Grövelsjön – Ljungdalen 2005

Reisverslag Wandeltochten in Midden-Zweden.

Dalarna (Grövelsjön) – Härjedalen en Jämtland (Ljungdalen).

Algemene info bij het reisverslag.

Streek: Dalarna (Grövelsjön) – Härjedalen en Jämtland (Ljungdalen).

Traject: Wandeltrektochten in de buurt van Grövelsjön en Ljungdalen, in het Fulufjället Nationaal Park

Periode: september 2005

Reisgezelschap: Solo

Transport:

  • Heen- en terugreis: met personenauto door Nederland (van Breda tot  Hengelo via de A16, A58, A27, A15, A50, A1) Duitsland (Osnabruck, Bremen,  Hamburg, Lubeck, Puttgarden A1), overzet naar Denemarken (Rodby, Kobenhavn, Helsingor) overzet naar Zweden (Helsingborg, Jonkoping, Skövde, Mariestad, Kristinehamn, Mora, Alvdallen, Särna, Mörkret, Särna, Idre, Grövelsjön, Alvros, Tännäs Funäsdalen, Ljungdalen, Asarna, ljusdal, Bollnäs, Gävle, Uppsala, Stockholm, Norrköping, Kalmar, Öland, Kalmar, Nybro, Tingsryd, Hässleholm, Helsingborg en terug naar België)
  • Veerboten: via het noorden van Denemarken (70 tot 117 EUR + brandstoftoeslag) Meer info op http://www.stenaline.dk
  • Bruggen: Storebaelt: 200 DKK (ca. 26,75 EUR) – Oresund: 285 SEK (32 EUR) – 200 km rond, maar 25 EUR goedkoper dan via de overzetboten voor personenauto’s.
  • Veerboten via Kopenhagen: Combiticket Rodby – Putgarden en Helsingor – Helsingborg 83,50 EUR of 755 SEK (incl. brandstoftoeslag) Meer info via http://www.scandlines.dk

Jeugdherbergen:

100 tot 280 SEK per persoon per nacht, afhankelijk van de liggingen het geboden comfort. Reserveren is belangrijk in het weekend en op populaire plaatsen. Meer info op www.svenskaturistforeningen.se

Reizen kost:

Brandstof diesel:

  • Belgie: 1,006 tot 1,16 EUR
  • Duitsland: 1,139 EUR
  • Denemarken: 8,90 DKR (1,19 EUR)
  • Zweden: 10,42 tot 11,19 SEK (1,119 tot 1,202 EUR)

Opgelet: In tegenstelling tot mijn vorige verslagen, waar ik uitdrukkelijk verwees naar tankstations van  Q-Star, heb ik in 2005 vastgesteld dat ze nog steeds zo een 0,20 SEK per liter goedkoper zijn dan de normale stations, maar het prijsverschil is meer van die aard dat je er een omweg voor kunt doen.

De goedkoopste tankstations die ik nu tegengekomen ben waren van het merk ST1 (10,42 SE op de weg tussen Jönköping en Skövde) Ze komen niet erg frequent voor. Wie nadere info wil omtrent hun lokalisatie kijkt op http://www.st1.se (www.st1.fi/stations_se.php)

In Mankarbo tussen Gavle en Uppsala is de Statoil goedkoper dan de Q-Star.

Verder tankte ik ook relatief goedkoop in Tyringe tussen Hässleholm en Helsingborg. Vandaar kon ik met één tank tot in België.

Bestuurders  wiens wagen op benzine rijdt hebben meer keuze in de vorm van de Jet tankstations of tankstations bij warenhuizen. Meestal verkopen die echter geen diesel.

Tegenwoordig kan je in de goedkopere tankstations bijna overal terecht met de klassieke kredietkaarten als Visa en Mastercard.

Bij de goedkope pompen is geen personeel aanwezig en zal je indien men geen kredietkaarten aanvaardt, moeten betalen met biljetten in een automaat. Het is daar dus belangrijk om niet meer geld in de automaat te steken dan er plaats is in je tank. De automaat geeft namelijk niet terug.

Alcohol:

onbetaalbaar (zelf meebrengen mag nu vooreigen gebruik, zoals tussen de andere lidstaten van de EEG)

Algemeen advies: neem alles mee wat je kan meenemen, want hetzelfde kost er gewoon 2 tot 3 maal zo duur.

Totaal reisbudget: 500 EUR (zonder eten meegebracht uit België)

Betalingswijzen:

– Cash & Bancontact (cash afhalen uit de biljettenautomaat) of Visa

Reisliteratuur:

  • Lonely Planet Scandinavian & Baltic Europe on a shoestring.
  • Rough Guide Zweden (in het Nederlands)
  • Bo hos STF (Jeugdherbergen Svenska Turistforeningen, gratis bij de toeristische dienst, zelfde info via www.svenskaturistforeningen.se )

Stafkaarten: Lantmäteriets Fjällkarta (schaal: 1/100.000):

  • W2: Fulufjället – Sälen (niet echt noodzakelijk: het foldertje van het park volstaat voor de dagwandelingen)
  • W1: Grövelsjön – Lofsdalen
  • Z8: Helags – Funäsdalen – Rogen
  • Z6: Storlien – Ljungdalen

Internet:

1) Inleiding.

Kledij op het lichaam:

  1. schoenen: Voor deze tocht volstaan in principe gewone  bergschoenen van het Type A-B, maar dan wel uitgevoerd in een weinig waterdoorlatend materiaal, zoals leer met Gore-Tex of andere high-tec materialen. De combinatie Cordura met Gore-Tex zal hier niet echt volstaan. Ikzelf gebruik:Afbeelding Corcoran 1949Omdat mijn huidig paar US Army Combat Shoes een nieuwe zool behoefde en de Gore-tex voering ook al wat over haar hoogtepunt heen was, keek ik reeds enige tijd uit naar een nieuw paar. Gezien dit niet lukte via iemand in actieve dienst van het Belgische leger, ben ik op zoek gegaan naar een leverancier in de V.S. Dit werd www.workingperson.com , gezien dit de goedkoopste was, die ook bereid was om de schoenen richting België te sturen. Working Person’s Store geeft regelmatig kortingen allerhande, vooral bij feestdagen. Oorspronkelijk kosten de schoenen 210$. Daarop kreeg ik een korting van 50$, zijnde 160$ en diende ik 55$ verzendings- en verpakkingskosten te betalen, zijnde een totaal van = 215$. De betaling aan de leverancier verliep via PayPal.

    De Belgische douane vindt het nodig om daar nog eens 21% btw aan toe te voegen en 12€ administratiekosten. Je mag dan nog van geluk spreken dat de kost van de goederen net onder de 150€ blijft, want daarboven stijgen de administratiekosten naar 30€ (en dat voor minder dan 1 minuut werk… goed gerekend Belgische Staat 😦 )

    Uiteindelijk betaalde ik 209,35€ (leverancier) + 44,22€ btw + 12€ administratiekosten = 265,57€.

