Via de la Plata

Algemene info bij het reisverslag.

Spanje (Via de la Plata).

Streek: Andalucia, Extremadura, Castilla y Leon

(Sevilla, Badajoz, Caceres, Salamanca, Zamora)

Traject: Sevilla – Zamora

Periode: 02/03/12 – 21/03/12

Reisgezelschap: solo

Transport:

– Heenreis: Ryanair www.ryanair.com : Charleroi – Sevilla (55€ incl. Rugzak tot 15kg)

– Luchthaven – Sevilla centrum: (2,40€, in principe om het half uur, maar bij grote drukte, frequenter, wat nodig was op een vrijdagavond om 20.00u. De bus stopt aan het busstation en aan een aantal grotere hotels rond het echte centrum. Het is dus een beetje plannen waar je het beste uitstapt in functie van het door jou gekozen hotel.)

– Sevilla – Zamora: te voet

– Zamora – Valladolid: bus (7,10€ elk uur vanaf 07.00 uur. Maatschappij: La Regional. Het loket in het busstation gaat pas open om 07.30 uur. Voordien moet je waarschijnlijk je kaartje kopen op de bus. Reisduur: ca 1u30).

– Valladolid – luchthaven: bus (3€, enkel om 10.30 en 17.00u. Maatschappij: Linecar  www.linecar.es  Het kaartje koop je op de bus zelf, niet aan het loket. Omstreeks 10.15u kwam een bus van Linecar met opschrift Valladolid – Aeropuerto aangereden in het busstation. Deze bus werd langs de kant gezet. Om 10. 25 uur kwam een bus van dezelfde maatschappij, zonder enige verder aanduiding aangereden. Dit bleek dan de bus te zijn naar de luchthaven. Zeer verwarrend dus)

Nota: de luchthaven van Valladolid is erg  klein. Je kan er enkel belegde broodjes en drank krijgen (zelf meebrengen is dus verstandig en budgetvriendelijk) . Verwacht er ook geen taxfree shop.

– Terugreis: Ryanair: www.ryanair.com Valladolid – Charleroi (44€ incl. Rugzak tot 15kg)

Logies: 2 Hotels:

–    San Pancratio, Sevilla (25€ 1 persoonkamer met gemeenschappelijk sanitair)

–    Hotel Diana *** Villafranca de los Barros (34€ 1 persoonskamer met eigen sanitair)

Albergues (Donativo tot 12€ incl. ontbijt. Zie verder in tekst)

Reizen kost:

–    Menu del dia: 8€ tot 11€ in de week en buiten het centrum van toeristische steden

–    Koffie of thee: 1€

–    Bier, Clara, Tinto de Verano: 1€

–    Grote fles mineraalwater: 0,40€ (winkel) tot 1,50€ (bar)

Totaal reisbudget: 550€

Betalingswijzen:

– Cash

– Bancontact (cash afhalen uit de biljettenautomaat).

Reisliteratuur:

– Via de la Plata (2011, Cordula Rabe www.rother.de )

– Lonely Planet Spain.

Internet adressen:

www.rother.de

www.ryanair.com

www.b-rail.be

www.booking.com

www.hoteldiana.es

www.linecar.es

www.laregionalvsa.com

Reisverslag:

Via de la Plata (Sevilla – Zamora (560km))

1) Inleiding.

Wat is het verschil tussen 12 jaar geleden en nu?

Veel… ten goede en ten kwade.

Ten goede:

– het is goedkoper geworden.

– het is gemakkelijker geworden.

– het is comfortabeler geworden.

Ten kwade:

– het is drukker geworden.

– het is minder stil geworden, zowel onderweg als in de albergues.

2) Verschillen tussen de Camino Francés en de Via de la Plata.

Kenmerken Camino Francés.

– Afstand Saint-Jean-Pied-de-Port tot Santiago: 750 km

– Afstand tussen de albergues: 10 km.

– Kostprijs van de reis: zeer goedkope overnachtingen in de albergues: bepaalde of vrije donativo

– Opvang van de pelgrims: zeer goed

– Drukte: in de zomer: zeer druk.

– Markering van het pad: zowel metalen borden als gele pijlen.

– Terrein: iets zwaarder dan de Via de la Plata.

Kenmerken Via de la Plata.

– Afstand van Sevilla tot Santiago: 1000 km. (tot Zamora 560 km)

– Afstand tussen dorpen met overnachtingsmogelijkheid:

  1. één maal 30 km (geen uitwijkmogelijkheid, tenzij een gedeelte per taxi af te leggen
  2. één maal 35 km tenzij men 3,5km van de route afwijkt, dan 25 km
  3. één maal 38,5km tenzij men 2km afwijkt van de route, dan 28 km.

– Kostprijs van de reis: iets duurder dan de Camino Francés, gezien er niet overal albergues beschikbaar zijn en men occasioneel gebruik moet maken van ‘normale’ hotelaccommodatie, zeker als men de hierboven vermelde verkleiningen van de dagetappes wenst te gebruiken.

– Opvang van de pelgrims: een begin van organisatie.

– Drukte: onbestaand in vergelijking tot de Camino Francés.

– Markering van het pad: veel beter dan 12 jaar geleden. Wisselend per provincie. Alleen is de kwaliteit van de oorspronkelijke Gele Pijl op bepaalde trajecten achteruit gegaan. Het vrijwilligerswerk gaat wat verloren omwille van initiatieven welke door de overheid gesubsidieerd worden. In grotere steden ontbreekt soms elke aanduiding. Maar nu bestaat er de GPS met tracklog van Rother, waardoor de fun een beetje verloren gaat.

– Terrein: iets makkelijker dan de Camino Francés, maar in werkelijkheid moeilijker door het grotere gewicht dat je moet meedragen. Op sommige trajecten moet je water voor het hele dagtraject meedragen. Bij een zomerse temperatuur tot 40° drink je wel wat af. Het gedeelte Sevilla – Zamora is dan ook enkel aan te raden in het voor- of najaar, vanwege de mogelijke temperaturen. In 2012 liep ik het traject in maart en ik heb temperaturen meegemaakt van -4°C ’s ochtends tot 26°C ‘s middags, wel niet op dezelfde dag.

3) Vocabularium van de Pelgrim.

– Perro: in de nabijheid van kuddes en hoeves zijn ze occasioneel een plaag.

Een goed pelgrim is steeds uitgerust met een stok. Zijntweede stuk uitrusting, namelijk losse stenen, zijn in Spanje niet schaars. Van zodra je op de hoogte bent van hun aanwezigheid, begin je uit te kijken naar een geschikt exemplaar. Zelfs indien je er niet onmiddellijk één vindt, is met je hand naar de grond gaan en doen alsof je er één opraapt, vaak al voldoende.

Bij de iets hardnekkigere exemplaren, en vooral als ze met meerderen zijn, is het werpen absoluut noodzakelijk.

De dierenvriend in mij had daar in het begin wat problemen mee, maar je leert het snel.

-Albergue: in vergelijking met 12 jaar geleden, moet je niet meer op de grond slapen. Een nieuw probleem is dan weer vlooien L. Aanwezig in meer dan één herberg. Sommige gemeentelijke herbergen hebben problemen met het ontbreken van toezicht en zorg, ondanks het feit dat het gemeentebestuur wel een bedrag incasseert. Weet dat er een risico bestaat op vlooienbeten in meerdere herbergen. Ik was niet de enigste pelgrim die daarmee te maken had. De slechtst herberg was op in maart 2012: Casar de Casares, maar er staat een gloednieuwe klaar, echter nog niet operationeel.

-Soy peregrino: meestal overbodig, maar toch handig om af te dingen op de prijs van een kamer.

-Un grande botella de agua y un poco de sal: ideaal om het verloren vocht weer aan te vullen.

-Un tinto de verano: de helft rode wijn en de helft spuitwater.

-Un clara: de helft bier en de helft spuitwater.

4) Heenreis.

Je neemt een combiticket trein-bus naar Charleroi-Zuid, nadat je ruim op voorhand je ticket geboekt hebt op www.ryanair.com . Uiteraard vergeet je niet minstens 4 uur en maximaal 15 dagen op voorhand jezelf in te checken en je ticket af te drukken.

Vergeet alle drankjes, broodjes, loten en belkaarten die men je tracht te slijten tijdens de vlucht.

En dan nog in het centrum van Sevilla geraken. Ikzelf ben uitgestapt aan het busstation en liep vervolgens op GPS naar de Albergue Triana in de Calle Rodrigo de Triana 69 (GPS). Aldaar kan je voor 2€ een Credential Peregrino krijgen. Slapen, zou ik er niet willen doen… te druk en verhoudingsgewijs te duur. Vervolgens liep ik richting Kathedraal en Hostal San Pancratio, Cruce 9 (GPS), pal in het centrum, maar zonder mogelijk straatlawaai. Van intern lawaai heb ik ook geen last gehad. Daar zorgt de nadrukkelijke aanwezigheid van de uitbaters voor, zonder dat dit opdringerig is. Ik at in een Italiaans restaurant (GPS), waar men ook ’s avonds een menu wou geven (9€).

5) Dag 1: Sevilla – Castilblanco de los Arroyos (40km–9u ).

Sevilla.

De kathedraal is weliswaar de grootste en hoogste kerk, maar door de smalle straatjes er rond, is die niet steeds zichtbaar. Ook hier was de GPS weer handig. Gebruik wel geen straatnavigatie, maar de rechte lijn naar het punt en kies zelf de straatjes, links of rechts van de lijn van je route.

Achter de kathedraal loopt een straat (Avenida de la Constitution), waarin tramrails liggen. Je vindt hier halfweg een dwarsstraat, zijnde de Calle Federico Sánchez Bedoya. 30m de straat in vind je schuin rechts de Calle Cristóbal de Castillejo en vervolgens de Calle Jimios. Hier vind je de eerste gele pijlen, die je probleemloos de stad uitleiden. Na een opeenvolging van smallere straatjes, kom je in de bredere Calle Reyes Católicos, alwaar je naar links gaat richting de brug over het Canal de Alfonso XIII.

Je slaat de eerste straat rechts in en vervolgens weer rechts en links. Vervolgens gaat het in rechte lijn naar Calle Odiel. Hier vind je een eerste monument voor de pelgrim met een “Buen Camino”.

Je klimt de berm op en dwarst de drukke rijbaan. Vervolgens dwars je Avenida Carlos III, waarna je deze straat naar rechts volgt, en dit achter de vangrail tot je kan afdalen tot een oude parking van de het toenmalig terrein van de Olympische spelen. Je dwarst deze en loopt in de richting van een smalle brug over de Río Guadalquivir.

Over de brug vind je een splitsing tussen de variant via Camas en die via de rivierbedding.

Ikzelf koos voor de variant via de rivierbedding.

Je loopt langs de rivier tot aan een verlaten boerderij. Hier bevindt zich een soort hondenasiel. Er bestaat een risico op loslopende honden.

Je loopt hier verder via een weg schuin links. Je volgt deze weg in de richting van een stuk autosnelweg, die hier op pijlers staat boven de riviervlakte. Net voorbij deze brug, gaat het grind over in asfalt. Links vind je een Olympische schietbaan. Je volgt het asfalt en gaat zo onder de A66. Vervolgens gaat het verder richting een rotonde naast de N630. Ook hier ga je onder deze weg. Vervolgens loop je tot aan de oude weg door Santiponce, alwaar je naar rechts gaat.

Santiponce:

In het centrum van Santiponce vind je de ingang tot het opgravingterrein van Italica. De toegang is gratis voor EEG-burgers. Reken op een uur voor het bezoek. Het terrein is vrij groot. Je kan je rugzak afgeven aan de kassa. Enerzijds heb je de restanten van het amfitheater, anderzijds vind je er zeer mooi vloermozaïeken.

Het maakte mijn eerste dag nog zwaarder.

 

Na het bezoek aan Italica vervolg je je weg verder langs de zelfde weg. Je loopt tot aan de A66, die je dwarst. Je loopt iets verder tot aan een bocht, vlak voor een brug over de rivier. Hier verlaat je de weg naar links voor een grindweg. Je verlaat deze niet om de historische brug over de rivier te dwarsen, maar je blijft op dezelfde oever en loopt aanvankelijk evenwijdig met de A66, doch deze verwijdert zich langzaam. In de buurt van Guillena maakt de Camino een haakse bocht naar rechts en verder een haakse bocht naar links om zo verder Guillena binnen te gaan.

