelheid, wat opnieuw een schromelijk misrepresentatie is van de werkelijkheid. 2,5km/u lijkt meer realistisch, wat dezelfde snelheid is die je haalt in Sarek. Een voordeel in Sarek is dat terreinvoertuigen er verboden zijn. De rendiersporen zijn er verhoudingsgewijs bruikbaarder dan die van de E1. Het landschap is er bovendien veel aantrekkelijker.

En de oriëntatie dan? Wel, weet dat er in etappe 8 een traject is van 4,5km zonder enige zichtbaar pad op het terrein en zonder cairnes of andere aanduidingen op het terrein, een detail dat men vergat te vermelden in de gids. Ook de quadporen verdwijnen soms en een afslag van een cairnespoor is hier snel gemist, deels omdat de cairnes soms klein zijn, deels omdat ze niet geverfd zijn.

Op de voorkaft van de gids staat vermeld dat je een GPS-tracklog kan downloaden van de site. Alleen blijkt dat indien deze tracklog al op het terrein gemaakt is, dit dan waarschijnlijk gebeurde van op een quad, die de tracklog van de digitale Freitzeitkarten volgde. Het feit dat er geen rust genomen wordt, en de deeltraject snelheden tot 17km/h zijn veelzeggend op dat vlak. Als ik dat vergelijk met mijn eigen tracklogs met heel veel rust en veel lagere snelheden (0 à 4km/h).  Er zijn tevens grote afwijkingen tussen de genoemde tracklog en de aanduidingen op het terrein, en dat is ontoelaatbaar. Zo ligt het laatste teken voorafgaande aan het ongemarkeerde deel van 4,5km zomaar eventjes 150m verwijderd van de tracklog. En gezien dit niet vermeld staat in de gids kan je je niet van de indruk ontdoen dat zeker niet het gehele traject te voet verkend werd. Anders is het ontbreken van een dergelijke cruciale informatie in de gids onverklaarbaar.

Zij die zichzelf willen bewijzen kunnen dat beter doen in Sarek. En de gids? Ik weet dat boekverbranding een historisch beladen begrip is, zeker in Duitsland. Ik hoop dat de uitgever de eer aan zichzelf houdt en dit dieptepunt qua niveau en pure foutenlast in avontuurlijke reisgidsen zelf van de markt haalt. Net zoals in de digitale media worden primeurs blijkbaar belangrijker dan de kwaliteitsreputatie van een uitgeverij als Conrad Stein.

Terreinsnelheid:

Laten we beginnen met de in de gids opgegeven wandeltijden. Totaal onrealistisch is het minste wat je ervan van zeggen. Wie op basis daarvan zijn planning maakt, zal zwaar bedrogen uitkomen.

Kijk vooral verder in het verslag naar het verschil tussen de  wandeltijden met rust en zonder rust. Rust is hier een subjectief gegeven. In het begin van deze tocht dien je je rugzak af te zetten omwille van het zware gewicht. Maar veel van deze zogezegde rust is te verklaren door oriëntatieproblemen en terreinproblemen, lees: door quads veroorzaakte modderpoelen.

In de Alpen kan ik perfect mijn rusttijden manueel bijhouden. In Scandinavië lukt dat echt niet, en dus laat ik het bijhouden van de rusttijden over aan de GPS, ook al geeft dat misschien een wat vertekend beeld.

Sami Highway:

De E1 is eigenlijk geen pad meer, maar een quadspoor dat door jou ook als wandelpad mag gebruikt worden, alsof het een soort gunst is. Dat is het niet. De Sami maken het pad voor jou, wandelaar, kapot.

Eeuwen lang verplaatsten de Sami zich in de winter per langlaufski of rendierslede. Later kwam er de snowscooter. Je kapt gewoon een gang in het bos en je hebt in de winter een vrije doorgang. Resultaat was dat men alle zware transport in de winter deed en dat ze zich in de zomer meestal beperkten tot verplaatsing van personen. Occasioneel zag je al eens een terreinmotorfiets. Maar met de uitvinding van de quad lijken zowat alle remmen losgeslagen te zijn. Ik heb quads al zien gebruiken door jagers om een geschoten eland uit het bos te halen, waarbij deze nog eens voorzien was van sneeuwkettingen rond de banden voor extra grip.

Als je die quad dan ook nog eens gaat gebruiken op de fjall, een vaak drassig en kwetsbaar terrein, dan is de erosieschade op lange termijn niet te overzien. De Sami in Noors Finnmark gebruiken tegenwoordig zelfs geen quads meer, met vier, maar met zes wielen en dus een dubbele achteras voor nog meer trekkracht op het terrein.

De typische kenmerken van deze Sami Highway zijn dan ook diepe geulen van modder. En als die te diep worden… dan maak je toch gewoon een nieuw pad… met je quad L.

De quad heeft in ruim 10 jaar gedaan gekregen waar wandelaars eeuwen voor nodig gehad hebben, namelijk blijvende sporen te maken in het landschap. Het feit dat zowel de Sami-gemeenschap als de Zweedse/Noorse overheden dit hebben toegelaten, stemt tot nadenken. Al die eeuwen is het gelukt zonder sporen na te laten in het landschap, door de zwaarste transporten uit te voeren in de winter, over de sneeuw, wanneer de sporen van de sneeuwscooters verdwijnen, samen met de wegsmeltende sneeuw. In het hier en nu tijdperk, vindt men blijkbaar dat transporten het hele jaar door moeten kunnen, zelfs als dit permanente schade oplevert voor de natuur en het landschap…. En de dubbele houten quadsporen, die men bezig aan het aanleggen is langs de Zweedse kant,… zijn als een pleister op een houten been…. Maar het bewijst wel dat alvast de Zweedse Sami na 10 jaar quadgebruik, beginnen in te zien dat er wel degelijk een probleem is met het gebruik van die tuigen. De Noren zijn historisch gezien gierig wat betreft investeringen in wandelinfrastructuur en dus zal je de Zweedse oplossing hier mogelijks nooit zien.

Lees je iets over deze problematiek in deze gids? Neen. Vaak wordt zelfs een foutieve voorstelling gegeven van de situatie op het terrein door het verkeerdelijk gebruik van het woord “grindweg” ipv quadspoor. Een grindweg is door de mens aangelegd en wordt op regelmatige basis onderhouden. Een quadspoor ontstaat doordat de oppervlakte begroeiing weggefreesd wordt door de banden van de quad. In een drassig gebied begint het met één spoor en eindigt dat met een zee van modder, waardoor je als wandelaar moeilijk nog een haalbaar traject vindt.

Uitrusting en voeding:

Kledij op het lichaam:

– schoenen:

Ikzelf gebruik: – Corcoran, huidig model Men’s 1949 van de Cove Shoe Company, (schachthoogte ca 20cm.) (www.corcoranandmatterhorn.com  , Leverancier van het Amerikaans Leger)

Alternatieven: – Bighorn winterlaarzen van Sorel.

– Meindel schoenen met verhoogde schacht (jacht)

– Löwa Military (ruime keuze in modellen met verhoogde schacht en Gore-tex

voering)

Omdat mijn huidig paar een nieuwe zool behoefde en de Gore-tex voering ook al wat over haar hoogtepunt heen was, keek ik reeds enige tijd uit naar een nieuw paar. Gezien dit niet lukte via iemand in actieve dienst van het Belgische leger, ben ik op zoek gegaan naar een leverancier in de V.S. Dit werd www.workingpersonsstore.com , gezien dit de goedkoopste was, die ook bereid was om de schoenen richting België te sturen. Working Person’s Store geeft regelmatig kortingen allerhande, vooral bij feestdagen. Oorspronkelijk kosten de schoenen 210$. Daarop kreeg ik een korting van 50$, zijnde 160$ en diende ik 55$ verzendings- en verpakkingskosten te betalen, zijnde een totaal van = 215$. De betaling aan de leverancier verliep via PayPal.

De Belgische douane vindt het nodig om daar nog eens 21% btw aan toe te voegen en 12€ administratiekosten. Je mag dan nog van geluk spreken dat de kost van de goederen net onder de 150€ blijft, want daarboven stijgen de administratiekosten naar 30€ (en dat voor minder dan 1 minuut werk… goed gerekend Belgische Staat L)

Uiteindelijk betaalde ik 209,35€ (leverancier) + 44,22€ btw + 12€ administratiekosten =  265,57€.

