Nordkalottleden (Ritsem ronde)

Algemene info bij het reisverslag.

Reisverslag Nordkalottleden (Ritsem ronde – 195km)

overzicht-nordkalotsleden

overzicht-nordkalotsleden-ritsem-ronde

Streek: Lapland (Norrbotten).

Traject: Wandeltrektotocht Nordkalottleden (Ritsem ronde)

Periode: 16/08/2016 – 23/08/2016

Reisgezelschap: solo

Transport: heen en terug: met de wagen via Nederland, Duitsland en Denemarken naar Zweden.

Bruggen: wie zowel de Storebaelt als de Oresund brug gebruikt, rijdt 200 km rond in vergelijking tot ongeveer elke combinatie van veerboten. Vergelijk de tarieven voor het door U gebruikte type voertuig via www.storebaelt.dk en www.oresund.com .

Veerboten:

Vanuit Jutland naar Zweden: zie www.stenaline.com . De overvaart tussen Grena en Varberg is goedkoper dan Fredrikshaven – Göteborg.

Vanuit Duitsland naar Zweden: www.scandlines.dk (nadeel 2 korte overvaarten te reserveren en ook duurder dan de langere overvaart tussen Jutland en Zweden.

Openbaar vervoer: Met Ryanair naar een luchthaven vlak bij Stockholm (Skafsta). Per bus naar Stockholm en verder per trein tot Abisko (www.sj.se)

Bussen in Norbotten (Narvik – Kiruna E10): www.ltnbd.se (Länstrafiken Norrbotten)

Berghutten:

  • Noorwegen: www.dnt.no (DNT) Noorwegen heeft voor buitenlanders het meest onvriendelijke hutten systeem van Scandinavië. Zij erkennen geen lidmaatschappen van de klassieke bergsportverenigingen uit de Alpenlanden. Indien je dus ledenkorting wenst, dien je lid te worden van DNT zelf en dat blijkt eindelijk te kunnen via het internet (https://english.dnt.no/join/ ). In 2016 koste een individueel lidmaatschap 640NOK of ca 70€. Voor -26jarigen is dit 330NOK. Wie lid is betaalt 245 NOK in een onbemande hut, wie geen lid is 355 NOK. Voor een sleutel betaal je een waarborg van 100 NOK of 20€. Een sleutel is te verkrijgen en terug te geven in Ritsem.

  • Zweden: Reservaties via www.svenskaturistforeningen.se Vaisaluokta, Hukejaure, Sitasjaure, Ritsem (bemand, vanaf 350 SEK, voor houders van een internationale Jeugdherbergkaart (Hi-hostels www.jeugdherbergen.be )

Reizen kost: van 0 tot 70 € per dag (voor overnachting, ontbijt en avondmaal)

Diesel Zweden: van 12,14 tot 12,67 SEK (vanaf 1,30€)

Denemarken: 7,54 – 9,00 DNK (vanaf 1,13€)

Duitsland: ca 1,029 €

Nederland: ca 1,209 €

België: ca 1,059€ (goedkoopste station in de eigen buurt (officieel : tankstation Minderhout, NL is in praktijk goedkoper)

Alcohol: 2 tot 3 maal zo duur als in België.

De rest: ca 25 tot 50% duurder dan bij ons

Betalingswijze: – cash (af te halen in een bankautomaat in Stockholm, Kiruna of Jokkmokk)

Visa of Mastercard (geschikt voor tanken en het betalen van je busritten)

Reisliteratuur:

– Lonely Planet Scandinavian & Baltic Europe on a Shoestring

– Skandinavien: Nordkalottleden (Michael Hennemann – www.conrad-stein-verlag.de )

Dit deel wordt in de gids echte summier beschreven.

Stafkaart:

  • Landmäteriet Fjällkarta (Schaal: 1/100.000)

BD 7: Sitasjaure – Ritsem (volledig beschreven traject)

  • Statens Kartverk: Turkart Indre Troms (Schaal: 1/100.000 – verouderd)

Persoonlijke gegevens:

mountainman@scarlet.be

Nordkalottleden (Ritsem ronde):

overzicht-nordkalotsleden-ritsem-ronde

Inleiding:

Dit traject van 195km is naar Zweedse normen goed bereikbaar, met het openbaar vervoer. De meeste mensen die ik tegenkwam, liepen het traject vanuit Abisko in de richting noord-zuid. Opnieuw zijn er heel veel zinnige argumenten om dat niet te doen, gezien je dan eerst het eenvoudigste deel voor de kiezen krijgt en je je meegebrachte voorraden opgebruikt, daar waar dit het minste nodig is.

dscn0159Vertrekken vanuit Ritsem geniet daarom steeds de voorkeur. Wie voor het officiële traject van de Nordkalottleden kiest, loopt langs de zuidzijde van het Akkajaure. Op het traject tussen Zweedse Vaisaluokta hut, vlak aan de aanlegsteiger van de boot vanuit Ritsem en de Noorse Røsvatnhytta met een totale lengte van 55km, vind je slechts één schuilhut na 13,3km. Dan blijft er nog steeds 42 km te overbruggen, en dat kan zeer moeilijk zonder tent. Een alternatief is het recentere Grenseleden langs de noordzijde van Akkajaure, alwaar je 3 schuilhutten vindt op Noors grondgebied en nog 4 schuilhutten op Zweeds grondgebied, netjes gesponsord door het Interreg fonds van de Europese Gemeenschap. Op de BD7 kaart zijn 2 schuilhutten terug te vinden op Zweeds grondgebied.

De afstand tussen Ritsem en de Røsvatnhytta bedraagt hier 43km. Op die manier zou je het traject Ritsem – Abisko kunnen overbruggen zonder tent, mits je uiteraard beschikt over een sleutel van de Noorse hutten. Deze sleutel is te verkrijgen zowel in Ritsem als in Abisko tegen een borg van ca. 25€. Reken in de Zweedse schuilhutten niet op matrassen. Het eventueel aanwezige hout is enkel bestemd voor noodgevallen.

Eten dien je zowel op het traject Ritsem – Salkastugan of Ritsem voor het volledige traject mee te dragen. Op Kungsleden vind je in principe bevoorrading in Salka, Alesjaure en Abisko.

Landschappelijk is er weinig verschil met Kungsleden of Padjelantaleden. Alleen lopen deze paden veel gemakkelijker, omwille van de aanwezigheid van loopplanken over drassige gebieden en de aanwezigheid van bruggen over de meeste rivieren. Het grootste deel van dit pad verloop over Noors grondgebied, en daar gelden Noorse opvattingen over paden en wat daarbij vooral niet gedaan moet worden om het de wandelaar gemakkelijker te maken. Zonder aangepast schoeisel, zal je of vaak van schoenen moeten wisselen of in staat moeten zijn om te lopen met natte voeten, zonder deze volledig de verdommenis in te helpen. Weet dus waaraan je begint….

Daarnaast is er het bijkomend probleem inzake de stiefmoederlijke behandeling van grensoverschrijdende paden tussen Noorwegen en Zweden (Røysvatnhytta – Paurohytta). Beide landen en de bijbehorende bergsportverenigingen hebben het liefst dat je in hun land blijft, wat een beetje in tegenspraak is met een grensoverschrijdend project als Nordkalottleden. De Noren blijven op de vlak het meest in gebreke. Maar dat past ook in hun benadering van bergpaden. Je moet hier je plan kunnen trekken. Wie Noorwegen enkel kent van gebieden als Jotunheimen, kan op dat vlak bedrogen uitkomen, maar zelfs in een gebied als Jotunheimen zal men enkel maar een brug leggen als het echt niet anders kan. Hetzelfde geldt voor loopplanken over drassige gebieden.

Uitrusting en voeding:

Kledij op het lichaam:

– schoenen:

Ikzelf gebruik: – Corcoran, huidig model Men’s 1949 van de Cove Shoe Company, (schachthoogte ca 20cm.) (www.corcoranandmatterhorn.com , Leverancier van het Amerikaans Leger)

Alternatieven: – Bighorn winterlaarzen van Sorel.

– Meindel schoenen met verhoogde schacht (jacht)

– Löwa Military (ruime keuze in modellen met verhoogde schacht en Gore-tex

voering)

Omdat mijn huidig paar een nieuwe zool behoefde en de Gore-tex voering ook al wat over haar hoogtepunt heen was, keek ik reeds enige tijd uit naar een nieuw paar. Gezien dit niet lukte via iemand in actieve dienst van het Belgische leger, ben ik op zoek gegaan naar een leverancier in de V.S. Dit werd www.workingpersonsstore.com , gezien dit de goedkoopste was, die ook bereid was om de schoenen richting België te sturen. Working Person’s Store geeft regelmatig kortingen allerhande, vooral bij feestdagen. Oorspronkelijk kosten de schoenen 210$. Daarop kreeg ik een korting van 50$, zijnde 160$ en diende ik 55$ verzendings- en verpakkingskosten te betalen, zijnde een totaal van = 215$. De betaling aan de leverancier verliep via PayPal.

De Belgische douane vindt het nodig om daar nog eens 21% btw aan toe te voegen en 12€ administratiekosten. Je mag dan nog van geluk spreken dat de kost van de goederen net onder de 150€ blijft, want daarboven stijgen de administratiekosten naar 30€ (en dat voor minder dan 1 minuut werk… goed gerekend Belgische Staat 😦)

Uiteindelijk betaalde ik 209,35€ (leverancier) + 44,22€ btw + 12€ administratiekosten = 265,57€.

