Berliner Höhenweg

Reisverslag Huttentochten Berliner Höhenweg (Oostenrijk).

1) Dag 1: Dominikushütte (1805m) – Furtschaglhaus (2295m). (2,5 uur).

In 2006 vertrok de laatste bus naar de Dominikushütte om 16.55 uur aan het treinstation in Mayrhofen (www.postbus.at). Hij passeert langs de post en vervolgens ook langs het grondstation van de Penkenkabelbaan in de hoofdstraat om tenslotte langs de waterkrachtcentrale de weg te nemen richting Ginzling,Breitlahner en ten slotte de  Schlegeisspeicher Stausee, alwaarde Dominikushütte zich bevindt. De rit kost 5 EUR plus 1,30 EUR tol.

Door de file onderweg waren wij net te laat en dus zijn wij met de auto naar boven moeten rijden. Dit kost 10,00 EUR tol.

Gezien we niet lang op voorhand gereserveerd hadden, dienden we op lager te slapen met mogelijk gesnurk tot gevolg. Kostprijs: 19 EUR inclusief een zeer royaal ontbijt. Voor half-pension vraagt men 10 EUR extra en ook daar hebben wij geen klachten over. De Dominikushütte (GPS 1) is een private hut die geen eigendom is van een bergsportvereniging.

De volgende ochtend zijn we zonder veel haast vertrokken richting Furtschaglhaus. Eerst loop je via de nog geasfalteerde weg tot de laatste parking( GPS 3). Je passeert ook het pad naar de Olpererhütte (GPS 2) die tijdelijk gesloten was voor volledige vernieuwing. Voor opening raadpleeg je best de site van de DAV.

Je steekt de rivier over via de brug en loopt nu via een grindweg volledig vlak langs het stuwmeer, tot het eindpunt, waar je de toevoerrivier dwarst via een grindweg over buizen (GPS a04) om het water door te laten. Vervolgens blijf je nog zo goed als vlak lopen tot aan de voet van de materiaallift, waar de jeepweg overgaat in een normaal pad (GPS a05). Probleemloos gaat het tot aan de hut, die je maar laat ziet, gezien ze in een kom ligt. De hut (GPS a06) wordt vooral gebruikt als uitvalspunt voor een beklimming van de Grosser Müsler (3480m), een bestemming voor de fans van touwen en stijgijzers.

Veel mensen die vanuit de Dominikushütte vertrekken gaan onmiddellijk door naar de Berliner Hütte, maar dat zou ik voor niet-ingelopen Laaglanders zeker niet aanraden. De  afdaling van de Schönbichler Horn is namelijk moeilijk en lastig en vraagt zeer veel aandacht.

Furtschaglhaus:

overnachting op lager: 4 EUR (minder dan de andere hutten)

Klein half-pension: 14 EUR, Groot half-pension 22 EUR.

Wij namen het groot half-pension en hadden daar geen klachten over.

Slaapplaatsen: 131 Tel.: 00 43/676/957.98.18

2) Dag 2: Furtschaglhaus (2295m) – Schönbichler Horn (3133m) – Berliner Hütte 2042m (6 uur 45′)

De beklimming naar de Schönbichler Horn en Scharte vond ik vrij probleemloos. Vlak onder de Schart bevind er zich een niet gezekerd stukje, waar je maar beter wat vast te been bent. Het is weer typisch één van die stukjes waar je in fijn zandgrind staat op een hoge hellingsgraad en waar je dus moet vertrouwen op het profiel van je zolen en eventueel gebruik maken van je stokken.

Afdalen is nog moeilijker…

Op de graat moet je een stukje naar links alvorens de tekens je langs de andere zijde naar beneden leiden. De Horn (GPS a07) ligt maar 52 m hoger dan de Scharte en dus kan je die letterlijk niet links laten liggen. Je klimt zonder merktekens tot aan het kruis, deels over een stukje pad, deels over de blokken. Niks om je over ongerust te maken, maar het vraagt zoals alles hier om de nodige aandacht.

Wij vertrokken om 07.45 uur en waren 2 uur later boven. Op die hoogte is het nog fris door de wind en dus trek je een jas aan om wat te eten en ondertussen wat van het uitzicht te genieten.

Eerst daal je over de stenen terug af naar de Scharte om daar de tekens terug te vinden. Onmiddellijk vind je ook een zekeringskabel en die hangt er niet voor niets. Ik kan enkel hopen dat die aan het begin van het seizoen niet onder de sneeuw zit. Je daalt af tegen de flank van de Horn en dan kom je plot aan het einde van de wand en dus ook aan het einde van de bevestigingsmogelijkheid voor kabels en dus ben je weer aangewezen op je zolen en stokken om het laatste deel veilig af te dalen door een mengeling van fijn grind grote blokken en alles nat gemaakt door een portie sneeuwwater of sneeuw vroeger in het seizoen. Een tiental meter lager kom je dan op het begin van een graad en je zal bijna de volledige afdaling doen over een graad.

Het is een zeer moeilijke en lastige afdaling en je kan er maar beter je aan dacht bij houden om uitschuivers te voorkomen. Het laatste deel van de afdaling loop je op de rand van de stenige rivierbedding. Hier en daar zie je sporen van erosie van het pad, gezien het pad soms akelig dicht tegen deze rand loopt.

Op een hoogte van ca. 2000m kom je dan aan de splitsing van het pad naar de hut ‘Alpenroze’ (1871m 20′, warme douches) en de weg naar de Berliner Hütte (2042m 30′, ook warme douches). Je bent hier 1100m afgedaald met een gemiddelde hellingsgraad van 24% of 44°. Dat is niet niks.

Eerst daal je door de steenbedding af, waar je reeds de ganse tijd langs afdaalt en je dwarst het water via een bruggetje.

Verder gaat het wat op en af en loop je in een boog tot aan de Berliner Hütte (GPS a08), die zelf ook langs een bergbeek in een kloof is gelegen.

Wie langs de kant van de beek slaapt, zal zijn raam gedurende de nacht niet moeten laten openstaan omwille van het geraas van het water.

Hier sliepen wij op een kamer voor 9EUR per persoon met donsdeken en lakens. Wij vermoeden dat de Hüttenwirtin er niet erg goed met haar gedachten bij was, want voor het half-pension betaalden wij 17 EUR voor twee en ik vermoed dat dit eerder per persoon is.

Hier hebben we een soort vegetarisch groenten quiche gegeten en tezamen met de soep en het nagerecht was dit ruim vullend. Ook het ontbijt was hier onbeperkt qua brood en toespijs voor half-pension, wat een groot verschil vormt met de hutten van de komende dagen. De wijn kost hier 3,6EUR voor 25 cc. (de beste van de hele tocht, vermoedelijk niet-Oostenrijkse)

Douches kosten 2 EUR voor drie minuten. Je kan je haar ook wassen als je snel bent.

197 slaapplaatsen Tel.: 00 43/5286/52.23

Het interieur van deze hut wijkt sterk af van de traditionele hut: hoge plafonds, statige traphal, houten kroonluchters… De grootsheid van Berlijn van voor WOII.