Wie op het internet nazicht doet naar de reputatie van Working Person’s Store, krijgt vooral opmerkingen over laattijdige leveringen en slechte communicatie. Ikzelf kan niet echt klagen over echt laattijdige levering. Gezien de schoenen in meerdere breedtes verkrijgbaar zijn, is het aanvaardbaar dat Working Person’s Store niet alles op voorraad heeft en  de schoenen dus nog van de fabrikant dienden te komen. De communicatie verliep echter wat moeizaam, vooral de bestelling buiten de normale bestelsystemen om verliep, waardoor er mogelijks communicatie die bij een normale bestelling automatisch geleverd wordt, niet spontaan bij mij als klant terecht kwam, maar er specifiek naar deze informatie gevraagd diende te worden.

In verhouding tot mijn vorig paar is het leder van het huidig paar soepeler en de zool vooral veel dikker en meer geprofileerd. Ook de voering verzwaarde iets en de schacht verhoogde met zowat 1cm. Het gewicht nam met 100gr per schoen toe. De toegenomen soepelheid resulteert in een verkorte inlooptijd. Omdat ik smalle voeten heb koost ik bij mijn huidige bestelling voor een smalle leest (N). Dit spaart een paar sokken uit J.

  • stel sokken: minimaal 2 van goede kwaliteit (lusjesweefsel langs de binnenzijde en in materialen gaande van wol tot Coolmax). Overweeg een paar “Bugsox Adventure” (16,95€) sokken van Tropicare (www.careplus.nl) die bewerkt zijn tegen muggen en teken (nog geen persoonlijke ervaring mee.)
  • trekkersbroek: lang, bij voorkeur in een waterafstotende en/of sneldrogende kwaliteit en met rekkers aan de onderzijde van de pijpen. Een mogelijk alternatief betreft een lange broek van het merk Ayacucho, verkrijgbaar bij A.S Adventure, welke voorzien is van een verfstof waaronder een insecticide is gemengd. Hierdoor is deze stof minstens 3 jaar werkzaam.)
  • sporthemd met zonnefactor 30 (Aldi of AS Adventure Ayacucho AM Shirt met anti-mug behandeling in de verf gemengd)
  • synthetisch ondergoed: slip (mijn voorkeur gaat naar de microvezel van Nur Die) en T-shirt met lange of korte mouwen ( te koop: soms in Aldi, altijd in Decathlon of de klassieke buitensportzaken)
  • lichte fleece
  • zonnehoedje (houdt ook de muggen uit je haar, vooral als je nog wat muggenolie op de zweetband doet.) Eventueel een hoed van AS Adventure Ayacucho met anti-mug behandeling in de verf gemengd  overwegen. Tropicare/Tropenzorg maakt tegenwoordig zowel muggenolie met of zonder DEET, gezien dat niet heel erg gezond is, maar wel het meest effectieve…

Kledij in de rugzak:

  • zware fleece, liefst met windstopper (ook reeds te koop in Aldi)
  • Gore-tex jas met kap of regenhoed (Outdoor Research). (Gore-tex geniet nog steeds de voorkeur, maar wie afgeschrikt wordt door de hoge aanschafprijs kan voor redelijke alternatieven terecht bij Decathlon)
  • een gletsjerbril of skibril met hoge filteringgraad, vooral als bescherming tegen hagel, zonnecrème (beschermingsfactor 20 of hoger) en evt. lippenzalf met beschermingsfactor)
  • reserve synthetisch T-shirt, slip en onderbroek met lange pijpen.
  • stel reserve sokken

Andere uitrusting:

  • plastic waadsandalen (voor wie bergschoenen van een normale schachthoogte gebruikt. Op deze tocht dien je ze ook mee te brengen zelfs met gespecialiseerd schoeisel, gezien sommige doorwadingen kniediep waren zelfs in een droge periode.)
  • telescopische wandelstokken (ontlasten de knieën bij het dalen, houden je ook recht in de modder of bij het waden…).  Koop bij voorkeur stokken van de merken Leki, Komperdell, Black Diamond of Decathlon als goedkoper alternatief. Besteed aandacht aan het materiaal van de handgrepen (geen hard plastic) en mijd vooral stokken met een gesp in de polslus. Bij langdurig gebruik gaat die gesp irriteren.
  • 2 kleine handdoekjes van 50 x 30 cm, bij voorkeur in microvezel (droogt sneller en geeft minder geur af, wanneer hij niet goed gedroogd kan worden. Reeds verkrijgbaar bij Aldi)
  • 1 washandje met een klein busje douchezeep en shampoo, een reistandenborstel met kleine tube tandpasta (een bijna lege tube sparen voor op reis kan ook), een stick scheerzeep en wegwerpmesjes of reisscheerapparaat op batterijen.
  • een paar pakjes papieren zakdoekjes, doet dubbel dienst als toiletpapier
  • drinkbusje met een inhoud van 0,5 liter of
  • waterfilter van Care Plus/Sawyer met bijbehorende drinkzak. Op 25 jaar zonder slechts één maal pech gehad, maar toch…
  • zakmes
  • micro zak- of hoofdlamp om het toilet te vinden in het donker (maar erg donker wordt het hier niet, vooral rond 21 juni).
  • persoonlijke apotheek: rekverband, steriele doekjes, ontsmettingsmiddel, wondpleisters, schaartje, sporttape, Compeed, Ibuprofen, Dafalgan, Cirrus (tegen neusloop) Imodium (Generisch: Loperadomine tegen diaree (als het reeds te laat is L), Enterol of Antedia (preventief ter voorkoming van diaree J).
  • reserve plasticzakken
  • naald en draad
  • tube handwaszeep (1 voor 2 personen)
  • GSM (dekking niet overal verzekerd) of een Spot Gen 3 of soortgelijk toestel.
  • oriëntatiemiddelen: stafkaarten (zie hoger), kompas en/of GPS.

Andere uitrusting specifiek voor de tentrekkers:

  • 3 tot 4-seizoens tent van een gekend merk, bestand tegen winden tot 100 km/h en lichte sneeuwlast. (Heden gebruik ik een Hilleberg Akto met footprint (1,85 kg) (ca 800€ en dus veel duurder geworden de afgelopen jaren)
  • Onderzeil of footprint met een schotelvodje voor schoonmaak
  • Een donzen slaapzak met een comforttemperatuur  2°, -4°, -21°C (Slaapzak The North Face Gold Kazoo (1,0 kg) met bijgeleverde waterdichte compressiezak.
  • Slaapmat 8mm of Thermarest Neoair Venture WV Advanage R(51 x 183 x 5cm) (620gr) (Decathlon 60€) (Gratis gekregen onder de garantieregeling van Decathlon. Zeer klantvriendelijk. Enige nadeel: 200gr zwaarder dan mijn vorige.)
  • Het merk met de grootste keuze in gevriesdroogde maaltijden is op dit ogenblik Trek’n Eat (trekneat.com) , een ondermerk van de Katadyn groep (www.katadyn.com) , vooral bekend van de waterfilters, maar ook de Optimus vuurtjes (www.optimusstoves.com) vallen onder hun groep. Een beperktere keuze vind je bij www.adventurefood.com , verdeeld via AS Adventure winkels. Er zijn verpakkingen van 2 x 600 Cal. Voor een prijs beneden de 10€.
  • Qua brandstof verkies ik nog steeds alcohol, maar ben ik nu overgeschakeld van een 25 jaar oude Trangia op een modernere Esbit CS985H-EX (310gr) (esbit.de) (www.campz.be) met vlamverdeler, type pocketrocket. Hij is sneller en lichter dan de Trangia. Voor buitengebruik maak je best 2 windschermpjes uit de zijwand van 330ml drankblikken. Die wegen niets en passen perfect in de brandervoet. Een gasflesje koop je steeds vol en moet je vol meedragen bij de start. Alcohol kan je perfect doseren en in een aangepast klein plastic flesje gieten. Een alcoholbrander vind je niet meer in de reguliere buitensportzaken, maar enkel nog via www.camp.be  (waarschijnlijk te goed, te goedkoop en te weinig reserveonderdelen nodig ;-)). Methanol (brandt zuiverder dan de ethanol verkrijgbaar in Scandinavië). Verder gebruik een afgezaagde plastic lepel. Meer heb je niet nodig om een gevriesdroogde maaltijd te eten. Het argument dat alcohol een lage calorische waarde heeft is theoretisch juist, maar in praktijk onzin, gezien jet om een gevriesdroogde maaltijd op te warmen echt niet veel nodig hebt: 35ml ’s avonds voor een volle portie, 25ml ’s ochtends voor een halve portie, gebruik een 50ml injectiespuit (Rohloff oliewisselset of apotheek) met een plastic slangetje dat voldoende lang is voor de gebruikte brandstoffles.
  • Zakmes, lucifers in een filmblikje met de zijkant van het doosje erin, een schuursponsje, een schotelvodje en wat afwaszeep.
  • rugzak van ca. 80 liter. Ikzelf gebruik nog steeds een 20 jaar oude frame rugzak van Bergans, die nog steeds gemaakt wordt (bergans.com) . Binnenin steek ik toch nog altijd alles in plasticzakken gesloten met metaalclip. Kleine zaken en dagrantsoenen gaan in diepvrieszakken van Aldi. Voor de lichtgewicht fanaten met een stevige buidel heb je ook de Ula Epic: 330€, verkrijgbaar via www.packraftstore.de