Wie op het internet nazicht doet naar de reputatie van Working Person’s Store, krijgt vooral opmerkingen over laattijdige leveringen en slechte communicatie. Ikzelf kan niet echt klagen over echt laattijdige levering. Gezien de schoenen in meerdere breedtes verkrijgbaar zijn, is het aanvaardbaar dat Working Person’s Store niet alles op voorraad heeft en de schoenen dus nog van de fabrikant dienden te komen. De communicatie verliep echter wat moeizaam, vooral de bestelling buiten de normale bestelsystemen om verliep, waardoor er mogelijks communicatie die bij een normale bestelling automatisch geleverd wordt, niet spontaan bij mij als klant terecht kwam, maar er specifiek naar deze informatie gevraagd diende te worden.

In verhouding tot mijn vorig paar is het leder van het huidig paar soepeler en de zool vooral veel dikker en meer geprofileerd. Ook de voering verzwaarde iets en de schacht verhoogde met zowat 1cm. Het gewicht nam met 100gr per schoen toe. De toegenomen soepelheid resulteert in een verkorte inlooptijd. Omdat ik smalle voeten heb koost ik bij mijn huidige bestelling voor een smalle leest (N). Dit spaart een paar sokken uit .

– stel sokken: minimaal 2 van goede kwaliteit (lusjesweefsel langs de binnenzijde en in materialen gaande van wol tot Coolmax). Overweeg een paar “Bugsox Adventure” (16,95€) sokken van Tropicare (www.careplus.nl) die bewerkt zijn tegen muggen en teken (nog geen persoonlijke ervaring mee.)

– trekkersbroek: lang, bij voorkeur in een waterafstotende en/of sneldrogende kwaliteit en met rekkers aan de onderzijde van de pijpen. Een mogelijk alternatief betreft een lange broek van het merk Ayacucho, verkrijgbaar bij A.S Adventure, welke voorzien is van een verfstof waaronder een insecticide is gemengd. Hierdoor is deze stof minstens 3 jaar werkzaam.)

– sporthemd met zonnefactor 30 (Aldi of AS Adventure Ayacucho AM Shirt met anti-mug behandeling in de verf gemengd)

– synthetisch ondergoed: slip (mijn voorkeur gaat naar de microvezel van Nur Die) en T-shirt met lange of korte mouwen ( te koop: soms in Aldi, altijd in Decathlon of de klassieke buitensportzaken)

– lichte fleece

– zonnehoedje (houdt ook de muggen uit je haar, vooral als je nog wat muggenolie op de zweetband doet.) Eventueel een hoed van AS Adventure Ayacucho met anti-mug behandeling in de verf gemengd overwegen. Tropicare/Tropenzorg maakt tegenwoordige enkel nog muggenolie zonder DEET, gezien dat niet heel erg gezond is. (Wie nog producten met DEET wil, zal op het internet moeten kijken…)

Kledij in de rugzak:

– zware fleece, liefst met windstopper (ook reeds te koop in Aldi)

– Gore-tex jas met kap of regenhoed (Outdoor Research). (Gore-tex geniet nog steeds de voorkeur, maar wie afgeschrikt wordt door de hoge aanschafprijs kan voor redelijke alternatieven terecht bij Decathlon)

– een gletsjerbril of skibril met hoge filteringgraad, vooral als bescherming tegen hagel, zonnecrème (beschermingsfactor 20 of hoger) en eventueel lippenzalf met beschermingsfactor)

– reserve synthetisch T-shirt, slip en onderbroek met lange pijpen.

– stel reserve sokken

Andere uitrusting:

– plastic waadsandalen (voor wie bergschoenen van een normale schachthoogte gebruikt.

– telescopische wandelstokken (ontlasten de knieën bij het dalen, houden je ook recht in de modder of bij het waden…). Koop bij voorkeur stokken van de merken Leki, Komperdell, Black Diamond of Decathlon als goedkoper alternatief. Besteed aandacht aan het materiaal van de handgrepen (geen hard plastic) en mijd vooral stokken met een gesp in de polslus. Bij langdurig gebruik gaat die gesp irriteren.

– 1 kleine handdoekje van 50 x 30 cm, bij voorkeur in microvezel (droogt sneller en geeft minder geur af, wanneer hij niet goed gedroogd kan worden. Reeds verkrijgbaar bij Aldi)

– 1 washandje met een klein busje douchezeep en shampoo, een reistandenborstel met kleine tube tandpasta (een bijna lege tube sparen voor op reis kan ook), een stick scheerzeep en wegwerpmesjes of reisscheerapparaat op batterijen.

– een paar pakjes papieren zakdoekjes, doet dubbel dienst als toiletpapier

– drinkbusje met een inhoud van 0,5 liter of

– waterfilter van Care Plus/Sawyer met bijbehorende drinkzak. Op 25 jaar zonder slechts één maal pech gehad, maar toch…

– zakmes

– micro zak- of hoofdlamp om het toilet te vinden in het donker (maar erg donker wordt het hier niet, vooral rond 21 juni).

– persoonlijke apotheek: rekverband, steriele doekjes, ontsmettingsmiddel, wondpleisters, schaartje, sporttape, Compeed, Ibuprofen, Dafalgan, Cirrus (tegen neusloop) Imodium (Generisch: Loperadomine tegen diaree (als het reeds te laat is 😦), Enterol of Antedia (preventief ter voorkoming van diaree 🙂).

– reserve plasticzakken

– naald en draad

– tube handwaszeep (1 voor 2 personen)

– GSM (dekking niet overal verzekerd) of een Spot Gen 3 of soortgelijk toestel.

– oriëntatiemiddelen: stafkaarten (zie hoger), kompas en/of GPS.

Andere uitrusting specifiek voor de tentrekkers:

– 3 tot 4-seizoens tent van een gekend merk, bestand tegen winden tot 100 km/h en lichte sneeuwlast. (Heden gebruik ik een Hilleberg Akto met footprint (1,85 kg) (Avventura 450€ Engelse internet shops: vanaf 370€)

– Onderzeil of footprint met een schotelvodje voor schoonmaak

– Een slaapzak met een comforttemperatuur van zeker -5°C (Slaapzak Carinthia bags (20 jaar oud Extreem -16°C, 1,6 kg)

– Waterdichte compressiezak (Sea to Summit, Large) voor slaapzak, zeker indien je die buiten op de rugzak draagt (De Waele Camping Relax Lochristi) (28€).

– Slaapmat 8mm of Thermarest Neoair R(51 x 183 x 6,3cm) (410gr) (Decathlon 125€)

  • Het merk met de grootste keuze in gevriesdroogde maaltijden is op dit ogenblik Trek’n Eat (www.trekneat.com) , een ondermerk van de Katadyn groep (www.katadyn.com) , vooral bekend van de waterfilters, maar ook de Optimus vuurtjes (www.optimusstoves.com) vallen onder hun groep.

  • Qua brandstof verkies ik nog steeds alcohol, maar ben ik nu overgeschakeld van een 25 jaar oude Trangia op een modernere Esbit CS985H-EX (310gr) (www.esbit.de) (www.campz.be) met vlamverdeler, type pocketrocket. Hij is sneller en lichter dan de Trangia. Voor buitengebruik maak je best 2 windschermpjes uit de zijwand van 330ml drankblikken. Die wegen niets en passen perfect in de brandervoet. Een gasflesje koop je steeds vol en moet je vol meedragen bij de start. Alcohol kan je perfect doseren en in een aangepast klein plastic flesje gieten. Een alcoholbrander vind je niet meer in de reguliere buitensportzaken, maar enkel nog via www.camp.be (waarschijnlijk te goed, te goedkoop en te weinig reserveonderdelen nodig ;-)). Methanol (brandt zuiverder dan de ethanol verkrijgbaar in Scandinavië). Verder gebruik een afgezaagde plastic lepel. Meer heb je niet nodig om een gevriesdroogde maaltijd te eten. Het argument dat alcohol een lage calorische waarde heeft is theoretisch juist, maar in praktijk onzin,gezien jet om een gevriesdroogde maaltijd op te warmen echt niet veel nodig hebt: 30ml ’s avonds voor een volle portie, 25ml ’s ochtends voor een halve portie, gebruik een 50ml injectiespuit (Rohloff oliewisselset of apotheek) met een plastic slangetje dat voldoende lang is voor de gebruikte brandstoffles.

  • Zakmes, lucifers in een filmblikje met de zijkant van het doosje erin, een schuursponsje, een schotelvodje en wat afwaszeep.