    Wie op het internet nazicht doet naar de reputatie van Working Person’s Store, krijgt vooral opmerkingen over laattijdige leveringen en slechte communicatie. Ikzelf kan niet echt klagen over echt laattijdige levering. Gezien de schoenen in meerdere breedtes verkrijgbaar zijn, is het aanvaardbaar dat Working Person’s Store niet alles op voorraad heeft en de schoenen dus nog van de fabrikant dienden te komen. De communicatie verliep echter wat moeizaam, vooral de bestelling buiten de normale bestelsystemen om verliep, waardoor er mogelijks communicatie die bij een normale bestelling automatisch geleverd wordt, niet spontaan bij mij als klant terecht kwam, maar er specifiek naar deze informatie gevraagd diende te worden.

    In verhouding tot mijn vorig paar is het leder van het huidig paar soepeler en de zool vooral veel dikker en meer geprofileerd. Ook de voering verzwaarde iets en de schacht verhoogde met zowat 1cm. Het gewicht nam met 100gr per schoen toe. De toegenomen soepelheid resulteert in een verkorte inlooptijd. Omdat ik smalle voeten heb koost ik bij mijn huidige bestelling voor een smalle leest (N). De standaard veters hebben een kleinere diameter, waardoor je ze dubbel kan doorhalen door een veteroog, wat resulteert in een betere spanningsregeling in het voetgedeelte, zonder dat de schacht daardoor strak hoeft te zitten.

    Ik vind ze nog steeds een aanrader voor wie graag met droge voeten loopt in een natte omgeving :-).

    P.S.: voor paden als Kungsleden en Padjelantaleden zijn dit type schoenen totaal overbodig. Daar volstaan lichte bergschoenen type Lowa Renegade (A/B, leder met Gore-tex).

  2. Nota: mijn eerste tocht in Sarek liep ik op een paar rubberlaarzen van het merk Aigle. Ik hield er 4 blauwe teennagels aan over. Naast het gebrek aan enkelsteun in rubberlaarzen, isoleren ze ook slecht tegen de koude.
  3. De Zweden zelf gebruiken ze, maar ik ben er geen voorstander van. Alternatieven voor de Matterhorn zijn de Bighorn winterlaarzen van Sorel of een bergschoen met verhoogde schacht van Meindl.
  4. 3 paar sokken: ik heb smalle voeten en kocht mijn schoenen vrij groot.
  5. zevenzakkenbroek van Fjallraven (of soortgelijke) met rekkers onderaan de pijpen, nuttig voor waden en muggen.
  6. synthetisch ondergoed Patagonia (of soortgelijke), slip, en T-shirt met lange mouwen.
  7. lichte fleece
  8. Fjallraven hoedje

Kledij in de rugzak:

  1. zware fleece, eventueel met windstopper
  2. Goretex jas met kap of hoed en broek.
  3. handschoenen (ikzelf gebruik neopreen)
  4. eventueel fleece-muts met windstopper
  5. gletsjerbril
  6. reserve synthetisch T-shirt, onderbroek en onderbroek met lange pijpen
  7. reserve sokken

Andere uitrusting:

  1. plastic waadsandalen ( voor wie bergschoenen van een normale schachthoogte gebruikt)
  2. telescopische wandelstok: doorwaden rivieren en steun aan de kniegewrichten.
  3. Nota: vroeger zag je de Scandinaven ten hoogst maar met één stok lopen en werd je ervan veracht een Duitser te zijn als je er met twee liep. Met de opkomst van de mode van het Nordic walking zijn de Scandinaven ook overtuigd geraakt van het nut van 2 stokken.
  4. rugzak van 80 tot 100l indien je alles in je zak wil dragen. Indien je je slaapzak bovenop draagt, doe dit in elk geval in een zak van Ortlieb met rolsluiting. Steek alles in je rugzak in plastic-zakken afgesloten met metaalclip. Ikzelf gebruik Geenline vuilniszakken van Colruyt. 1 voor reservekledij en slaapzak onderin, 1 voor voeding en aanverwante, 1 voor de onderweg noodzakelijke wisselkledij bovenin de rugzak. Kleine spullen gaan allemaal in diepvrieszakjes.
  5. 2 kleine handdoekjes (30 x 50 cm) (één om je voeten te drogen na waden (vlot bereikbaar), één voor persoonlijk gebruik.
  6. een washandje met een klein busje douchezeep en eventueel wat shampoo, een reistandenborstel met kleine tube tandpasta of doe de tandpasta in een filmblikje, een scheermesje en een stik met zeep.
  7. een paar pakjes papieren zakdoekjes, doet dubbel dienst als toiletpapier.
  8. muggenproduct (Tropenzorg 50%DEET in vloeistof of 40% in spray  voor kleding)Ikzelf doe het product meestal op de zweetband van mijn hoedje), eventueel een netje als je erg vroeg in het seizoen gaat.
  9. waterfilter van Care Plus/Sawyer met bijbehorende drinkzak (http://www.hiking.be/care-plus-water-filter-review/ ). Op 25 jaar zonder slechts één maal pech gehad, maar toch…
  10. persoonlijke apotheek: rekverband, steriele doekjes, ontsmettingsmiddel, wondpleisters, schaartje, sporttape, Compeed, Ibuprofen, Dafalgan, Rinomar (tegen neusloop) Imodium (Generisch: Loperadomine tegen diarree (als het reeds te laat is 😦 ), Enterol of Antedia (preventief ter voorkoming van diaree 🙂 ).
  11. reserve plasticzakken, o.a. een zak om je klamme onderkledij warm te houden in je slaapzak.
  12. naald en draad.
  13. nooduitrusting: noodfluitje, eventueel lichtkogels, vertrouw niet teveel op je Gsm: in principe is er geen netwerkdekking in Sarek. Enkel in delen vlakbij de het stuwmeer en de Noorse grens kan je soms netwerkdekking vinden.
  14. oriëntatiemiddelen: stafkaart (zie hoger), kompas, hoogtemeter (vooral handig bij het ronden van een berg, omdat je anders niet weet hoe hoog je op de berg zit.) en GPS (nuttig, maar niet noodzakelijk)

Andere uitrusting specifiek voor de tenttrekkers:

  1. 3 tot 4-seizoens tent van een gekend merk, bestand tegen winden tot 100 km/h en lichte sneeuwlast. (plastic zak om binnen en buiten tent gescheiden te houden indien nat.)
  2. ondergrondzeil: plastic nooddeken met alu-coating en de helft van een schotelvod voor de tent en de haringen te reinigen.
  3. slaapzak, bij voorkeur synthetisch, tot ca -15°C comforttemperatuur.
  4. slaapmat 8mm.
  5. Trangia alcoholbrander, methanol (brandt zuiverder en stabieler dan ethanol. Ethanol bevat bovendien een blauwe of roze (Scandinavië) kleurstof, die letterlijk alles kleurt waarmee het in aanraking komt en dit omdat het in tegenstelling tot methanol niet giftig is. Je kan uiteraard aan ethanol een alcohol vergiftiging aan overhouden), één koffielepel (meer heb je niet nodig voor het eten van gevriesdroogde maaltijden) (enkel nog verkrijgbaar via http://www.campz.be/outdoor-uitrusting/camping.html .
  6. een zakmes, lucifers in een filmblikje met de zijkanten van het doosje erin, een stukje schuurspons, een halve schotelvod en wat afwaszeep in een filmblikje.