Wanneer het pad een bocht naar links maakt (vlak voor het dorp), vind je een pijl

rechtdoor (als je oplet). Door een stinkende beek (stokken gebruiken om je evenwicht te behouden op de hoge stenen), rechtdoor, langs een paar appelsienboomgaarden en het kerkhof naar het dorp.

Guillena:

Aan de kerk van Guillene ben ik even van de route af gegaan, naar links tot aan een pleintje/parkje, alwaar ik het enige restaurant vond.

Het was zaterdag en dus wou men geen menu geven.

Ik at toen:

  • Entrecote met friet en brood: 9€
  • Enselada mixta: 3’50€
  • Aqua mineral 0,50L: 1€

Je keert terug naar de kerk, alwaar je een waterkraan vindt en vervolgt je weg.

Aan het voetbalterrein vind je de albergue (20B, 5€ volgens Rother).

Na een open stuk in de bebouwing met zicht op de rivier, ga je naar rechts tot aan de rivier zelf. Bij lage waterstand, daal je af tot in de bedding, en tracht je deze te dwarsen, zonder je voeten nat te maken. Na recente regen, of tijdens een regenbui, zou ik kiezen voor de variant langs de weg, over de brug en zo verder tot aan een restaurant, alwaar de Camino de weg dwarst.

Aan de overzijde van de bedding, ga je via een haarspeldbocht de oeverhelling op. Vervolgens gaat het schuin richting weg. Je vindt hier aan de weg een restaurant dat open was op zaterdagmiddag.

Je dwarst de hoofdweg en loopt tot het einde van een industrieterrein. Hier gaat het schuin rechts, om uiteindelijk het industrieterrein te verlaten over een beekje via een landweg van niet zo goede kwaliteit.

Deze weg is niet zo goed en is niet zo geschikt voor gewone fietsers. Je kan hier een stevige mountainbike met niet al te veel bagage gebruiken.

Je volgt deze weg tot je terug op het asfalt komt. Onderweg kom je één punt tegen alwaar je water kan halen een 100 tal meter rechts van de weg, alwaar je een aantal waterverzamelputten vindt. Over de kwaliteit van het water kan ik niets zeggen, daar ik zelf nog voldoende water bij had.

Lange tijd loop je tussen 2 omheiningen.

Eenmaal op het asfalt worden er nog een aantal pogingen gedaan om dit te vermijden, maar ik heb die allemaal genegeerd, gezien het na 40 km veel lastiger lopen is dan op het asfalt en het tocht niets opbrengt.

Castilblanco de los Arroyos:

De Albergue van Castilblanco de los Arroyos, vind je in een straatje schuin omhoog voorbij het tankstation. Hij ligt op het bovenverdieping van de toeristische dienst. Er zijn 2 slaapkamers, een grote rechts en een kleinere aan de eetkamer. Slechts 1 bruikbare douche en 1 bruikbaar toilet. (16B 5€, Hospitalero komt om 19.00 uur voor stempel en ontvangen geld)

Bar tegenover Albergue: Stoofvlees met friet, gemengde sla en 3 glazen wijn: 9€

Nota: de uitbater kan het roken niet laten en laat dus ook zijn klanten roken. Zijn stem klinkt volledig kapot gerookt. Gelukkig is de bar groot, waardoor je er niet al te veel last van hebt.

6) Dag 2: Castillblanco -Almaden de la Plata (29 km- 5u30).

Naturpark Sierra Norte:

Vanuit Castilblanco volg je gedurende 15 km. de weg naar Almaden.

Opgelet: buiten het dorp de weg naar links volgen indien  je in het dorp de gele pijlen kwijtgeraakt bent (Almaden is aangeduid.)

Na 15 km relatief rustige weg, zonder veel mogelijkheden om te schuilen als het regent, kom je dan aan de ingang van wat nu het Naturpark Sierra Norte heet. Dit is een weinig voorbij kilometerpaal 4.

Een zijpoortje staat open. Buiten is er een oud wachthuisje, alwaar je iets kan eten (uit je rugzak uiteraard).

Binnen vind je de eerste stenen wegwijzers met schelp en de vermelding Sierra Norte. Je daalt de grindweg af tussen de kurkeiken tot aan de Casa Forestal la Morilla. Volgens andere pelgrims zou er hier water beschikbaar zijn.

Je gaat linksom de Casa en volgt hier een weg die afgesloten is voor auto’s.

Je blijft maar volgen tot je aanduidingen ziet van het bezoekerscentrum. De Camino passeert niet langs dit centrum, maar gaat bij de tweede wegwijzer met de aanduiding 4km tot aan dit centrum, links af en omhoog richting een ruïne.

Je blijft de stenen wegwijzers verder volgen tot aan een poort in de omheining. Hier volgt een tamelijk slechte weg, naast een draadomheining. Eerst gaat het vlak tot aan de voet van de helling voor je. Wie goed kijkt, ziet de uitkijk (mirador) boven op de heuvel. Daar moet je heen. Na een bruut stuk recht omhoog, vind je een weg die in een zigzag naar de genoemde uitkijk voert. Boven volgt een even brute afdaling naar Almaden. Loop niet door de geul, maar op de linker flank ervan, tot aan het asfalt.

Je loopt langs een beeld en voorlangs de kerk. Je passeert een plein met zitbanken. Hier vind je het restaurant, bar, private herberg La Casa del Reloj.

Je gaat rechts van de voedingswinkel en komt zo op de plaats met palmbomen. Ook hier schuin rechts op het einde de straat volgen tot het einde van het dorp, alwaar je aan een speelpleintje de herberg vindt aan de achterzijde.

Albergue: 16B op de benedenverdieping, 5€, douches, toilet zonder papier, wasbak voor textiel op koer, drooglijnen en wasknijpers

Restaurant: Menu peregrino: 8€: pasta, kip, friet, ijs en 1 glas wijn.

’s Avonds: Menu peregrino: 8€: ensalada marisco (4 grote garnalen met groene sla en cocktailsaus), varkenssneden, flan. Extra glas wijn: 1,50€ (gratis digestief)

7) Dag 3: Almadén de la Plata – Monesterio (34 km – 7u30).

Je keert terug in de richting van het plein met de palmen. In de laatste straat voor het plein ga je naar links. Je passeert via een veld met fotovoltaïsche panelen. De weg maakt een bocht naar links en vervolgens een bocht naar rechts. Je komt terecht op het erf van een boerderij, waar er twee honden aan de ketting liggen en een derde hond losloopt. Hij heeft een voorkeur voor de punten van wandelstokken. Hij heeft grote tanden, maar hij bedoelt het niet slecht ;-( .

Net voorbij de boerderij is er een brug. Die dwars je en vervolgens gaat het naar links omhoog. Je daalt weer af en gaat door een poort. Hier ben je vlak bij de weg aan de overzijde van de beek. Je volgt hier een goede weg. Later volgt een vrij ingewikkeld traject met een opeenvolging van veel poortjes die gepasseerd dienen te worden. Alles is hier goed aangeduid. Uiteindelijk kom je terug op een weg (GPS Achtung) die naar El Real de la Jara leidt.

El Real de la Jara:

Het eerste huis bij het binnenkomen van het stadje is de albergue (32B – 10€).

Je daalt deze straat af en komt op een T-splitsing. Je vindt hier een waterkraan in de vorm van een Sint Jacob schelp, staf en kalebas. Je gaat hier naar rechts. Je komt in de hoofdstraat, alwaar je een pleintje vindt met banken. Dit is een goede plek voor een pauze.

Je vervolgt je weg door de hoofdstraat naar links en je volgt deze tot het einde van het dorp. Aan een zijstraat naar rechts, zie je een wegwijzer naar het kasteel.

Als je het dorp uitloopt via de Camino, zie je het kasteel rechts achter je op een hoogt.

Wat verder ga je door een beekbedding en vervolgens zie je nog een ruïne van een kasteel. Hier betreed je de Provincie Badajoz.

De weg klimt naar een hoogte, en vanaf hier kan je reeds in de verte de pas Alto de la Cruz en de autostrade zien. Het duurt nog lang voor je er feitelijk bent. Je bereikt “ de beschaving” bij “een camping” vlak bij de aartslelijke Ermita de San Isidoro.

Deze ligt op zijn beurt in de schaduw van een parking, hotel Leo en truckstop naast de autostrade. Geen enkele heilige verdient een dergelijke behandeling ;-( .

Op het einde van de weg, kom je op de N630. Je dwarst de rotonde en net voorbij deze rotonde leiden de gele pijlen je richting een eucalyptus bosstrook tussen N630 en A66. Het pad is vrij goed en geeft wat schaduw. Uiteindelijk loopt het weer dood op de N630. Dan volgt er nog een stukje pad links van de N630 dat niet echt goed is. Uiteindelijk kom je terug op de N630. Je nadert een brug van de A66. Hier loop je op een stuk oude N630, links van de vangrail. Vlak voor de brug vind je naar links een watergoot en een trap, die je naar een lager gelegen weg leiden. Deze weg volg je naar rechts richting pas. Hij gaat over in slecht asfalt en vervolgens in grind tot op de pas. Voorbij de pas kom je terecht in een nogal verwaarloosd parkje/picknickplaats. Je vervolgt je weg en komt opnieuw op de oude N630, welke je volgt richting Monasterio.

Monasterio:

In Monasterio is er een grote concurrentie qua overnachtingsplaatsen:

  1. Nieuwe parochiale albergue: 10€/p (5€ om de lening af te betalen)
  2. Hostal Pilar: 12€/p
  3. Hotel Moya: 25€ HP/p.

Vooral het aanbod van Hotel Moya lijkt geen slechte deal als je eens snurkvrij wil slapen.

Avondeten in Restaurant Pilar (naast het Hostal):

Menu Peregrino: 8,50€ (ook ’s avonds)

  1. Bonensoep met vis
  2. Gebakken tonijn met koude rode pepers
  3. IJs
  4. Wijn en brood

 8) Dag 4: Monasterio – Fuente de Cantos (21 km – 4u15).

Fuente de Cantos.

Je vervolgt je weg langs de N630 in noordelijke richting. Je passeert nog een Hotel Leo, een truckstop. Wanneer je voorbij het sportstadion links een veldweg neemt kom je aan de Arroyo de la Dehesa. Je passeert een waterzuiveringstation.

Steek niet over ter hoogte van een wad. Blijf rechts van de beek tot je aan een betonnen brugje komt, alwaar je de beek dwarst.

Voorbij deze brug volg je 30 meter de rivier en sla je vervolgens

links af tussen 2 muren. Blijf deze weg volgen tot aan de asfaltweg van de N630 naar Calera de Leon.

Steek de weg over en loop tussen 2 witte zuilen met een metalen veerooster ertussen, een landgoed in. In het domein loop je steeds rechtdoor.

Soms splitst het pad zich, maar het komt weer samen. De verbeterde aanduidingen in de vorm van de stenen kubussen me de Caparra boog wijzen hier de weg. Je loopt steeds rechtdoor tot een punt met twee poorten. Neem de linkse (aangeduid). Blijf de afsluiting rechts van u houden.

Het spoor is vooral in het begin vaag. Verwijder je nooit meer dan 20 meter van de omheining tot het einde ervan. Je passeert meerdere poorten. Aan het einde van de omheining ben je op een brede landweg in bruine aarde.

In de verte zie je een pad van grijze kleur, rechts t.o.v. het

dorp. Dit is de te volgen richting (als algemene oriëntatie).

Na de rivier draait het pad naar rechts (kruis met schelpen en een pijl (Fuente de Cantos) en kort daarna is er een T-splitsing. Voor de muur ga je naar links (niet duidelijk aangeduid).

Steeds rechtdoor tot een kruispunt vlak bij de N630. Hier sla je links af en  loopt in de richting van Fuente de Cantos.

Fuente de Cantos:

Je loopt linksom het stadje in de richting van de het oude klooster, alwaar zich de Albergue bevindt.

Albergue Touristico: 10€ zonder ontbijt. 12€ met ontbijt. Het ontbijt is hier triestig. 2 armzalige stukjes toast met confituur en een kopje koffie. Als je snurkvrij wil slapen, zijn er op de bovenverdieping tweepersoonskamers.

Restaurant aan de kerk. Ruime menu volgens andere pelgrims, ’s avonds pas vanaf 20.30u (menu?). Ik heb er niet op gewacht.

9) Dag 5: Fuente de Cantos – Villafranca de los Barros (45km-10u).

Fuente de Cantos:

Ofwel neem je de straat links, en kom je zo op de Camino, ofwel neem je de straat rechtdoor tot aan de kerk alwaar je de pijlen van de Camino vindt. De doordocht van Fuente de Cantos is zwak gemarkeerd en aanduidingen van en naar de herberg zijn onbestaand.