3) Dag 3: Berliner Hütte 2042m – Nordliche Mörchenscharten (2872m) – Floitenbach (1834m) – Greizer Hütte 2227m (7 uur 15′)

Ook vandaag is het verhaal terug hetzelfde als gisteren, maar nog wat extremer. Kort samengevat: je klimt ‘slecht’ 800m over een afstand van ca. 3 km of 15° en 26° gemiddeld, maar je daalt 1000m over een afstand van ca. 1750m of 30% en 57°. en als afsluitertje mag je nog eens 400m terug naar omhoog langs ‘een toeristenpad’ tot aan de hut in volle middagwarmte.

Maar beginnen we bij het begin. Het pad naar de Schwarzsee (GPS a09) is een ‘toeristenpad’ zonder opvallende problemen. Het eerste probleem doet zich voor onmiddellijk bij het verlaten van de kom waar de Schwarzsee in ligt. Ook hier is het pad eerder smal en over een korte afstand vrij steil. Het bestaat uit het gekende zandgrind en ook hier is het ook weer moeilijker af te dalen dan te stijgen. Vooral bij het afdalen moet je ervoor zorgen dat het contact tussen je zolen en de grond maximaal is door je zwaartepunt te verlagen en de druk boven het midden van je voet te brengen. Dit doe je best door je knieën te buigen tot je onderbenen haaks op je voetzolen staan en je bovenlichaam deels voorover te buigen. Hiermee voorkom je dat je uitglijdt en op je achterwerk komt te zitten of erger. De kans dat je op je neus valt is eerder klein, tenzij je ergens over zou struikelen.

Na dit wat moeilijkere stukje, gaat het weer beter tot net onder de Scharte, waar je zowel in het stijgen als het dalen wat kabels te verwerken krijgt. Onderweg passeer je nog een splitsing (GPS a10) van paden naar de Plattenkopf of Melkerscharte.

De Mörchenscharte (GPS a11) bereik je in zowat 2,5 uur. Zoals aangegeven volgt nu een zeer steile afdaling, te beginnen met een kabelzekering onderaan de wand. Dan verlaat je de wand een stukje om bijna de volledige afdaling af te leggen op een soort graad.

Dat gegeven in combinatie met de al eerder genoemde hellingsgraad, maakt het tot een lastige onderneming, die een hoge mate van concentratie vraagt.

Bij GPS punt a12 vind je een wat vlakker stuk, dat je best kan gebruiken voor een rustpauze en een moment van genieten van het uitzicht op de bergen, want daar doe je het uiteindelijk voor.

Hierna komt opnieuw een graadstuk op de rand van de Mörchenklamm.

Onderweg, bijna op het einde, vind je een paar stukjes kabel en een paar stalen voetsteunen in de rotsen om de wat moeilijkere passages wat veiliger te maken. Vlak voor de rivierbedding vind je dan een verticale ladder van zowat 5m hoog. Ikzelf heb hier mijn stokken gewoon naar beneden geworpen, maar dat moet je dan wel niet doen terwijl er zich nog iemand onderaan de ladder bevindt, zoals de 3 Britse heren die net achter mij kwamen.

Het eerste deel van de rivierbedding moet je dwarsen zonder brug.

Opnieuw zie je hier hoe handig een paar stokken kunnen zijn. Je plaatst ze namelijk eerst in de rivierbedding voor je je afstap naar een steen in de bedding doet, zodat je nog steun hebt, mocht die steen van je keuze bewegen of gladder zijn dan je voorzien had. Eenmaal aan de overzijde volg je de tekens tot aan de brug.

Hier vind je de normale toegangsweg tot de Greizer Hütte en die paden zijn meestal zeer goed, gezien er geen toeristen mogen verongelukken voor zij hun geld hebben kunnen uitgeven in de hut.

Ook hier is een goed punt om nog eens wat calorieën in te slaan voor de aanvang van de finale klim naar boven. En bij een temperatuur van boven de 25°C valt dat toch wat tegen, ondanks de aanmoedigingen van de toeristen die weer op de terugweg waren van de Greizer Hütte (GPS a13).

Greizer Hütte:

Ondanks het feit dat ze over een goederenkabelbaan hebben met zowat de grootste gondel die ik recent zag is het eten er maar flauwtjes, zowel ontbijt als avondmaal. Alles is heel erg afgemeten (3 sneetjes bruin brood voor ontbijt).

We betaalden 7 EUR voor de overnachting op lager, 19 EUR voor half-pension en 3 EUR voor 25cc wijn. Aantal slaapplaatsen: 84

Telefoon: 00 43/664/140.50.03

4) Dag 4: Greizer Hütte 2227m – Lapenscharte (2701m) – Kasseler Hütte (2178m) (ca  6 uur)

Na een karig ontbijt vertrekken we voor een klimmetje van slechts 500m. De klim zelf levert weinig problemen. Bij GPS punt 14 vind je de splitsing met het pad naar de Gigalitz (3001m), een goede bergtop voor een dagtrip, maar tenzij je Superman bent, niet in combinatie met de tocht naar de Kassler Hütte. De Lapenscharte ligt maar 300m lager en het uitzicht zal niet fundamenteel anders zijn dan van op de top. Van op de Scharte heeft de Gigalitzturm iets ‘Materhorn’-achtigs.

Na de pas (GPS a15) volgt de ondertussen gekende kabelzekering tegen de wand om dan de wand te verlaten voor een afdaling door een kom met steenslag. Het pad is hier gezien de omstandigheden netjes. Eenmaal uit de eerste kom volgt een afdaling door gemengd terrein met deels steen en gras tot aan de splitsing (GPS a16) met het pad naar  het Grune Wand Haus (1436m). Er wordt 2 uur opgegeven op een bordje, en dat haal  je als je in goede conditie bent. Je daalt af van 2260m of iets meer dan 800m. Als je rekent vanaf de Lapenscharte heb je een kleine 1300 daalmeters in de benen. Het pad wordt niet echt veel gebruikt en bovendien is het gras er lang, waardoor je goed moet opletten waar je je voeten zet als die niet op een steen staat. Er zitten namelijk veel holen verscholen onder het lange gras. Ook in de omgeving van de beek moet je goed opletten. Op een bepaald ogenblik loopt een deel van de beek over het pad. Hetzelfde geldt voor de Lamperklamm. Deze ziet weinig zon, waardoor hij vochtig is en de stenen er nat liggen.

Als U zich ondertussen afvraagt hoe ik dat weet; het antwoord is vrij eenvoudig: ik ben afgedaald. Ik liep nog steeds met verstijfde beenspieren, wat abnormaal voor mij is na drie dagen.

Normaal heb ik daar één dag last van en dan is het verdwenen, maar niet deze keer dus. En omdat ik vond dat ik te onveilig liep om de moeilijke nog komende stukken veilig te kunnen afleggen, ben ik dus maar afgedaald. Een moeilijke beslissing, wegens niet eervol, maar wel verstandig op dat ogenblik.

Beneden in het dal kom je eerst op een steenslagweg bij GPS 16a.