Uitrusting specifiek voor de huttentrekkers:

  1. rugzak van ca. 60L.
  2. lakenzak (type jeugdherberg, dekbedden zijn aanwezig in de hutten)
  3. lucifers.

Voeding:

Volgens de voedingsleer zou je een verhouding van 15% proteïnen, 30% vet en 55% koolhydraten moeten bevatten. Voor sommige soorten sport gaat men zelfs naar 70% koolhydraten. Hou echter rekening met het feit dat vet meer calorieën geeft voor hetzelfde gewicht. Bovendien is dit toch vaak een koude streek en kan een beetje extra warmte geen kwaad.

Mijn menu is zodanig samengesteld dat ik in principe alles wat ik na het afbreken en voor het terug opzetten van mijn tent los uit de hand kan eten. Dit is handig bij slechte weersomstandigheden en spaart bovendien gewicht uit aan verpakkingsmateriaal. Eigenaardig is misschien ook dat ik voor de gevriesdroogde maaltijden kies voor anderhalve verpakking. Dit is er één voor ’s avonds en een halve als ontbijt. De halve verpakking ’s ochtends maak ik wat waterachtiger aan, zodat het warm eten en drinken tezamen is en dat kan je wel gebruiken.

Alles voor onderweg stop ik per dag in een plastic zak. Als het regent, steek ik die zak op de plaats waar mijn regenvest normaal zit, waardoor ik niet elke keer de rugzak moet opendoen.

Als je zoals in dit geval na een stevig ontbijt vertrekt en tegen ’s middags aan de boot bent, kan je een dagrantsoen uitsparen. Uit veiligheidsoverwegingen neem ik altijd een dag extra voeding mee.

Ikzelf weeg 78kg. Wie zwaarder is zal in verhouding iets meer nodig hebben. Een menu moet voldoende gevarieerd zijn en moet uiteraard voor jou aanvaardbaar zijn. Weet echter dat ik thuis ook wel iets anders eet dan dit.

Veel sportvoeding vermeldt reeds de samenstelling en de energieopbrengst op de verpakking. In dien je het niet vindt op de verpakking, zal je gebruik moeten maken van een algemene lijst met voedingsmiddelen. Die kan je terugvinden in een boek over dieetleer in de bibliotheek. Als je weet dat 1g proteïnen of eiwitten overeenkomt met 17kJ of 4kcal, 1g vet met 38kJ of 9kcal en 1g koolhydraten met 17kJ of 4kcal, dan kan je zelf aan de slag.

NAAM:                           gr.        prot.         koolhyd.        vet          kJ

Gevriesdr.Mlt.             200         16                43               32            4.438,0

Muesli reep                   100        5,2               66,4            16            1.825,20

Chocolade Hazelnoot    100        8,2              34,77         11,31         1.160,27

Kaas Emmentaler         100      62,5                7,5           67,5          3.755

Salami                             100        18                  0             50             2.206,0

Snickers (Foré)             120      11,4                 67,2        28,8         2.401,20

—————

Totaal:                            720      17%                 30%      29%        15.785,67

NAAM:                             gr.     prot.           koolhyd.       vet         Kcal

Gevriesdr.Mlt.             200      16                      43            32        1.060,0

Muesli reep                  100      5,2                    66,4          16        436,00

Chocolade Hazelnoot   100      8,2                    34,77      11,31     277,17

Kaas Emmentaler        100      62,5                    7,5        67,5       887,0

Salami                            100      18                       0           50          526,97

Snickers (Foré)            120      11,4                    67,2       28,8       573,60

————–

Totaal:                          720        17%                   30%     329%      3.531,73

Chocolade Hazelnoot kocht ik bij Lidl. De hier vermelde Kaas Emmentaler en mueslirepen komen uit Aldi. Koop bij voorkeur harde repen, de zachte verkruimelen te snel in je rugzak.

2) Dagtochten in Fulufjället National Park:

Het betrokken nationaal park is pas opgericht in 2002. Het heeft een oppervlakte van 385 vierkante km en is eerder klein als je dat vergelijkt met de nationale parken in Lappland. Er zijn hutten, maar die worden niet uitgebaat door STF (Svenska TuristForeningen), maar door Länsstyrelsen Dalarnas Län, zeg maar het provinciebestuur van Dalarna. Ze liggen op relatief korte afstand van elkaar, maar er is geen voedsel te koop. Dat moet je dus zelf meedragen. Overnachten kost 100 EUR (betaling dient te gebeuren via overschrijving op een Zweedse postgiro.) Nadere info vind je op www.dalarna.se/fulu-eng/nationalparker-mera.htm.

Je vindt hier onder andere een lijst met tussenafstanden tussen de verschillende hutten en een lijst met de overnachtingscapaciteit van de hutten. Enkel Rörsjö is in het seizoen bemand. Sommige hutten moeten op voorhand gereserveerd worden in het restaurant nabij het bezoekerscentrum, andere dienen vergoed te worden via overschrijving. In het bezoekerscentrum zelf vind je informatie over planten- en dierenleven in het park.  Naast foto’s en folders, worden er ook kosteloze filmvoorstellingen gegeven over zaken die directe betrekking hebben op de natuur ter plaatse. Sommige films zijn eentalig Zweeds.

Bij het bezoekerscentrum ligt ook een grote parking (GPS 75) met een bordje dat caravans verbiedt. Verder is er naast het reeds genoemde restaurant (overdag) een toiletruimte met warm en koud water en punt met vuilnisbakken voor gescheiden ophaling.

Voorgestelde wandelingen 1:

Fulufjallet

De eerste wandeling is de meest voor de hand liggende, namelijk vanaf het bezoekerscentrum, naar de waterval die het park zijn naam geeft: Fulufjället.

Het pad vertrekt rechts naast het bezoekerscentrum. Het eerste deel tot aan het eerste meer is zelfs geschikt voor rolstoelgebruikers. Daarna is het pad geëgaliseerd met fijn grind, zodat je tot aan de waterval kan met een kinderbuggy van het alle-terrein type, op voorwaarde dat je bereid bent hem en de passagier te dragen in de trapgedeelten. Tot aan de rust hut, zijn er een aantal kortere stukjes in trapvorm aangelegd. Kort na de rusthut moet je afdalen via een zeer lange trap tot aan de rivier en dan gaat het weer horizontaal via een steiger, aangelegd met steun van de Europese Gemeenschap tot aan de waterval zelf. Er is een alternatieve route via de rechter oever van de rivier, van soortgelijke kwaliteit, maar vlakker om terug te keren naar het bezoekerscentrum en de parking. Heen en terug is het 4 km.