  • rugzak van ca. 80 liter. Ikzelf gebruik nog steeds een 30 jaar oude framerugzak van Bergans (www.bergans.com) . Binnenin steek ik toch nog altijd alles in plasticzakken gesloten met metaalclip of lichte waterdichte zakken van Sea to Summit (www.seatosummit.com ). Kleine zaken en dagrantsoenen gaan in diepvrieszakken van Aldi. Voor de lichtgewicht fanaten met een stevige buidel heb je ook de Ula Epic: 330€, verkrijgbaar via www.packraftstore.de

Andere uitrusting specifiek voor de huttentrekkers:

  • rugzak van ca 60L(Quecha Symbium 60 van Decathlon) Ondanks dat er bij die rugzak een regenhoes zit, steek ik toch nog altijd alles in plasticzakken gesloten met metaalclip. Kleine zaken en dagrantsoenen gaan in diepvrieszakken van Aldi.
  • lakenzak type jeugdherberg eventueel in zijde
  • lucifers

Risico’s bij het waden en gebruik van wandelstokken:

Tot mijn verbazing diende ik vast te stellen dat vrij veel trekkers hier rondlopen met slechts één of totaal geen stokken. Voor mij is dit onbegrijpelijk, vooral bij het dwarsen van rivieren. Gezien ik tijdens deze tocht van 8 dagen slechts gedurende 2 avonden te maken kreeg met eerder beperkte neerslag, moet ik er vanuit gaan dat de stand van de rivieren eerder laag was. Indien je hier eerder op het seizoen komt terwijl er nog meer smeltwater van de bergen komt, zal de waterstand in de rivieren hoger zijn. Ook in periodes van aanhoudende regen kan de stand van deze rivieren substantieel stijgen. Dit kan resulteren in hogere waterstanden en dus een grotere moeilijkheidsgraad bij het dwarsen van de betrokken rivieren. Om dat dan te doen zonder gebruikt te maken van stokken lijkt mij niet voorzichtig. De stenen in rivieren zijn vaak glad en het hoge rugzakgewicht verstoor je natuurlijke evenwichtsgevoel. Het vertraagt in elk geval de reactie op verstoringen van het evenwicht, wat kan resulteren in een val in de rivier.

Ik heb het al zien gebeuren, maar ben er gelukkig zelf nog van gespaard gebleven. Alleen al het feit dat de kleren op je lichaam nat worden, zonder dat je die onmiddellijk kan drogen, noodzaakt het bezit van een droog stel en een droge rugzak inhoud. De afkoelende factor van de wind mag in deze streken niet onderschat worden.

De risico’s bij het waden zo laag mogelijk houden is van zeer groot belang, net zoals het waterdicht verpakken van cruciale onderdelen van de persoonlijke uitrusting. Het feit dat de hutten enkel toegankelijk zijn voor personen in het bezit van een sleutel, is ook een bemoeilijkende factor, waar terdege rekening mee moet gehouden worden. Enkel onder de bomenlijn is het mogelijk om vuur te maken, indien je over de nodige uitrusting beschikt. De fjäll zelf is boomloos en de afstanden zijn groot.

Wanneer in de beschrijving gewag gemaakt wordt van een “gemakkelijke” doorwading, aangeduid door een X of Andreaskruis, heeft dit steeds betrekking op het gebruik van schoeisel met een verhoogde schacht (20cm). Bij gebruik van normale bergschoenen zal zelfs bij dergelijke rivieren van schoeisel moeten gewisseld worden, indien je ze droog wenst te houden van binnen. Rivier en beken aangeduid met een “Vis” zijn haalbaar met normaal schoeisel.

Noorse hutten:

Noorse hutten verschillen in grote mate van de hutten in de Alpen. Enerzijds zijn de meeste eigendom van de Noorse Turistforeningen DNT. Je slaapt hier in principe steeds in een individueel bed.

De hutten worden verwarmd met hout. Deze brandstoffen worden steeds voor het ganse jaar aangevoerd in de winter door middel van sledes achter sneeuwscooters. Bij de hutten die met hout kachels gestookt worden is er een droogrek boven de houtkachel in de gemeenschappelijke ruimte. In sommige hutten moet het hout nog gezaagd en/of gekliefd worden. Als je daar niet mee vertrouwd bent, laat je dat beter over aan de Scandinaviërs. Bij hen zit dat in de genen. Indien je toch toevallig alleen voor deze taak zou staan, weet dan dat je een houtvuur hier start met de schors van berkenbomen, die gemakkelijk loskomt van de stam. Dit werkt zowat als een Zip blokje. Daarboven kleiner takken en dan pas de stammen.

Koken gebeurt steeds op gas. Meestal liggen er wel lucifers, maar het is handig als je er zelf ook bij hebt (just in case). Er zijn potten, bestek, borden en glazen. Water wordt met emmers uit de beek gehaald. De emmers voor het vuil water zijn gemerkt.

Er staat meestal buiten op een centrale plaats een boom met wegwijzers, met pictogrammen of aanduidingen als: ‘Vann’ voor vers water uit de rivier, ‘Toiletten zijn aangeduid met een icoon met een deur met een hartje. Behalve in de Fjällstations zijn het droogtoiletten of hudo’s.

Je wordt dus ook verondersteld je steentje bij te dragen tot het onderhoud van de hut, zoals het aanbrengen van vers water, het wegbrengen van het vuil water, het afwassen van de spullen die je gebruikt hebt en het vegen van de vloer.

Verwacht voor hier overige geen service, behalve in de Fjällstations, waar je restaurant service hebt tegen stevige Noorse prijzen.

Voor de hutten in beheer van DNT, heb je een lidkaart van de Noorse Turistforeningen DNT nodig. Je dient ook over de standaard sleutel te beschikken die je voor dit traject kan bekomen in Ritsem of Abisko tegen het betalen van een borg (ca. 25€). DNT aanvaardt geen lidmaatschap van andere bergsportverenigingen.

Gebruikte GPS-symbolen:

Openbaar vervoer (bushalte): treinstation of bushalte

Logies (groen bed): STF fjällstation of een officiële hut van STF of SNV

Hut (bruin tuinhuis): windschuilhut (overnachten mogelijk in geval van “nood”)

Camping (groene tent): bruikbare vrije kampeerplaats met “drinkbaar” water in de buurt.

Toilet (man/vrouw symbool, wit op blauw): (meestal) droogtoilet

Top (bruine berg met witte top): bergtop, pas of ander hoogste punt in het terrein

Begin wandelpad (blauwe wandelaar): wegwijzer of splitsing van 2 paden

Rode vlag: opvallende markering op het terrein, meestal cairne

Boothelling: overzet (betalend) over meer

Brug: hang- of statische brug van enige omvang

Overtocht (geel andreaskruis): wad (brede maar ondiepe beek

Visgebied (groene vis): smalle beek, normaal ondiep

Schedel met gekruiste botten: breed en diep wad of ander gevaar

Tolhuis (slagboom): grens nationaal park of rendieromheining

Informatie (i): informatiepaneel

Kerk: religieus gebouw van de Sami of bezinningsplaats

Voeding:

Volgens de voedingsleer zou je voeding een verhouding van 15% proteïnen, 30% vet en 55% koolhydraten moeten bevatten Voor sommige sporten gaat men zelfs tot 70% koolhydraten.

Hou echter rekening met het feit dat vet meer calorieën bevat voor eenzelfde gewicht voeding.

Mijn menu is zodanig samengesteld dat ik in principe alles wat ik onderweg moet eten, los uit de hand kan eten. Dit is handig bij slechte weersomstandigheden en spaart bovendien gewicht uit aan verpakkingsmaterialen, besteken, enz…

Mijn dagrantsoen voor onderweg stop ik per dag in een afzonderlijke plastic zak. Als het dan regent, steek ik die zak op de plaats waar ik anders mijn regenjas steek, zodat de rugzak niet telkens open moet, wanneer je je energiepeil wat wilt aanvullen.

Ikzelf weeg ca. 74 kg. Wie zwaarder is, zal in verhouding iets meer nodig hebben.

Een menu moet voldoende gevarieerd zijn en moet uiteraard voor jou aanvaardbaar zijn.

Weet echter dat ik thuis ook wel iets anders eet dan dit.

Veel sportvoeding vermeldt reeds de samenstelling. Indien je deze niet terugvindt op de verpakking, zal je gebruik moeten maken van een algemene lijst met de samenstelling van voedingsmiddelen. Die vind je terug in een boek over dieetleer in de bibliotheek of op het internet. Als je weet dat 1gr proteïnen of eiwitten overeenkomt met 17 kJ of 4kcal, 1 gr vet met 38 kJ of 9 kcal en 1 gr koolhydraten met 17 kJ of 4 kcal, dan kan je zelf aan de slag.

Naam:

Gr.:

Prot./

100gr:

K.hydr./100gr:

Vet/

100gr:

Cal/

100gr:

KJ/

100gr:

Tot Cal:

Tot KJ:

Mueslibar

75

5,8

72,1

6,4

380

1603

285

1202,25

Energie Bar

80

5,4

72,3

9,2

392

1653

313,6

1322,4

Chocolade noten

80

9,2

49,7

36

445,6

1856

356,48

1484,8

Snickers (Foré)

90

9,5

58

26

509

2128

458,1

1915,2

Salami

100

30

2

43

515

2135

515

2135

Gouda

105

25

0

30

370

1535

388,5

1611,75

Vriesdroog

240

16,8

56,6

11,9

403

1697

967,2

4072,8

Totaal:

770

3283,88

13744,2

De chocolade is meestal van Ritter Sport (Makro). Alternatieven vind je ook bij Lidl of Aldi .

Energy Bars vind je soms bij Aldi, maar in elk geval vind je die van Isostar bij Makro of sportzaken. Foré (namaak Snickers) vind je bij Aldi. Koop harde Muesli Lidl (No added sugar) repen en geen zachte, want daar blijft niet veel van over na een verblijf in je rugzak. Of je moet ze in een doos steken en dat weegt weer extra.

Praktisch:

Je eten sleur je dus mee in functie van de volledige tocht. Dit deel van de tocht heeft normaal 9 etappes. Ik werkte hem af in 8 dagen zeer lange dagen van respectievelijk 1 x 13u, 4 x 12u, 2 x 10u en 1 x 7u, Hoe korter je onderweg bent, hoe minder eten je moet meedragen. 2 dagen uitsparen betekent ruim 1,5 kg aan eten,dat je minder moet meedragen. Ervaring inzake je eigen calorisch verbruik is dus belangrijk als je een dergelijke tocht wil aanvatten. Ikzelf ben vertrokken met 19,5 kg.