Je steekt de brug over en gaat vervolgens naar links om aan te komen bij het begin van het asfalt bij GPS 16b. Een weinig verder vind je het Grune Wand Haus met terras en veel toeristen. Tot hier kan je namelijk komen met een Taxibusje vanaf de Speicherstillupp-dam. De afstand is 8 km en ik deed daar ongeveer 1u20′ over. Vanaf de dam nam ik dan de bus naar Mayrhofen voor 3,50 EUR. Hij rijdt dalwaarts om 14.00, 15.00, 16.00 en 17.00 uur. De eindhalte plaats bevindt zich op de grote centrale parking achter de post.

Een tiental dagen later heb ik het nu volgende deel in omgekeerde richting gelopen, toen mijn conditie heel goed was en ik er ten volle heb van kunnen genieten.

Vanaf de splitsing daal je af over een grashelling naar de Elsenklamm. Eerst volgt een smal paadje in de wand en dan moet je de bergbeek dwarsen met behulp van een touw en stiften die in de rotsen geslagen zijn. Het is hier niet de ideale plek om uit de glijden, want de hellingshoek van de bergbeek is zeer groot. In september was het debiet eerder  laag, maar hoe het hier in juni is weet ik niet. Vervolgens volgt een klim in een bijna loodrechte wand via een schuin pad tussen twee kabels. Moeilijk is het niet, je moet zoals op veel plaatsen alleen geen last hebben ven hoogtevrees. Vervolgens daal je weer langzaam af naar de eerste grote rivierbedding die je via de stenen moet dwarsen.

Ook hier weer hetzelfde verhaal: ondanks het goede weer was de stroming hier half-september matig en dus waren er weinig problemen met het dwarsen van het water. Er liggen hier wel grote rotsblokken, waar je doorheen geleid wordt door middel van de verftekens. In verhouding tot wat je morgen te wachten staat, stelt het niet veel voor, maar je moet erg voorzichtig zijn voor je enkels en opletten.

Ik heb er mij over verbaasd dat ondanks dat deze kom er van ver erg steil uitziet, het pad goed is, zeker vanaf hier.

Bij de GPS punten a17 en a18 dwars je telkens een rivier via een brugje. Tussendoor vind je er nog een paar kleinere die je zonder hulpmiddelen moet dwarsen.

Let vooral op bij het afdalen in de rivierbedding, gezien je hier vaak te maken krijgt met een grote hellingshoek op een ondergrond van fijn steengruis. Ook hier weer het vertrouwde verhaal van de wrijving van de zolen en het gebruik van de stokken.

Eenmaal je de splitsing van GPS punt a19 bereikt hebt kom je op een toeristenpad naar een uitzichthutje boven de feitelijke hut.

Dit vertaalt zich in het feit dat het pad plots bestaat uit vlak gelegde stenen. 3 uur na de splitsing met het pad naar de het Grune Wand Haus bereik je de Kassler Hütte (GPS a20)

Kassler Hütte:

bed in kamer zonder lakens of donsdeken: 9EUR,

lager: 6 EUR, half-pension: 20 EUR (opgelet pikant spaghetti, vragen om minder ‘scharf’ te maken indien je daar niet van houdt, nogal mager ontbijt: 3 sneetjes), rode wijn: 3 EUR, gemengd appelsap 50cc: 3,30 EUR, douche: 2 EUR voor slechts 2′ (niet lang genoeg voor haar te wassen), lavabo’s met warm water.

Slaapplaatsen: 102. Tel: 0043/664/132.35.14

Half-september: slechts 7 overnachtingen in de hut, avondeten op terras bij mooi weer…schitterend.

5) Dag 5: Kasseler Hütte (2178m) – Aschaffenburger Höhenweg – Edelhütte (2238m) (  8u30′)

Alles begint vrij eenvoudig met een afdaling van ca. 200m via de normale toegangsweg tot de hut. Na de splitsing met de normale toegangsweg (GPS a21), wordt het pad smaller en vat je de eerste klim van de dag aan naar de eerste van de 7 graten of zadels. Via twee bruggetjes over de bergbeken klim je diagonaal in de flank tot aan de vroegere splitsing met de hoge route naar de hut (GPS a22). Ik kon aldaar geen tekens meer vinden, dus ga ik ervan uit dat die niet meer in stand gehouden wordt. Praktisch gezien heeft ze ook weinig nut, gezien ze de weg alleen maar langer maakt en het verschil in hoogtemeters zo goed als gelijk blijft, behalve dat je begint met een stijging, gevolgd door een afdaling in plaats van omgekeerd.

Van op de eerste van de zeven graten, kan je nog eens terugkijken naar de hut, maar daarna verdwijnt deze definitief uit het zicht. Langs de overzijde van de vallei heb je nog vrij lang zicht op de Lapenscharte, die je gisteren passeerde. De afdaling van de eerste graad is vrij probleemloos.

De eerste moeilijkheid vind je in de klim naar de tweede graad en dit in de vorm van een eerst partij grotere blokken, die in een vrij schuine helling liggen. Hier krijg je al een kort voorsmaakje van hoe het wordt vanaf de vijfde graad.

Verder verloopt alles vrij probleemloos tot aan het noodonderkomen (GPS a23). Je kan hier in geval van nood slapen met maximaal 3 personen (2 bedden, 1 op de grond). Na drie uur moet je hier zeker zijn.

Vervolgens gaat het nog steeds vrij overzichtelijk verder tot aan de Nofertensmauer, letterlijk een muur op de vierde graad. In de afdaling zie je al een eerste toename van de hoeveelheid stenen.

Het horizontale deel valt ook nog goed me qua stenen.

Eenmaal je in de buurt komt van de Nofertensschneide, zie je dat de wand steiler wordt. Hier vind je ook de eerste kabels om je tot op de graad te hijsen. Reken vanaf hier nog op 3u30′ tot aan de hut

Vanaf hier begint het ernstige werk. De afdaling verloopt ook langs de kabels en dan sta je aan het begin van kom vol met stenen, die hier ooit door de krachten van de natuur neergesmeten zijn, en elkaar in evenwicht houden. Vanaf hier is er geen sprake meer van een pad als dusdanig. Je volgt gewoon een opeenvolging van verftekens en soms een steenhoop om de andere zijde van de kom te bereiken.

Als je van de ander zijde komt, ben je frisser, maar mogelijks is je rugzak nog zwaarder bij het begin van je meerdaagse tocht. Nu heb je al een vijf uur in de benen en het moeilijkste deel nog, voor de boeg. Doe het rustig aan en speel op zekerheid. Vermijd zoveel mogelijk schuine kanten, tenzij je weet dat je volgende stap weer op stevige ondergrond is. Vooral omwille van dit deel wordt deze tocht afgeraden bij regenweer. Hier weet je waarom goede schoenen belangrijk zijn. Over het gebruik van stokken in een dergelijk deel kan je en academische discussie opzetten.

Ikzelf gebruik ze, omdat ik nog steeds geloof dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. In de delen waar je nog normaal rechtop kan staan en waar je relatief vlot van de enen  steen naar de ander kan stappen, vind ik ze een voordeel. In de delen waar de afstanden tussen vlakke delen te groot zijn en/of de niveauverschillen te groot zijn, zijn ze een nadeel en moet je ze soms aan de polslussen achter je aan slepen of ze in één hand nemen.

Op een zonnige dag in de tweede helft van september ben ik hier 3 personen uit de tegenovergestelde richting tegengekomen en liepen er  een half uur voor mij en twee uur na mij telkens twee mannen.