Risico’s bij het waden en gebruik van wandelstokken:

Tot mijn verbazing diende ik vast te stellen dat sommige trekkers hier rondlopen met slechts één of totaal geen stokken. Voor mij is dit onbegrijpelijk, vooral bij het dwarsen van rivieren. Gezien ik slechts één nacht te maken had met regen, en één met motregen, gevolgd door minstens 7 dagen zonder regen, moet ik er vanuit gaan dat de stand van de rivieren eerder laag was. Dit was zichtbaar in bepaalde meren en rivieren. De zomer van 2018 was nootwaar droog en warm.

Indien je hier eerder op het seizoen komt terwijl er nog meer smeltwater van de bergen komt, zal de waterstand in de rivieren hoger zijn. Dit is heel goed te zien aan de breedte van de keienbeddingen van sommige beddingen. Ook de Duitse gids verwijst daarnaar. Ook in periodes van aanhoudende regen kan de stand van deze rivieren substantieel doen stijgen. Dit kan resulteren in hogere waterstanden en dus een grotere moeilijkheidsgraad bij het dwarsen van de betrokken rivieren. Om dat dan te doen zonder gebruikt te maken van stokken lijkt mij niet voorzichtig. De stenen in rivieren zijn vaak glad. In deze regio stelde ik opvallende algengroei vast op de keien in de waadplaatsen. Het hoge rugzakgewicht verstoor je natuurlijke evenwichtsgevoel. Het vertraagt in elk geval de reactie op verstoringen van het evenwicht, wat kan resulteren in een val in de rivier.

Ik heb het al zien gebeuren, maar ben er gelukkig zelf nog van gespaard gebleven. Alleen al het feit dat de kleren op je lichaam nat worden, zonder dat je die onmiddellijk kan drogen, noodzaakt het bezit van een droog stel en een droge rugzak inhoud. De afkoelende factor van de wind mag in deze streken niet onderschat worden.

De risico’s bij het waden zo laag mogelijk houden is van zeer groot belang, net zoals het waterdicht verpakken van cruciale onderdelen van de persoonlijke uitrusting. Het feit dat de hutten enkel toegankelijk zijn voor personen in het bezit van een sleutel, is ook een bemoeilijkende factor, waar terdege rekening mee moet gehouden worden. Enkel onder de bomenlijn is het mogelijk om vuur te maken, indien je over de nodige uitrusting beschikt. De fjäll zelf is boomloos en de afstanden zijn groot.

Wanneer in de beschrijving gewag gemaakt wordt van een “gemakkelijke” doorwading (BOT), heeft dit steeds betrekking op het gebruik van schoeisel met een verhoogde schacht (20cm). Bij gebruik van normale bergschoenen zal zelfs bij dergelijke rivieren van schoeisel moeten gewisseld worden, indien je ze droog wenst te houden van binnen.

Noorse hutten:

Noorse hutten verschillen in grote mate van de hutten in de Alpen. Enerzijds zijn de meeste eigendom van de Noorse Turistforeningen DNT. Je slaapt hier in principe steeds in een individueel bed.

De hutten worden verwarmd met hout. Deze brandstoffen worden steeds voor het ganse jaar aangevoerd in de winter door middel van sledes achter sneeuwscooters. Bij de hutten die met hout kachels gestookt worden is er een droogrek boven de houtkachel in de gemeenschappelijke ruimte. In sommige hutten moet het hout nog gezaagd en/of gekliefd worden. Als je daar niet mee vertrouwd bent, laat je dat beter over aan de Scandinaviërs. Bij hen zit dat in de genen. Indien je toch toevallig alleen voor deze taak zou staan, weet dan dat je een houtvuur hier start met de schors van berkenbomen, die gemakkelijk loskomt van de stam. Dit werkt zowat als een Zip blokje. Daarboven kleiner takken en dan pas de stammen.

Koken gebeurt steeds op gas. Meestal liggen er wel lucifers, maar het is handig als je er zelf ook bij hebt (just in case). Er zijn potten, bestek, borden en glazen. Water wordt met emmers uit de beek gehaald. De emmers voor het vuil water zijn gemerkt.

Er staat meestal buiten op een centrale plaats een boom met wegwijzers, met pictogrammen of aanduidingen als: ‘Vann’ voor vers water uit de rivier, ‘Toiletten zijn aangeduid met een icoon met een deur met een hartje. Behalve in de Fjällstations zijn het droogtoiletten of hudo’s.

Je wordt dus ook verondersteld je steentje bij te dragen tot het onderhoud van de hut, zoals het aanbrengen van vers water, het wegbrengen van het vuil water, het afwassen van de spullen die je gebruikt hebt en het vegen van de vloer.

Verwacht voor hier overige geen service, behalve in de Fjällstations, waar je restaurant service hebt tegen stevige Noorse prijzen.

Voor de hutten in beheer van DNT, heb je een lidkaart van de Noorse Turistforeningen DNT nodig. Zij aanvaarden geen lidmaatschap van andere bergsportverenigingen.

Gebruik GPS:

Voor deze tocht vind ik het gebruik van de GPS raadzaam, en dit om twee redenen:

  1. Dit is een relatief vlak landschap met weinig uitgesproken contouren, behalve de meren. Omwille van dit gebrek aan uitgesproken contouren ontbreken ook overzichtspunten en is oriëntatie zonder GPS moeilijk.
  2. In etappe 8 is er het traject van 4,5km zonder pad en zonder aanduidingen. Vaak volg je quadsporen, die soms verdwijnen en waarvan er soms afslagen genomen worden, zonder dat die goed aangeduid zijn. Opletten is dus steeds de boodschap. Een GPS laat je ook toe om sneller terug te keren naar het vooropgestelde traject. Bijkomend probleem is dat zowel de tracklog bij de gids als de aangeduide paden op de Freizeitkarten niet steeds overeenstemmen met de positie van de cairnes op het terrein.

Gebruikte GPS-symbolen:

  • Openbaar vervoer (bushalte): treinstation of bushalte
  • Logies (groen bed): STF fjällstation of een officiële hut van STF of SNV
  • Hut (bruin tuinhuis): windschuilhut (overnachten mogelijk in geval van “nood”)
  • Camping (groene tent): bruikbare vrije kampeerplaats met “drinkbaar” water in de buurt.
  • Toilet (man/vrouw symbool, wit op blauw): (meestal) droogtoilet
  • Top (bruine berg met witte top): bergtop, pas of ander hoogste punt in het terrein
  • Begin wandelpad (blauwe wandelaar): wegwijzer of splitsing van 2 paden
  • Rode vlag: opvallende markering op het terrein, meestal cairne
  • Boothelling: overzet (betalend) over meer
  • Brug: hang- of statische brug van enige omvang
  • Overtocht (geel andreaskruis): wad (brede maar ondiepe beek
  • Visgebied (groene vis): smalle beek, normaal ondiep
  • Schedel met gekruiste botten: breed en diep wad of ander gevaar
  • Tolhuis (slagboom): grens nationaal park of rendieromheining
  • Informatie (i): informatiepaneel
  • Kerk: religieus gebouw van de Sami of bezinningsplaats

Voeding:

Volgens de voedingsleer zou je voeding een verhouding van 15% proteïnen, 30% vet en 55% koolhydraten moeten bevatten Voor sommige sporten gaat men zelfs tot 70% koolhydraten.

Hou echter rekening met het feit dat vet meer calorieën bevat voor eenzelfde gewicht voeding.