Sami Highway:

Vroeger verplaatsten de Sami zich in de winter per langlaufski of rendierslede. Later kwam er de snowscooter. Je kapt gewoon een gang in het bos en je hebt in de winter een vrije doorgang. Resultaat was dat men alle zware transport in de winter deed en dat ze zich in de zomer meestal beperkten tot verplaatsing van personen. Occasioneel zag je al eens een terreinmotorfiets. Maar met de uitvinding van de Quad lijken zowat alle remmen losgeslagen te zijn. Ik heb Quads al zien gebruiken door jagers om een geschoten eland uit het bos te halen, waarbij deze nog eens voorzien was van sneeuwkettingen rond de banden voor extra grip.

Als je die Quad dan ook nog eens gaat gebruiken op de Fjall, een vaak drassig en kwetsbaar terrein, dan is de erosieschade op lange termijn niet te overzien.

De typische kenmerken van deze Sami Highway zijn dan ook diepe geulen van modder. En als die te diep worden… dan maak je toch gewoon een nieuw pad… met je quad 😦.

De quad heeft in 10 jaar gedaan gekregen waar wandelaars eeuwen voor nodig gehad hebben, namelijk blijvende sporen te maken in het landschap. Het feit dat zowel de Sami-gemeenschap als de Zweedse/Noorse overheden dit hebben toegelaten, stemt tot nadenken. Al die eeuwen is het gelukt zonder sporen na te laten in het landschap, door de zwaarste transporten uit te voeren in de winter, over de sneeuw, wanneer de sporen van de sneeuwscooters verdwijnen, samen met de wegsmeltende sneeuw. In de hier en nu tijden vindt men blijkbaar dat transporten het hele jaar door moeten kunnen, zelfs als dit permanente schade oplevert voor de natuur en het landschap…. En de dubbele houten quadsporen, die men bezig aan het aanleggen is,… zijn als een pleister op een houten been…. Maar het bewijst wel dat zelfs de Sami na 10 jaar Quad gebruik, beginnen in te zien dat er wel degelijk een probleem is met het gebruik van die tuigen.

Tochtbeschrijving:

Inleiding:

In het uiterste noorden van Zweden, en dus volop in het rijk van de middernachtzon, gekleefd tegen de Noors- Zweedse grens, vind je het Nordkalottleden. Het deel tussen Abisko en Ritsem via het Nordkalottleden leg je af in een twaalftal stapdagen, goed voor 275km. Voor het rondje Ritsem – Ritsem moet je rekenen op een achttal stapdagen, goed voor 195km. De afstand Ritsem – Hukejaure Fjällstuga bedraagt 145 via het Grenslandpad of 155km via het Nordkalottleden. De afstand Hukejaure Fjällstuga – Abisko bedraagt 80km (4 dagen). De afstand Hukejaure Fjällstuga – Ritsem (terugkeer) bedraagt 40km. Dit verslag heeft betrekking op de Ritsem ronde, goed voor 195km met zowat 4750 hoogtemeters.

Voor de verbinding tussen Hukejaure en Kungsleden verwijs ik naar het verslag Sarek 2001. Voor het gedeelte op Kungsleden verwijs ik naar het desbetreffende verslag.

Waarom wil nu iemand eerst 3200 km ver reizen, om dan ook nog regen en muggen te moeten trotseren, terwijl de Alpen toch zo praktisch dichtbij zijn? Misschien omdat die Alpen voor zoveel mensen gemakkelijk te bereiken zijn, dat men er een toeristische industrie heeft kunnen uitbouwen, dat het voor iemand met een beetje pioniersgeest niet meer leuk is.

Dit pad is een goed alternatief voor wie tochten als Kungsleden en Padjelanta reeds op zijn of haar palmares staan heeft. Er zijn onderweg geen bevoorradingspunten op dit deel van het Nordkalottleden, waardoor je meer gewicht zal moeten meedragen. Het pad is ook iets minder glad gepolierd en tegenwoordig vooral minder breed dan Kungsleden. Je krijgt dus beduidend meer te maken met modder, waardoor je kan hier niet terecht kan met normale bergschoenen, tenzij je natte voeten voor lief neemt.

Keuze looprichting:

De meeste mensen lopen de Nordkalottleden van Abisko naar Ritsem, omdat de gids dit pad in de noord-zuid richting beschrijft. Omwille van bevoorrading vertrek je echter het best vanuit Ritsem. Eenmaal terug op Kungsleden kan je namelijk gemakkelijker bevoorraden. Het is dus zinvol om je meegebrachte voorraden te gebruiken op het deel waar geen bevoorradingsmogelijkheid is, dan omgekeerd.

Dag 1: Vaisaluokta – Rautaive (22,7km +700 –450 – ZR:8u30’ – MR:9u30’)

dag-1-nkl29-vaisaluokta-stuga-rautaive

 

hp-1-nkl29-vaisaluokta-stuga-rautaivedscn0003De eerste afvaart van de boot vanuit Ritsem doet enkel Änonjálme aan en haalt daar de wandelaars van de Padjelantaleden af, zodat die met de bus richting kust en Stockholm kunnen. De tweede afvaart doet zowel Änonjálme als Vaisaluokta aan, waardoor je pas omstreeks 10.30u of 12.30u (afhankelijk van de periode) kan aanzetten aan de hut van Vaisaluokta. Een overvaart kost 230SEK.

Het pad vertrekt achter de hut van Vaisaluokta en loopt evenwijdig met de over van het meer, doch op ruime afstand landinwaarts. Je volgt het hoofdpad en negeert alle dwarspaden, die naar de oever afdalen. Dit deel van et pad wordt nog regelmatig gebruikt en is tot aan de schuilhut van Rautojaure onderhouden met de bosmaaier. Onderweg passeer je 4 bruggen. Bij de meeste kan je kamperen.dscn0016

Na 4u30 bereik je de schuilhut (NKL3000 Rautojaure). Je kan er kamperen of in de hut slapen als die vrij is. Er is een droogtoilet. Zoals eerder gezegd ligt ze wel mooi, maar qua afstand eerder ongelukkig. Vandaar dat ik er niet de nacht doorbracht, maar verder liep.

 

dscn0006Voorbij Rautojaure was het pad in 2016 niet meer gemaaid, waardoor je meer last hebt van de vegetatie. Vooral wanneer deze nat is, hou je daar natte kledij aan over, zelfs als het op dat ogenblik niet aan het regenen is. De ochtendlijke dauw is al voldoende voor natte kledij. Op het ogenblik dat de bebossing dunner wordt, dien je op te letten met de oriëntatie, vooral in meer rotsachtige zones, waar het pad vervaagt. Je merkt hier dat dit pad niet heel erg frequent belopen wordt. Het contrast met Kungsleden of Padjelantaleden is groot.

 

Op verftekens moet je hier niet rekenen. Je vind nog een paar restanten van verf op een paar bomen, maar ook niet meer. Pas in de boomloze fjäll vind je cairnes, die jou de weg wijzen.

dscn0022

De tweede brug (NKL2925) voorbij de Rautojaure schuilhut was in 2016 weggespoeld. Het betrof een houten constructie. Dit leverde in de nazomer weinig problemen op, maar het feit dat de brug wegspoelde wijst op andere waterstanden tijdens de periode van het afsmelten van de sneeuw. Na het dwarsen van de rivier vind je het pad terug op de kleine heuvelrug tussen de rivier en een zijbeek. Hier vond ik een kleine kampeerplaats (NKL2923).

 

Dag 2: Rautaive – Rikkekjåkkå (20,9km +650 –550 – ZR:11u30’ – MR:13u00’)

dag-2-nkl28-rautaive-rikkekjakka

 

hp-2-nkl28-rautaive-rikkekjakkadscn0027Je vervolgt je weg in westelijke richting. De kwaliteit van het pad is wisselend. Vooral in de delen met verspreide boomgroei, die je goed op te letten inzake oriëntatie. Aan de brug over de Suollagajahka (NKL2916), dien je reeds na te denken over de te volgen koers. Wie het pad blijft volgen hopend op een wegwijzer, die de afslag naar de Røysvatnhytta (NKL2900) aangeeft, komt bedrogen uit en eindigt vast in Sorfjorden.

dscn0028Het enige wat opvalt vlak voor de meren van het Njallajavrre is een houten stok op een 200-tal meter rechts van het pad. Die kan je leiden naar het wad op de Valldajahka (NKL2913). Eenvoudiger is het misschien om na het dwarsen van de brug over de Suollagajahka (NKL2916) gewoonweg deze rivier stroomafwaarts te volgen. Je moet enkel een meander in deze rivier ronden en dan eindig je automatisch op een soort schiereiland tussen de rivieren. Vanaf GPS NKL2914 vind je terug een pad richting het wad (NKL2913). Het wad zelf is vrij probleemloos. De stroomsnelheid is laag en de diepte is minder dan 20cm.