Eenmaal buiten het dorp, volg je kaarsrechte landwegen, evenwijdig aan de N630.

Calzadilla de los Barros:

Aan de rand van het dorp dwars je een asfaltweg en loop je verder rechtdoor het dorp in. In het centrum gaat het naar rechts, richting Plaza Espana en vervolgens op een kleine T-splitsing kort links en dan weer rechts om alzo het dorp weer te verlaten via veldwegen.

Je volgt opnieuw veldwegen evenwijdig aan de N630 en verder weg de A66.Na een drietal km kom je op de N630, alwaar je de Rivera Atarja dwarst. Bij de eerste mogelijkheid verlaat je de N630 haaks links. Wat verder moet je door een zijrivier van de Rivera Atarja. Gebruik hier keien welke in de bedding gelegd werden aan de rechter kant van het pad.

Na 45’ kom je uit op een weg, die je dwarst.

Aan een kruispunt van veldwegen vind je een picknicktafel, onder een afdak. Een goede plek voor een halte.

Puebla de Sancho Pérez:

Wanneer je in de buurt van Puebla de Sancho Pérez komt, dwars je een spoorwegbedding. Je vervolgt je weg in dezelfde richting en loopt het dorp in tot aan de Plaza Espana. Je dwars het plein en gaat rechts van de kerk. Je loopt de Calle Obispo de Soto in. Je komt kort op de hoofdweg en gaat vervolgens rechts een landweg in. Een kwartier later, dwars je een spoorweg. De weg maakt een bocht en aan een poort van een terrein dat gebruikt wordt als opslagplaats van oude spoorwegrails, ga je links dit terrein op. Je vervolgt je weg over dit terrein. Aanvankelijk blijf je links van de sporen, tot je een overdekte stelplaats voor locomotieven ziet. Recht voor je zie je een brede poort, maar deze lijkt gesloten te zijn. Je begint hier de sporen te dwarsen en loopt voorlangs de stelplaats richting een poortje naar het station van Zafra. Langs deze weg kan je het terrein verlaten. Je vindt hier pijlen, maar het is niet zeer duidelijk.

Zafra:

Je verlaat het station en loopt rechtdoor het centrum in, via de Avenida de la Estación. Je blijft langere tijd deze staat in dezelfde richting volgen. Onderweg kom je op de linker kant een warenhuis El Arbol tegen met een ruim assortiment. Deze straat loopt dood op de brede en drukke Avenida Adolfo Díaz Ambrona Moreno. Je dwarst deze straat en gaat schuin links rechtdoor richting Plaza de Espana. Deze dwars je diagonaal en aldaar ga je de smalle winkelstraat Calle Sevilla in. Je volgt deze tot de Plaza Grande. Vlak voor de fontein vind je hier een kraan met drinkbaar water. De Camino gaat echter rechtdoor de Calle Tetuán in om dan op het eerste kruispunt rechts af te gaan. Je volgt deze straat tot op de Plaza Pilar Redondo. Schuin links zie je een imposant gebouw. Aan de eerste poort in de Calle Ancha vind je een Centro de Interpretation de la Via de la Plata. Hier bevindt zich de Albergue van Zafra. (18B – 12€ met ontbijt).

Je vervolgt je weg via de Calle Ancha tot aan de rotonde met de N432. Ook hier ga je rechtdoor. Je loopt langs de Torre de San Francisco. Je verlaat de bebouwing en komt in open landschap.

De weg klimt langzaam. In de verte zie je een radiotoren. Iets voor deze toren mag je de graat verlaten en daal je af naar Los Santos de Maimona, via een gebetonneerde steile weg.

Los Santos de Maimona:

Je loopt het centrum in via de Calle Zafra tot aan de Plaza Espana. Je gaat hier links van de kerk, de straat in. Hier vind je een Cafetaria, waar het ’s middags druk is. Ik at hier een dagschotel, zijnde een maaltijdsoep met een glas wijn en brood voor 4,50€. Gesterkt kon ik weer verder. Je vervolgt de straat tot een T-splitsing, alwaar je naar links gaat en vervolgens rechts af. Je dwarst en grotere weg en dan volgt de Camino een ingewikkeld traject om uiteindelijk via de Calle Santisimo het dorp te verlaten.

Je volgt een landweg evenwijdig aan de N630, een spoorweg en de A66.

Wanneer je Villafranca reeds in de verte opgemerkt hebt, passeer je een groot bord dat de Albergue La Almazara aankondigt. De GPS leid je hier naar rechts, de stenen met de Capara-boog leiden je rechtdoor via een omweg van 400m naar dezelfde herberg.

Albergue La Almazar:

Prachtig gelegen tussen de olijfbomen, maar onbetrouwbaar als mogelijk overnachtingpunt. Toen ik er aankwam was hij gesloten. Of op voorhand bellen helpt, heb ik niet uitgeprobeerd. Tussen de poort stak een soort betaalnota van een leverancier van hespen, en dat is ook maar een veeg teken.

Ik was reeds gewaarschuwd dat deze herberg mogelijks dicht was door de Hospitalero in Monesterio.

Je gaat niet het asfalt op van de toegangsweg, maar keert eventjes op je stappen terug om dan rechts af te gaan. Je maakt een boog, eerst weg van het spoor. Vervolgens nader je langzaam het spoor. Dan loopt de weg dood op het spoor.

Je dwarst het spoor en keert een beetje terug. Vervolgens ga je richting N630 en ga je samen met de N630 onder de A66. Je volgt de N630 in noordelijke richting tot aan een eerste kruispunt. Hier verlaat je de N630 naar rechts. Je loopt weg van de N630 om dan evenwijdig aan de N630 richting centrum van Villafranco de los Barros te lopen.

Villafranco de los Barros:

Je loopt op een grindweg evenwijdig aan de N630. Er staan hier verspreide huizen. Het is zowat 17.30 uur en regelmatig passeren er voertuigen van buurtbewoners. Er worden duidelijke tekens gegeven van waardering.

Aan een rotonde kom je op asfalt. Je dwarst de rotonde en gaat rechtdoor. Op een tweesprong ga je links af. Je volgt de Calle Santa Eulalia tot op het einde. Je komt op de hoofdweg in het centrum, alwaar je naar rechts gaat.

Wat verder vind je Hotel Diana*** (www.hoteldiana.es )

Ik betaalde 34€ voor een éénpersoonskamer, en die was echt in orde.

Vanaf 20.30 uur kan je terecht in het restaurant in de kelder. Ik denk dat het hotel vooral beroepsmatig bezocht wordt door mensen die tijdelijk werken in bedrijven in de buurt. Tussen 20.30 en 21.15 uur zaten er 4 mannen in het restaurant, waaronder ikzelf, elk aan een afzonderlijk tafeltje ;-).

Menu del Dia (’s middags en ’s avonds): 8,50€ (zeer goed)

Ontbijt heb ik niet genomen, gezien ik zeer vroeg weg was (6u45.)

10) Dag 6: Villafranca de los Barros – Torremejia (34 km – 7u).

Almendralejo.

Vanaf het hotel ga je naar rechts en volg je de Calle Virgen Milagrosa en vervolgens de Calle Santiago. Je loopt hier evenwijdig met de Camino. Je passeert de Ermita de la Coronada, een heel mooi gebouw. Hier vervoegen je de Camino.

Vervolgens loop je tot aan het Collegio de San Jose, alwaar je naar links gaat en de Calle San Ignacio volgt. Je vindt hier ook de Casa Perin (www.casaperin.es slecht werkende website, zegt dat iets over de zaak?)

De gele pijlen zijn ook hier erg duidelijk.

Voorbij een kruispunt met een asfaltweg, rechtdoor, de steenslagpiste op. Wanneer deze een haakse bocht maakt, rechtdoor een smallere piste op. Op het einde van deze piste, schuin naar links, een bredere piste op.

Je loopt in de richting van de N630, maar voor je hem bereikt, ga je naar rechts op een piste evenwijdig aan de N630 en een elektriciteitsleiding.

Wanneer je  op een bepaald ogenblik opnieuw op een kruispunt met een asfaltweg komt, kan je hier naar links in de richting van Almendralejo (3,5km).

Via www.booking.com vond ik 3 hotels aldaar. Prijzen 50 à 60 € voor een tweepersoonskamer.

Torremejia.

Vanuit Almendralejo neem je de locale weg naar Alange. Na drie km sla je links af de brede steenslagpiste op.

Indien je niet naar Almendralejo wil, ga je gewoon rechtdoor. Je passeert een waterzuiveringstation. Vanaf hier heb je zicht op Torremeija. Je volgt dezelfde weg en loopt tot aan de spoorweg. Je volgt deze, maar je gaat niet meer zoals vroeger door de ondertunneling, maar je blijft langs dezelfde kant van de spoorwegbedding verder lopen tot aan de brug over het spoor. De stenen met Caparraboog leiden je langs de weg de brughelling op, Ikzelf ben recht de helling opgeklommen. Je daalt de brughelling af en loopt tot aan de huizen. Hier ga je links en vervolgens rechts. Als je wil overnachten in Torremeija neem je de vierde straat links (Calle Cervantes). Je passeert langs het gemeentehuis en loopt tot aan de N630. Hier vind je een private herberg en daarnaast een restaurant met een Menu Peregrino (8€ goed).

De herberg bereik je door de N630 te dwarse. Aan een gebouw met een muurschildering (Casa Cultural), ga je naar rechts. Op het volgende kruispunt loop je naar links tot aan de kerk en net voorbij deze kerk vind je een Palacio, alwaar je de Albergo Turistico vindt.

Als je deze straat terug uitloopt richting N630, vind je aldaar een warenhuis Dia, (9 – 13, 17 – 20).

Albergo Turistico Torremejia:

Zeer mooi gebouw, meerdere meerpersoonsslaapkamers elk met hun individueel sanitair. Bedden met dekbed en lakens!!!, keuken enkel geschikt om ontbijt klaar te maken. Als je ’s ochtends vroeg wil vertrekken, gelieve dit te melden.

10€ zonder ontbijt, 12€ met ontbijt.

11) Dag 7: Torremejia-Aljucén (32 km – 7u).

Torremejia:

Indien je in Torremejia geslapen of gegeten hebt, kan je

eventueel langs de N630 blijven lopen, omdat de Camino aan het einde van de bebouwde kom toch terug op de N630 komt. Je volgt de N630 tot aan het kruispunt van de oprit van de A66. Iets verder vind je asfalt rechts van de nieuwe N630. Je volgt die en dwarst de spoorwegbedding. Daarna volg je de weg aan de overzijde van het spoor tot het einde van de brughelling over het spoor. Aldaar kom je terug op de N630.

 

Het tweede deel is iets kaler. Er werden hier wel bomen aangeplant, dus zal dit beeld in de toekomst langzaam veranderen.

Wanneer je terug huizen opmerkt, klim je langzaam tot een pasje.

Hier vind je op een kruispunt de eerste aanduidingen van de herberg in Alcuéscar, maar je hebt nog een tweetal kilometer voor de boeg, als je hier wil overnachten.

De grindweg gaat langzaam over in beton.

Alcuéscar.

Je blijft gewoon rechtdoor lopen tot je de bebouwde kom binnen loopt. Daar ga

je naar links in de richting van het klooster, indien je geen inkopen wenst te doen.

Je blijft de N630 volgen voorbij een nieuw industrieterrein tot je hem verlaat net voorbij de top van een helling, met aan de rechter kant van de weg een paar eucalyptus bomen.

Merida.

Je volgt aanvankelijk een relatief slecht karrenspoor. De weg verwijdert zich van de N630. Hoe dichter je bij Merida komt hoe beter hij wordt. Je komt Merida binnen via een weg die langzaam de rivier nadert. Je gaat onder de brug van de N-VI door en vervolgens loop je effectief naast de rivier in een parkzone met bankjes, speeltuigen en picknicktafels.

Merida kom je binnen over de Romeinse brug. Net voorbij het fort aan de overzijde vind je een waterkraan. Vervolgens ga je rechtdoor.

Aan een y-splitsing met opvallend beeld van een liggende figuur, ga je links. Gele Pijlen heb ik hier niet gevonden. Ik ben op basis van mijn GPS gelopen tot aan de Plaza de Espana. Vervolgens gaat het door de Calle Santa Julia en Trajano. Vervolgens ga je door de boog van Trajano. Je komt uit op de Plaza de la Constitucion. Van daar gaat het door de Travesia en vervolgens links door de Calle de Almendralejo. Vervolgens gaat het onmiddellijk rechts in de Calle Calvario. Je volgt deze tot het einde. Hier ga je schuin rechts onder het spoor door. Vervolgens krijg je uitzicht op het Aquaduct van Milagros.