Voorgestelde wandeling 2:

Fulufjallet toevoer waterval

Wie iets avontuurlijker is en/of al kinderen heeft, die ouder zijn dan 10 jaar, kan na het bezoeken van de voet van de waterval, via dezelfde weg terugkeren tot aan de rusthut  (GPS 76) en daar het pad nemen aangeduid met ‘Fallet Runt’, dat tegen de wand van de vallei omhoog klimt en vervolgens in tegenwijzerszin op het plateau ronde de waterval loopt.Dit levert mooi vergezichten op op het plateau, de toevoerrivier (GPS 78) en de bovenzijde van de  waterval. Het gaat hier wel over een natuurlijk pad en geen met fijn grind aangelegd pad zoals het pad naar de voet van de waterval. Voor deze wandeling wordt 5,5 km opgegeven.

Voorgestelde wandeling 3:

Wie nog meer energie heeft kan de vorige wandeling doen en bij de afslag naar Rörsjö  (GPS 79) die hut (GPS 82) er ook nog bijnemen. Na de hut volg je eerst een stukje dezelfde weg terug en vervolgens neem je het pad in de richting van het bezoekerscentrum en kom je terug uit op het pad van wandeling 2. Reken hier op een kilometer of 8.

Voorgestelde wandeling 4: Rond Njupeskar en een lus naar de Lorthanstuga (20km):

Je vertrekt rechts naast de Naturum (GPS 177), een soort permanente tentoonstelling over het park en zijn natuur. Hier vind je een gratis stafkaart van het park zelf. Deze kaart is meer dan voldoende voor dagwandelingen en trektochten in het park zelf.

Fulufjallet

Het eerste stukje van het pad is aangelegd voor rolstoelgebruikers. Wie met een kinderwagen tot aan de waterval wil is iets gemakkelijker af via de terugweg, die je vindt via GPS 195 en 194, waar je daar rechts aanhoudt in de richting zonder wegwijzer. Dit traject verloopt iets vlakker dan de aangeduide heenweg en je mist vooral een hele reeks trappen vlak voor de waterval. Wie langs de normale weg loopt passeert bij GPS 178 een raststuga met uitzicht op de waterval. Hier is tevens de splitsing voor het pad dat de bovenzijde van de waterval volgt.

Om tot aan de voet van de waterval te geraken, dien je een hele reeks trappen af te dalen. Men heeft zelf op twee plaatsen een rustbankje voorzien, voor wie iets minder goed te been is.

Aan de onderkant van de trappen vind je een brug, over de afloop rivier van de waterval en dan gaat het verder over de rechteroever via een houten staketsel tot aan de voet van de waterval. Als je hier een moment van rust wil, kom dan zeker voor 10.00u. Na een bezoek aan de waterval keerde ik terug langs dezelfde weg tot aan de raststuga en vatte daar de klim aan naar de bovenzijde van de waterval. Deze klim is tegenwoordig ook aangelegd met opgevoerd grind dat op zijn plaats gehouden wordt met houten trapbakken. Bij GPS 179 vind je opnieuw een picknicktafel met uitzicht op de waterval.

Eenmaal aan de voet van de rotsen, krijgt het pad weer zijn natuurlijke vorm.

Op het plateau moet je toch een beetje opletten op de verftekens . Ze beginnen wat vaag te worden. Je blijft heel dicht bij de rand van de kloof tot je bij GPS 180 wegwijzers vindt richting Lorthanstuga en Skarphan.

Bij GPS 182 en 190 vind je de volgende splitsing tussen Lorthanstuga (rechts) Skarphan (rechtdoor) en Rorsjostuga (links). Hier ben ik rechts gegaan richting Lorthanstuga.

Daar waar het pad aanvankelijk verliep over een gemengd terrein van aarde, rotsen en wat bomen, wordt het terrein algauw drassiger. Tot aan het meer is dit nog niet echt een probleem, maar dan volgt een deel langs het meer, waar het pad slalomt tussen rotsen en struiken en je goed moet opletten om de juiste weg te vinden. Vooral naar het einde van het meer toe en dan langs de rivier tot aan de Lorthanstuga, wordt het problematisch, in zoverre zelfs dat ik op de laatste dag van mijn verblijf in het park, toen ik nog net voor sluitingstijd van de Naturrum aldaar nog een parkwachter aantrof ik hem gevraagd heb of ik hem een paar bussen oranje verf kon schenken. Hij heeft nota genomen van mijn opmerkingen aangaande het desbetreffende stuk. Ik kan enkel maar hopen dat me er ook nog iets aan doet, zodat minde ervaren wandelars hier niet echt in de problemen geraken.

In principe is de oriëntatie niet moeilijk, gezien je enkel de oever van het meer en de rivier dient te volgen, maar zelfs als je erin slaagt om het pad te volgen, loop je een grote kans om er natte voeten aan over te houden, gezien men hier op een paar plaatsen vergeten is houten planken te voorzien over de drassige stukken. En zonder planken is het spurten en hopen dat je niet te diep in de modder zakt. Zonder pad verergeren die problemen alleen maar.

Lorthanhut

De Lorthanhut (GPS 185) is een rusthut en is in principe niet voorzien voor overnachtingen. Je vindt hier dan ook geen droogtoilet of vuilbak, enkel een vuurhard en water uit de beek. Vanaf de hut loopt het pad in rechte lijn via loopplanken door een drassig gebied, tot er weer droger terrein bereikt wordt. Door zijn rechtlijnigheid en het feit dat het terrein minder grillig is, is het pad veel gemakkelijker te volgen.

Ter hoogte van GPS 186 verandert het pad van koers en dan gaat het opnieuw in bijna rechte lijn naar de splitsing van paden bij GPS 188.

Het tweede deel van Fjallet runt is fysiek nog vrij lastig, dus wie hier al wat me is, kan beter ofwel hier afslaan richting Harrsjostugan ofwel bij de volgende splitsing (GPS 190) afslaan richting Rorsjostugan. Vanaf GPS 189 kan je deze laatst hutten reeds zien liggen.

Omdat ik voorgenoemde hutten de volgende dag op mijn programma gezet had, ben ik teruggekeerd naar GPS 180, zijnde de splitsing boven de waterval en ben ik vandaar de Fjallet runt gevolgd.

Toevoerrivier van de waterval.

Het pad geeft fantastische uitzichten op de waterval, maar vooral het laatste deel is tamelijk frustrerend, omdat het pad lang in de flank blijf op- en afgaan, alvorens de definitieve afdaling aangevat wordt bij GPS 193.

Bij GPS 191 vind je de brug over de toevoerrivier van de waterval. En bij GPS 192 vind je een afslag richting Rorsjostugan. Via GPS 194 en 195 bereik je opnieuw de Naturum.

Bovenste trap waterval

  • Naturum – Njupskar – GPS 180 & 191: 1u
  • GPS 180 & 191 – Lorthanstuga: 1u20’
  • Lorthanstuga – Naturum: 2u40’

 

 

 

 

 

Voorgestelde wandeling 5: Naturum – Rorsjostugan – Harrsjostugan – Bergdalsstugan – Sarnmanstugan – Rorsjostugan –Naturum (29,5km):

Het eerste deel Naturrum –Rorsjostugan – Harrsjostugan is gemakkelijk te volgen. Het pad levert op geen enkel ogenblik problemen. Ik heb over de eerste 8 km twee uur gedaan op mijn gemak. Hier liggen veel houten planken, vooral rond het Rorsjo (meer).