Ook aan de overzijde blijft het pad bedroevend. Vooral het eerste deel door een keienveld is echt moeilijk te volgen. Het blijft gissen. Vanaf GPS NKL2912 is er wat beterschap. Je volgt de zijrivier 200m bergop en dwarst hem dan. Je vervolgt je weg in oostelijke richting tot aan GPS NKL2911, alwaar een paar stenen met geverfde opschriften de splitsing met een Samenpad aangeven. Hier sla je af in noordelijke richting. Vanaf hier is het pad behoorlijk, maar echt ontspannen lopen is er niet bij. Het is steeds zoeken naar relatief kleine ongeverfde cairnes in een grijs landschap.

dscn0035Je blijft in de flank van de vallei van de Skajdejahka stroomopwaarts lopen. Na het wad (NKL2909) klim je omhoog naar een kleine pas tussen twee heuvels. Je daalt terug af en rondt een uitloper van het Jiegnajavras. Je vervolgt je weg in noordelijke richting en dwarst de provinciegrens, die gevormd word door de rivier de Rikkekjahka (NKL2906). Vlak voor de rivier vond ik een kampeerplekje op een heuveltje (NKL2907).

Dag 3: Rikkekjåkkå – Røysvatnhytta – Skuogejavrre (22,7km +600 –600 – ZR:12u00’ – MR:13u30’)

dag-3-nkl27-skuogejavrre-roysvatnhytta-rikkekjakka

 

hp-3-nkl27-skuogejavrre-roysvatnhytta-rikkekjakkadscn0038De volgende ochtend begin je met het dwarsen van de rivier. Aan de overzijde klim je snel in de flank omhoog. Je rondt de basis van de Rikkek. Vervolgens rond je de Ahparijtjarro (rivier). In de afdaling dien je goed op te letten op de cairnes en de technische aspecten van de afdaling. Je gaat bijna een kilometer richting Noorse grens, want eerder dwarsen lukt niet. Het dwarsen zelf is vrij probleemloos indien je schoenen een schachthoogte van 20cm hebben. Aan de overzijde is het opnieuw opletten en zoeken naar het smalle paadje dat in de flank omhoog gaat (NKL2903).dscn0044

Daarna volgt een meer klassiek stijgend pad tot aan een bergbeek (NKL2902). Vervolgens klim je nog verder tot je een rug dwarst, waarna je licht afdaalt tot aan het kruispunt met het Grenspad (NKL2901).

Ik geef het niet graag toe, maar ik heb zeer lang getwijfeld of ik niet zou terugkeren richting Ritsem via het Grenspad. Het pad was veel zwaarder dan ik verwacht had van wat op de kaart ingetekend is als een gemarkeerd pad. Paden die richting grens gaan zijn vaak slechter, maar hier is het wel extreem slecht gesteld met het pad. Vooral door het feit dat het Nordkalottleden een drielanden project is, zou je veronderstellen dat dit door de drie landen gedragen wordt. Alleen blijken aan de grens de oude rivaliteiten te spelen. Iedereen wil fundamenteel de wandelaars in eigen land houden. Het hierboven beschreven traject leidt naar een Noorse hut en een Noors eindpunt aan de Sorfjorden, terwijl het grootste deel van het traject over Zweeds grondgebied loopt. De verbinding tussen de Røysvatnhytta en de Paurohytta verloopt ook hoofdzakelijk over Zweeds grondgebied, daar waar de hutten in Noorwegen gelegen zijn. Het gevolg daarvan heb ik dezelfde dag nog aan den lijve kunnen ondervinden. Mijn eergevoel heeft het hier van mijn gezond verstand gehaald.

dscn0045Je volgt het behoorlijk gemarkeerde pad richting Røysvatnhytta. Hoe dichter je bij de grens komt, hoe rotsachtiger het terrein wordt en dus hoe slechter de cairnes opvallen, gezien ze hier ongeverfd zijn. Het terrein wordt ook technischer en daardoor moeilijker. In het hogere deel is er ook geen sprake meer van een pad. Je loopt gewoon van cairne naar cairne. Ideaal is het als je twee cairnes ver kan zien omdat je dan vrijer je koers kan bepalen, maar dat lukt hier zelden, gezien ze niet geverfd zijn en daardoor minder opvallen. Cairnes staan soms op de best zichtbare plaats, maar het veiligste en meest praktische traject loopt niet steeds langs de basis van de cairnes zelf. Het woord pad wordt hier een zeer rekbaar begrip.

Røysvatnhytta (DNT):dscn0047

Slotvast (DNT sleutel noodzakelijk)

12 bedden (lijkt weinig, maar zo veel volk loopt daar niet rond ).

www.dnt.no

Ook de ligging van de Røysvatnhytta zelf stemt niet overeen met de aangegeven positie op de OSM-kaart en dat ben ik nog niet vaak tegengekomen. De werkelijke positie bevindt zich 250m in oostelijke richting tov de positie op de OSM-kaart (www.ut.no/kart / ).

Na de hut keer je terug in westelijke richting en ga je nog een beetje bergop naar een klein pasje om vervolgens af te dalen richting de meren van Svartijavrre (NKL2821). In de afdaling zelf is het pad nog redelijk goed te volgen. Maar eenmaal je in het meer vlakke deel naast de meren terechtkomt, heb ik het zoeken naar de cairnes opgegeven en ben ik meer in functie van het landschap zelf gaan lopen. Ik ben op zoek gegaan naar de meer groene delen in het landschap, wat gemakkelijker loopt. De tracklog dient dan enkel om de grote richting aan te geven. Voor het overige zoek je zelf je weg door het landschap.

dscn0053Aan het einde van het tweede meer heb je zicht op het lager gelegen Skuogejavvre (NKL2816), waardoor je je weer perfect kan oriënteren zonder gericht naar de cairnes te moeten zoeken. Vlak voor de brug (NKL2819) bestaat het landschap hoofdzakelijk uit grasland, waardoor je gemakkelijker het pad kan volgen.

 

Aan de zuidoost zijde van het Skuogejavvre (NKL2816) verwijderd het ingesleten pad zich eerst ver van de oever. Je kan er voor kiezen om zoveel mogelijke de oevers van het meer zelf te volgen. In praktijk lopen die vaak gemakkelijker (grind) dan het eventuele pad zelf. Op het einde van het Skuogejavvre vond ik probleemloos een kampeerplaats (NKL2815).

Dag 4: Skuogejavrre – Paurohytta – Baugebua (24,3km +800 –650 – ZR:10u30’ – MR:12u00’)

dag-4-nkl26-skuogejavrre-paurohytta-baugebua

 

hp-4-nkl26-skuogejavrre-paurohytta-baugebua

dscn0057Kort na de kampeerplaats word je al geconfronteerd met de eerste waadpartij (NKL2814). Hier moet je wel trachten het pad te volgen. Er zijn sporen door de zone met wilgenstruiken, maar er zijn er veel en dan helpt de GPS om de juiste richting aan te houden. De cairnes zijn zoals gewoonlijk te klein en ongeverfd, waardoor ze slecht opvallen in het landschap. Je vindt ze dus als je al de juiste richting gevonden hebt. In de klim naar de pas (NKL2813 Spadnetjahkatja) tussen twee heuvels op het einde van de vallei van het Skuogejavvre (NKL2816), is het pad vrij goed zichtbaar in de helling. Er zijn hier sporen van een omheining.

Ook in de afdaling van de Spadnetjahkatja vind je een pad dat redelijk te volgen was tot aan de meervoudige waadplaats (NKL2811 -20cm) op de Marggojahka. Er zijn twee armen. De eerste loopt bijna volledig door een keienveld, waar veel water door stroomt. De tweede arm is een meer traditionele rivierbedding, relatief ondiep (-20cm), maar wel breed. Aan de overzijde sta je dan voor een licht heuvelachtig gebied, waar je op het eerst zicht geen cairnes kan onderscheiden. En dus loop je weer op GPS en op zicht richting de meest zuidelijke punt van het Gabddajavrre (NKL2810). Op de oever zal je weer een spoor vinden in de met gras bedekte ondergrond.

Maar ook dit spoor zal weer verdwijnen op het ogenblik dat de rotsachtigheid van het terrein toeneemt. Cairnes vinden is ook hier weer zeer moeilijk. Je kan zolang mogelijk de met gras bedekte zones langs de oever van het meer opzoeken, maar zeker na het wad (NKL2809) zal je de oever moeten verlaten om de scheidingswand tussen het Gabddajavrre en het Bovrojavri (NKL2807) over te steken.

Opgelet: het traject zoals aangegeven op de kaart BD7 Sitasjaure – Ritsem (editie 2012) tussen het Bovrojavri (NKL2807) en het Noaidejavri (NKL2805) klopt niet met de situatie op het terrein. De positie van de brug (NKL2806) werd op het terrein vastgelegd. Het pad blijft dus niet de oever van het Bovrojavri (NKL2807) volgen, maar verlaat deze oever en steekt door naar de verbinding tussen het grote n het kleine Noaidejavri (NKL2805), alwaar de brug kan gevonden worden.

dscn0058Eenmaal over de brug verandert het karakter van het pad volledig. Eindelijk vind je cairnes met helder geverfde T-tekens, zoals je die ziet op de reclamefoto’s van de DNT. Het pad gaat in rechte lijn naar het schiereiland tussen de twee helften van het Bovrojavri (NKL2807).

Opgelet: opnieuw dient er opgemerkt te worden dat er op de kaart BD7 Sitasjaure – Ritsem (editie 2012) op dat schiereiland nog melding wordt gemaakt van een brug, noch van de aanwezigheid van bootoversteekplaats. Op de OSM-kaart was dit gegeven wel aangeduid.

Bootoversteekplaats Bovrojavri (NKL2807):dscn0063

Ooit lag hier een brug. Wat daarmee gebeurde is onbekend.