Vanaf hier vind je weer Gele Pijlen. Je gaat uit de tunnel links en dan rechts de brug over. Je volgt de Avenida Plata tot aan de eerste rotonde, alwaar het schuin links gaat in de Avenida Del Lago. Hier is het moeilijk lopen vanwege het ontbreken van een gelijkgrondse berm. Aan de volgende rotonde volg je de richting “Lago Proserpina”. Vanaf hier vind je een gescheiden fietspad naast de weg tot het begin van de bebouwde kom van Lago Proserpina.

Lago Proserpina:

Aan de rotonde ga je schuin links naar de parking van het Lago Proserpina. Je loopt tussen een vervallen camping en een tennisclub. Op het einde van de parking ga je links. Je loopt over de dijk en vervolgens verder langs de strandweg tot voorbij de Rode Kruis post, alwaar je terug op het asfalt mag om verder te gaan in dezelfde richting. Je volgt het smalle en in slechte staat verkerende asfaltwegje gedurende 2,5 km. Kort voorbij een nieuw wit gebouw met rode pannen en groene luiken, waneer het asfalt een haakse bocht naar rechts maakt om terug te keren richting N630, gaat de Camino na 200m schuin links. (In maart 2012 zeer slecht aangeduid.) Vanwege het losse bijna duinachtige zand is de juiste weg eerder vaag, gezien er hier meerdere sporen zijn. Uiteindelijk draait de weg af naar links en komt hij tussen 2 omheiningen terecht. Waneer je terug gebouwen opmerkt, daal je een stukje af en klim je vervolgens naar het dorp El Carrascalejo.

El Carrascalejo:

In de “dorpsstraat” ga je naar links richting kerk, om net voorbij de mooie dorpskerk (waterkraan) naar links te gaan en terug af te dalen. Je komt eerst een klein Santiagokruis tegen. Verderop kom je een groter rood kruis tegen. Hier gaat het schuin rechts bergop. 20’ later ga je via een tunnel onder de A66 door.

Je bereikt Aljucén.

Aljucen:

In de Calle Caceres vind je een nagemaakt Romeins badhuis, waar je als Pelgrim voor 5€ binnen kan. Je passeert het dorpsplein met bar – restaurant (El Parque) (Menu enkel ’s middags 7,50€, ’s avonds enkel Platos Combinados (duurder 9,50€). Voorbij het dorpsplein zie je de kerk. De Camino gaat hier links, de Albergue vind je naar rechts, op de linker zijde, net voor het einde van de bebouwde kom. Het betreft een half open bebouwing in gele gevelverf met donker blauwe accenten en schelp. Het hekje naast de woning staat los. Langs deze weg bereik je de achterdeur, die los staat.

De hospitalera komt tussen 19 en 20u. (16B – 10€)

Hogar del Pensionistas: Platos Combinados, drank, dessert: 8€ (wel ’s avonds)

Wat problemen met de geiser, hersteld door de hospitalera.

12) Dag 8: Aljucén – Aldea del Cano (38km – 7u30’).

Aljucén:

Vanaf de herberg of het pleintje tegenover de kerk daal je de straat af, tot je op de hoofdweg komt. Hier ga je naar links, de brug over, tot net voorbij een afslag draaicirkel. Hier ga je naar rechts via een grindweg. Het betreft hier een natuurpark (Parque Natural de Cornalvo). Het eerste deel is zeer mooi.

Wie inkopen wenst te doen loopt rechtdoor richting centrum (Calle Real). Eerst kom je op de rechter zijde een tienda tegen, waar men groenten, fruit en brood verkoopt. Verderop in het dorp vind je een Dia en een Spar in een kelderverdieping onder een appartementsblokje.

Op het einde van de winkelstraat, ga je naar links en keer je via de Avenida de la Constitucion terug naar het klooster en de Albergue. Onderweg passeer je een park. Tegenover het klooster vind je een restaurant.

Albergue: Klooster Hermanos de Maria y los Probes     

In 1999 was de ontvangst hier zeer gastvrij. Ook toen ben ik echter doorgelopen gezien het nog te vroeg was om te stoppen.

(ca 27B – Donativo).

Je verlaat het asfalt en slaat de grindweg in naast het klooster. Na 700m ga je naar rechts. Verderop ga je naar links. Na twintig minuten leidt een Gele Pijl je een mindere veldweg in. Hij komt echter weer op de oorspronkelijke weg uit.

Dan gaat het steeds verder in dezelfde richting, tot je op de rechter kant een wateroppervlak opmerkt. Dit blijkt het stuwmeer van Ayuela te zijn. In het weekend is dit een plek om te verpozen voor mensen die in de buurt wonen. Je komt uit op de toegangsweg in asfalt en volgt deze naar links, om hem vervolgens terug te verlaten naar rechts. Je loopt richting Casas de Don Antonio. Vlak voor het dorp ga je over een middeleeuwse brug.

Casas de Don Antonio.

Je gaat het dorp zelf niet in, maar volgt het asfalt naar links richting N630.

Onderweg passeer je nog een mooi kerk.

Aan de N630 vind je een “Club” naast een bejaardentehuis, voorwaar een vreemde combinatie.

Je volgt hier de Via Pecuaria (Veeweg) rechts van de N630. Onderweg vind je Milarios, waarvan één zelf met een soort brievenbus.

Aan de Arroyo de la Zafrilla vind je een oorspronkelijk Romeinse brug, die in de Middeleeuwen wat gemoderniseerd werd.

Kort na deze brug wisselt de VP van kant van de N630, om zich vervolgens ervan te verwijderen.

Aldea del Cano:

Wie in Aldea del Cano wenst te overnachten moet ter hoogte van een overdekte sportplaats (dak op hoge pijlers) rechts af richting dorp.

Aan de N630 vind je de Hogar del Pensionistas. Boven de toegangsdeur tot de bar hangt een schelp. De herberg is de deur rechts van deze deur met schelp. De deur was niet slot vast. Het betreft een gemeentelijke herberg, waar men wel het geld incasseert, maar waar niemand veel verantwoordelijkheid schijnt te nemen inzake het onderhoud of de schoonmaak. Ik vermoed dat ik hier voor het eerst te maken had met vlooienbeten, maar het is zeker niet de enige herberg met dit probleem.

Stempel en betaling (6€) in Restaurant La Vegas, dat in maart 2012 gesloten was voor verbouwing. De zaakvoerder woont in het aanpalende huis links ervan.

13) Dag 9: Aldea del Cano – Casar de Caceres (35 km – 7u30’).

Aldea del Cano:

Je keert terug op je stappen. Op een Y-splitsing ga je rechts. Je komt terug op de Via Pecuaria en gaat naar rechts. Je gaat door een tunnel onder de A66. Vooral de geluidshinder leidt hier niet tot diepgaande bespiegelingen over het leven. Vlak voor het vliegveld wordt je ook nog getrakteerd op het geblaf van 3 grote honden. Gelukkig zitten ze achter een omheining, wat vroeger niet het geval was.

Je dwarst de landingsbaan van een vliegveld. Vervolgens gaat het omhoog. In de verte kan je Valdesalor zien liggen. Je daalt af naar alweer een brug van Romeinse oorsprong. Vanaf de brug ga je in recht lijn naar de stadsrand.

Valdesalor.

Je gaat niet echt het centrum binnen, maar je blijft in de buurt van de N630.

Op een pleintje vind je een drinkfontein. Je dwarst de rijbaan van de N630 en loopt een tijdje erlangs, voorbij een hotel en tankstation. Hier verlaat je de N630 via een grindweg, die je in de richting van een eenzame smalle brug over de A66 leidt. Vervolgens loop je in de richting van een rotonde op de N630, waarna je blijft evenwijdig lopen aan de N630. Via een tunnel wissel je van kant. Vervolgens klim je tot het niveau van de rijbaan. Vervolgens verliest de Camino weer aan hoogte om dan definitief naar de pashoogte te klimmen. Ik heb het mezelf wat gemakkelijker gemaakt en heb mijn been over de vangrail geslagen en ben vervolgens langs de N630 tot aan de pashoogte gelopen. Op de Puerta  de las Camellas kan je terug op de Camino, die nog een stukje evenwijdig met de N630 loopt tot je hem dwarst om ervan weg te lopen richting Caceres.

Caceres:

Net voorbij een woning, op een hoogte, volg je niet de brede grindweg richting stad, maar neem je een iets smallere weg naar rechts. De stenen met Caparraboog wijzen de weg. Je loopt in de richting van een oude ambachtszone met deels leegstaande loodsen. Aan het einde ervan kom je op de EX-206.

Je volgt hem tot aan een ingewikkeld kruispunt met lichten, waar je de hoofdweg dwarst om verder te gaan langs de Calle Almonte te gaan. Links vind je hier een vrij grote Dia.

De Calle Almonte gaat over in de Ronda de San Francisco. Hier vind je twee ziekenhuizen en het streng bewaakte gerechtsgebouw. Onmiddellijk daar voorbij vind je een prachtige gevel achter lelijke tralies. Gelukkig hebben de ooievaars geen last van de tralies noch van de stadsdrukte.

Je komt aan een rotonde met in het midden fragmenten van een boogbrug. Rechts voor dit kruidpunt vind je het Museo de Historia Y Cultura, een prachtig gebouw verknoeid door tralies.

Op de rotonde ga je schuin rechts in de Calle Mira Al Río. Je loopt hier langs een soort stadsmuur. Kort voor de rijbaan een bocht naar rechts maakt, neem je een historische kasseiweg links omhoog in de richting van een stadspoort (Arco del Cristo). In het historisch centrum vind je geen gele pijlen, maar wel schelpen. Alleen weet je niet of de platte kant dan wel de boog de juiste richting aangeeft, want dit wisselt.

Je volgt de Calle Cuesta Del Marqués, vervolgens ga je over de Plaza San Jorge naar rechts om dan uit te komen aan de voet van de Kathedraal. Hier ga je rechts in de Calle Tiendas tot aan de Plaza Socorro. Hier ga je links de Calle Zapatería in. Wie naar de stadsherberg wil, moet hier rechts naar beneden via de Calle Codoy (60 à 70B, 16€ zonder, 18€ met ontbijt, GPS Rother)

De Private herberg ligt langs de route in de Calle General Margallo 36 (40B – 14 à 17€ incl ontbijt, GPS Rother). Links van de Camino, kom je via de Calle Gabriel Y Galan op de Plaza Mayor, een kijkje waard (veel toeristische terrassen en restaurants.)

Op het einde van de Calle General Margallo kom je aan de stierengevechtarena. Hier ga je links achter de arena de straat in richting Casar de Cacares.

Voor de bocht vind je hier een klein warenhuis dat open is op zondag voormiddag.

Aan de rotonde volg je opnieuw de richting Casar de Cacares. Na zowat 3km kan je naar links de rijbaan verlaten via een grindweg die aanvankelijk meer wegheeft van een stortplaats voor bouwafval. Aanvankelijk loopt die vlak bij de rijbaan, maar langzaam verwijdert hij zich, om bij het naderen van de autosnelweg via een eigen doorgang onder deze heen te gaan. Voorbij de autosnelweg komt de Via Pecuaria weer dichter bij de CC-38. Zo gaat het verder richting stadsrand van Casar de Cacares.

Casar de Cacares:

Bij het binnenkomen van Casar de Cacares vind je op de rechter kant 2 restaurants, waar het op zondag druk is. Halfweg de Paseo de Extremadura vind je de nieuwe albergue touristico, een glazen nieuwbouw, die in maart 2012 nog niet in gebruik was. Op het einde van de Paseo de Extremadura vind je een grote Spar-winkel.

En dus gaat het verder via de Calle Larga tot aan het oude vredegerecht.

Sleutel en stempel in Bar/Restaurant Majuca.

Menu del dia: 9€ (comida en cena) (geen ensalada mixta)

De oude albergue zelf vind je op het dorpsplein, trapjes op, de hoekdeur binnen.

De herberg was groter dan in 1999, maar er waren zeer grote problemen met de reinheid van de douches, waarvan er sommige gebruikt waren als toilet. Vermoedelijk is de herberg niet steeds goed afgesloten. Maar er zijn ook structurele problemen met de afloop van de douches en de toiletten. Vermoedelijk zijn de afvoeren te nauw en hebben ze te weinig verval om goed te kunnen functioneren. Vandaar dat de enige goede oplossing was om een volledig nieuwe herberg te bouwen. Alleen is het nu nog wachten op de opening van de nieuwe.