Het Rorsjo is een huttencomplex (GPS 198), waar in het seizoen een wachter is. Je vindt hier vooral vissers en niet zozeer wandelaars. Uiteindelijk ligt deze hut slechts op 3,5 km van de Naturum. De Harsjostugan (GPS 203) is een rusthut. Een rustiger variant is de terugkeer zoals beschreven in dag 1, maar gezien ik wat anders wou doen, ben ik verdergegaan richting Bergdalstugan. Het  verschil van begin van het pad met wat voorafging kan niet groter zijn. Een lange strook drassig grasland, zonder enige houten plank. Dit is geen terrein voor toeristen. Het zomerpad loopt steeds rechts van het winterspoor. Op het einde van dit deel ligt het zomerpad zelfs ruim 200m van het zomerpad. Het juiste pad volgen vraag de nodige aandacht. De Bergdalstugan (GPS 210) heeft 3 officiële slaapplaatsen.

Het deel naar de Sarmansstugan slalomt eerst recht en dan afwisselend links en rechts van het winterspoor. Hier vind je grote cairnes die de richting van het zomerpad aangeven. De meeste tussenpunten zijn dan ook opgenomen aan de betrokken cairnes. De Sarmansstugan (GPS 218) is opnieuw een ruststuga zonder verdere voorzieningen.

Vanaf de Sarmansstugan kan je de Rorsjostugan zien liggen, wat de oriëntatie vergemakkelijkt.

Het pad is vrij duidelijk. Bij GPS 220 is er een afslag richting Brottbackstugan. Bij GPS 222 en 223 moet je goed opletten qua oriëntatie.

Vanaf het Rorsjostugan (GPS 198) keer je terug via de normale weg.

  • Naturrum –Rorsjostugan – Harrsjostugan : (8km) 2u
  • Harrsjostugan – Bergdalstugan: (6km) 1u10’
  • Bergdalstugan – Sarmansstuga: (7km) 1u35’
  • Sarmansstuga- Rorsjostugan: (5km) 1u10’
  • Rorsjostugan – Naturum: (3,5km) 45’

Voorgestelde wandeling 6: Brottbackstugan – Sarnmansstugan – Tangsjostugan – Altarringen:

Voor deze tocht vertrek je niet van de grote parking aan de Naturum, maar van de kleinere parking aan de Brottbackstugan. Deze bereik je door vanaf de eerste parking terug te rijden richting beschaving en dan na 3 km rechts af te slaan. Via een grindweg bereik je dan na nog eens 3 km de genoemde parking.

Vlak bij de parking vind je de Brottbackstugan (GPS 224), vuilnisbakken en droogtoiletten. Aan de hut zelf vind je wegwijzers, waaronder die naar Altarringen. Neem echter de opgegeven afstanden met een korrel zout. Tangsjo zou 8,5 km zijn, Altarringen 9,5, maar aan de Tangsjo is de afstand naar Altarringen 2 km. Als je de afstand op de kaart bekijkt, klopt dit laatste. Reken voor de afstand van de Brottbackstugan naar Altarringen op 12 km.

Het eerste stukje van het pad is zoals gebruikelijk opgevoerd met grind. Aan het eerste kruispunt houdt het kunstmatige pad op. Naar rechts kan je naar de Rorsjostugan, naar links naar Klordalen. Rechtdoor begint het pad te klimmen. Tussen de bomen en over rotsblokken wordt het moeilijk om te volgen. Opnieuw tekens die een opfrisbeurt kunnen gebruiken. Bovendien loopt er op een bepaald ogenblik een beek over het pad, wat leidt tot onconventioneel hoppen van de ene droge plek naar de andere. Het geld dat men uitgaf om van het eerste stukje een autostrade te maken zou men beter uitgegeven hebben aan wat planken en een paar blikken verf.

Eenmaal het winter- en zomerpad zich opnieuw samenvoegen (GPS 227), wordt het terrein weer droger en op GPS punt 228 ben je boven en kan je de Sarmansstugan reeds zien staan.

Altarringen

De Sarmansstugan (GPS 218) is opnieuw een ruststuga zonder verdere voorzieningen.

Het eerste stukje van het pad richting Tangsjostugan is wat onduidelijk vanwege de rotsen., maar je moet maar het winterpad volgen en dan zie je verder het zomerpad wel. De oriëntatie is vrij probleemloos.

De Tangsjostugan (GPS 232) is een echte hut met 12 slaapplaatsen en 2 droogtoiletten. Het vertrek van het pad naar Altarringen is opnieuw wat onduidelijk. Daarna volgt er een drassig stuk.

Het Altaar

De rest van het pad loopt van cairne naar cairne over een kale droge hoogvlakte. En uiteindelijk kom je dan aan de Altarringen, een bevreemdend monument in the middle of nowhere. Het beeld wordt wel een beetje ontsierd door een kist, waar waarschijnlijk een hedendaags religieus symbool zit. Het wordt duidelijk nog gebruikt, vermoedelijk door Sami (Lappen). Terug langs dezelfde weg.

  • Brottbackstugan – Sarmansstugan: 4 km 50’
  • Sarmansstugan – Tangsjostugan: 6 km 1u 05’
  • Tangsjostugan – Altarringen: 2 km 35’

Voorgestelde wandeling 7:

Stora Goljan

Deze wandeling is gemakkelijk combineerbaar met de wandelingen 1,2 of 3 in één dag. Het interessante aan deze wandeling is dat je met eigen ogen kan aanschouwen wat voor krachten de natuur kan ontketenen, als het een keer goed fout gaat. Hier kan je de resultaten zien van een kleine tsunami, die ontstond door een wolkbreuk, waarbij er volgens schattingen 400mm of 400 liter per m² viel gedurende 24 uur. Men schat dat dit de grootst hoeveelheid neerslag ooit is in Scandinavië. Het gevolg van deze hoeveelheid neerslag is dat de Göljän rivier een volume bereikte dat 500 maal groter was dan normaal. Daardoor moet er een vloedgolf van ca. 6 meter hoogte

ontstaan zijn, die verantwoordelijk werd voor het losslaan van ca 10.000 kubieke meter hout. Het hout kwam grotendeels terecht in hopen waar het zichzelf blokkeerde tot grote hopen boomstammen, die eruitzien als een mikado-spel voor reuzen. Men heeft ervoor gekozen om alles in zijn oorspronkelijke staat te laten als een herinnering aan de kracht van de natuur en als studieobject voor de toekomst.