Mijn menu is zodanig samengesteld dat ik in principe alles wat ik onderweg moet eten, los uit de hand kan eten. Dit is handig bij slechte weersomstandigheden en spaart bovendien gewicht uit aan verpakkingsmaterialen, besteken, enz…

Mijn dagrantsoen voor onderweg stop ik per dag in een afzonderlijke plastic zak. Als het dan regent, steek ik die zak op de plaats waar ik anders mijn regenjas steek, zodat de rugzak niet telkens open moet, wanneer je je energiepeil wat wilt aanvullen.

Ikzelf weeg ca. 75 kg. Wie zwaarder is, zal in verhouding iets meer nodig hebben.

Een menu moet voldoende gevarieerd zijn en moet uiteraard voor jou aanvaardbaar zijn.

Weet echter dat ik thuis ook wel iets anders eet dan dit.

Veel sportvoeding vermeldt reeds de samenstelling. Indien je deze niet terugvindt op de verpakking, zal je gebruik moeten maken van een algemene lijst met de samenstelling van voedingsmiddelen. Die vind je terug in een boek over dieetleer in de bibliotheek of op het internet.  Als je weet dat 1gr proteïnen of eiwitten overeenkomt met 17 kJ of 4kcal, 1 gr vet met 38 kJ of 9 kcal en 1 gr koolhydraten met 17 kJ of 4 kcal, dan kan je zelf aan de slag.

 

Naam: Gr.: Prot./

100gr:

K.hydr./100gr: Vet/

100gr:

Cal/

100gr:

KJ/ 100gr: Tot Cal: Tot KJ:
Mueslibar 75 5,8 72,1 6,4 380 1603 285 1202,25
Energie Bar 80 5,4 72,3 9,2 392 1653 313,6 1322,4
Chocolade noten 80 9,2 49,7 36 446 1856 356,48 1484,8
Snickers (Foré) 100 9,5 58 26 509 2128 509 2128
Salami 75 30 2 43 515 2135 386,25 1601,25
Emmental 100 25 0 30 370 1535 370 1535
Vriesdroog 285 13,6 61,2 12,6 423 1768 1205,55 5038,8
Totaal: 795 3425,88 14312,5

De chocolade met nootjes in verpakkingen van 5 x 40gr, meestal van Aldi .

Energy Bars vind je soms bij Aldi, maar in elk geval vind je die van Isostar bij Makro, Colruyt of sportzaken. Foré (namaak Snickers) vind je bij Aldi. Koop harde Muesli repen en geen zachte, want daar blijft niet veel van over na een verblijf in je rugzak. Of je moet ze in een doos steken en dat weegt weer extra.

Praktisch:

Je eten sleur je dus mee in functie van de volledige tocht. Je kan speculeren op de drie bemande hutten, maar wat bespaar je daarmee aan gewicht? Ik werkte hem af in 7 dagen, waarbij ik eten bij had voor 8 dagen. Hoe korter je onderweg bent, hoe minder eten je moet meedragen. 2 dagen uitsparen betekent ruim 1,5 kg aan eten dat je minder moet meedragen. Ervaring inzake je eigen calorisch verbruik is dus belangrijk als je een dergelijke tocht wil aanvatten. Ikzelf ben vertrokken met 18,5kg.

Tochtbeschrijving:

Etappe 10: E6 Hattir – Wad Gadjariegádanjohka (32,5km +700 –550 –   ZR: 8u30’ – MR: 11u30’)

 

Dit is een dag voor de vroege vogels. De bus 202 richting Alta passeert om 05.04u aan de Supermarkt Oves Varesenter (E1KN0308) in Maze. Vervolgens maakt hij nog een rondje door het centrum van Maze richting brug en keert dan 3 minuten later terug naar de supermarkt om dan rechts af te slaan richting de weg 93 naar Alta. De bus stopt aan de luchthaven en dat is de handigste plaats om uit te stappen. Je kan de hal van de luchthaven binnen voor een koffie. In het centrum van Alta is er niets en sta je buiten. Dat kan tegenvallen op dat vroege uur.

Om 06.41u verlaat de bus 62 richting Honningsvag het centrum van Alta richting de luchthaven. Vandaar gaat het via de E6 richting Skaidi, alwaar de bus halt houdt om te wachten op de bus 64 richting Hammerfest. Vandaar gaat het verder richting Olderfjord. 10’ na het vertrek uit Skaidi passeer je eerst de picknick area aangeduid met een witte wegwijzer. Vervolgens het Guonnajávri (Meer) en 3km voorbij de picknick area vind je rechts van de weg een kleine parking, die niet als dusdanig is aangeduid. Niet alle buschauffeurs weten deze plaats zijn. Het is handig om je GPS aan te zetten in Skaidi, zodat je juist kan zeggen waar je wil afstappen. Dit is vlak voor de weg onder de bomenlijn verdwijnt en afdaalt richting Olderfjord.

Je slaat de grindweg in en loopt richting het vooropgestelde begin van het pad. En dan sta je voor je eerste verrassing: geen pad, enkel een tuin van een woning/buitenverblijf. 120m verder op de weg vind je een wegwijzer met E1. Het quadspoor gaat steil tegen de helling op. Wat verder gaat het quadspoor verder naar rechts de helling op , maar vind je een caine, die je terugleidt naar het historische pad. Al snel maak je kennis met de modder, dat door de quads gemaakt wordt. Je beweegt nog door bosrijk gebied en klimt langzaam naar het Nedre Fransvatnet/Davit Fránssajávri. Hier vind je een van de weinige wegwijzers op dit traject. Je slaat rechts af en volgt op afstand de oevers van het Nedre Fransvatnet/Davit Fránssajávri.

Aan het einde van het meer klim je door een soort vallei richting een topje, om dan af te dalen richting een klein meer (298). Net voorbij dit meer, vlak voor een korte klim verlaat je het quadspoor en dwars je de rendieromheining (geen poort). Hier is geen feitelijk pad meer zichtbaar. Je volgt de cairnes bergaf richting de cairne (E1KN1021). Vanaf hier wordt het moeilijk wegens de drassigheid van het terrein en het ontbreken van duidelijk zichtbare cairnes. Soms moet je het hier doen met berkentakjes, met een lekje rode verf. In zo’n geval helpt de GPS te bepalen in welke richting je moet kijken.

Vanaf GPS E1KN1020 vind je weer iets droger terrein en een iets duidelijker pad. Vanaf GPS E1KN1019 begin je met het ronden van een schouder van de Franssaoaivi. De begroeiing neemt toe, waardoor de cairnes moeilijker zichtbaar worden. Het wad op de Jovnnajohka  (E1KN1017) zelf, is redelijk goed zichtbaar. Met een schachthoogte van 20cm geraak je hier probleemloos door.

Na het wad is de begroeiing weer hinderlijk en is het zoeken naar een cairne. Je vind deze bij GPS E1KN1016. Let hier ook op de afstand tussen de cairne en de tracklog. Je klimt naar een punt op een westelijke uitloper, net naast de top van de Skáiddemohoaivi (E1KN1013) , om vandaar af te dalen richting een bocht in de Skaidielva.

Alhier dwars je de uitloop van het Rivotjavvrit (E1KN1012). Je wint terug hoogte en neemt afstand van de Skaidielva. Je dwarst de hoogspanningsleiding (E1KN1010).

Je daalt weer wat af richting het wad op de  Goadehisjohka (E1KN1008 – BOT). Ook dit wad is in normale omstandigheden haalbaar met een schachthoogte van 20cm. 350m voor het wad dwars je een rendieromheining (E1KN1009).

Na het wad is het weer zoeken naar het pad en de eerste cairne bij (E1KN1007). Je klimt langs een rivier tussen 2 heuvels door omhoog richting de hoogvlakte met het Skáiddejávri (Meer). Onderweg passeer je nog een mogelijke kampeerplaats (E1KN1006) en een rendieromheining (E1KN1005).