14) Dag 10: Casar de Caceres – Grimaldo (45 km – 9u).

Casar de Cacares:

Je verlaat de herberg (oud of nieuw) en gaat naar links. Je blijft verder lopen in dezelfde richting. De straat gaat over in een landweg. Bij een Y-splitsing op een heuvel, met een gebouwtje tussen de vork van de Y, ga je naar rechts. Alles is hier goed aangeduid met de reeds gekende kubusvormige stenen. Vanaf nu loop je in bijna recht lijn naar het Embalse de Alcantara. Wie goed kijkt, kan op een heldere dag reeds Canaveral zien liggen als een witte vlek voor de Puerto de las Vinas, de linker van twee bergen aan beide zijden van een pas.

Je loopt hier door een landschappelijk zeer mooi en rustig deel. Na een derde weidepoort (steeds goed sluiten, vee aanwezig) kom je aan een boerderij. De beste weg loopt langs de boerderij. De stenen leiden je via een iets mindere weg langs de tegenoverliggende helling, maar verderop komen beide wegen weer samen. Aan een drinkvijver voor dieren gaat het naar links omhoog en vervolgens gaat het alweer door een poort.

Vanaf hier kan je in de verte al een betoncentrale zien staan en zie je het gerij van vrachtwagen. Naar goede Spaanse traditie, was er eerst de N630. Vervolgens heeft men de A66 gebouwd, hier op ruime afstand van het traject van de N630, waardoor de Camino nog vrij rustig verliep in het niemandsland tussen beiden.

Maar Spanje denkt aan de toekomst… en dus heeft men besloten hier dan ook nog maar een TGV lijn (Lisboa – Madrid?) te bouwen in het niemandsland tussen N630 en A66 en dus pal op het traject van de Camino, en dus gaat er alweer een stukje prachtige natuur en rust verloren. In het kleine België bouwt men de TGV naast de autostrade. In Spanje heeft men duidelijk het idee dat er ruimte zat is.

In dit gedeelte valt de hinder nog mee. Het laatste stukje brede landweg voor de N630 is verworden tot een aanvoerweg van bouwmaterialen voor de verschillende betonnen pijlers, bruggen en opgehoogde hellingen, die nodig zijn om een TGV zijn snelheid te laten bereiken. Er zijn voldoende noodaanduidingen aangebracht door de werfopzichters, zodat je normaal niet verloren loopt.

Vlak voor de N630 verlaat het officiële traject van de Camino deze weg die naar de N630 leidt. Hier zijn 2 mogelijkheden:

  1. het de Camino zelf gaat zeer veel op en neer, wat met een volle rugzak en vooral als je niet stopt in de herberg van Alcantara, met nog 25 km voor de boeg zeer lastig is. In 1999 was dit pad nog smal. Vooral door de vele mountainbikers op de Via de la Plata is het ondertussen duidelijk breder geworden, maar het is nog niet vlakker geworden 😉 .
  1. de N630 is veel minder lastig. Omwille van de A66 is hij weinig druk. Tot zolang de werken aan de TGV lijn niet voltooid zijn, zul je wel wat last hebben van het werfverkeer.

Vlak voor de brug over de Rio Almonte komt de Camino als nog op de N630 en hij blijft deze volgen tot aan afslag naar de Albergue de Alcantara.

Wie nog veel energie over heeft, kan net over de brug het traject van de GR113 Camino Naturale del Tajo volgen. Deze volgt opnieuw paadjes in de flank van de helling boven de N630. (Ieder zijn goesting, maar met de werf van de TGV, vind ik er niet veel natuurlijks meer aan L.)

De Camino blijft dus de N630 volgen tot aan de brug over de Rio Tajo (Taag).

Net over de brug verlaat de GR113 opnieuw de N630. Hier zijn opnieuw 2 mogelijkheden voor pelgrims die niet stoppen aan de Albergue de Alcantara:

1   Je volgt de N630 tot aan het voormalige Hostal Miraltajo en ook de afslag naar de Albergue de Alcantara, die verder op het schiereiland ligt. Volgens de Rother gids is er in de Albergue ook een cafetaria, wat noodzakelijk is, gezien het ontbreken van elke andere vorm van accommodatie in de directe omgeving. Indien je gebruik van deze albergue wenst te maken, is het raadzaam om telefonisch te checken of hij wel open is. Van andere Hospitaleras kreeg ik te horen dat er daar soms problemen mee zijn. (Het mobiel telefoonnummer 680631 543 komt zowel in de Rother als in de folder van de Albergue Turistico’s in Extremadura voor, alle ander verschillenL). Tegenover de toegangsweg tot de Albergue vind je een ruwe steenslagpiste die klimt tot aan een Mirador (uitkijkpost) over het Embalse de Alcantara.

2   Net over de brug over de Rio Tajo verlaat de GR113 de N630, via een steil pad dat met behulp van houten balken in de helling boven de N630 werd gemaakt. Hogerop wordt het pad beter. Het gaat wat op en af, maar je gaat wel rechtstreeks naar de reeds genoemde Mirador. Je vind er een picknicktafel onder een afdak, wat zich uitstekend leent tot een middagpauze.

Na de Mirador klimt de weg nog wat hoger en draait hij terug in de juiste richting. Hij wordt minder ruw, maar je wordt opnieuw geconfronteerd me de aanwezigheid van dienstwegen voor de aanleg van de TGV lijn. Deze kruist verderop de A66 en loopt er dan rechts van tot aan de pas.

In maart 2012 liep je op bepaalde stukken naast hekwerk van type Heras, om de werfzone af te sluiten. Op een bepaald ogenblik dwars je een werfweg. Een paar honderd meter verder sta je plots voor een barrière, die de oorspronkelijke weg van de Camino afsluit. Het heeft geen zin van verder te proberen gaan, want je staat aan een bijna loodrechte muur van een sleuf, waar het spoor van de TGV inkomt. Vervolgens leiden borden in 4 talen je terug naar benden, en terug naar de weg die je even daarvoor gedwarst bent. Je daalt af tot het niveau van het spoor, en zelfs tot een tunnel onder het toekomstige spoor. Vervolgens mag je langs de andere kant van het spoor weer de helling opklimmen om aan de overkant van de sleuf voor de TGV het oorspronkelijke traject van de Camino terug te vinden.

Ik kan maar hopen dat ze hier in de toekomst nog een pelgrimbrug plaatsen om over het spoor van de TGV te kunnen zonder extra hoogte- en andere meters.

Op ruim 1 km van Canaveral vind je de wegwijzers van de GR113, de splitsing aangeven tussen het traject via Canaveral en het rechtstreekse traject naar La Estacion en Grimaldo voor wat betreft de Camino.

Gezien ik aanvankelijk van plan was te overnachten in Canaveral volgde ik de afslag naar Canaveral. Je daalt af door een zone van schuine rotsplaat, die mogelijks glad kan zijn bij regenweer. Na een weidepoort ga je naar rechts naar de Puente San Benito (14e eeuw). Aan de overzijde klimt het langzaam richting N630 en de bebouwde kom van Canaveral. De Camino verlaat de N630 via de Callejón Monroel om richting kerk en gemeentehuis te lopen. In het dorp zelf valt niet veel te beleven, en zowel voor albergue als restaurants moet je terug naar de N630.

Je slaat rechts af, en op het einde van de Calle Real kom je dus terug op de N630.

Ikzelf at in een restaurant op de N630, een beetje naar rechts van de Calle Real, een Menu del Dia 9€ voor paella, forel, ijs, brood, wijn en La Casera (blanco, Spaanse Sprite, vooral gebruikt om de wijn aan te lengen. Tegenwoordig minder gebruikelijk, mogelijks wegens strengere alcoholcontroles)

Naar links op de N630 vind je: Hostal Malaga

Wie gebruik wenst te maken van de Albergue in Canaveral, moet de sleutel afhalen in Hostal Malaga. De Albergue bevindt zich in het straatje net voor het Hostal, zijnde Calle Grabiel Y Galan 3. De straatdeur staat open. Je moet de trappen op en dan boven de rechter deur openen. Voor deze herberg was mij gewaarschuwd inzake vlooien, maar ik had ze al eerder te pakken L .

Je verlaat Canaveral via de N630. Wie de rechtstreekse variante via La Estacion nam komt hier wat verder terug op de N630.

De GR113 verlaat als eerste de N630 naar rechts. De Camino doet dit iets later. Beiden komen weer samen aan een picknick, zonder schaduw, om dan definitief te scheiden. Op dit punt moet je goed opletten. Tegen de helling naast de pas (Puerto de los Castanos) zie je een steile weg, en ja tot mijn grote spijt is het die waar je tegen opmoet. Gelukkig kom je verderop wat in de schaduw te lopen, wat het lijden wat draaglijker maakt.

Na de pas daal je af richting Ex-371. Je dwarst deze weg en loopt dan over de parking van een “Club”. Je rondt het gebouw in tegenwijzerzin, om aldaar achter een poort het begin van een weg te vinden, die onder de bomen in de schaduw loopt evenwijdig aan de A66 en de N630.

Na een half uur tref je na het dwarsen van een beek en een poortje een wegwijzertje naar de bar van Grimaldo.

Wie niet wenst te overnachten in Grimaldo loopt gewoon rechtdoor.

Via een gammel poortje kom je op een smal steil en rommelig paadje dat je tot aan de N630 leidt. Alhier vind je de Albergue met daarnaast de bar”Grimaldo”.

Sleutel en stempel in de bar (12B, Donativo, douche, wc met papier, wasmachine met waspoeder en wasverzachter, microgolf, expressoapparaat, TV)

Opgelet: aan het info-bord hangt een belangrijke nota inzake moeilijkheden die je kan ondervinden op het traject Grimaldo –Galisteo; lees hem!!!!

Menu del dia (cena 9€): eten wat de pot schaft: linzensoep, varkenssneetjes, spiegelei, wijn, brood

Opgelet voor ontbijt: veel te dure zoete koekjes (0,80€)

15) Dag 11: Grimaldo – Carcaboso (31km – 6u45’).

Grimaldo:

Je volgt de N630 in noordelijke richting tot de eerste straat links. Vervolgens ga je niet naar links de Urbanization Grilaldo in door een soort poort, maar volg je het asfalt rechtdoor. De weg loopt in S-vorm en gaat onder de A66 door.

Kort voorbij de A66, ga je rechts een weidepoort in en volg je de weg evenwijdig aan de A66. Nu volgt een opeenvolging van weidepoorten. De weg volgt steeds dezelfde richting, doch verandert soms van kwaliteit. De aanduiding door middel van stenen kubussen is goed.

Wanneer je je op een hoogte bevindt, zie je plots onder je een meer. Hier maakt de weg een bocht en daalt hij af tot het stuwmeer en de uitloop ervan. Je gaat door een laatste poort en dan sta je onderaan de helling, waarop een weg gelegen is. In de flank zie je een smal paadje en een metalen kubus, waarop een “valse profeet” een kruis in fluo geel geschilderd heeft. Boven vind je nog meer fluo gele pijlen naar links richting Riolobos.

Op het wegdek van de oude weg onderaan de voet van de nieuwe bovenaan de helling vind je ook gele pijlen in min of meer de juiste kleur richting Riolobos. Ook deze pijlen zijn aangebracht door “Valse Profeten”, die een commercieel graantje trachten mee op te pikken door nietsvermoedende pelgrims naar hun dorp te leiden.

De juiste pijlen vind je boven aan de nieuwe weg op de helling, doch deze zijn overschilderd met zwarte verf. Laat je niet misleiden en volg gewoon de rijbaan naar rechts.

Na een bocht van 90° vind je een eerste weidepoort die afgesloten is. Bij de tweede, die iets verder van de weg ligt, is er enkel een veerooster. Dit is de juiste weg. De weg stijgt langzaam en daalt vervolgens langzaam af tot een groot bevloeiingskanaal (Canal de la Margen).

Je dwarst dit kanaal via een betonbrug en vervolgens volg je de weg naar rechts naast dit kanaal. Aan de brug zal je opmerken dat de Gele Pijlen hier met wit overschilderd zijn. Vlak voor het kanaal een bocht naar links maakt, vind je een kubus, die je min of meer een klein paadje lijkt in te sturen. Dit is niet het geval. Blijf gewoon op de weg naast het kanaal tot je links van jou veestal ziet.