Op Gsm-dekking moet je in dit deel van het Zillertal nog niet al te hard rekenen. Speel dus op zeker, want ondanks dat je misschien niet echt ver weg bent, is de redding toch niet zo nabij als je zou willen als er je iets overkomt.

Na zowat een uur klauterwerk bereik je de zesde graad en ook hier heeft men weer zekeringen aangebracht om de overschrijding van de graad zelf te vergemakkelijken.

De laatste kom is de grootste en bestaat eigenlijk uit twee delen. Het eerste deel, vooral  vlak tegen de zesde graad bestaat uit meer van hetzelfde, zijnde massa’s grote stenen willekeurig tegen de helling aan gesmeten en dus geldt hier hetzelfde verhaal als in de vorige kom.

Het tweede deel bestaat uit, een smal paadje in zeer steile grashellingen van  soms 70°. Normaal is dit geen probleem, maar het is niet de bedoeling dat je hier je aandacht laat verslappen, ondanks de zware tocht die je er reeds op hebt zitten. Hier wandel je naar de zevende graad, zonder kabels. Reken op anderhalf uur voor de laatste kom.

Je vind nog wat kabel voor het eerste stukje van de afdaling,maar daarna volgt een klassiek soms steil bergpad. Reken op nog een klein half uur tot aan de hut.

Conclusie: als je in top conditie bent, verteer je dit probleemloos. Als die conditie iets minder is, kom je hier zwaar afgepeigerd toe.

Edelhutte (GPS a24):

80 slaapplaatsen, Tel: 0043/664/915.48.51

Lager: 6,5 EUR, Bed: 9 EUR, half-pension: 17 EUR, Wijn: 3,6 EUR,

Kaas en brood: 5,50 EUR.

Beoordeling: buiten het seizoen, zijn man en vrouw hier afwisselend. Als de man hier alleen is, beperkt de kookkunst zich tot een avondmaal van Rösti: gebakken aardappelen, spek, weense worsten en een spiegelei daar bovenop.

Veel calorieën, niet zo verfijnd. Het ontbijt was ook nogal afgemeten qua hoeveelheid brood. Alles wordt hier  vanaf de lift aangevoerd per paard. De hoeveelheid elektrische energie is beperkt (zonnepanelen). Er is wel warm water aan de lavabo’s op het ‘Lager’verdiep.

6) Dag 6: Edelhütte (2238m) – Ahornspitze (2973m) – Edelhütte (2238) – Mayrhofen (650m):

Afhankelijk van je plannen voor de terugreis en het weer kan je hier kiezen voor een zeer korte dag of een meer volledige dag.

1) De kortste mogelijkheid is afdalen naar het bergstation van de Ahornbahn in ca 1u en dan met de in 2006 totaal vernieuwde kabelbaan af te dalen naar Mayrhofen. (kostprijs: ca  10 EUR voor de dalvaart.

2) De iets langer mogelijkheid is eerst afdalen in de richting van de Ahornbahn, maar dan de afslag nemen in de richting van de Filzenalm en dan verder afdalen richting Speicherstillupp (stuwmeer) Vanaf hier kan je zoals hoger vermeld in het seizoen per bus afdalen. Reken op anderhalf tot twee uur tot aan het stuwmeer.

3) Een nog langer mogelijkheid is rechtstreeks af te dalen naar Mayerhofen via het gasthof Alpenrose, via de weg die op het terrein aangeduid is als 42. Voordeel is dat het gratis is en dat je geen rekening moet houden met busverbindingen. Vanaf de hut heb je  twee mogelijkheden om af te dalen tot in de bodem van de kom direct onder de hut, namelijk  linksom en rechtsom. Het pad linksom (gezien vanuit de hut) is iets breder en meer gebruikt.

Het pad rechtsom is iets steiler. Achter de hut in de kom (GPS a25) is het spoor wat vaag. Bij GPS a26 vind je het begin van het pad dat afdaalt naar Alpenrose.

Vanaf de boomgrens tot Alpenrose wordt het pad ook gebruikt doorkoeien en die laten redelijk wat vallen op het pad. Via de GPS-punten a27 en a28 bereik je de nog redelijk  traditionele Alpenhut waar de koeien hoofdzaak zijn en de gasten een extraatje.

Na Alpenrose (GPS a27) daal je af door een bos met oude dennen.

Aan het einde van het pad door het bos bereik je een stuk grindweg dat eerst nog de beek dwarst, waarlangs je het laatste deel afdaalde (GPS a30). Je daalt af langs de asfaltweg en passeert het basisstation van de Ahornbahn (GPS a31)Reken op ca 3u voor de afdaling (ca 4u voor de klim langs deze weg).

4) Je kan ook kiezen voor een beklimming van de Ahornspitze, een uitzichtberg met een mooi uitzicht op het dal van de Ziller. Reken met een dagrugzak op ca 1u30′ voor de beklimming en 1u voor de afdaling. Licht klauterwerk (I).

Uiteraard kan je ook kiezen voor een beklimming van de Ahornspitze in combinatie met een afdaling via de kabelbaan.

7) Voorbereidingswandelingen vanuit de Dominikushütte (1805m):

Gezien voor de beenspieren het zeer belastende karakter van deze toch, raad ik iedere ‘laaglander’ aan om goed voorbereid te beginnen aan de Berliner Hohenweg. Een goede voorbereiding daartoe zijn de volgende twee dagwandelingen vanuit de Dominikushütte:

a) Dominikushütte (1805m) – Olpererhütte (2389m) – Friesenberghaus (2498m) – Dominikushütte (1805m)  (ca. 5u45′):

Je volgt vanaf de Dominikushütte (GPS a01) de parking en asfaltweg in zuidelijk richting. Na een kwartier zie je langs de rechter kant ter hoogte van een gebouwtje een groot bord dat de charmes van de Olpererhütte aanprijst. In 2006 is de hut tot op de grond afgebroken met het oog op een volledige heropbouw en vergroting.

Ergens in 2007 zullen deze werken voltooid zijn. Wie in 2007 in de hut wil overnachten raadpleegt beter de site van de DAV (www.dav.de) voor nadere info.

Het pad betreft een probleemloze klim tot aan de hut. In 2006 was het er niet zo rustig vanwege het geluid van graafmachines, maar dit betrof uiteraard een tijdelijk ongemak om het comfort voor de komende jaren te verbeteren. Van hier heb je een mooi uitzicht op het stuwmeer en de omliggende bergen.

Schuin recht boven de hut vind je de splitsing (GPS b01) tussen het pad naar de Geraer Hütte en het Friesenberghaus. Het eerste deel van het pad naar het Friesenberghaus verloopt probleemloos en relatief vlak, maar het venijn zit in de staart. Wanneer je het Friesenberghaus ziet liggen, begint het pad een 200m te stijgen, langs een pad een in wandhelling bestaande uit relatief fijn gesteente. Het grootste probleem doet zich voor wanneer deze wand ingesneden wordt door bergbeken, omdat daar het pad nog smaller en vooral steiler is. Goed schoeisel en zelfzekerheid zijn hier noodzakelijk. Boven  je zie je het bovenstation van de Gefrorne Wand dat deel uitmaakt van het zomerskigebied van Hintertux.