Na nog een heuveltje daal je af naar het eerste wad op de Skaidielva, zijnde het Wad Goahtemuorjohka (E1KN1004). Hier is het gebruik van waadsandalen absoluut noodzakelijk, gezien de diepte van het water (tot net onder de knie). Wat dan volgt is een soort verdronken land, een rijstveld. Je volgt een traject langs houten palen. Het advies om je waadsandalen aan te houden is zinvol. Na een boogvormig traject van 1,2km bereik je het volgend wad, dat op de Bonkafielbmá (BOT). Dit betreft eerder een zandrivier met een wad, alwaar stenen liggen. Via die stenen lukt het met een schachthoogte van 20 cm. Na dit wad volg je opnieuw een boogvormig traject van 1,7km langs de houten palen tot aan het derde wad, dat van de Gadjariegádanjohka. Ook dat is net haalbaar met een schachthoogte van 20 cm (uiteraard in normale tot droge omstandigheden). Tussen de rivier en de poort in de rendieromheining vind je meerdere kampeerplekken, de best bij GPS E1KN1000 (Duolbajarcopma).

Etappe 9: Wad Gadjariegádanjohka – kampeerplaats voorbij Bastingammen  (23,9km +400 –420 –   ZR: 6u30’ – MR: 9u45’)

Je loopt in de richting van de poort inde rendieromheining, maar dwars deze niet. Je volgt het quadspoor evenwijdig aan de omheining in zuidelijke richting. Aan GPS E1KN0924 verlaat je de omheining en loop je richting het wad  van de Gadjariegadanjohka (E1KN0923). Ook dit wad kan je passeren met een schachthoogte van 20cm.

Vanaf het wad klim je omhoog naar een pasje tussen twee topjes. Eenmaal op het zadel is er bij GPS E1KN0922 een opvallende richtingsverandering in zuidwestelijke richting. Je vervolgt in de flank in zuidoostelijke richting. Ter hoogte van de top daal je af richting het wad op de Spoahkkoajohla (E1KN0920). Ook dit wad kan je passeren met een schachthoogte van 20cm. Na het wad ga je verder in zuidelijke richting tot aan een rendieromheining (E1KN0918). Je volg deze in zuidelijke en later zuidwestelijke richting. Eenmaal je aan de overzijde van het hek een goed quadspoor waarneemt, is het zinvol om van kant van het hek te wisselen. Langs de kant waar de cairnes staan is namelijk geen pad het noemen waard, en dus loop je gemakkelijker langs de overzijde.

Je passeert het hoogste punt van de dag (E1KN0916) en in de afdaling een beek (E1KN0915).

Ter hoogte van GPS E1KN0913 verlaten de cairnes de rendieromheining en dien je dus terug van kant te wisselen. Dit kan reeds van zodra je daar een degelijk quadspoor opmerkt.

Vanaf hier daal je af richting wad op de Leaktojohka (E1KN0910). Ook dit wad kan je passeren met een schachthoogte van 20cm. Vlak voor het wad vind je cairnes bij GPS E1KN0912 en E1KN0911. Let ook weer op de afstand van ca 150m tussen de tracklog en de caines. Na een kruising met de tracklog neemt deze zelfs toe tot 250m, en dat in een relatief vlak landschap met weinig oriëntatiepunten.

Bij GPS vind je een mogelijke kampeerplaats (E1KN0908) met water in de buurt. Ter hoogte van de berg Geinodatgielas (E1KN0907A) betreed je het Stabbursdalen Nationalpark. Dit is niet aangeduid op het terrein.

2km verder zou je dus de “grindweg” tussen de Porsangerfjord en Skaidi moeten passeren. Wel: ik moet eerlijk zijn; ik heb die niet opgemerkt. Ook hier is het gebruik van het woord grindweg dus totaal misplaats. In het beste geval gaat het dus om een quadspoor en dan nog een dat niet al te best zichtbaar is, mogelijks omwille van de verspreide lage berkenbomen. Het is zoeken naar het juiste pad. Bij GPS E1KN0904 draai je in oostelijke richting, evenwijdig aan een vrij diepe kloof. 500m verder sta je plots aan een rendieromheining tussen de bomen, zonder poort. De merktekens tussen de bomen leiden je naar het beruchte toilet van  Bastingammen (E1KN0902). Verder is er hier niets. Dus wat is de zin van dit punt als een etappe-einde te bestempelen?

Ca. 100m verder en dus buiten de tracklog vind je een T-kruispunt van modderige quadsporen, alwaar je naar rechts gaat en de oranje/rode  merktekens volgt, een weg zoekend door de quadmodder. Je passeert nogmaals de rendieromheining, deze keer via een krakkemikkige poort. Na de modder kom je op meer rotsachtig terrein. 1,9km voorbij het beruchte toilet (ca 1km heet dat in de Duitse tekst L), vind je de kampeerplaats aan een zijriviertje van de Stabburselva.

Etappe 8: Kampeerplaats voorbij Bastingammen – Ruhkkojavri  (21,8km +400 –430 –   ZR: 6u00’ – MR: 8u45’)

Deze zijrivier is relatief breed, maar je kan hem doorwaden via grote stenen. Bij regenweer dien je echter op te letten voor de gladheid van de stenen. Na het verlaten van de bedding en haar omgeving draait het pad meer in zuidwestelijke richting.

Bij GPS E1KN0815 dien je op te letten en de cairnes te volgen in plaats van het quadspoor.

Bij GPS E1KN0814 tref je een laatste grote cairne aan, alvorens je afdaalt in de bedding van de Návggastatjohka (E1KN0813). Ook dit dubbel wad kan je passeren met een schachthoogte van 20cm. Er zaten hier relatief veel insecten tussen de bomen. Wie een kampeerplaats zoek, kan beter verder gaan tot aan GPS E1KN0812, alwaar je een mogelijke kampeerplaats vindt in meer open terrein nabij een beekje (E1KN0811).

Het pad draait langzaam in zuidelijke richting en 3km verder bereik je een rendieromheining in blauwe kunststofdraad, met evenwijdig daaraan een quadspoor. De tracklog leid je echter rechtdoor. Aanvankelijk vind je nog een quadspoor, maar dit lost langzaam op in de begroeiing.

Hier ben je dus minstens 4,5km aangewezen op GPS en kaart of kompas. Gezien het landschap maar weinig uitgesproken contouren heeft is deze laatste mogelijkheid moeilijk. Voor het gehele traject geldt dat je moet zoeken naar het best mogelijk beloopbaar terrein en ondertussen ook een oog moet houden op je GPS om niet te ver van het vooropgestelde traject af te wijken.

Je klimt langzaam in de flank van een weinig uitgesproken heuvel tot je net ter hoogt bent van het hoogste punt. Hier wend je in westelijke richting en doorkruis je een lager deel met drassige passages. Je klim naar een tegenoverliggende top, meerbepaald naar een punt op de schouder oostelijk van deze top. Er is hier geen uitgesproken referentiepunt in het terrein.

Eenmaal over dit hoogste punt heen daal je af en oriënteer je je rechts van een ven. In deze zone vond ik veel van de eerder zeldzame “Moltebeeren”. Het voordeel van de afwezigheid van een pad is dat niet iedereen op dezelfde plaats loopt en dat de kans om er te vinden op die manier hoger is. Ze gedijen het best op halfvochtig terrein.

Vanaf dit ven zou je reeds een ingesleten quadspoor moeten kunnen zien in een tegenoverliggende helling. Je moet zowat 150m westelijk zijn van de tracklog. In een droge kloof vind je het einde (of begin) van een quadspoor en een cairne met een T.

Vanaf hier volg je een duidelijk quadspoor met uiteraard de nodige drassige plekken. Aan GPS E1KN0807 vind je een afslag naar rechts. Je gaat hier rechtdoor. Na alweer een drassig stuk bereik je het wad Bohkosjohka (E1KN0804). Ook dit wad kan je passeren met een schachthoogte van 20cm, maar het vraagt enig studiewerk van de stenen onder de waterlijn. Let bovendien op voor de algengroei op de stenen, die ze extra glad maakt.

Na het wad vervolg je in zuidelijke richting en klim je naar het hoogste punt van de dag op een noordzuid georiënteerd heuvelrugje (E1KN0802). Het eerste deel van de afdaling is goed, maar op een bepaald ogenblik gaat het terrein over in “bog”land, waar je van het ene topje naar het andere moet springen, en dat houdt risico’s in. Daarna volgt meer klassiek drassig terrein.

Het is hier zoeken naar een bruikbaar spoor. Eenmaal je het wad (E1KN08001) bereikt hebt, zijn de problemen qua terrein over. Ook dit wad kan je passeren met een schachthoogte van 20cm. Aan de overzijde klim je over een 5m hoog heuvelrugje, waarna je een goed quadspoor bereikt. Tussen dit spoor en de oever van het Ruhkkojávri zijn er goede kampeerplaatsen (E1KN0800).