Ook hier zijn de gele pijlen met wit overschilderd. Gewoon negeren en door het poortje gaan. Je loopt eerst links van de stal en vervolgens achterlangs deze stal. Aldaar vind je een tweede weidepoort en vervolgens een weg tussen weiden die tot aan een open waterreservoir leidt. Je treft hier weer Gele Pijlen en volgt de beter weg die het reservoir rond en dan langzaam afdaalt in de richting van een stal met schappen en luid blaffende honden achter het hek.

Aan het brugje vind je weer stenen kubussen met de Caparraboog. Na de brug gaat het omhoog. Op het eerste kruispunt boven, ga je naar links. Aan het eerste kruispunt ga je naar recht en vervolgens gaat het steil omhoog. Boven krijg je eindelijk weer zicht op Galisteo.

Galisteo:

Je daalt af naar een asfaltweg en dwarst hem. Je gaat rechtdoor langs een nieuwbouw wijkje en vervolgens kom je in een straat evenwijdig aan de stadsmuur. Hier vind je Hotel “Los Emigrantes” met rechts daarvan een kleine, van buitenaf bijna onzichtbare tienda.

De Albergue van Galisteo bevindt zich in de straat naar rechts. (12B – 5€)

De Camino gaat naar links. Aan de eerste stadspoort kan je er ofwel voor kiezen om buitenom de muren te blijven lopen, of je kan door de poort gaan. Je loopt dan bijna op en Spar winkel. Hier ga je naar links. Vervolgens neem je de tweede straat naar rechts (Calle Antonio Asensio Neila). Op het einde hiervan vind je een Dia winkel. Hier ga je naar links en ga je door de stadspoort. Vervolgens daal je af tot aan de rivier, met gewezen camping (nu picknickplaats) en de middeleeuwse boogbrug. Je dwarst de brug en klimt omhoog richting een rotonde. Je gaat onder een autostrade door en komt opnieuw op een rotonde. Hier neem je de eerste afslag schuin rechts. Nu volgt ruim 9km rustig asfalt tot Carcaboso.

Carcaboso:

De zwarte rook die je op weekdagen ziet, is afkomstig van een steenbakkerij aan de inkom van Carcaboso.

Je komt aan de hoofdweg en dwarst deze. Je gaat de Calle Iglesia in en op het einde ga je naar rechts in de Calle Real. Op het einde hiervan ga je naar rechts in de Calle Pozo. Aan het volgende kruispunt ga je naar links de straat, welke nu genaamd is: Calle Los Miliarios naar de gemeentelijke herberg die aldaar gevestigd is (Op mijn GPS noemt de straat nog: Calle la Cárcava)

Albergue Carcaboso: Los Miliarios:

(24B – 12€ incl. ontbijt, www.losmiliarios.com vrij internet, wifi, keuken, douches, toiletten, zithoek, tv)

De albergue is overdag gesloten. Toen ik aankwam aan de deur, heb ik het telefoonnummer gebeld dat aan de deur uithangt. Minder dan 5 minuten later was de Hospitalera ter plaatse. De vrouw heeft lange tijd in Zwitserland gewerkt en spreekt goed Duits.

Ontbijt: bijna volle pak koekjes, bijna volle liter melk, bijna een halve liter fruitsap. Oploskoffie, cacaopoeder en cornflakes. Het enige deftige ontbijt in een Albergue Turistico.

Hostal/Restaurante Ciudad de Caparra (www.ciudaddecaparra.com ) : Menu del Dia (9€ incl koffie: comida en cena vanaf 20.30u, ruime keuze mogelijkheid, beste wijn van de volledige reis: Rioja Crianzana 2007)

Pension Senora Elena, Carcaboso:

Waarschijnlijk heb je ze wel zien liggen in de verschillende herbergen: de foldertjes voor het Pension Senora Elena in Carcaboso: 11€ voor een nacht in een individuele kamer… het lijkt een goede deal.. tot je de werkelijkheid ziet en tot je Senora Elena ontmoet.

Senora Elena: het is de stiefmoeder die je zelf je ergste vijand niet toewenst. Ze heeft veel gemeen met de heks uit het sprookje van Hansje en Grietje of de boze stiefmoeder uit Assepoester. Ze draagt een strooien hoed zelfs binnenshuis, de schort is bijna vanzelfsprekend, en de paar tanden die nog overgebleven zijn in haar mond, vervolledigen het beeld. Haar zoon, uitbater van het café naast het pension heeft een bijna kruiperige vriendelijkheid, maar het café ziet er niet uit als een plaats waar je iets wil eten.

Wanneer ik binnenkom, blijkt het bed van de eenpersoonskamer niet opgemaakt. Een zetel ligt volwasgoed. De vrouw die instaat voor de opkuis krijgt een uitbrander op een manier die je niet voor mogelijk houdt. Wanneer Senora Elena mij ziet, maakt ze opmerkingen over de vlooienbeten op mijn benen, alsof dat mijn schuld is. Wanneer ik om een sleutel vraag van de kamer en de buitendeur krijg ik als antwoord: “Geen sleutel.”

En dan word ik alleen gelaten. Ik laat nog eventjes alles bezinken, bedenk dat ik nog niet betaald heb, neem mijn rugzak op en loop naar Albergue Los Millarios.

De vrouw die instond voor het onderhoud van de kamers, rijdt me nog achterna en verontschuldigt zich, maar ik zeg haar dat het niet haar schuld is, maar wel die van Senora Elena. Ze behandelt iedereen als een klein kind. Ik vind mezelf daar nu net iets te oud voor…

16) Dag 12: Carcaboso – Aldeanueva del Camino (39km – 8u).

Carcaboso:

Je verlaat de herberg naar rechts en in de Calle Pozo ga je naar links. Op een tweesprong, ga je naar rechts. Voor de rivier maakt de weg een bocht naar links. Ter hoogte van een huis, wijzen de stenen met de Caparraboog naar rechts.

De Gele Pijlen wijzen rechtdoor. De variante via de stenen met de Caparraboog is 400m langer. Het traject met de Gele Pijlen loopt langs een bevloeiingskanaal.

De grindweg eindigt op een asfaltstraatje. Hier tref je opnieuw de stenen met de Caparraboog, die van rechts komen. Je gaat op het asfalt naar links en verlaat deze weg na 300m naar rechts. Hier volgt een prachtig deel.

Aan een paar grote stenen, ga je een beetje naar rechts. Je eindigt links van een weidemuur. Deze volg je gedurende een half uur. Hier ga je door een poort en vervolgens zet je je weg verder langs de rechter zijde van de muur.

Bij een stel Caparraboogstenen, tref je een tekening van een fiets die rechtdoor wijst, langs dezelfde kant van de muur. Verderop tref je een vangkraal voor dieren, welke tegen de weidemuur is aangebouwd. Je rondt deze vangkraal in tegenwijzerzin en zet je je weg verder langs dezelfde kant van de muur.

Je eindigt op een asfaltweg, alwaar je naar rechts de Albergue in Olivia de Plasencia kan bereiken (6,5 km van de Camino).

De Camino dwarst de rijbaan en je zet je weg verder via een brede Via Pecuaria, tussen 2 weidemuren. Deze volg je tot je terug op Asfalt komt. Hier kunnen mensen die overnachtten in Olivia de Plasencia terug op de Camino komen.

Caparraboog:

De Camino zelf gaat rechtdoor en je loopt langs de opgravingsite met op het einde de Caparraboog. Aan het einde van de site, net voorbij de afsluiting, vind je een paar banken, waarvan er sommige in de schaduw van een boom staan. De ideale plaatse voor een pauze.

Voorbij de site ga je verder in dezelfde richting. Je dwarst een asfaltweg en loopt opnieuw door eenzelfde landschap als voor de boog, geklemd tussen muren. Na een poort loop je meer door weiden, je dwarst een beek en klimt licht tot aan een tweede poort. Hier sta je op asfalt en dit blijft zo gedurende 6,5 km tot aan de afslag naar Hostal Asturias (2km buiten de Camino). Na 8,5 km bereik je een belangrijker dwarsstraat, die je eventjes naar rechts volgt om hem dan in de volgende bocht naar rechts, naar links te verlaten via een smaller asfaltwegje, dat op zijn beurt doodloopt op een grindweg onder een viaduct.

Onder het viaduct ga je naar recht. Je dwarst het water en je keert terug onder het viaduct om  langs de oorspronkelijke kant terug verder te gaan. Je loopt over een grindweg tot je op een asfaltweg stoot, die je naar rechts volgt richting N630. Op de N630 ga je naar links tot aan een tunnel onder de A66. 200m verder op de N630, vind je een truckerrestaurant. Je kan ook verder langs de N630 blijven lopen tot Aldeanueva del Camino. Dat is één kilometer korter dan langs de Camino.

De Camino gaat echter onder de A66, en dan 400m naar links. Vervolgens loop je 1km weg van de A66, om aldaar de Via Pecuaria te treffen, die je naar links volgt, en die langzaam terugloopt richting A66. Bij een boerderij kom je op een andere weg, waarna je net voorbij de boerderij naar links gaat om vervolgens door een tunnel onder de A66 terug op de N630 uit te komen. Je volgt deze kort naar rechts om bij de eerste mogelijkheid hem naar rechts te verlaten en via een achterafstraat, evenwijdig aan de N630 onze weg verder te zetten tot aan de Albergue van Aldeanueva del Camino.

 

Aldeanueva del Camino.

Zowel bij de eerste dwarsstraat als op het einde van het dorp vind je een zuil met aardewerktegel, die de Via de la Plata voorstelt. Deze zuil sierde de voorpagina van een nu uitverkochte en gedateerde Nederlandstalige gids van Freddy du Seuil over de Via de la Plata, welke ik in 1999 gebruikte toen ik deze tocht voor het eerst ondernam.

De herberg betreft een geel huisje, daar waar de straat zich ontdubbelt in een deel voor auto’s en een deel voor voetgangers. In maart 2012 woonde boven de albergue een jonge Duitse Franciscaan, die in praktijk de dorpspriester was, daar de echte te oud was om nog de mis te doen.

(8B – 5€, douche, wc, tafel, maar weinig meer)

Casa Sebas: Menu del Dia (cena) 9€ incl koffie OK.

17) Dag 13: Aldeanueva del Camino – Feunterroble de Salvatierra (43km – 8u30’).

Aldeanueva del Camino:

Over het traject tot Banos de Montemayor kunnen we kort zijn:

10 km langs de N630. (zeker bij regenweer te vergeten.)

Negeer alle afleidingen van de Camino, weg van de N630. Ze betekenen alleen maar meer hoogtemeters en bieden zeer weinig soelaas.

Banos de Montemayor.

Wie toch  de Camino volgt, komt aan de Polideportivo van Banos de Montemayor  terug op de N630. Een weinig verder verlaat je de N630 en loop je door het centrum van Banos de Montemayor. Aan het gemeentehuis vind je een pijl naar rechts naar het Centro de Interpretation  de la Via de la Plata (= Albergue). Vanaf hier leiden de Gele Pijlen je naar links en vat je de klim aan richting N630. Fietsers kunnen hier beter op de N630 blijven, gezien die geleidelijker klimt, maar daardoor meer meters maakt. Hetzelfde geldt voor het volgende deel. Aan het einde van de bebouwde kom van Banos de Montemayor, raakt de Camino de N630, maar gaat er niet op. Je volgt de zeer steile met stenen geplaveide weg recht omhoog. Beiden komen weer samen vlak voor de pas. Negeer ook hier weer alle pogingen om je af te leiden van de N 630. In maart 2012 waren ze bomen aan het kappen in de zone tussen N630 en A66, waar de Camino loopt. Bovendien loop je vlak naast de “muur” waarop de A66 gelegen is, en of dat zo veilig is, is een andere vraag.

Puerto de Bejar:

Je passeert een tankstation, dat sinds de aanleg van de A66 niet veel meer te doen heeft. Wat verder vind je de aanduiding van een Albergue (Colonia).

Wat verder verlaat je de N630 door het dorp van Puerto de Bejar. Je gaat onder de A66. Aan een dwarsstraat vind je een parkje met een waterkraan, maar het parkje was afgesloten met de mededeling dat het niet gebruikt mocht worden voor vee. Je dwarst de rijbaan en dan volgt een lange afdaling tot aan de historische Puenta de la Malena.

Na de brug kom je op een smalle asfaltweg, waar nauwelijks verkeer op is. Je volgt deze weg naar rechts tot er een tweede weg van links bijkomt. Hier ga je 200m naar rechts om dan naar links te gaan.

Je volgt deze landweg tot Calzada de Bejar.