Stora Goljan

In de loop van 30 augustus 1997, toen deze feiten zich voordeden, werd ook de benedenloop van de rivier verlegd naar een nieuwe bedding door de enorme kracht van het water. In het bezoekerscentrum van het park vind je een ééntalig Zweedse folder over het gebeuren. De folder is wel interessant voor de kaartjes, die je kunnen helpen bij de oriëntatie. Er zijn twee wandellussen: een grote van 4km en een kleine van 1km. De kleine lus is een grotendeels gestabiliseerd pad met aangevoerd grind of loopplanken, de grote lus, betreft een meer natuurlijke pad. In de rivierbeddingen zelf, moet je opletten  voor de oriëntatie, gezien er weinig steunpunten in de vorm van bomen zijn, heeft men de merktekens moeten aanbrengen op stenen. Er wordt ook gebruik gemaakt van gekleurde metalen plaatjes en houten pijlen met de aanduiding Stora Slingan (Grote Lus) en Lilla Slingan (Kleine Lus).

3) Tocht vanuit Grövelsjön:

A) Algemene info bij Grövelsjön:

De weg naar Grövelsjön is volledig geasfalteerd. Op het stuk vanaf Idre raad ik wel aan om een lagere snelheid aan te houden dan de wettelijke maximum snelheid, tenzij je over een SUV of een oude Volvo beschikt.

Het Fjällstation (Berghut) ligt op een afslagje van de hoofdweg naar het meer zelf, aangeduid met “Sjöstugan”. Aan het Fjällstation zijn de parkeerplaatsen vlak bij de hut voorbehouden voor gasten. Bij de iets verder parking staan geen aanduidingen, maar hier staan de auto’s heel erg dicht, met risico op schade aan je voertuig.

Op de weg naar het meer mag er voor maximum 7 dagen geparkeerd worden. Op het eerste deel dicht bij het Fjällstation is er parkeergelegenheid evenwijdig met de as van de rijbaan. In het deel vlak bij het meer zijn er vakken dwars op de rijbaan voor voertuigen van een normale lengte. Aan het meer zelf is er ook een camping.

Grövelsjön Fjällstation:

Tarieven (19/06 – 26/09) voor niet STF-leden: vanaf 310 SEK (1 tot 4 bedden per kamer)

Andere voorzieningen: 150 bedden, restaurant, WC en douches, proviand en verhuur uitrusting, bubbelbad, TV)

Tegenover de ingang van het Fjällstation vind je bordjes met de verschillende wandel en langlauf bestemmingen. Wie niet vertrouwd is met wandelen in Zweden, moet weten dat er een duidelijk onderscheid is tussen zomer en winterpaden. Ze worden verschillend aangeduid op de stafkaarten en hebben soms ook een specifieke traject keuze. Een winterpad zal steeds kiezen voor de meest geleidelijke klim en hoeft geen rekening te houden met drassige stukken of zelfs niet te grote meren. De term ‘Ruskmarkering’ wijst  op het feit dat men het traject over het meer zal uitzetten van zodra het voldoende stevig bevroren is. Op het traject tussen Rogen en Skedbro zal je op meerdere plaatsen langs het pad de palen met Andreas-kruisen in de bomen zien

hangen, te wachten op de volgend winter. Een zomerpad dient wel rekening te houden met de drassige stukken en meren, maar mag iets steiler klimmen. Zomerpaden worden aangeduid met oranje of soms rode verf. Winterpaden worden op het terrein aangeduid met de reeds vermelde Andreas-kruisen. Omwille van de verschillende trajectkeuzes kan een winterpad zowel langer als korter zijn dan een zomerpad, afhankelijk van de plaatsgesteldheid. In Grövelsjön zijn de winterpaden meestal korter, gezien ze over de meren gaan in plaats van er rond zoals de zomerpaden.

B) Dag 1: Grövelsjön – Hävlingsstugorna -Slagusjön (22 km ca. 6u):

Langfjallet

We vertrekken dus tegenover het Fjällstation (GPS 01) en volgen het brede zich soms opsplitsende pad de helling op. Via verschillende tussenpunten komen we op de boomloze Fjäll. De dagwandelaars kiezen meestal Storvätteshogna als bestemming, maar wij kiezen resoluut voor Havlingsstugorna. Eenmaal je over het hoogste punt heen bent, zie je al vlug het langerekte Hävlingen meer.

Bij de enige grote brug (GPS 6) op dit traject vind je tevens een gesloten schuilhut,  die door mij niet werd bezichtigd. Wanner je de grens bereikt van het Töfsingsdalens Nationalpark bereikt (infopaneel GPS 7), vind je aanduidingen naar Hävlingsstugorna, maar niet rechtstreeks naar Storrödtjärnstugan. Neem hiervoor het eerste pad in wijzerszin, weg van Hävling indien je niet wil gebruikmaken van de betrokken hut.  Richt je daarvoor op GPS 8.

Eerste zicht op het Havlingen meer.

Hävling wordt niet uitgebaat door Svenska TouristForeningen (STF) die de meeste hutten hier uitbaat, maar door Het provinciebestuur van Dalarna. Er is een capaciteit van 38 bedden. De tarieven zijn meestal dezelfde als de ledenprijs in de STF-hutten. Gezien ikzelf voor deze tocht voor de kampeerformule koos, was ik niet gebonden aan deze hut, en ging ik nog verder tot Slagusjön. Wie niet zover wil gaan kan goed kamperen aan de overzijde van het meer bij het windschuilhut symbool op de kaart (GPS 9). Tussen dit punt en Slagusjön zijn er niet veel bruikbare kampeerplaatsen. In de klim naar Slagusjön moet je goed opletten op de verftekens, gezien het pad heel wat keren van richting verandert om tussen en langs rotsen en heuveltjes te laveren.

Slagusjon windschuilhut

Eenmaal boven de bomenlijn gaat het pad verder in rechte lijn. Slagsjön (GPS 14) is prachtig gelegen in een zadel tussen twee meren. Het is er zeer gevoelig voor wind. Gezien ikzelf hier laat in het seizoen rondliep, was de schuilhut zelf niet bezet, en diende ik mijn tent niet op te zetten. In principe zijn deze noodhutten enkel bestemd voor noodgevallen, maar wat is een noodgeval. Zijn windsnelheden van 80 tot 100 km/h een noodgeval?

Ik vind van wel, gezien ik uit ervaring weet dat je niet veel moet slapen in een tent bij die windsnelheden, omwille van het flapperen van het tentzeil. Gebruik het aanwezige hout niet tenzij je je echt in een noodsituatie bevindt. Een vuurtje voor de sfeer valt daar niet onder.