Etappe 7 & 6B Var : Ruhkkojavri – Bojobaeskihytta – Jotka Fjellstue  (31,7km +700 –700 –   ZR: 8u30’ – MR: 12u15’)

Het quadspoor begint goed, hoofdzakelijk droog op een heuvelrug. Bij GPS E1KN0743 maakt het hoofdspoor een brute korte klim naar heuvelrug zelf. Er is ook nog een vaag spoor rechtdoor. Beiden komen waarschijnlijk terug samen. Op de volgende heuveltop bij GPS E1KN0740 eindigt het quadspoor plots. Dan moet je min of meer op zicht naar het wad lopen tussen een uitloper van het Homvatnet en het  meer 385. Dat is gelukkig goed waarneembaar en het terrein redelijk goed beloopbaar op wat plaatselijk hoger struikgewas na.

Ter hoogte van het wad zie je aan beide zijden opnieuw quadsporen. Hoever dit doorloopt in noordelijke richting heb ik niet gecontroleerd. Alleen dien je vast te stellen dat er alweer bijna 100m verschil is tussen de tracklog en de feitelijke waadplaats.

Je klimt naar een heuveltop bij GPS E1KN0738, alwaar je het quadspoor dient te verlaten en op zoek dient te gaan naar cairnes in zuidoostelijke richting. Het gebied lijkt vrij drassig, een mogelijke reden waarom het quadspoor een meer zuidelijke koers voert, maar dan eindigt aan een beek bij GPS E1KN0737.

Bij GPS E1KN0735 ben je terug op een bergrug met een opeenvolging van T-cairnes. Het wordt wat verderop al snel terug een quadspoor. Verderop zijn er relatief weinig problemen qua oriëntatie. Je volgt een redelijk goed quadspoor evenwijdig aan het meer Nordre Stabbursdalvannet. Bij GPS E1KN0732 stuurt het quadspoor je naar de top van een heuvel om dan terug af te dalen richting een eerste niet op de kaart aangeduide kruispunt E1KN0731 van quadsporen. Bij GPS E1KN0730 verlaat je het quadspoor dat richting meer gaat. De cairnes vervolgen in zuidelijke richting en je bereikt het kruispunt (E1KN0728) met het quadspoor richting Alta. De Duitse gids gebruikt hier het woord “piste”, maar zelfs dat is nog een eufemisme. Het gaat om een zeer stenig quadspoor zonder de typische groene zone in het midden. De breedte is van die aard dat enkel een quad kan passeren, waarbij een exemplaar met 6 wielen raadzaam lijkt.

Het pad vervolgt op de hoogvlakte evenwijdig aan het meer Stabbursdalsvannet. Je passeert meerdere bruikbare riviertjes. Op het einde van het meer, bij GPS E1KN0720 gaat het pad over in een quadspoor. Bij GPS E1KN0718 vind je het eerste wegwijzertje naar de Bojobeaskihytta. Bij GPS E1KN0716 vind je de gratis hut voor 2 personen. Ook het toilet is vrij toegankelijk. Bij GPS E1KN0715 vind je de feitelijke en betalende Bojobeaskihytta van DNT, die zoals gebruikelijk is, afgesloten is met het standaard DNT slot. Op het ogenblik van mijn passage was de gratis hut onbezet en de DNT hut afgesloten. Wandeltijd met rust vanaf het Ruhkkojávri, ca 7u met rust. Gezien het qua etappe indeling gunstiger was om nog door te lopen en de weersomstandigheden gunstig waren, ben ik doorgelopen.

Aan de Bojobeaskihytta ben je aan het einde van het langste traject zonder enige ondersteuning in Noorwegen, zijnde 95km. En gezien de omstandigheden is dat een prestatie. Wie in de in de Duitse gids beschreven richting (zuid-noord) loopt, krijgt hier een beduidend moeilijker stuk voor de kiezen dan de etappes richting Maze, in het bijzonder langs de variante. In de Duitse gids is sprake van 2 moeilijke doorwadingen van de rivier Mollešjohka nabij de Mollisjok Fjellstue op het traject vanaf de Bojobeaskihytta. En gezien ik nog geïnteresseerd was in een traject dat hoofdzakelijk door bos loopt, noch in 2 moeilijke doorwadingen, koos ik voor de lichtere variante via de Jotka Fjellstue.

Je vervolgt het quadspoor door een bebost gedeelte richting zuiden. Opnieuw gebruikt de Duitse gids hier de misleidende term “grindweg”. Met iets anders dan een zeswiel quad of veel spierkracht geraak je hier niet. Zowat 400m voorbij de hut vind je een wegwijzer naar de Mollisjok Fjellstue (E1KN0714). Wie richting Jotka Fjellstue uit wil, is hier al wat te ver, en dient terug te keren tot aan een 2 meter hoge paal met rode verf, zonder enige verdere aanduiding, bij GPS E1KN0713.

Je volgt de rode verfmarkeringen in westelijke richting en komt uit op een quadspoor aan de rand van het bos. Het eerste deel is nog wat drassig, maar dan gaat het steil omhoog. Bij GPS E1KN0711 verlaat je het quadspoor voor een afsteekje. Eenmaal terug op het quadspoor moet je goed opletten en dit naar links verlaten om cairnes te volgen. De afslag zelf is niet aangeduid en je loopt er dus gemakkelijk voorbij. Eenmaal je het juiste spoor gevonden hebt, is het terrein niet al te moeilijk.

Volgens de gids kan je kamperen aan de meren 548, 553 & 554. Vooral het meer 554 ligt vlak langs het pad. Ik kon echter geen sporen van kamperen aantreffen en vond het terrein ook vrij oneffen. Bovendien stond er veel wind op de hoogvlakte op een hoogte van bijna 600 hoogtemeter. En dus ben ik verder gelopen tot de omgeving van de Bojobeaskihytta.

Net voorbij het meer 554 vat je de klim aan richting een pas, die het hoogste punt van de etappe is. Op het zadel, nabij GPS E1KN0706 verlaat je het quadspoor voor een pad met cairnes, dat verderop toch weer een quadspoor wordt. Het hoogste punt bereik je nabij GPS E1KN0705. Bij GPS E1KN0704  bereik je een kruispunt van quadsporen, alwaar je in westelijke richting vervolgt. Bij GPS E1KN0703 verlaat je het quadspoor voor een met cairnes gemarkeerd pad. Je daalt langzaam af tot net boven de Jotka Fjellstue, om dan bijna in rechte lijn af te dalen tot aan de hut zelf. ’s Avonds kan je de husky’s reeds van ver horen blaffen.

Gezien het reed laat was, heb ik mijn tent recht gezet op het eerste bruikbaar plaatsje boven de hut (GPS E1KN0702 Feitelijke kampeerplaats met beperkt water). Aan de overzijde van de rivier nabij de hut zelf zijn waarschijnlijk betere plaatsen te vinden (E1KN0620).

 

Etappe 6A Var : Jotka Fjellstue – voormalige Lesjavri Hut –   (19,8km +400 –400 –   ZR: 4u45’ – MR: 6u45’)

Dank zei de extra kilometers van gisteren is dit een rustige etappe.

Ook qua oriëntatie zijn er zo goed als geen problemen. Voor wie van noord naar zuid loopt is het zwaarste stuk nu voorbij. Ook de rugzak is reeds een stuk lichter geworden, en dat helpt ook.

Je loopt richting hut en vindt hier zowaar een echte brug, hoofdzakelijk om water te kunnen nemen uit de rivier met droge voeten :-). De Mercedes jeep rijdt door het wad.

Aan de overzijde van de rivier vind je een wegwijzer naar Mollisjok. Deze staat rechts van de brug, terwijl je naar links moet. Voor het eerst vind je hier een grindweg die bereidbaar is door een gewone terreinwagen en zonder het wad zelfs door een gewone personenauto.

50m voorbij de hut vind je een afslag naar links van een pad. Gezien de weg van zeer goede kwaliteit is kan je je de vraag stellen of het zinvol is om dit pad te proberen volgen.

Een kleine kilometer verder bereik je GPS E1KN0616, alwaar de jeepweg links omhoog gaat. Rechtdoor loopt een quadspoor dat misschien niet goed genoeg is voor de jeep, maar wel voor jou. Waarom de tracklog hier voor de omweg kiest is een raadsel. 200m verder op de breedste weg vervoegt het pad de weg bij GPS E1KN0615. Bij een volgende haakse bocht gaat dit pad rechtdoor, maar dat is bijna onzichtbaar. De jeepweg keer terug naar zijn oorspronkelijk traject en gaat verder in zuidoostelijke richting. Bij GPS E1KN0612 zie je de cairnes van een oud T-pad terugkeren naar de weg.