In tegenstelling tot wat in Zweden gebruikelijk is liggen er hier slechts 2 boten ipv 3. Concreet wil dit zeggen dat je drie maal zal moeten overroeien om zelf aan de overzijde te geraken en een boot op elke oever achter te laten.

dscn0061De boten zelf zijn korte en vrij brede platbodem roeiboten in aluminium. De roeispanen bestaan uit massief hout en wegen loodzwaar. De roeispaan hengsels zitten veel te los om de roeispaan, waardoor deze er niet in blijven zitten. De afstand is maar 50m, maar tussen de twee helften is er een klein niveauverschil en bovendien geeft de vorm van de meren tot gevolg dat de wind dwarst op de oversteekrichting zit. De combinatie van een technisch slechte boot en wind- en stroomfactoren en keien onder het wateroppervlak maken van deze korte oversteek een uitputtingsslag. Ik heb één van de roeispanen als peddel gebruikt. Dat is weliswaar zwaar, maar het werkt wel.

Een bijkomend nadeel is de vorm van de oever aan de overzijde (kant Paurohytta). Deze is niet vlak, maar ligt zowat 30cm boven het wateroppervlak. Het gevolg daarvan is dat de uitstap uit de boot omwille van de combinatie wind, stroming, hoge oever en solo overvaart heikel is. Het is absoluut aan te raden om de overvaart blootsvoets, dan wel met waadsandalen uit te voeren.

Bij de terugkeer dien je de tweede boot van de hoge oever in het water te krijgen en deze vervolgens mee te sleuren richting overzijde. Gelukkig is dit dan een beetje meewind en met de stroom mee. De derde keer is weer solo en dien je de boot weer de hoge oever op te sleuren.

Wie de eerste brug op Noors grondgebied bekeken heeft, kan enkel maar vaststellen dat de constructie veel goedkoper en vooral onstabieler is dan wat je in Zweden gewoon bent. Op nieuw dien je vast te stellen dat Noorwegen veel minder investeert in zijn toerisme en wandelinfrastructuur, ondanks het feit dat het een veel rijker land is dan Zweden. Waarom er op deze plaats niet een degelijke brug gelegd kan worden, is mij een raadsel. Te duur in verhouding tot het aantal wandelaars? In drukkere gebieden zoals Jotunheimen is de kwaliteit en vooral frequentie van bruggen ook lager dan in Zweden. En tot zolang de toeristen blijven komen… waarom zouden ze zich druk maken…

Na de diverse oversteken ben je echt wel aan een maaltijdpauze toe. Gelukkig viel het weer heel erg mee. Voorlopig was dit de laatste zware moeilijkheid op deze Ritsem ronde.

Je kan de Paurohytta (NKL2800) al van op het schiereiland zien liggen. Je volgt het nu goed gemarkeerde pad richting vaste land. Op het vaste land, volg je niet de oever richting Paurohytta, maar maak je een ruime bocht rond een estuarium van een rivier. Je bereikt verder probleemloos de Paurohytta.

Paurohytta (DNT):

Slotvast (DNT sleutel noodzakelijk)

12 bedden.

www.dnt.no

Hut deels bezet voor onderhoudswerkzaamheden.

Nota: gezien de oriëntatie vanaf dit punt nog weinig problematisch werd de GPS in dit deel niet permanent aangelaten. Dit resulteert in een lagere opname van bijvoorbeeld kleinere rivieren. Vanaf dit punt werden enkel belangrijkere waadplaatsen nog opgenomen.

dscn0064Vanaf de Paurohytta volg je de noordelijke oever van het Bovrojavri (NKL2807). Je loopt aan de voet van een eerder steile helling met besneeuwde toppen. Logischerwijs dien je meerdere kleine beken te dwarsen. De enige echt indrukwekende is deze nabij GPS NKL2708. Je hoort ze al van ver. Deze vraagt meer aandacht dan veel andere die je reeds dwarste.

Je blijft de oever volgen tot helling minder steil wordt en beklimt dan langzaam de helling. Het zadel (NKL2707) ligt een beetje voorbij de grens Noorwegen-Zweden. Je daalt terug af naar een merengordel in de uitloop van het Baugevatnet (NKL2703).

Net onder deze uitloop vind je een brug (NKL2705). Aan de overzijde vind je de Baugebua (NKL2706), een schuilhut tegen betaling. Op het internet vind je berichten dat deze afgebrand is, wat een verklaring kan zijn waarom ze op de OSM-kaart aan de overzijde gesitueerd is.

Baugebua (DNT):dscn0068

Schuilhut met 4 slaapplaatsen (max.) met matrassen

Beperkt gasvuur om te koken.

www.dnt.no

Niet gratis.

Hut kortstondig bezet voor onderhoudswerkzaamheden.

Je vindt een kampeerplaats op een heuveltje aan de oever van het Baugevatnet (NKL2703).

Niet perfect, maar er is weinig keuze verderop.

 

Dag 5: Baugebua – Sitashytta – Skoaddejavre (30,2km +950 –700 – ZR:12u30’ – MR:13u00’)

dag-5-nkl25-baugebua-sitashytta-skoaddejavre

hp-5-nkl25-baugebua-sitashytta-skoaddejavre

Net voorbij de hut is de rode verf plotseling op. Het pad loopt langs de meeroever en is verder probleemloos te volgen. Hier vind je omwille van de steile wand geen kamperplaats. Waar de helling minder steil wordt, begint het pad te klimmen in de flank. De verf is gelukkig teruggekeerd, maar iets minder vers dan in het eerste deel. Eenmaal boven vind je naast een meren gordel ook een hoogspanningsleiding. Hier zijn er opnieuw kampeermogelijkheden. Deze leiding wijst je de weg richting het begin van de grindweg naar de Sitashytta (NKL2700). Eenmaal je feitelijk onder de leiding zit, vind je een vage jeepweg. Het pad blijf daar rechts van, maar in praktijk zou je ook die weg kunnen blijven volgen.

Voorbij het laatste naamloze meer zet je de grote afdaling in richting Sitasjaure (NKL2609). Omwille van de helling heb je overzicht over de situatie. De helling zelf is dooraderd van riviertjes. Eenmaal op de grindweg, volg je deze in noordelijke richting. Je bereikt een T-splitsing en slaat rechts af richting Sitashytta (NKL2700). In totaal vol je nu grindweg over een lengte van 14km. Na anderhalve kilometer bereik je de Sitashytta (NKL2700). Deze ligt tussen weg en oever en is op de OSM-kaart verkeerdelijk aangeduid.

Sitashytta (NKL2700):dscn0071

Slotvast (DNT sleutel noodzakelijk)

8 bedden.

www.dnt.no

In 2016 was men bezig de petroleumlampen te vervangen door ledverlichting. In de zomer heb je die niet nodig, maar wel in de winter. Lampen die werken op petrochemische producten, geven uiteraard koolstofmonoxide en geur af. Ook het risico op brand is niet onaanzienlijk. Daarom staan de hutten onderling redelijk ver uit elkaar. Wanneer je echter ledverlichting wil installeren moet je zowel de panelen als accu’s een plaats geven. De onderlinge afstand tussen de hutten resulteert in veel ingegraven leidingen. Ook in de hutten zelf, moeten alle leidingen boven op de muren gelegd worden, gezien de muren daar niet op voorzien zijn. En dit is nog maar een hut die aan een grindweg ligt. Als je een hut zoals de Røysvatnhytta wil ombouwen, zal je alles in de winter met sleden en sneeuwscooters moeten aanvoeren of per helikopter (en dat is duur).

dscn0072Na de Zweedse jungle, de slecht gemarkeerde en vervolgens de goed gemarkeerde paden is deze grindweg wat onwezenlijk. Je komt hier enkel fietsers en wandelaar tegen, want de afslag naar het Sitasjaure (NKL2609) is nabij het Kjardavatnet (NKL2607) afgesloten door een slagboom (NKL2608).

Je slaat hier rechts af en klimt via een grindweg, die wel vrij bereden kan worden, richting Rarkkajavri (NKL2606), gelegen op Zweeds grondgebied. Meer dan een paar auto’s moet je hier niet verwachten. Door één van de bestuurders werd ik koffie aangeboden.

Je dwarst terug de grens, maar daar zijn op het terrein zo goed als geen sporen van. Daar waar een hoogspanningspyloon dicht bij de weg staat, vind je een kleine parking en een houten wegwijzer (NKL2605) richting Skoaddejavri (NKL2600).

Op het ogenblik van mijn passage aldaar in 2016 stond hier een Noorse familie met zeer jonge husky’s in opleiding. Terwijl ik op een steen op de kaart zat te kijken en nog wat tussen mijn tanden stak alvorens de klim aan te vatten, werd ik een soort pancakes met confituur van bosbessen aangeboden (vermoedelijk eigen productie). De pancakes waren ter plaatse gebakken op een metalen plaat boven een houtvuurtje. Zoals gebruikelijk werd ik in het Noorse aangesproken. Dat is namelijk een van de voordelen van met een bijna 30-jaar oude Bergans rugzak rond te lopen 🙂. Ze zijn dan altijd verbaasd dat je helemaal uit België komt.

dscn0074Op de kaart BD7 Sitasjaure – Ritsem (editie 2012) is het pad ingetekend langs de noordzijde van een naamloos meertje. In praktijk blijkt dit langs de zuidzijde te zijn. Het pad is gemarkeerd, maar is op het terrein eerder vaag tot aan het begin van de wand (NKL2604). Eenmaal aan de wand is het pad goed gemarkeerd, maar het verloop is eerder grillig en je bevindt je in steil terrein. Zeker bij vochtig weer vraagt dit de nodige aandacht. Het pad volgt gedeeltelijk de weg van het water, waardoor vele stenen permanent glad zijn. Eenmaal boven, aan het einde van de wand vind je een paar met gras begroeide richels, waar je een tent kan in opzetten, indien je moe bent. Er is water nabij.