Calzada de Bejar:

In het dorp gaat de landweg over in asfalt. Als je aan de kerk naar links gaat vind je aan het gemeentehuis wat bankjes voor een rustpauze. Achter het gemeentehuis vind je een bar, waar ik een fles water kocht (1,5L = 1,50€). Ik heb hier geen tienda gezien.

Je verlaat het dorp in rechte lijn via het asfalt. 250m buiten het dorp verlaat je in een bocht naar rechts het asfalt via een landweg rechtdoor. Wat verder dwars je een weg en ga je verder rechtdoor via een landweg tot aan een asfaltweg. Deze volg je naar rechts om hem na 200m te verlaten naar links voor opnieuw een landweg richting Valverde de Valdelacasa.

Valverde de Valdelacasa:

Aan de ingang van het Centro de Salud kan je overdekt zitten.

Neem de hoofdstraat naar links en volg deze stijgende weg in slecht asfalt tot Valdelacasa.

Valdelacasa.

In Valdelacasa blijf je de weg volgen die het “centrum” rechts laat liggen. Op het einde van het centrum vind je de Sa-214. Rechts vind je een overdekte bushalte. De Camino gaat rechtdoor via een asfaltweg. Na een kleine 2km kom je op een kruispunt met wegwijzers. Het kaartje in de Rother klopt niet helemaal. Een grindweg gaat naar links in de richting van de steengroeve die je al van zeer ver kon zien. Een smalle kronkelende weg tussen 2 muren gaat rechtdoor en komt terug uit op de eerstgenoemde weg. De asfaltweg gaat naar rechts. Volgens het kaartje in de Rother zou ook die moeten leiden naar Fuenteroble, maar dat kon ik niet uitmaken op mijn GPS, gezien de kaart niet voldoende gedetailleerd is.

Als je de grindweg volgt, passeer je op een bepaald ogenblik een wit gebouw in een dennenbos. Niet ver daar voorbij kom je op een kruispunt, waarbij een asfaltweg bijna evenwijdig loopt aan de grindweg. Je volgt de asfaltweg tot Fuenteroble.

Fuenterroble de Salvatierra:

In Fuenteroble neem je de Calle Larga. Je loopt recht op de pastorij, die ook dienst doet als Albergue. De voorplaats is een beetje een rommeltje, een verzameling van stoelen en banken. De aanpalende keuken is al even rommelig. Je loopt door de gang en komt op een soort binnenplaats. Hier vind je een nieuwbouw met toilet, sanitair en een slaapzaal. (ca 70B ) Donativo.

Ik at ’s avonds in de bar het dichtst bij de Albergue. Menu 8€, Frisco Nestlé 2€, thee 1€.

Tienda aangeduid vanaf de hoofdstraat pijltje links: “Peregrino Intermariscos”

18) Dag 14: Fuenterroble de Salvatierra – Morille (32 km – 6u15’).

Fuenterroble de Salvatierra:

Ten overstaan van de richting van waaruit de Camino komt, ga je op het kruispunt voor de Albergue naar links. Je loopt rechtsdoor en verlaat de bebouwde kom. Van links vervoegt een andere weg die waarop je loopt en je maakt een bocht naar rechts. Na 300m vervoeg je een andere grotere weg, die van rechts komt. Je volgt deze weg 700m tot hij een flauwe bocht naar links maakt. Hier ga je rechtdoor en volg je de brede Via Pecuaria. Na ruim 5km kom je op een T-splitsing. Je moet hier niet haaks links, maar schuin links.

Ofwel ga je wegloos naar de Via Pecuaria schuin links, ofwel ga je haaks links, haaks rechts en dan schuin links naar het begin van de Via Pecuaria.

Bij een volgend kruispunt met een landweg ga je rechtdoor. Je loopt dichter tegen de prikkeldraadomheining links van je. De piste wordt een grindweg. Aan het kruispunt met de weg naar Navarredona ga je rechtdoor. Bij een volgende splitsing ga je naar rechts.

Net voor het volgende kruispunt met een grindweg een vaag spoor naar links volgen, tot je op de weg naar  links van het volgende kruispunt komt (slecht aangeduid).

Volg deze slechte weg tot je aan een veerooster in de weg komt.

Wie hier met een andere fiets dan een mountainbike met weinig of geen bagage staat (dus ook geen bagagekarren), kan beter over het veerrooster rechtdoor rijden, want de officiële Camino is een pad dat weinig geschikt is voor voorgenoemde categorie fietsen. Je vindt hier ook sporen van terreinmoto’, die de erosie van het pad nog een beetje verergeren. Vooral het eerste deel van de klim is sterk geërodeerd en steil. Hogerop wordt het beter. Vervolgens loop je langs de voet van een hele reeks windmolens tot je aan het kruis op de Pico de la Duena komt. Het staat hier nu wat verloren tussen de windmolens. Kort na het kruis vat je de afdaling aan in de richting van een asfaltweg die je onder je ziet.

De weg, waarlangs je afdaalt, is bezaaid met losse keien. Fietsers moeten hier dus opletten. Op het asfalt ga je naar rechts. Vervolgens maak je een bocht naar links, en dan gaat het eindeloos op en af. Dit wordt enkel onderbroken door Calzadilla de Mendigo, wat eigenlijk een grote boerderij is.

San Pedro de Rozados.

Je blijft de weg volgen, heuvel op en af tot een landweg schuin het asfalt verlaat. Deze weg gaat naar San Pedro de Rozados gaat. Wie niet in het dorp zelf moet zijn, kan overwegen verder langs het asfalt te blijven lopen tot de top van de heuvel. Hier vind je de asfaltweg naar links naar San Pedro de Rozados. Vervolgens daal je af naar een kruispunt met een landweg, alwaar je de Camino terugvindt. Je bespaart ca. 800m. Hier ga je naar rechts (of rechtdoor voor wie de Camino volgde en je volgt de grindweg richting Morille.

Morille:

Je volgt deze landweg, waar nogal veel los grind op ligt, en dat is niet aangenaam voor de voeten. Op een bepaald ogenblik buigt de weg af naar links. De weg rechtdoor is afgesloten. Oriëntatie is probleemloos, daar je Morille ziet liggen. Je dwarst de asfaltweg, die rond het dorp loopt en gaat rechtdoor het dorp in.

Je passeert een pleintje. Rechts zie je een beeld voor de plaatselijke bibliotheek.

Rechtdoor zie je het uithangbord van de bar. Hier vind je de sleutel van de albergue die zich vlak voor de bar bevindt.

Albergue Morille:

6B – 6€, douche (water fris), WC, geen tafel of keuken. Er is een tweede grotere en nieuwere Albergue met 24B, wasmachine, wifi en keuken, maar die wordt enkel opengedaan als de kleine vol is. L

Menu del dia: 9€ (eten wat de pot schaft):

–    Linzesoep

–    Ternera (biefstuk), sla

–    Dessert

–    Brood, wijn, La Casera

 

19) Dag 15: Morille – Salamanca (19km – 3u45’).

Morille:

Je verlaat de herberg naar rechts. Je dwarst een brugje en volgt de Calle Mayor tot de rand van het dorp, alwaar deze overgaat in een landweg. Je passeert het kerkhof en een terrein met fotovoltaïsche zonnepanelen.

Je blijft steeds rechtdoor lopen tot je aan een boerderij komt. Na het tweede hek moet je naar links (goed aangeduid).

Je blijft steeds dezelfde richting aanhouden.

Miranda de Azan:

Wanneer je Miranda de Azan nadert, zie je een groot bord, dat alle voorzieningen van het dorp aanprijst. Iemand heeft zich zelfs de moeite gedaan het houten paaltje met de rode pijl te draaien richting dorp. De Camino blijft echter links van het dorp en gaat over een beton brugje. Hier neem je de rechtse van twee wegen die aanvankelijk bijna evenwijdig lopen.

Over de brug steeds dezelfde richting aanhouden. Bij de tweede heuvel met bovenaan een rotsrichel, blijf je waar de weg vervaagt, gewoon rechtdoor de heuvel opklimmen. Het is gemakkelijker dan het van ver lijkt en er zijn gele pijlen.

Eenmaal boven heb je uitzicht op Salamanca. Op de graat ga je naar rechts in de richting van Salamanca. De weg eindigt met een knik naar rechts voor wat nu een soort stort van bouw- en ander afval is, en vervolgens ga je op een T-splitsing naar links om je weg verder te zetten in de richting van de A66 en Salamanca.

Vlak voor de brug, alwaar je onder de A66 gaat, vind je een klein heuveltje datje linksom rondt. Onder de brug vind je veel grof huisvuil en plotseling ben je in de bewoonde wereld met straten, trottoirs en parkeerplaatsen in een voor het overige kale omgeving.

Salamanca:

Vervolgens ga je onder de N501 – SA20. Je gaat verder in dezelfde richting. Je komt aan een rotonde en dwarst deze. Je daalt af naar een park, alwaar je naar rechts gaat. De weg eindigt op een rotonde. Alhier ga je rechtdoor in de richting van een weg met verlichtingspalen in de flank van de helling. Je volgt deze weg tot een tunneltje onder het spoor. Vervolgens daal je af richting straatniveau. Aan een tankstation ga je naar rechts. Je dwarst de rijbaan en vervolgens de rivier via de Romeinse brug. Aan de overzijde dwars je de rijbaan.

Rechts zie je de Casa de Lis, een museum voor Art Noveau (4€, vooral het gebouw zelf is prachtig)

Je gaat de straat schuin recht in, en vervolgens kom je aan het Archivo de la Guera Civil. Hier sla je rechts in. Je passeert de officiële ingang van het museum Casa de Lis. Op het einde ga je naar links, dan rechts. Vervolgens loop je rechtdoor naar de Huerto de Calixto y Melibea, een klein parkje met een waterput met een verzameling hangsloten. De Albergue van Salamanca vind je hier rechts.

Albergue Salamanca:

18B – Donativo, microgolf, droogkast, verwarming, douches, wc.

De hospitalero/a’s zijn vrijwilligers. Toen ik er was werd er ’s avonds een maaltijdsoep gemaakt, maar dat was eigen initiatief van die bepaalde hospitalero.

Openingsuren:

–    12.00 tot 13.00: achterlaten rugzak mogelijk

–    16.00 tot 22.00: normale openingsuren

Inkopen:

–    Dia: aan de Casa de Conchas links inslaan. Ingang Dia moeilijk te zien, gezien slechts één toegangsdeur, de rest is witte muur onderaan een gebouw.

–    Carrefour Express: Op de Plaza Espana, in de rechter hoek de Calle de Toro nemen (klassieke winkelstraat)

Restaurant:

Ronde de Casa de Conchas en de Plaza Espana vind je klassieke toeristische restaurants, met Menu del dia’s van ca 16€ soms nog met 2€ toeslag voor het terras.

Ikzelf koos voor een Restaurant Cafeteria Figaro, een beetje weg van de Carrefour in de Calle de Toro: Menu del Dia 10,95€ (op zaterdagmiddag, geen toeristen, behalve ik J).

Nota: normaal zou ik het traject naar Zamora in 2 dagen lopen met overnachting in El cubo de Tierra del Vino, maar gezien ik nog een rustdag over had en mijn vlucht naar huis reeds vastlag, heb ik dit gedeelte in 3 dagen gedaan. Bovendien geraakte ik op die manier eindelijk verlost van een stel traag rijdende snurkende fietspelgrims, die mijn nachtrust al 3 nachten verstoorden.

20) Dag 16: Salamanca – Calzada de Valdunciel (17km –3u45’).

Salamanca:

Je verlaat de herberg naar links. Op het eerste kruispunt ga je naar recht. Je blijft rechtdoor lopen richting een straatje met trappen. Alzo kom je aan het parkje aan de Kathedraal, Plaza Anaya.

Hier ga je naar links tot aan de Rua Mayor, die je naar rechts inslaat. Op het einde hiervan kom je op de Plaza Del Corrillo, die je in haar langsrichting volgt tot de Plaza Mayor.

De Plaza Mayor dwars je en je gaat door de middelste boog van de lange zijde. Alzo kom je Calle Zamora. Verder steeds rechtdoor tot het plein met de arena voor stierengevechten. Daar ga je schuin links richting Zamora. De eerste Gele Pijlen vind je pas aan de Carrefour. Vervolgens passeer je het voetbalstation. Je gaat onder de autostrade door. 1km verder verlaat de Camino de N630 voor een landweg schuin links (werken in maart 2012) en zo bereik je de rand van het dorp.