Een kilometer verder vind je een tweesprong met een verweerde wegwijzer “BAT – Mollisjok” (E1KN0611). Je vervolgt de beste weg in zuidelijke richting. Zowat 2km verder vind je na een heuveltop (E1KN0610) een tweesprong (E1KN0609), waarbij de beste weg naar rechts gaat richting meer. Je vervolgt het mindere quadspoor rechtdoor, evenwijdig aan het Brennvannet.

Bij GPS E1KN0608 vervoegt de betere weg na zijn ommetje via het andere meer opnieuw zijn oorspronkelijk traject. Bij GPS E1KN0607 vind je opnieuw een splitsing met een quadspoor. Je vervolgt in zuidelijke richting. Bij GPS E1KN0606 bereik je wat men in de gids beschrijft als een “tracktorweg” tussen Alta en het Lesjavri, maar wat feitelijke een quadspoor is, dat zich soms opsplitst. Een kleine kilometer verder verlaat je het quadspoor richting Lesjavri en vervolg je weer in zuidelijke richting. Je klimt naar het hoogste punt van deze etappe (E1KN0604). Je daalt terug af om dan plots in oostelijke en later zuidoostelijke richting te vervolgen richting het Wad NjukcaJohka (E1KN0603) aan het Guhkesluoppal (Meer). Het quadspoor is hier meestal van ver goed zichtbaar. Vlak voor het wad is het terrein wat drassig. Ook dit wad kan je passeren met een schachthoogte van 20cm.

Halverwege het Guhkesluoppal (E1KN0602) verlaat je het betere quadspoor evenwijdig aan het meer in zuidelijke richting voor een minder quadspoor in zuidoostelijke richting.

Je passeert een uitloper van het Njárgajávri (meer). Na een korte steile afdaling bereik je een zeer drassig gebied (E1KN0601), alwaar je dient op te letten voor quadsporen in westelijke richting. Je volgt deze in zuidelijke richting op de kant van een droger rug. Je ziet de twee meertjes reeds van ver waar je tussen dient te laveren. Wanneer je van zuidoostelijke naar noordoostelijke richting draait is het gebied zeer drassig. Hetzelfde kan gezegd worden van het traject tussen de 2 meren. Eenmaal daar voorbij, bereik je een droge zandrug, alwaar de voormalige Lesjavri Hut heeft gestaan, maar waarvan zo goed als geen sporen meer terug te vinden zijn. Dit is een goede kampeerplaats en als de weersomstandigheden meezitten tijd voor een bad.

Etappe 6A – 5AVar : Voormalige Lesjavri Hut –  Rágesjohka Wad (20,4km +400 –450 –   ZR: 4u45’ – MR: 6u30’)

De start van deze etappe is opnieuw verwarrend. De tracklog vertrekt in zuidoostelijke richting, daar waar de quadsporen richting noordoosten vertrekken. Bij GPS E1KN0525 kom je uit op een quadspoor in noordzuidelijke richting, zichtbaar op de Freizeitkarten. Bij GPS E1KN0523 “Quadspoor” komt de tracklog uit op dit quadspoor, dat vervolgt in zuidoostelijke richting.

De genoemde tracklog loopt parallel langs het meer en zeker in het begin is het spoor eerder vaag. Bij GPS E1KN0524 vind je een eerste cairne op dat pad, dat ook nog zwak gemarkeerd is. Bij het reeds genoemd GPS-punt E1KN0524, waar quadsporen zichtbaar zijn in de flank, komen beide trajecten samen.

Het quadspoor gaat verder in zuidoostelijke richting tussen 2 meertjes door via GPS E1KN0522 richting een heuveltop bij GPS E1KN0520. 400m verder passeer je door een poort in een rendierhek (E1KN0519). Vervolgens gaat het weer tussen 2 kleine heuveltjes door richting een kruispunt van quadsporen (E1KN0518). Het pad draait langzaam in oostelijke richting.

2,5km verder bereik je net voorbij een beek, de afslag richting Rágesluobbalat (E1KN0506).

Ook hier vind je weer geen enkele wegwijzer, behalve een houten paal met de logo’s van een fietser en een wandelaar verder op het pad.

Opnieuw 2,5km verder bereik je een heuveltop (E1KN0515). Net voorbij de top vind je een kruispunt van quadsporen. De oriëntatie is probleemloos, maar zowat alle stroompjes die het quadspoor passeren zijn ongeschikt voor menselijke consumptie, gezien de modderpoelen die veroorzaakt zijn door deze quads. Water nemen uit een aanpalend meer, lijkt hier de enige oplossing, bij voorkeur met een waterfilter.

Na het meertje bij GPS (E1KN0513), klim je naar het hoogste punt van deze etappe (E1KN0512). Je daalt wat af in zuidwestelijke richting, om dan opnieuw te klimmen naar een volgend lager topje (E1KN0511). Bij GPS E1KN0510 bereik je een kruispunt van quadsporen, alwaar je in noordzuidelijke richting rechts afslaat. Van op een derde topje (E1KN0509) heb je voor het eerst zicht op Rágesluobbalat.

Je daalt langzaam af tot onder de bomenlijn. Bij GPS E1KN0508 bereik je de splitsing tussen de quadsporen richting Mollisjok Fjellstue (Rode T) en het in dit verslag beschreven traject komende uit de richting van de Jotka Fjellstue. Het eerste deel na de samenkomst is behoorlijk modderig.

Bij aankomst nabij Rágesluobbalat, moet je niet het goede quadspoor naar links blijven volgen (E1KN0507), maar dit verlaten en tussen de woning (E1KN0506) en de schuur doorlopen om dan op een vage T-splitsing (E1KN0505) naar rechts te gaan. Hier vind je de vuilnisbelt van Rágesluobbalat.

Tussen de GPS-punten E1KN0504 en E1KN0503 is er een tweesprong van sporen die terug samenkomt. Door mij werd het linker gevolgd, maar ook dat is diep op een bepaald ogenblik.

Bij GPS E1KN0502 sla je rechts af en vervolg je evenwijdig aan de rivier en dit tot aan het Wad Rágesjohka (E1KN0501). Waadsandalen en het gebruik van 2 stokken zijn hier absoluut noodzakelijk. Relatief snel stromend water tot net onder knie. Van enkeldiep was hier na een droge periode dus zeker geen sprake. In regenrijke periodes zou het kunnen stijgen tot heupdiep. Aan beide zijden van de rivier, vind je een kampeerplaats, in zuidelijke richting nabij GPS (E1KN0500).

Etappe 4: Rágesjohka Wad – Maze kerk (26,3km +550 –570 –   ZR: 6u00’ – MR: 7u15’)

De kaart 4B in de Duitse gids getuigt van enige fantasie, met wat er waarneembaar is op het terrein. Net voorbij (of voor) het wad zie je dat het pad een boogvormig traject volgt, wat klopt. Van de getekende horizontale verbinding is op het terrein echter niets te merken.

Feit is dat het meest zichtbare pad op het terrein dat is wat de contouren van het landschap volgt.  200m na het wad vind je een eerste kruispunt (E1KN0432), alwaar je naar rechts gaat. 1km verder bereik je opnieuw een kruispunt (E1KN0431) in een drassig gebied, alwaar je naar links gaat richting een merkteken (E1KN0430). 300m verder dwars je een kruispunt met een ander quadspoor (E1KN0429). 500m verder ga je door de poort (E1KN0428) in een rendieromheining.

Vervolgens klim je via een S-vormig traject naar een kale heuveltop. Na een afdaling en een volgende klim, verlaat je bij GPS E1KN0425 het quadspoor in oostwestelijke richting naar links via een gecairnde pad, waar bij de eerst volgende drassige plek alweer quadsporen opduiken. Je klimt richting 2 opeenvolgende topjes (E1KN0424 & E1KN0423). Je daalt weer af en komt uit aan een kruispunt (E1KN0422) met een quadspoor. Je klimt naar een volgend topje (E1KN0421).