Eenmaal je je zowat boven het Friesenberhaus bevindt, vind je een splitsing (GPS b02) en een pad dat in de plaatselijke traditie zeer steil afdaalt en vervolgesn een dalkom met stenen passeert tot je het normale toegangspad tot het Friesenberghaus bereikt

Friesenberghaus:

(GPS b03 – 2498m) (66 slaapplaatsen Tel: 0043/676/7497550).

De hut wordt bevoorraad per helikopter en dus liggen de prijzen hier iets hoger dan in de andere hutten. Reken op zowat 2u voor dit deel.

Bij het Friesenberghaus vind je uiteraard ook de aanduidingen voor de Gamshütte (9u). Uiteraard is dit trajekt enkel af te leggen bij goed weer en wanneer je een zeer goede conditie hebt.

De afdaling vanaf het Friesenberghaus naar de Dominikushütte (GPS a01) verloopt via een relatief langzaam dalend pad door een gevarieerd landschap. Reken voor de afdaling op zowat 2u.

b) Dominikushütte (1805m) – Hohenweg (2500m) – Pfitcher Joch Haus (2275m) – Dominikushütte (1805m)

Opnieuw vertrek je via de parking en volg je deze tot het einde.

Je steekt de brug niet over, maar gaat via een brede poort die een weide afsluit via een aanvankelijk brede weg omhoog. Op het ogenblik dat de weg in een haarspeldbocht terugkeert naar de richting van waaruit je komt, ga je rechtdoor via een grassig plateautje waar de koeien zich thuis voelen. Op een bepaald punt loopt dit plateautje dood en daar vind je de eerste tekens van het pad. Vanaf hier klimt het gestaag tot je de Unterschrammenbach nadert. Deze steek je over via een brug. Nu klim je verder langs de andere oever van de bergrivier tot een kom bereikt met meertjes. Voorbij deze meertjes ga je steil de wand in tot je de Hohenweg bereikt op ca 2500m. Als je nog ca 100m naar rechts stijgt, bereik je een bivak. Vanaf hier kan je naar de Geraer Hütte en de Olperer Hütte.

Wij gaan echter naar links en dalen langzaam af naar 2400m. We ronden de Ameiskopf en ronden vervolgens de Oberschrambachkar.

Vanaf de volgende graad beginnen we af te dalen naar een hoogte van 2200m om aldaar de Zamser Bach te dwarsen. Vervolgens klimmen we weer tot aan de grens en de gesloten Zollwachthütte (GPS b04).

Even verder net op Italiaanse bodem vind je het Pfitscher Joch Haus

Pfitscher Joch Haus (2275m – GPS b05).

Deze hut wordt via de weg vanuit Italië bevoorraad. Men spreekt er zowel Duits als Italiaans. Na een rustpauze vat je de afdaling aan. Eerst ga je terug tot aan de grens en vanaf hier kan je zowel de jeepweg nemen als  het pad dat afdaalt naar het stuwmeer. In de kom komen de twee terug samen. Waar de meanders terug samen komen om zich vervolgens in een geul te storten heb je de mogelijkheid om rechtstreeks via het pad af te dalen, of klim je terug een stukje via de jeepweg tot aan een almhut op 2098m. Hier vind je de gebruikelijke producten. het is hier gezelliger dan in de Italiaanse hut, die wat steriel overkomt, vooral door de zelfbedieningstoog. Wees vooral niet verwonderd dat je hier veel lui met een fiets zult zien sleuren. Blijkbaar maakt dit deel uit van een grotendeels verharde populaire mountainbikeroute.

Vanaf hier verloopt de afdaling verder probleemloos tot aan de parking van het stuwmeer en de Dominikushütte.

8) Voorbereidingswandelingen vanuit het dal (camping):

a) Laubichl (620m) – Kotahornalm (1624m) – Karalm (1746m) – Mayrhofen Laubich (620m) (ca. 7u)

Je vertekt vanaf de camping (GPS c01) en loopt naar linksrichting Mayrhofen tot het eerste asfaltwegje naar links. Dit volg je tot het einde en tot aan de bosrand, waar je het pad naar links volgt (Hollenz Bergweg). Je blijft deze weg volgen tot je op wat asfalt komt. De aanduidingen zijn hier niet zo duidelijk.

Aanvankelijk volg je de aanduiding Ramsau. Je moet in elk geval de meest stijgende weg volgen en de aanduidingen van het pad 51.

Hoger zal je uiteindelijk betere aanduidingen vinden richting Gerlossteinwand en uiteindelijk Kotahornalm (GPS c08). De Karalmhütte is heel erg klein. je zal er dus hoofdzakelijk buiten moeten zitten. Bij slecht weer kan je misschien beter halt houden in de eerste hut.

Via het pad 50 loop je naar de al genoemde Karalm (GPS c09). De hut is uiterst klein en niet erg prijzig. Ze wordt uitgebaat door een oude man (hoe lang nog?).

Een beetje voorbij de hut komt het pad uit op een jeepweg (GPS c10). Vanaf hier wordt de afdaling aangevat, soms langs de jeepweg, soms langs een pad dat de bochten afsnijdt. Uiteindelijk kom je aan het gasthuis Steinerkogel (1269m – GPS c15). Vanaf hier heb je een mooi uitzicht op Mayrhofen. Vanaf hier daal je weer af via een pad (nr. 5) naar Mayrhofen. Bij GPS c16 passeer je een kapel en kruisweg en vervolgens bereik je bij GPS c17 het begin van de bewoonde wereld van Mayrhofen. Door het stadje ga je terug richting camping (GPS c01).

b) Laubichl (620m) – Mayrhofen – Finkenberg – Gamshütte (1921m) – Karlsteg (821m) – Mayrhofen – Laubichl (ca 9u):

De Gamshütte is de eerste hut van de Berliner Hohenweg. Gezien je echter de tweede dag al een tocht van 9u (met volle rugzak) voorgeschoteld krijgt, wordt deze niet zo veel gebruikt als startpunt, maar wordt eerder de ook door mij gebruikte Furtschaglhaus daarvoor gebruikt.

Vooreerst is de hier voorgestelde dagwandeling een lange toch. De horizontale afstand is groot en het hoogteverschil bedraagt 1300m. De gemakkelijkste manier om het voor jezelf iets lichter te maken is dat je de tocht in omgekeerde richting maakt en daarbij de bus neemt vanaf het treinstation of het postgebouw in Mayrhofen richting Dominikushütte en Schlegeisspeicher  of enkel tot Ginzling (rijdt vroeger en later (www.postbus.at)) en afstapt aan de eerste halte door de tunnel, zijnde Karlsteg (897m). Op die manier heb je al ruim 250 m hoogte gewonnen, maar heb je vooral een redelijke horizontale afstand afgelegd.

Je steekt hier dan de brug over de rivier over (GPS d11) en volgt het wat rommelig pad tussen de  voor de landbouw beschikbare stukken tot aan een zitbank (GPS d10) met zicht op het dal. Hier vind je het pad (Georg Herboltz Weg) omhoog tot aan een splitsing (GPS d09) vlak onder de Gamshütte. vanaf hier volg je het pad naar links tot aan de hut zelf (GPS d08). Een bijkomend voordeel is ook dat deze kant steiler is en dat dit voor de gemiddelde bergwandelaar technisch gemakkelijker is dan afdalen via dezelfde weg.