C) Slagusjön – Storrödtjärnstugan – Rogenstugan (16 km ca. 6,5u):

De weg van Slagusjön naar Storrödtjärnstugan is probleemloos en verloopt over een open en licht glooiend terrein. De hut (GPS 18) heeft 20 bedden en er is verkoop van proviandverkoop (info: zie verder), telefoon. Tarieven voor Jeugdherbergleden: 185 SEK of 235 SEK (17/7 tot 22/8).. De hut ligt aan een klein meertje waar de was en de plas gedaan wordt. Vanaf de hut wordt het pad iets drassiger. Het valt vooral op dat de loopplanken die door de drassige gebieden heen lopen reeds deels aangetast zijn door het langdurig verblijf in de vochtige grond. Wie het Kungsledenpad gewoon is, zal hier wat teleurgesteld zijn over de kwaliteit van de loopplanken. Het is allemaal best nog bruikbaar, maar het straalt hier niet het niveau van verwennerij uit eigen aan Kungsleden. Het voordeel is dat je hier nog absolute eenzaamheid vindt in deze periode van het jaar, en gezien er minder inkomsten zijn in de vorm van overnachtingspremies in de hutten is er ook wat minder geld om van het pad een autostrade te maken zoals Kungsleden. Wie echter de lus verder volgt, zal merken dat je het in Noorwegen met nog minder moet stellen, ondanks het feit dat het land zo rijk is als de Noordzee diep is.

Rogen rendieren

Net voorbij de brug (GPS 22) over de rivier tussen Rogen en het Väster Nässjön vind je links van het pad op een soort schiereiland een prachtig gelegen half-open schuilhut (GPS 23) met toilet, vuilnisbakken en een houtvoorraad.Maar ik laat me niet verleiden en vat de klim aan tegen de helling van Tansjövälen (GPS 25). Boven is het behoorlijk koud door de strakke wind. Onder je zie je een lappendeken van bos en water. Je daalt af tot aan een brug over de rivier, aangeduid op de stafkaart (GPS 26). Wie gebruik wil maken van de hut, volgt de bordjes naar links.

Tent with a view (Stor Tandsjon)

Ikzelf koos voor de half-open schuilhut aan het Stor-Tandsjön (GPS 28). Hiertoe volg je het pad naar Käringsjövallen. Op het ogenblik dat het pad een aangeduide richtingsverandering naar links neemt (GPS 27), volg jij het niet gemarkeerde maar zeer goed zichtbare pad tot aan het meer en de half-open schuilhut. Aan de hut is de grond vrij stenig, wat wat problematisch is als je geen tent hebt die kan opgezet worden zonder grondpennen. Enkel een plaatsje vlak tegen de schuilhut en de vuurhaard was wel geschikt voor een niet al te grote tent, maar dan kan je uiteraard geen vuur maken. Absolute rust verzekerd.

D) Rogen – Reva – Mollerbua (ca 19km – ca 8u):

Gezien ik wist dat er proviand in de hutten verkrijgbaar was, had ik niet al mijn gevriesdroogde maaltijden meegenomen voor de volledige tocht vanaf mijn vertrekpunt. En dus liep ik tot aan de Rogenstugan, via het meest zuidelijke pad. Ondanks dat dit pad slechts aangeduid is op de kaart met een zwarte bolletjeslijn, is het op het terrein toch met oranje verf gemarkeerd en liggen er nieuwe houten loopplanken. Je loopt over een heuvelrug tot aan een paar houten huizen. Vervolgens loop je verder langs de oever van het meer tot je op een kiezelstrand uitkomt en het pad lijkt op te houden. Hier moet je door een ondiep beekje, dat de uitloper vormt van het meer op het schiereiland, en vervolgens ga je terug landinwaarts tot aan de hut. (20 bedden, proviand, kanoverhuur, noodtelefoon). Tarieven voor Jeugdherbergleden: 185 SEK of 235 SEK (17/7 tot einde seizoen

Ik kocht hier drie gevriesdroogde maaltijden van Noorse makelij, die wel goed van kwaliteit waren, maar ook elk 80 SEK kostten (of dubbel zo duur als in de Konsum in Idre). Ik weet niet wat de andere hutten aanrekenen, maar ik vond het opvallend duurder  dan wat ik gewoon was te betalen, langs het Kungsleden of Padjelantaleden en misschien heeft de Noorse afkomst daar ook iets mee te maken. Verder vind je hier: pasta, aardappelpureepoeder, beperkt aanbod conserven en andere lang houdbare zaken.

Rogen

Vanaf de hut loop je langs het pad langs de telefoonleiding tot aan het kruispunt van paden in een klein bosje midden een moerassig gebied. Hier neem je de richting naar Skedbrostugan.Hier loop je over een rug tussen Rogen en een aaneenschakeling van grillige meren langs de andere kant. Soms is de rug hoog genoeg om droog te zijn. Dan groeien er bomen, maar daar waar de bomen ver uit elkaar staan is de bodem redelijk drassig. Er liggen naar Kungsleden-normen weinig planken en dus kan je je lederen schoenen met Gore-Tex voering best gebruiken. Het is hier bij momenten redelijk lastig lopen en dat zie je aan de tijd die ik nodig had om de toch niet zo lange tocht af te leggen. Op dit traject is er enkel drinkbaar  water te vinden in het riviertje, ca 2km na de genoemde splitsing en nabij de hutten op de splitsing van het zomer- en winterpad in het uiterste punt van Rödviken.

Wegwijzer nabij Riva

Vanaf dit laatste punt is het pad minder drassig. Vervolgens loop je langs Bustvälen en vervolgens vind je plots ‘in the middle of nowhere’ de splitsing naar Reva en Skedbrostugan. Wie geen tent bijheeft zal de 4km naar Skedbro moeten lopen om zeker te zijn van een overnachtingspunt. In Skedbro vind je 20 bedden, proviand, noodtelefoon en visvergunningen. Tarieven voor Jeugdherbergleden: 185 SEK of 235 SEK (17/7 tot einde seizoen). Gezien ik wel mijn tent meesleur, ga ik rechtstreeks naar Reva (2km). Het is een vrij idyllisch plekje, gelegen vlak bij de grens Zweden-Noorwegen en het is vooral geliefd bij vissers. De gesloten windhut (GPS 32) met ruim plaats voor 4 personen leek langdurig in beslag genomen door een sportvisser. (De hut is daar niet voor bedoeld, maar ze wordt er duidelijk wel voor gebruikt.)

Grens Zweden – Noorwegen

Er is hier ruime kampeermogelijkheid, maar weet dat je hier niet alleen zal zijn.

Je steekt de grens over en loopt via de Noorse rode (niet zo verse) markeringen naar de rendieromheining, die hier langs de volledige grens (of er zodicht mogelijk bij) staat.

Je steekt deze over via een houten constructie (GPS 33). Vanaf hier tot je terug boven de bomenlijn uitstijgt, zal je uiterst aandachtig moeten zijn op de rode markeringen. Zoals gezegd zijn ze eerder vaag en je moet er dus echt bewust lopen naar zoeken.

Mollerbua

Gezien de bodem hier erg rotsachtig is, is het pad ook niet echt ingesleten. Tot aan de hut loop je min of meer evenwijdig met de rendieromheining en dan plots aan de oever van een meertje vind je eerst een droogtoilet en iets verder de hut Möllerbua (GPS 34). De hut is eigendom van het staatsbosbeheer en is gratis. Je mag er niet langer dan 1 nacht blijven en moet alle andere bezoekers toelaten tot de hut.

Het is een zeer oud en relatief klein hutje met 2 bedden en maximaal 1 plaats op de grond. Je kan er een mooi kampvuur bouwen als je daar van houdt. Als er geen wind is, is de stilte absoluut en bijna pijnlijk voor West-Europeanen, die geen absolute stilte meer kennen.