Je daalt terug af en passeert tussen de meren Bæl’Gejav’Ri (rechts) en Ruollajávri (links). Vervolgens draai je rond het meer Ruollajávri richting het Silisjav’Ri dat je langs zijn zuidelijke oever passeert. Nabij het uiterste puntje passeer je een poort (E1KN0420) in rendieromheining. Vervolgens dien je een wad (E1KN0419) te passeren nabij het reeds genoemde Silisjav’Ri(Siljesjavri). Ook dit wad kan je passeren met een schachthoogte van 20cm.

Het pad vervolgt nog een tijdje langs de rendieromheining, om deze dan te verlaten en het Ellešbuolžžajávri (meer) te ronden via zijn noordelijke oever. Vervolgens passeer je alweer tussen 2 meren en klim je naar een heuveltopje. Je daalt weer af en loopt richting het wad nabij de noordelijke oever van het Riimmajávri (E1KN0418). Ook dit wad kan je passeren met een schachthoogte van 20cm.

Je klimt richting het hoogste punt (E1KN0417) van deze etappe. In de afdaling krijg je een overzicht op een vlakte, waarin het quadspoor zelf moeilijk zichtbaar is van ver, gezien het terrein niet echt droog is.

Zowel bij het GPS-punt E1KN0416 als E1KN0415 vind je een kruispunt met een ander quadspoor. Na dit tweede GPS-punt draait het quadspoor kortstondig in zuidwestelijke richting om dan weer verder te gaan in westelijke. Bij GPS E1KN0414 vind je een als drinkwater bruikbare beek en een weinig verder ga je door de poort in een rendieromheining (E1KN0413). Kort na deze omheining tref je in een kruispunt van quadsporen in drassig terrein (E1KN0412). Je bereikt het begin van het bos (E1KN0411) met dan nog verspreide berkenbomen.

Vanaf GPS E1KN0410 bestaat het te volgen traject vaak uit parallelle quadsporen, waarbij de tracklog je misschien langs het kortste maar vaak ook slechtste/meest onaangename traject stuurt. Hetzelfde kan gezegd worden voor de rode merktekens op het terrein. Uitkijken naar het beste quadspoor met een oog op de GPS is hier het beste advies.

Je passeert het Miesejávri en 500m verder krijg je voor het eerst zicht op Maze (E1KN0408) en begint de afdaling echt. Eerst gaat dit nog langzaam en vervolgens steil, waarbij de graad van erosie toeneemt met de hellingsgraad.

Vanaf GPS E1KN0407 zou je je volgens de digitale kaart op een weg moeten bevinden, maar dat blijkt op het terrein om een nog zeer geërodeerde weg/quadspoor te gaan. In de haarspeldbochten is er zelfs sprake van typische erosie die wijst op snel genomen bochten, een soort racecircuit voor quads dus.

Pas bij GPS E1KN0404 kom je uit op de geëffende grindweg (E1KN0403) op de oever van de Guovdageaineatnu. Goed 2km verder dwars je de brug over de Guovdageaineatnu (E1KN0403). Na de brug bereik je het asfalt. Aan het eerste kruispunt ga je rechtdoor. Je bereikt de weg nr. ‘1’, die je volgt naar in zuidelijke richting. 750m verder bereik je de kerk van Maze en tevens de Supermarkt Oves Varesenter (E1KN0308).

 

E1KN15A Parking Knivskjelodden – Geologische Noordkaap (8,5km +120 –400 –   ZR: 2u00’ – MR: 2u00’ (enkel))

8km voor de commerciële Noordkaap vind je een grote parking Knivskjelodden (E1KN1503), alwaar het pad naar de Geologische Noordkaap, Knivskjelodden (E1KN1510), vertrekt. Het begin van het pad vertrekt door een met stenen bedekt terrein, alwaar zeer grote cairnes de richting aangeven. In het enige vochtige stuk vind je planken en dat is een soort bewijs dat dit een drukbelopen toeristenpad is.

Bij GPS E1KN1506 vind je een grote cairne, alwaar het pad een grote bocht van 90° maakt. Vervolgens daalt het pad langzaam af richting het meer Knivskjelvatna (E1KN1507).  En vanaf het meer daalt het pad sterk af richting het “strand/weitje”, alwaar je een mogelijke kampeerplaats met zoet water (E1KN1508) vindt. 25m verder vind je een brugje over de beek. Vanaf dit strand volg je de landtong op de oostelijke flank in noordelijke richting.

Hier lopen een aantal evenwijdige sporen over de rotsplaten. Tussen de platen vind je een aantal rotsspleten, die vochtig en modderig kunnen zijn. Bij nat weer zijn de rotsplaten glad en dien je voorzichtig te zijn. De merktekens zijn beter zichtbaar in de noord-zuid richting dan omgekeerd. De merksteen op Knivskjelodden valt wat tegen als monument.

Eindconclusie:

Vind ik deze tocht een aanrader? In dit geval had ik de eindconclusies reeds verwerkt in de inleiding. Het antwoord is neen.

De redenen hiervoor zijn de volgende:

  • Het pad is door het gebruik van quads door de lokale bevolking dusdanig beschadigd, dat het onaangenaam is om te belopen.
  • Het landschap is te monotoon om de zware inspanningen te verantwoorden.
  • Op deze website vind je veel alternatieven, die meer zinvol zijn als reisbestemming.

Bijkomend nadeel is ook dat de reisgids een zeer foute voorstelling geeft van de realiteit op het terrein.

Verkenning van het begin van de NordKalottleden in Kautokeino:

Gezien ik toch passeerde in Kautokeino, heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om het begin van de Nordkalottleden te verkennen, en dat was wel degelijk nodig.

Mijn exemplaar van de gids Skandinavien: Nordkalottleden is van 2007 en dus ruim 10 jaar oud. De betrokken gids is uitverkocht. Op de website van de auteur, wordt een nieuwe versie aangekondigd, zonder publicatiedatum

Het begint reeds met het in de gids opgegeven vertrekpunt. Zoek hier niet naar een Coop winkel. Ze zijn allemaal omgedoopt in X-tra (NKL0000). Vanaf deze winkel ga je in zuidelijke richting tot net voorbij het Esso tankstation (NKL0002), alwaar je rechts afslaat en omhoog gaat. Aan het eerste kruispunt ga je naar links. Je volgt deze weg tot je de laatste palen van een middenspanningsleiding (NKL0006), die vanaf dat punt ondergronds gaat.

Hier vind je een quadspoor zonder enige verdere aanduiding dat uitkomt op een grindweg (NKL0007), die wel op de Freizeitkarten is aangegeven. Dee weg loopt dood op een groot gebouw.

Het begin van de oude Nordkalottleden vind je rechts om dit gebouw aan de oevers van het meer. Dit betreft een smal modderig spoortje dat al snel doodloopt op een eerste beek in moerassig terrein, zonder enige brug of aanduidingen van een verder pad.

De afslag van de nieuwe Nordkalottleden (geen enkele aanduiding op het terrein), vind je vlak voor dit gebouw naar links. Je volgt de weg in witte rivierkeien naar links. Deze passeert lang een woning en loopt dan dood op een opslagplaats/stort. Alhier vind je een afslag naar rechts van de grindweg naar een quadspoor. Dit quadspoor volgt de oostelijke oever van het meer tot dit uitkomt op een kruispunt met beter quadspoor (NKL0011) en dit tussen 2 meren door.

Hier sla je rechts af. Het eerste stuk is drassig, maar dit wordt verholpen met een geïmproviseerd knuppelpaadje. Wat verder kan je kamperen op de oever van dit meer. Het quadspoor is goed te volgen en is sporadisch gemarkeerd met een T en vooral met  kleine oranje plastic strips die in de takken van de dwegberken geknoopt zijn. Het quadspoor is probleemloos te volgen en de weinige drassige punten kan je probleemloos omzeilen met een paar normale bergschoenen.

Je loopt bijna 2,5km evenwijdig aan het historische traject van het Nordkalottleden en nadert dit slechts zeer langzaam, tot je bij GPS NKL00013 op een kruispunt met een minder quadspoor, rechtsaf slaat en het betere hoofdspoor verlaat. 300m verder kom je uit op het kruispunt (NKL00014) met historisch traject van de Nordkalottleden, dat je naar links volgt. Het pad blijkt hier goed gemarkeerd te zijn en dat is wel nodig gezien het om een echt pad gaat tussen de berkenbomen.

Gezien ik al verder gelopen was dan voorzien, ben ik hier op mijn stappen teruggekeerd.

Coördinatenlijst:

Advertenties