Ikzelf heb dus alles te voet gedaan en ben vertrokken vanaf de camping naar link en dan aan de eerste kleine asfaltweg recht tot aan de hoofdweg. Deze dwars je en vervolgens dwars je ook de spoorweg. Je gaat een stukje weg van de hoofdweg en loopt dan verder min of meer evenwijdig ermee. De weg gaat ter hoogte van een gasthuis over in een smalle voor het verkeer in het algemeen.

Je volgt in dezelfde richting tot je aan een kruispunt komt met rechts van je een brug. Hier dwars je de brug en ga je in dezelfde richting verder, stroomopwaarts langs de rivier tot je uitkomt in een bocht van de weg. Je dwarst de rijbaan  en gaat rechtdoor, eerst min of meer vlak, maar al snel gaat het steil omhoog. Op een bepaald ogenblik dwars je na een hees een klein bruggetje en klim je verder door een weide tot aan een bosrand.

Het gaat verder omhoog lang de kloofrand tot je de eerste huizen bereikt van Finkenberg. Hier zoek je de aanduiding van de Duivelsbrug en dan ga je naar links tot aan een brug met een mooi zicht op de kloof. Aan de overzijde loopt een mooi pad dat je door het bos en langs de kloof tot aan de volgende brug. Opnieuw een mooi zicht op de kloof en een oude houten overdekte brug.

Hier vind je de eerste aanduiding naar de Gamshütte (3u). Je blijft op de zelfde oever evenwijdig aan de rivier lopen tot je langzaam de laatste huizen bereikt. Op een bepaald ogenblik vind je naar links een wat modderig paadje met een aanduiding naar de hut. Uiteindelijk kom je terug op een berijdbare weg.

Die volg je nog even tot je uiteindelijk het echte begin van het pad bereikt. Je  loopt hier over de Herman Hecht Weg en maakt eerst lange haarspeldbochten door het bos omhoog. Vervolgens ga je naar links en kom je in een meer open stuk om uiteindelijk bij een schuilhutje (GPS d07) met rustbanken een mooi uitzicht te vinden op het lagere dal. Je klimt verder tot je bij GPS d08 de splitsing bereikt met het pad vanaf Karlsteg. Vervolgens gaat het nog iets meer omhoog tot je de feitelijke hut bereikt bij GPS d09.

Gamshütte:

(1921m – 38 slaapplaatsen en daarmee de kleinste hut –

tel: 0043/667/343.77.41)

Afdalen kan je dus ofwel via Karlsteg of via Finkenberg. Ikzelf daalde dus af via Karlsteg. Het pad is dus beduidend steiler dan de Herman Hecht  Weg. Het is ook minder gebruikt en daardoor iets meer overgroeid, maar niet van die aard dat dit problemen oplevert. Aan Karlsteg, (GPS d11) kan je wachten op de bus (als er nog een is). Je kan ook verder te voet afdalen. Het eerste deel verloopt nog via een pad. Je dwarst aan Karlsteg de weg en neemt de trapjes omhoog zodat je boven een sneeuwgalerij loopt. Vervolgens passeer je een schietstand voor kleiduifschieten, om wat verder terug af te dalen naar de oude weg naar Mayrhofen. Het meeste verkeer gaat door de tunnel. Met wat geluk zie je hier mensen die aan Canyoning doen.

Laat je niet verleiden om het pad 33 naar Finkenberg te nemen, want dat is een grote omweg. Volg gewoon de weg tot aan het vervallen gasthuis Jochberg. Hier vind je opnieuw een pad (GPS d12) dat je wegleidt van de rijbaan. Je komt uiteindelijk  terug op de weg (GPS d13) en wanneer deze een bocht naar rechts maakt, ga je rechtdoor via een smal wegje. Op dit deel moet je goed opletten voor de vele richtingsveranderingen (Mayrhofen 30), maar uiteindelijk kom je opnieuw in de weiden. Uiteindelijk kom je aan een brugje waar je de rivier oversteekt en dan loop je er langs tot je terug aan de hoofdweg vanuit Finkenberg bent.

Vanaf hier volg je dezelfde weg terug naar Mayrhofen en de camping.

c) Laubichl (620m) – Astegg (1176m) – Penkenhaus (1814m) – Penken (2095m) – Penkenalm – Bergrast (1794m) – Astegg (1176m) – Laubichl (620m):

Het meeste van deze tocht kan je met de kabelbaan afleggen. Er bestaat zelfs een combinatieticket voor de kabelbaan van Finkenberg en die van Mayrhofen. Als hier gebruik van wilt maken, vergeet dan je Gastenkaart niet als je verblijft op het grondgebied van Mayrhofen, want daarmee krijg je korting op de tarieven voor de kabelbaan. Persoonlijk vind ik het tamelijk prijzig en ik maak er dus enkel gebruik van als het echt niet anders kan.

Ikzelf heb dus alles opnieuw te voet gedaan en ben vertrokken via dezelfde weg als  beschreven in wandeling b.

En dus ga je vanaf de camping naar link en dan aan de eerste kleine asfaltweg recht tot aan de hoofdweg. Deze dwars je en vervolgens dwars je ook de spoorweg. Je gaat een stukje weg van de hoofdweg en loopt dan verder min of meer evenwijdig ermee. De weg gaat ter hoogte van een gasthuis over in een smalle voor het verkeer in het algemeen . Je volgt in dezelfde richting tot je aan een kruispunt komt met rechts van je een brug. Hier dwars je de brug en ga je in dezelfde richting verder, stroomopwaarts langs de rivier tot je rechts een pad vindt dat omhoog gaat tegen de berghelling met als aanduidingen: Astegg en Zimmereben. Hoger op de helling vind je de splitsing tussen Astegg en Zimmereben.

Je gaat hier naar links en volgt het pad 2 naar Astegg.

Bijna boven kom je op een verharde weg die noch licht stijgt om dan af te dalen naar het dal. Het Penkenjochhaus staan aangeduid naar links, maar dan loop je gewoon via Astegg (een zaak waar je iets kan gebruiken.), om vervolgens via een pad naar de verharde weg geleid te worden. Ikzelf ben naar rechts gegaan en heb vervolgens onmiddellijk de verharde weg omhoog genomen naar GPS e03. Je volgt de weg verder omhoog tot je een afslag vindt naar het Penkenhaus (22b). Vanaf hier begint er weer een echt bergpad tot aan het Penkenhaus (GPS e04). Hier vind je nog een echte berghut, maar hoger is enkel koning ski nog heer en meester.

Vanaf hier ga je een beetje naar rechts over een brede weg om iets verder deze te verlaten bij GPS e05 en de klim aan te vatten naar het Penken Jochhaus of liever gezegd: het eindstation van de skilift uit Finkenberg. Dit gaat hoofdzakelijk via een pas aangelegde bulldozer weg, die in de winter waarschijnlijk als skipiste gebruikt wordt. Hier en daar vind je nog een afsteek via het oorspronkelijke pad, maar dit geeft duidelijk weer dat er aan de skiërs duidelijk meer te verdienen is dan aan de wandelaars.