Aldeaseca de Armuna:

Je passeert een speelplein met waterkraan. Je volgt de pijlen door het dorp. Op het einde van het dorp, volg je een weg in tegenwijzerszin rond het dorp, naar links en vervolgens ga je in de richting van een ondertunneling onder de A66. 750m verder aan een paar huizen ga je niet haaks, maar scherp rechts. Je passeert een verlaten opslagplaats van autobanden.

Je gaat steeds rechtdoor tot Castellanos de Villiqueira.

Castellanos de Villiqueira.

In het dorp volg je de Calle Pozo en vervolgens de Calle Calzada, waarlangs je het dorp verlaat. Vanaf de dorpsrand loop je probleemloos op zicht naar de volgende kerktoren (Calzada de Valdunciel). Je vindt hier terug rode pijltjes op houten palen.

Calzada de Valdunciel.

Vlak voor het dorp dwars je nog een weg. Dan ga je rechtdoor het dorp in via de Calle Carrascal en de Calle Ruta de la Plata leiden de pijlen je probleemloos door het dorp. Op het einde ervan vind je een gesloten Centro de Interpretation de la Via de la Plata, met aan de achterzijde de albergue. Bij aankomst stond de Hospitalera er (toevallig?)

Albergue Calzada de Valdunciel:

(8B – 5€, 2 WC’s, 2 Douches, Microgolf, Verwarming in slaapkamer en zithoek.

(Sleutel, stempel, normaal in de bibliotheek, tenzij gesloten, dan telefoneren naar GSM-nummer aan de deur.)

Restaurants:

Het was niet alleen maar zondag, maar bovendien ook nog Vaderdag en dan moet alles op restaurant blijkbaar dubbel zoveel kosten.

Aan Restaurant El Pozo stond een Menu aanbod voor 19€, wat ik redelijk duur vond. Ik ben dan naar restaurant Joaquin gelopen aan de N630, maar dat bleek achteraf gezien nog een slechtere keuze. Het menu was daar 14€, maar zonder drank of BTW. Men heeft daar 4,50€ aangerekend voor een fles huiswijn, die je er in de week normaal zo bij krijgt. Café solo met twee koekjes: 1,50€,

Alles samen 21,60€. Zoals gezegd: dubbel zo duur als normaal in de week, maar slechts even goed als in de weekLLL.

21) Dag 16 – 17: Calzada de ValduncielEl Cubo de Tierre del Vino – Villanueva de Campean (20 + 13km – 4u + 2u30’).

Calzada de Valdunciel

Je verlaat het dorp via de landweg in het verlengde van de Calle Ruta de la Plata.

Na iets meer dan 1 km vind je een afslag naar rechts, aangeduid met een oud roest bord en een rode pijl op een houten paaltje. Je wordt terug geleid naar de N630 en A66. Vervolgens loop je dan naast beide wegen, tot je ter hoogte van een riviertje onder de A66 geleid wordt, om dan een stukje terug te keren om alzo op de N630 te geraken (afsteken gaat niet wegens prikkeldraad).

Vervolgens loop je een stukje op de N630 tot je de beek gedwarst hebt. Vervolgens vind je een piste naar links die je 120 m terug leidt en vervolgens terug onder de A66 gaat om dan terug verder te gaan langs de andere zijde van de autostrade.

Je kan ook nog 350m verder de N630 volgen om dan via een asfaltweg naar links onder de autostrade te gaan en alzo een omweg van 2 x 120m uit te sparen.

De Camino loopt nu evenwijdig aan de A66 tot aan El Cubo de Tierre del Vino.

Je vindt hier dus naast elkaar:

1   Een grindweg, voor de landbouw

2   Een pad voor de pelgrim

3   Een autostrade, die naar Belgische normen niet gebruikt wordt (deels betaald met Europees geld)

4   Een rijksweg, die nog minder gebruikt wordt omwille van de autostrade

Dit verklaart, waarom Spanje nu in een crisis verkeert.

Onderweg passeer je een gevangenis, te herkennen aan de hoge uitkijktoren.

Na de provinciegrens tussen Salamanca en Zamora vind je op de linker kant op een heuvel een huis met wijngaarden. Een weinig verder kom je op resten van de oude N630. De nieuwe kruist de A66 via een brug. Vervolgens komt de Camino op de N630. Je volgt deze tot aan de afslag van de oude N630 (nu Za-302) richting centrum van El Cubo de Tierre del Vino.

El Cubo de Tierre del Vino:

In de Calle Mayor vind je een bar/restaurant, waar men een Menu Peregrino heeft. Verderop vind je het dorpsplein met het gemeentehuis.

Wie hier wil overnachten loopt net voor dit plein de straat naar links in tot aan de Albergue. (16B – 5€)

Na een pauze op een van de bankjes op het dorpsplein liep ik verder het dorp terug uit via de oude N630 (nu Za-302). Reeds na 100m verlaat je deze voor een grindweg schuin links. Lange tijd zal je nu naast een oude spoorweg lopen.

Op het ogenblik dat de spoorweg naar rechts gaat, draait het pad naar links en 100 m verder sla je af naar rechts.

Links van de weg zie je een schaapsstal. Hier heb je risico op loslopende honden. Rechts een stal met paarden, met tevens honden, maar die zitten vast.

Na 2,5km gaan we op het zadel van een heuvelrug rechts af. Langzaam daalt de weg een beetje af van de heuvel. We lopen niet naar het dorp (Cabañas de Sayago) maar naar het nog niet zichtbare Villanueva de Campean. Probleemloos gaat het verder via de vooral voor fietsers soms zeer stoffige weg (erosie + los zand).

Villanueva de Campean:

Je komt het dorp binnen via de Calle Calzada. Je wordt opgewacht door een zeer groot bord dat de geneugten van de private herberg aanprijst. Het bord voor de gemeentelijke herberg is zowat 10 keer kleiner.

Albergue Communal de Villanueva de Campean:

Het fotokaartje is niet helemaal juist meer. De positie van de Albergue klopt, maar de woning, waar je de sleutel moet afhalen is niet juist meer. Groene geverfde pijlen wijzen je echter de weg. Het huis bevindt zich op de Plaza Mayor achter een oud schoolgebouwtje, op de hoek van een straat. Er hangt een bordje op de gele gevel van het huis nr. 8  met bordje “Llabe del Albergue”, met daaronder nog een pijl, maar het is wel degelijk die woning. Eventjes aanbellen en de vrouw vergezelt mij tot aan de Albergue. Het bovenste deel van de toegangsdeur blijkt niet slotvast te zijn. De vrouw komt wel ’s avonds 2 maal kijken of er geen nieuwe pelgrims aangekomen zijn. De laatste keer wordt ik aangeraden om de deur van binnen af te sluiten om ongewenst bezoek te voorkomen.

(10B – 6€, douches, WC, verwarming, tafel, stoelen, microgolf)

Restaurant: Bar Via de la Plata: Menu gevraagd: 9€

Ensalada mixta, ternera friet, dessert, wijn, brood (OK), Koffie 1€

 22) Dag 17: Villanueva de Campean – Zamora (18km – 3u30’).

Villanueva de Campean.

Je verlaat de Albergue van Villanueva de Campean naar links. Op het einde van de straat kan je kiezen. Het kortste ga je naar links tot aan de kerk en vervolgens via de Calle Zamora tot aan de rondweg. Deze dwars je en vervolgens loop je de landweg in.

Vlak voor het dorp San Martial, neem je een landweg naar rechts. Vlak voor een helling, neem je een landweg naar links. Deze landweg eindigt op een landweg komende uit de richting van San Martial. Je dwarst deze weg en neemt een minder goede weg, die aanvankelijk evenwijdig verloopt aan de eerst genoemde weg, maar er zich van verwijdert in noordelijke richting. De weg klimt licht tot aan de asfaltweg Za-305. Hier ga je naar rechts. Je volgt deze weg gedurende één kilometer. Wanneer deze weg een bocht naar rechts maakt, gaat de Camino rechtdoor via een landweg. 250m verder dwars je een slechte asfaltweg. In rechte lijn loop je tot aan T-splitsing naast een vage beekbedding. Je dwarst deze via een brugje naar links. Aan het eerste kruispunt, ga je naar rechts en vind je opnieuw GR-tekens. Aan een volgend kruispunt vind je een monument bestaande uit 3 zuilen met tekst. Hier sla je rechts af. Je loopt in de richting van een oud spoorwegtraject, dat je nadert om je er vervolgens terug van te verwijderen.

Vervolgens dwars je een asfaltweg, die naar een industriezone links van de Camino leidt. Bij een boerderij met honden achter tralies, ga je links omhoog. Je volg deze weg tot aan de CI-527.

Zamora.

Je dwarst de CI-527 je en je loopt de stad in via de Carretera de Fermoselle, die je volgt tot aan de brug over de Duero. Je dwarst de rivier en aan de overzijde dwars je de rijbaan. Je gaat schuin rechts omhoog de stad in Calle del Puente. Vervolgens ga je op de Plaza Santa Lucía naar links, rond het plein en het Museum en opnieuw links in de Cuesta San Cipriano. Deze straat maakt een haarspeldbocht rond de Albergue van Zamora.

Albergue van Zamora:

Zeer ruime herbergen, met meerdere meerpersoonsslaapkamers met eigen sanitair, verdeeld over 2 verdiepingen. In de onderste verdieping vind je een eetzaal en een keuken. Ontbijt inbegrepen (koekjes, ontbijtgranen, cacao, thee, oploskoffie). (Donativo)

Openingsuren: niet vanaf 12.00 uur maar wel vanaf 13.30 uur tot 22.00 uur.

Restaurant:

Hotel Trefacio, Calle Alfonso de Castro 7

Menu del Dia: 10,90€

Moussaka, schaap, chocomousse, zuinig met brood, wijn, koffie (1,10€)

Om de hoek vind je een bibliotheek, alwaar je op het bovenste verdiep gratis internet vindt (1 uur) (Credential Peregrino meebrengen).

23) Vervolg van de tocht: Zamora – Santiago.

Voor het vervolg van de tocht verwijs ik naar mijn reisverslag Camino Mozarabe (2003).

De afwijkingen qua traject van de Camino, zullen beperkter zijn dan in het deel Sevilla Zamora, gezien er reeds een autostrade was in het deel Zamora – Santiago. Ik vermoed dat de Albergues in Galicië ook niet veel zullen veranderd zijn, gezien die in 2003 reeds goed waren. Wie het Duits machtig is, verwijs ik naar de gids van Rother, Via de la ¨Plata (2011), welke ik gebruikte voor het deel Zamora – Santiago.

24) Terugreis.

Je loopt langs de kerk tot op het plein voor de bibliotheek. Hier ga je naar links. In de hoofdstraat ga je naar rechts. Je loopt tot aan de Plaza Major. Hier gaat de Camino verder naar links rechts van het gemeentehuis in de Calle Costanilla.

Naar het busstation, loop je echter verder rechtdoor. Op een tweesprong ga je naar links, in de Calle de San Torcuato. Je dwarst de binnenring van Zamora en gaat verder in de Avenida Víctor Gallego. Deze gaat over in de Avenida de Tres Cruces. Vlak voor de ZA-20 vind je meerder warenhuizen. Je dwarst de ZA-20 en loopt aan de overzijde naar rechts. Voorbij een appartementsgebouw vind je een doorgang naar de ingang van het busstation.

In het busstation kan je vanaf 07.30 uur een kaartje kopen aan het loket van La Regional. voor de prijs van 7,10€. De bus vertrekt op tijd om 08.00u en komt ook op tijd toe in het busstation van Valladolid (09.30u).

Om 10.30u vertrekt de bus van Linecar  www.linecar.es  Het kaartje koop je op de bus zelf, niet aan het loket. Omstreeks 10.15u kwam een bus van Linecar met opschrift Valladolid – Aeropuerto aangereden in het busstation. Deze bus werd langs de kant gezet. Om 10. 25 uur kwam een bus van dezelfde maatschappij, zonder enige verder aanduiding aangereden. Dit bleek dan de bus te zijn naar de luchthaven. (Zeer verwarrend dus)

Nota: de luchthaven van Valladolid is erg  klein. Je kan er enkel belegde broodjes en drank krijgen (zelf meebrengen is dus verstandig en budgetvriendelijk) . Verwacht er ook geen taxfree shop.

– Terugreis: Ryanair: www.ryanair.com Valladolid – Charleroi (44€ incl. Rugzak tot 15kg) Ook op tijd. Vanaf Charleroi-Zuid neem je bus en/of trein naar je woonplaats. Biljettenautomaat (NMBS + TEC aan de ingang van de vertrekhal).

Advertenties

Commentaar? Vragen? Reacties, altijd welkom.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.