Het nu volgende deel is goed gemarkeerd, maar het verloop is wat kunstmatig en niet zeer logisch. Dit is het rechtstreekse gevolg van het feit dat men ervoor gekozen heeft om het pad uitsluitend over het Noorse grondgebied te laten verlopen. Deze keuze leidt tot extra hoogtemeters.

Voor Skoaddejavri (NKL2600) zal je niet veel bruikbare plekken meer vinden. Zeker in het deel nabij de hut zijn die schaars, gezien dit een steenwoestijn is. Ook mijn kampeerplaats (NKL2601) met zicht op de hut was eerder klein en niet optimaal.

Dag 6: Skoaddejavre – Gautelishytta – Unna Guovdelisjavri (20,5km +500 –600 – ZR:9u30’ – MR:10u00’)

dag-6-nkl24-skoaddejavre-gautelishytta-unna-guovdelisjavri

hp-6-nkl24-skoaddejavre-gautelishytta-unna-guovdelisjavri

Aan de hut was er geen teken van leven, ondanks het feit dat ik hier erg vroeg passeerde.

Skoaddejavri (NKL2600):dscn0079

Slotvast (DNT sleutel noodzakelijk)

12 bedden.

www.dnt.no

In principe mag je niet kamperen binnen een afstand van 200m omwille van de brandveiligheid. Dit zou in de hut vermeld zijn. Hoe je dat moet weten, als je geen sleutel hebt van de hut is onduidelijk 😦. Bij de meeste hutten vind je wel vuurhaarden, waarvan sommige op minder dan 10m van de hut. Eigenlijk is het de DNT vooral te doen om het gratis gebruik van de toiletten 😦, door kampeerders die niet betalen, wat ik toch gedaan heb in het passeren 🙂.

dscn0081Vanaf de hut klim je in de flank van een naamloze berg naar een eveneens naamloze pas (NKL2520). Vervolgens daal je af naar de zuidelijke punt van een naamloos meer met een breedte van 500m. 500m verder dwars je de uitloop van een meer (NKL2519). In dit reeds drassig gebied zal je de schade zien die je met een quad kan aanrichten in een dergelijk terrein. Je daalt verder af en passeert een naamloos bovenmeer van het Ovre Kjorisvatnet (NKL2518). Je blijft afdalen tot aan een grindweg (NKL2517). Je kan de bocht in de weg afsteken richting de oever van het Guovdelisjavri (NKL2502). De weg vormt hier bijna een soort dijk. dscn0086De weg gaat terug omhoog, om vervolgens terug af te dalen richting een echte dam op het Guovdelisjavri (NKL2502). Je dwarst deze dam. Aan de overzijde vind je een eerste cairne. Je vindt hier een bijna niet berijdbare jeepweg, die je bij lage waterstanden kan verlaten bij GPS NKL2514. Hier vind je wat verftekens, die onderlangs een dam passeert. Je dwarst de uitloop van het meer (NKL2509), en bereikt weer de resten van een jeepweg, die je volgt tot aan een derde betonnen dijk (NKL2508 Dam). De dam is slechts 40cm breed. Bij hoge waterstand blijf je op de weg en loop je tot aan de hangbrug om de rivier te dwarsen.

dscn0088Aan de overzijde van de dam begint terug het echte pad. De oever van het meer leent zich tot het nemen van een bad (als het weer goed is 🙂). Na de dam klim je richting de afslag van het pad naar de Caihnavaggihytta. De afslag zelf bestaat uit een simpele houten stok en 2 pijlen die op een rots geschilderd zijn. Vervolgens daal je af in een gebied van voedingsrivieren van het Guovdelisjavri (NKL2502). Sommige zijn smal, andere vormen een stevigere hindernis voor mensen met lage schoenen. Na het punt NKL2503 vat je terug de klim aan richting een tweede afslag richting de Caihnavaggihytta (NKL2501). Na deze afslag daal je af richting de Gautelishytta (NKL2500).

Gautelishytta (NKL2500):dscn0099

Slotvast (DNT sleutel noodzakelijk)

10 bedden.

www.dnt.no

Nota: in 2016 was de buitenwand verwijderd om de hut beter te isoleren.

Na de hut gaat het weer bergop. Je daalt weer af richting een riviervallei, alwaar je ook kan kamperen. Na de rivier klim je terug om dan af te dalen richting het meer, Unna Guovdelisjavri (NKL2411). Hier vond ik eindelijk eens een mooie kampeerplaats (NKL2414).

Dag 7: Unna Guovdelisjavri – Fjallstuga Hukejaure – Guojujavri (20,5km +500 –600 – ZR:9u30’ – MR:10u00’)

dag-7-nkl23-unna-guovdelisjavri-fjallstuga-hukejaure-guojujavri

hp-7-nkl23-unna-guovdelisjavri-fjallstuga-hukejaure-guojujavri

dscn0107Onmiddellijk na de kampeerplaats dwars je de laatste brug (NKL2413) op Noors grondgebied. Met een zware rugzak is dat altijd een beetje spannend, want van ergonomie hebben ze hier nog nooit gehoord. Door de constructie voelen ze onstabiel aan en bovendien zijn de “leuningen” veel te laag. En dat geldt voor alle bruggen in dit gebied op één na, en bij verlenging voor de meeste bruggen in Noorwegen.

Aanvankelijk loop je in de nabijheid van de oever van het meer Unna Guovdelisjavri (NKL2411). Vervolgens klim je over een uitloper van de centrale berg van het schiereiland Radje-njunni (NKL2412).

dscn0108In de afdaling van de helling, begint het pad te vervagen. Het zal weer geen toeval zijn, dat je de grens nadert 😦. Je blijft in zuidelijke richting lopen. Bij GPS NKL2410 vind je nog een meer opvallende cairne. Daarna moet je je weg zoeken naar de primitieve houten kleine wegwijzer “Hukejaure 8km”. Hier dien je de resten van het pad resoluut te verlaten, want verderop verdwijnt het helemaal. Op de OSM-kaart kan je nog het oude tracé zien dat de oevers van het Guovdelisjavri (NKL2502A) en het Unna Guovdelisjavri (NKL2411) volgde en dat deels verantwoordelijk is voor deze toestand.

dscn0131Vanaf de wegwijzer loop je op zicht en dus wegloos in zuidoostelijke richting naar de Grenssteen 259A (NKL2408). Deze staat op een richel en is van de gebruikelijke constructie, zijnde rond met een hoogte en een diameter van zowat anderhalve meter, waarbij de bovenste helft geel geschilderd is. Zeker als je tegen de zon inkijkt, valt hij niet goed op. Het is wel belangrijk dat je deze steen vindt, want vanaf hier begint de Zweedse markeringen van het pad. Ook langs de Zweedse zijde dien je nog goed op te letten, want het eerste deel van het pad loopt door hoofdzakelijk stenig gebied, meerbepaald een brede rivierbedding. Hierdoor is het pad zo goed als niet ingesleten en loop je uitsluitend op de cairnes. Deze zijn hoofdzakelijk in de omgekeerde richting met oranje verf beschilderd. Hierdoor zie je de steen achter jou beter dan die voor jou. Ook de Zweden bezondigen zicht dus aan de stiefmoederlijke behandeling van grensoverschrijdende paden.

Vanaf de grenssteen daal je af naar een rivierbedding (NKL2407). Je dwarst deze om er vervolgens evenwijdig aan omhoog te klimmen richting een pasje. Het pad wordt duidelijker. Van het pasje daal je af richting de brug (NKL2404), die je reeds van op de pas kan zien liggen.

dscn0134De brug betreft een ondertussen klassieke Zweedse hangbrug in gegalvaniseerd staal. Gedaan met de wiebelende Noorse bruggen 🙂. 500m voorbij de brug dwars je een rendieromheining, met een primitieve “poort”. Verderop dwars je een beek. Vervolgens klim je weer een heuvel op. Je passeer tussen 2 meertjes en wat verder sta je plots aan de wegwijzer die splitsing aangeeft tussen het Nordkalottleden en het pad richting Hukejaure Fjallstuga (NKL2400) en Ritsem (NKL2200).

dscn0135Wie geen tent bijheeft dient sowieso richting de Hukejaure Fjallstuga (NKL2400) te lopen om te overnachten. Wie die wel bijheeft en richting Abisko uitwil, moet hier naar links. De kleine houten pijl met opschrift “Salka”, kan voor verwarring zorgen. Dit zomer- en winterpad leidt naar de Kungsleden, ergens halfweg tussen de Singistugorna (KL0501) en de Sälkastugorna (KL0401). De afstand tot de Sälkastugorna, gelegen richting Abisko, is het kortst. Zuidelijk van de Hukejaure Fjallstuga (NKL2400) bevindt zich een ander pad dat op de kaart nog aangeduid is als ongemarkeerd, maar in praktijk wel gemarkeerd is. Dit pad is het kortste richting de Singistugorna (KL0501) en Kvikkjokk.