Eenmaal boven aan het eindstation (GPS e06) kom je terecht in een wereld die mij niet  ligt. Er wordt hier naarstig gebouwd aan een tweede après-ski bar, gezien de buren er ook één hebben. Ik heb mij op een steen gezet en heb hier wat gegeten en gedronken van wat ik zelf uit het dal omhoog heb gebracht en verder heb ik hier dit toeristencircus bekeken en zij hebben mij bekeken zoals men een aap in de zoo bekijkt.

Ik ben dan afgedaald via de brede weg richting Penkenalm, waar je een open zetellift vindt tot aan Bergrast. Opnieuw ben ik te voet afgedaald tot aan een splitsing, waar je naar rechts terug gaat naar het Penkenhaus en links naar het tussenstation (GPS e08) van de kabelbaan naar Mayrhofen loopt. Hier kan je met een gesloten gondel afdalen tot Mayrhofen (Penkenbahn). Als je te voet wilt afdalen, volg je de weg nog iet verder tot aan het basisstation van alweer een skilift en hier vind je eindelijk weer een echt bergpad naar beneden. Op een bepaald ogenblik zal je terug samen komen met het pad dat je naar omhoog volgde en hier daal je terug af langs dezelfde weg tot Mayrhofen en Laubichl.

9) Algemene info bij het reisverslag.

Streek: Tirol Zillertal grens Oostenrijk – Italië

Traject: Dominikushütte – Edelhütte

Periode:  september 2006

Reisgezelschap: drie Initiators Bergwandelen

Transport:

– Heen- en terugreis: met personenauto door Duitsland (Achen, (richting Köln), Koblenz, Ludwigshafen, Speyer, Hockenheim, Heilbronn, Nurenberg, Ingolstad, Munchen, Holzkirchen, (richting Roenheim, Salzburg), Bad Wiessee, Wiesing, Zell am Ziller, Mayrhofen,

Nota: de weg 318 naar Bad Wiessee kan op een zonnige zaterdagochtend vanuit de richting Munchen extreem druk zijn, gezien dit voor de inwoners van Munchen zowat hetzelfde is als voor ons een dagje aan zee.

Reizen kost:

Brandstof diesel:

  • 1,07 tot 1,14 EUR (Duitsland)
  • vanaf 1,04 EUR (Oostenrijk)
  • vanaf 0,98 EUR (België)

Bier 50cl: 3,30 à 4,00 EUR

Wijn:25cl  3,00 à 4,40 EUR

Dominikushütte: Lager met ontbijt: 19,00 EUR Half-pension: +10 EUR. Oostenrijk. Tel.:0043/5286.5216

Avondmaal (hoofdschotel): 8 à 12 EUR

Halfpension op het lager in een berghut voor leden van eenbergsportvereniging: 18 à 26 EUR. Niet leden: 8 EUR supplement.

Algemeen advies: neem je middageten in de vorm van krachtvoer mee vanuit België en draag dit voor de tocht mee in je rugzak

Totaal reisbudget: ca 40 EUR per dag + verplaatsingskosten

Betalingswijzen:

– Cash in de hutten. Cash afhalen kan via Bancontact in Mayrhofen (cash afhalen uit de biljettenautomaat), duur met kredietkaart.

Reisliteratuur:

Zillertaler Runde Berliner Höhenweg (folderuitgegeven door DAV (Deutscher Alpenverein), enkel terplaatse gevonden in de hutten.

Alpenvereinskarten:

  • Zillertaler Alpen Westliches Blatt 35/1
  • Zilletaler Alpen Mitte 35/2

(beiden schaal 1:25/000) 9,5 EUR per stuk.

Kompass Karte 37 Zillertaler Alpên Tuxer Alpen 1/50.000

Internet:

www.publish.at/trekking (alle lange afstandstrekkingroutes in Oostenrijk)

www. gipfelstuermerin.de (doorklikken naar Berliner Höhenweg: mooi verslag met foto’s in het Duits)

www.alpin-koordinaten.de

www.postbus.at (busvervoer)

a) Inleiding.

Na de Karnischen en de Stubaier Höhenweg, kwam de Berliner Höhenweg in beeld. Hier geen Klettersteig, maar traditioneel klauterwerk met hier en daar een kabelzekering. Ondanks dat ik mijn lichtste rugzak in jaren bijhad (11kg zonder water) heb ik nog nooit zoveel spierpijn gehad als dit jaar. Ligt dit aan het toenemen der jaren, een minder goede conditie of toch aan het pad zelf?

Ik ben van een ding overtuigd geraakt, namelijk dat je als Laaglander maar beter een paar dagen uittrekt om in te lopen, voor je aan de feitelijke tocht begint.

Je kan deze tocht in twee richtingen lopen: in wijzerzin en tegenwijzerzin. In hetfoldertje van de DAV en in het verslag van ‘Gipfelstermerin’ wordt hij in de tegenwijzerzin beschreven. Voordelen hiervan zijn naar mijn menig dat je bij vertrek vanaf de Dominikushütte de beklimmingen kan uitvoeren, terwijl de helling nog in de schaduw ligt, wat bij het mooie, zonnige en zeer warme weer,waarvan wij konden genieten een voordeel is. In het begin van het seizoen kan dit een nadeel zijn, bij aanwezigheid van substantiële hoeveelheden van oude sneeuw, gezien die op dat ogenblik nog verijsd kan zijn. Nadeel is dat je in tegenwijzerzin zwaardere afdalingen hebt dan in wijzerzin. In wijzerzin klim je langer in de zon wat kan leiden tot een grotere consumptie van water.

Voor het trajekt Mayrhofen, Edelhütte, Kasslerhütte, zou ik een lichte voorkeur geven aan de wijzerzin mits je zeer goed ingelopen bent, gezien je op het traject Edelhütte Kasslerhutte, beter bekend als de Aschaffenburger Höhenweg of Siebenschneidensteig dan het zwaarste gedeelte eerst te verwerken krijgt.

Elke looprichting heeft dus op bepaald ogenblikken, bepaalde voordelen en het is dan ook moeilijk om een onverdeeld advies te geven voor deze of gene richting, maar later nog meer daarover in de beschrijving van de dagtrajecten.

b) Uitrusting en voeding

Fysieke voorbereiding:

Hoe beter je fysieke conditie bij vertrek, hoe groter de kans dat je van je reis kan genieten. Als je vanaf de Dominikushütte vertrekt, stijg je de eerste dag slechts 500 meter. De volgende dag is dat 900m en de derde dag 1220m naar omhoog. Vooral de afdalingen zijn bij mij meer in de benen blijven hangen dan de klimmen. Daar waar ik normaal één dag spierpijn heb is dat hier blijven hangen, in zoverre zelfs dat ik het gevoel had onveilig te lopen. Vandaar dat ik de niet eervolle maar wel verstandige beslissing genomen heb om af te dalen.

Een week later heb ik dan bij goed weer de rest afgewerkt.

Kledij op het lichaam:

– schoenen: bergschoenen type A/B tot B/C in geolied leder of leder met gore-tex

– stel sokken: bij voorkeur 2 van goede kwaliteit

– trekkersbroek, eventueel met afristbare pijpen of traditionele kniebroek, bij voorkeur in een sneldrogende stof.

– Synthetisch ondergoed, slip en T-shirt met lange of korte mouwen.

– lichte fleece

– zonnehoedje

Kledij in de rugzak:

– zware fleece, eventueel met windstopper

– Gore-tex jas met kap of hoed en regenbroek.

– handschoenen (wol, gore-tex, neopreen)

– gletsjerbril, zonnecrème (beschermingsfactor 20 of hoger) en lippenzalf met beschermingsfactor.

– reserve synthetisch T-shirt en slip

– reserve sokken

– training voor in hut (zeker indien men geen goede regenkledij bezit) en eventuele hutpantoffels (in de meeste hutten zijn er wel te vinden en zo niet kan je ook op je kousen lopen. Dat spaart weer een kleine halve kilo)

Andere uitrusting:

– telescopische wandelstok (ontlast de knie‰n bij het dalen, hier echt geen overbodige luxe, tenzij je Superman bent)

– rugzak van 60l. Steek alles in je rugzak in plastic-zakken afgesloten met metaal-clip (een regenhoes helpt namelijk niet als je in een beek valt). Ikzelf gebruik Geenline vuiniszakken van Colruyt. 1 voor reservekledij en slaapzak onderin, 1 voor voeding en de onderweg noodzakelijke wisselkledij bovenin de rugzak.

Kleine spullen gaan allemaal in diepvrieszakjes.

– een lakenzak (verplicht in de hutten van het DAV en ÖAV) of lichte huttenslaapzak.

– 1 handdoek max. 40 x 80 cm bij voorkeur in microvezel (droogt sneller en geeft minder snel geurtjes – tegenwoordig reeds te koop in de Aldi).

– een washandje met een klein busje douchezeep en eventueel wat shampoo, een reistandenborstel met kleine tube tandpasta of doe de tandpasta in een filmblikje, een scheermesje en een stik met zeep of een scheerapparaat op batterijen (De Edelhütte heeft geen elektriciteit voor gasten.)

– een paar pakjes papieren zakdoekjes, doet dubbel dienst als toiletpapier.

– drinkbussen of zak met drinkslang met een gezamenlijke inhoud van 2 tot 3 liter (wel water onderweg, maar enkel veilig bruikbaar mits behandeling en dus 1 uur wachten voor gebruik)

– voor wie het extra gewicht wil dragen: inox thermos met een aantal zakjes oploskoffie of thee. Geen brander, warm water kan je in de hutten krijgen (theewasser: 1L 1,80 EUR voor leden van een bergsportvereniging)

– zakmes

– micro-zaklamp (om het toilet te vinden zonder iedereen wakker te maken)

– persoonlijke apotheek: rekverband, steriele doekjes, ontsmettingsmiddel, wondpleisters, schaartje, sporttape, compeed (blaren), ibuprofen, dafalgan, middel tegen neusloop, imodium

– reserve plasticzakken

– naald en draad.

– tube handwaszeep (1 voor 2 personen of overschotje)

– Gsm: voor wie contact wil houden met het thuisfront (opgelet: zeer beperkte dekking van GSM-net in de Zillertaler Alpen)

– orientatiemiddelen: bij voorkeur de reeds vermelde stafkaarten  van het ™AV Alpenvereinskarten Zillertaler Alpen 35/1 en 35/2 schaal 1/25.000 (als je de volledige ronde wil lopen), kompas, hoogtemeter en GPS (nuttig, maar niet noodzakelijk)

Klettersteigset:

– Ondanks dat er verschillende kabelzekeringen langs de route zijn aangebracht, zijn deze stukken eerder kort en is het gebruikte type kabel niet steeds geschikt voor het gebruik met klettersteigkarabines. Wie niet tredzeker en vrij van hoogtevrees is hoort hier naar mijn mening niet thuis.

Voeding:

Volgens de voedingsleer zou je een verhouding van 15% proteïnen, 30% vet en 55% koolhydraten moeten bevatten. Voor sommige soorten sport gaat men zelfs naar 70% koolhydraten. Hou echter rekening met het feit dat vet meer calorieën geeft voor hetzelfde gewicht.

Mijn menu is zodanig samengesteld dat ik in principe alles wat ik onderweg moet eten, los uit de hand kan eten. Dit is handig bij slechte weersomstandigheden en spaart bovendien gewicht uit aan verpakkingsmateriaal, bestekken, enz.

Alles voor onderweg stop ik per dag in een plastic zak. Als het regent, steek ik die zak op de plaats waar mijn regenvest normaal zit, waardoor ik niet elke keer de rugzak moet opendoen.

In het Zillertal viel vooral het ontbijt zelfs bij half-pension mij redelijk zwaar tegen, zodat je moet terugvallen op je meegebrachte reserves of bijkomende spullen moet kopen in de hutten.

Ikzelf weeg 78kg. Wie zwaarder is zal in verhouding iets meer nodig hebben. Een menu moet voldoende gevarieerd zijn en moet uiteraard voor jou aanvaardbaar zijn. Weet echter dat ik thuis ook wel iets anders eet dan dit.

Veel sportvoeding vermeldt reeds de samenstelling en de energieopbrengst op de verpakking. In dien je het niet vindt op de verpakking, zal je gebruik moeten maken van een algemene lijst met voedingsmiddelen. Die kan je terugvinden in een boek over dieetleer in de bibliotheek. Als je weet dat 1g proteïnen of eiwitten overeenkomt met 17kJ of 4kcal, 1g vet met 38kJ of 9kcal en 1g koolhydraten met 17kJ of 4kcal, dan kan je zelf aan de slag.

NAAM:                          gr.      prot.    koolhyd.        vet           kJ

Muesli reep Aldi           75       5,2      52,5               9,0            1.313,25

Energy Bar Aldi.          80       3,9      56,72             7,52           1.308,08

Ritter Sport                100      8,2      34,77             11,31          1.145,54

Snickers(Fore)             60       5,7      34,8              15               1.243,20

Totaal:                         315      7,39%  56,75%        13,60%      5.010,07

De Ritter Sport chocolade kocht ik bij Makro. Ritter Sport smelt minder snel dan sommige ander soorten. De hier vermelde mueslirepen, Energy Bars (tijdelijk aanbod) en Foré komen uit Aldi. Koop bij voorkeur harde repen, de zachte verkruimelen te snel in je rugzak.

 

Advertenties

2 reacties op Berliner Höhenweg

  1. apoleon zegt:

    hallo,

    Ik zou in september dezelfde tocht willen ondernemen en vroeg me af hoe je je moet voorzien voor het eten onderweg? Is het mogelijk om een lunch te kopen, maken in de hut of moet je alles meenemen voor je aan de tocht begint?

    Groeten

    • Patrice,

      Het is goedkoper om het mee te nemen bij aanvang van de tocht, maar je kan het ook kopen in de hut. Je kan ofwel extra brood kopen ’s ochtends bij het ontbijt en daarmee een lunchpakket maken of Snickers en chocolade kopen in de hut. Beiden zijn relatief duur, gezien de transportkosten. Het hangt dus af van je budget en van hoeveel kilo je kan dragen, hoe je dit oplost.

      Groetjes,

      RoVer

Commentaar? Vragen? Reacties, altijd welkom.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.