Wie met eigen vervoer is, keert hier best terug naar Ritsem (NKL2200). Wie nog nooit Kungsleden liep, kan overwegen om richting Abisko uit te gaan. Wie minder tijd heeft, maar met het openbaar vervoer kwam, kan overwegen om door te steken naar het Kebnekaise Fjällstation (KL06V01) en vervolgens door te steken richting de busterminus in Nikkaluokta (KL06V36). Dat klaar je in 3 dagen. Eenmaal in de Sälkastugorna of in het Kebnekaise Fjällstation kan je terug bevoorrading kopen. Verwijzen ter zake naar het verslag inzake Kungsleden.

Maar gezien de heen- en terugreis voor deze tocht met eigen vervoer uigevoerd werd, keren wij terug richting Hukejaure Fjallstuga (NKL2400) en Ritsem (NKL2200). Nog één nacht scheidt ons van de beschaving. Toegeven: dit is niet het mooiste stuk van de regio. Er zijn te veel sporen van beschaving, maar dit geldt voor nog andere delen van de Ritsem ronde. Waterkracht en de daaraan gekoppelde transport van energie heeft nu eenmaal een impact op het landschap.

dscn0136Je slaat rechts af en loopt in zuidwestelijke richting. Let op de cairnes. Ze staan soms op de meest zichtbare plaatsen, maar niet noodzakelijk vlak tegen het pad. Je daalt af. Bij GPS NKL2402 vind je een brug die in 2016 vernield was. Er waren noodvoorzieningen ter plaatse.

Je daalt verder af richting de meest zuidelijke punt van het Hukejaure (NKL2401). De Hukejaure Fjallstuga (NKL2400) kan je reeds van ver zien, gezien deze op een hoogte aan de westelijke oever van het gelijknamige meer ligt. Op het hoofdpad vind je bij GPS NKL2313 de afslag naar de Hukejaure Fjallstuga.

Hukejaure Fjallstuga (NKL2400):dscn0138

Bemand (eind juni – eind augustus)

20 bedden, geen bevoorrading, hulptelefoon.

www.svenskaturistforeningen.se

Vanaf hier wendt het pad in zuidelijke richting om het Kaisejaure (NKL2312) te ronden. (Op de OSM-kaart wordt dit meer Rautasjaure genoemd.) Vlak voor de brug over de Raktasjohka (NKL2310) vind je de afslag (NKL2311)naar de Singistugorna (KL0501) en Kvikkjokk. dscn0143De vermelde afstand bedraagt 18km en het pad blijkt gemarkeerd te zijn met cairnes voorzien van oranje verf. 100m voorbij de eerste brug vind je nog een tweede (NKL2309). Vervolgens klim je naar een pasje tussen 2 heuvels (NKL2308) Je passeert een meertje en daal je langs een rivierbedding van de uitvloei af. Je dwarst deze rivier na de samenvloeiing met een tweede rivier. Je daalt verder af naar een tweede grotere rivierbedding, alwaar de brug (NKL2307) in 2016 onbruikbaar was. Vanaf deze brug waren er opnieuw massaal quadsporen te zien. Dit is te wijten aan de nabijheid van de Saminederzetting (NKL2305B )aan het Guojujavri (NKL2305A). Dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het feit dat de brug beschadig is en het quad gebruik valt niet uit te sluiten.

Vervolgens gaat het nogmaals omhoog richting een hoogste punt bij GPS NKL2306. Omdat het begon te druppelen keek ik uit naar een geschikte kampeerplaats. Dit betrof een klein heuveltje (NKL2305) in een relatief vlak gebied met een beekje in de buurt. Verderop richting Sitasjaure (NKL2300), wordt het alleen maar onaangenamer vanwege de quadsporen.

Dag 8: Guojujavri – Sitasjaure Fjallstuga – Ritsem (28,8km +300 –600 – ZR:7u45’ – MR:8u00’)

dag-8-nkl22-guojujavri-fjallstuga-sitasjaure-ritsem

hp-8-nkl22-guojujavri-fjallstuga-sitasjaure-ritsem

1,3km voorbij de kampeerplaats bereik je de grote hangbrug (NKL2304) over de Ainnajohka. Je daalt verder af en bereikt een wad (NKL2303). Je blijft dalen richting een afslag op Sami Highway, die hier de berghelling opzoekt. Als wandelaar ben je tijdelijk verlost van de quadsporenplaag tot aan GPS NKL2301 alwaar de Sami Highway terug het pad voor wandelaars vervoegt om dan de steile afdaling richting Sitasjaure aan te vatten.

dscn0154In 2016 was men bezig met de aanleg van een dubbel houten rijspoor voor quads, omdat men na 10 jaar eindelijk ook bij de Sami begint in te zien dat het zo niet verder kan met het quad gebruik.

Eenmaal aan de oevers van het Sitasjaure tref je een zone met wilgenstruiken aan. Je ziet de hutten van de Sitasjaure Fjallstuga (NKL2300) reeds van ver liggen. Vlak voor de hut dien je over een betonnen dijk te lopen.

 

 

Sitasjaure Fjallstuga (NKL2300):

Bemand (eind juni – begin september)

30 bedden, geen bevoorrading, hulptelefoon.

www.svenskaturistforeningen.se

Je kan hier onmiddellijk naar de weg gaan, maar dan loop je om. Er is ook een paadje dat tussen de hutten vertrekt en de bocht in de weg afsteekt. Eenmaal op de weg verlaat je die niet meer tot Ritsem. 20km scheiden jou nog van de beschaving met busvervoer, restaurant en douches. Dit betreft een private weg die beheerd wordt door de Vattenfallen (Watervallen), de elektriciteitsmaatschappij, die in tegenstelling tot wat haar naam doet vermoeden ook kerncentrales bezit in Duitsland. Normaal gesproken is deze weg dus autoluw en hoop je best niet te veel op een lift.

Het eerste deel van de weg gaat op en af tot het einde van het Autajaure (NKL2205). Dan volgt een klim van 130 hoogtemeter richting het hoogste punt. Na een lichte afdaling slalom je tussen 2 meren door om dan definitief af te dalen richting Ritsem (NKL2200).

Ritsem Fjallstuga (NKL2200):

Bemand (eind juni – begin september)

40 bedden, bevoorrading, hulptelefoon, restaurant en douches.

www.svenskaturistforeningen.se

Busvervoer richting Gallivare:

www.ltnbd.se (Länstrafiken Norrbotten)

Eindconclusie:

Dit deel van het Nordkalottleden, de Ritsem ronde, is van het zwaarste wat je kan doen buiten Sarek. Dit heeft vooral te maken met het feit van de slechte markeringen op het terrein tussen Ritsem en de Paurohytta (NKL2800). Wie niet zeer goed kaart kan lezen, hoort hier niet thuis. GPS is een hulpmiddel, maar geen wondermiddel. Als er geen pad als dusdanig is, moet je zelf je weg zoeken op het terrein. Op dat vlak zit je op het niveau van zeker de noordelijke helft van Sarek. Voor wie zich beperkt tot de hoofdvalleien is oriëntatie in Sarek zelfs eenvoudiger. Ook veel van de waadpartijen in het Noorse deel zijn van het niveau van Sarek.

Veel mensen maken de fout dit pad te onderschatten. Zij maken het bovendien nog eens extra moeilijk voor zichzelf door het aan te vatten in de noord-zuidelijke richting. Ook door het volledige traject willen lopen, bemoeilijk je de zaak voor jezelf, hoofdzakelijk omwille van logistieke redenen. Uitgebalanceerde voedingspakketten opsturen naar strategische punten kan op dat vlak een oplossing leveren.

Ikzelf ben deze Ritsem-ronde aangevat met een maximaal uitgebalanceerde uitrusting. Vooral het feit dat ik kon vertrekken met een maximaal uitgebalanceerd voedingspakket heeft een invloed op het totaalgewicht dat je meesleurt qua rugzakgewicht. Je rugzakgewicht heeft een impact op je terreinsnelheid. Wie een klein rekensommetje maakt, ziet dat ik gedurende de eerste 7 dagen een terreinsnelheid haalde van ca. 2km/u.

Je kan dit traject iets lichter maken door niet het Nordkalottleden langs de zuidwestelijke kant van het Akkajaure te volgen, maar het Gransleden langs de noordoostelijke zijde. Dit pad zou goed gemarkeerd zijn binnen het kader van de sponsoring door het Interreg fonds van de Europese Gemeenschap. Hoe lang geleden dit pad werd ingericht is mij niet bekend. Of er iemand de markeringen onderhoud sinds het werd gemarkeerd met vierkleurige verf, is de grote vraag.

Wie op de hutten loopt, is gebonden aan die hutten en dient eten voor 9 dagen mee te sleuren. Bovendien heb je ook een goede slaapzak voor de eerste nacht nodig, maar je spaart het gewicht van een tent uit. Ik startte met tent op het langere Nordkalottleden met voeding voor 9 dagen, en deed het in 8 extreem lange dagen.

Indien je dit traject wil aanvatten, doe dit dan enkel als de weersvoorspellingen gunstig zijn. Raadpleeg hiervoor de gedetailleerde plaatselijke weerberichten, die je aantreft in de inkom van de Ritsem Fjallstuga. Anders zal je er weinig plezier aan beleven wegens de moeilijke oriëntatie en de extreem lange dagetappes. Je moet sowieso al een beetje masochistisch zijn om dit nog leuk te vinden. Maar het versterkt je mentale veerkracht indien je het tot een goed einde brengt.

Weerberichten:

http://www.yr.no/

Coördinatenlijst:

coordinatenlijst-01coordinatenlijst-02coordinatenlijst-03coordinatenlijst-04coordinatenlijst-05coordinatenlijst-06coordinatenlijst-07coordinatenlijst-08coordinatenlijst-09