E) Möllerbua – Svukuriset Fjällstation (ca. 24 km – ca. 9u.):

Hopelijk was de nachtrust zeer verkwikkend, want wat nu volgt ben ik nog nergens op  een officieel pad in Zweden tegengekomen en komt in de buurt van één van de eenvoudigere trajecten door het Sarek Nationaal Park.

Vanaf Möllerbua tot de grens van de bomenlijn had ik 4 (vier) uur nodig. Als je de afstand van dit deel op 8 km schat, kom je aan 2km/h en dat is ongeveer de terreinsnelheid die je haalt in de boomloze delen van Sarek.

Ook hier geldt dat je zeer geconcentreerd moet zijn op de tekens en niet alleen op de sporen in de modder. vooral de punten GPS 43 en 45 zijn op dat punt cruciaal. Aan punt  43 ben ik zelf eventjes de mist ingegaan omdat het spoor in de modder rechtdoor duidelijker is dan het officiële pad schuin rechts. Wie van vissen houdt, zal het hier echt naar zijn zin hebben. Er zijn veel goede kampeerplaatsen langsheen de meeroevers en je ziet ook dat er hier langdurig tenten staan, waarbij er nu en dan eens tot aan de beschaafde wereld gelopen wordt voor het aanvullen van de voorraden.

Brug in Femundsmarka

Je enige oriëntatie hier zijn de tekens en de berg Stor-Svuku. Daar waar de eerste brug,  aangeduid op de kaart een echte brug op staalkabels is, is de tweede reeks bruggetjes vlak voor GPS 45 van matige kwaliteit en dan vooral de leuningen of wat daar voor moet doorgaan. Het komt erop neer dat je zelf je evenwicht moet bewaren op een paar glibberige boomstammen. Voor deze laatste bruggetjes vind je zowaar de enige houten planken door een moerassig stuk.

Kort na GPS 45 klim je eindelijk uit boven de bomenlijn. Je passeert nog één bosje bomen (GPS 47) dat zich tegen beter weten in tracht staande te houden op deze steenvlakte. En samen met het verdwijnen van de bomen, komt ook de wind terug die met een snelheid van 80 à 100 km tegen je inbeukt. Een fleece met windstopper is in deze omstandigheden echt aan te raden. De enige beschutting die je hier vindt tegen de wind is achter een kei met een hoogte van minimum 1m, zodat je wat uit het geweld van de wind zit om iets te eten en een korte rustpauze. Eenmaal voorbij het hoogste punt op de helling wordt het pad duidelijk beter beloopbaar. Ik heb reeds een aantal grensoverschrijdende paden gevolgd op de grens van Zweden en Noorwegen en ik kan alleen maar concluderen dat die altijd slechter zijn dan de paden in het land zelf.

Femundsmarka

Het pad tussen Revollen en Svukuriset Fjällstation is duidelijk gemakkelijker beloopbaar dan het pad naar Reva.In de verte zie je de bomenlijn van de vallei van Svukuriset voor je en dat werkt als een magneet. Op dit deel van het pad haal je vlot 4 à 5 km/h.

Vlak voor de bomen vind je een rivier en een geschikte kampeerplaats (GPS 50). Daarna volgt een gemakkelijke afdaling tot de grindweg die eindigt aan het Fjällstation van Svukuriset. Volgens de kaart is deze grindweg afgesloten voor motorvoertuigen van niet-bewoners. In één uur sta je aan de oever van het Femundmeer, waar je in het seizoen een boot vindt. Als je doorvaart tot het meest zuidelijke punt van het meer, aan de weg 26 zal je wel openbaar vervoer vinden. Nadere info in het Fjällstation. In 2 uur sta je in het eerste gehucht aan een officiële weg (221), maar zonder enig busverbinding voor zover mij bekend.

Het Fjällstation (GPS 51) heeft 43 bedden en er worden maaltijden opgediend. Reken op minstens 50 EUR voor half-pension. Er is hier een soort bosleerpad voor kinderen, maar wel alles in het Noors. Je vindt hier ook een pad naar de al eerder genoemde Stor-Svuku, die naar Alpen-normen met zijn 1416m niet erg hoog is.Gezien ik ervan uitging dat de dag van morgen met zijn 26 km ook lastig zou kunnen zijn en het weer nu best aardig was op de harde wind na, liep ik nog tot aan de Revling-sjöane.

Tent op de oever van het Revlingsjoane

Aldaar staat een private hut, alwaar Carl von Linné bekend van de hedendaagse plantdeterminatie met zijn Latijnse benamingen zou overnacht hebben op zijn tocht door dit gebied. Aan het meer vind je een aardige kampeerplaats (GPS 55).

Door de snelheid waarmee de wolken langs de hemel passeerden en de hoge breedtegraad, was de zonsondergang hier een echt visueel spektakel.

F) Svukuriset Fjällstation – Grövelsjön Fjällstation (ca. 22 km – ca. 7u.):

De volgende morgen ontdekte ik in het vervolg van de vallei nog een paar zeer goed bruikbare kampeerplaatsen op de GPS-punten 55, 56 & 58, zodat je hier vlot zelf kunt bepalen tot hoever je wil lopen. Eenmaal je terug op de boomloze fjäll bent vind je de eerste bruikbare kampeerplaatsen pas in de vallei van de Groveläa (GPS 55 & 56).

Wie op de stafkaart kijkt zal zien dat het pad een omweg maakt tussen de twee eerder genoemde valleien. Theoretisch zou je hier de weg kunnen inkorten door op kompas of GPS te lopen. Weet echter dat het tussenliggend terrein erg stenig is.

Femundsmarka op weg naar Grovelsjon

Het officiële pad is goed gekozen en vrij goed beloopbaar en dus kies je naar mijn mening beter voor het pad ondanks de omweg en het supplementaire klim- en daalwerk. Vanaf Forborgen heb je een mooi overzicht over de vallei (als je niet te kampen hebt met laaghangende bewolking.) Je ziet reeds de pas aan de overkant van de vallei, waar je straks door moet. Het is niet de laagste en meest brede, maar de iets hoger en meer naar links gelegen pas waar je doorheen moet.

Naar goede Noorse traditie vond men het niet nodig om over de Groveläa een brug te leggen en dus moet je maar zelf zien hoe je aan de overzijde geraakt.

Het eerste wat opgemerkt dient te worden is dat je met normale bergschoen niet met droge voeten de overzijde zult bereiken en dus is het raadzaam om een paar Teva’s of plastic waadsandalen mee te nemen. Ikzelf draag de reeds genoemde Combat Shoes van het Amerikaanse Leger met een schachthoogte van 25 cm en mij lukte het in het najaar en op een droge dag probleemloos. Uiteraard doorwaad je een rivier nooit in het smalste en dus diepste deel van de rivier, maar wel in het breedste en dus ondiepste deel. Voor deze rivier wil dit zeggen dat je in de beschreven wandelrichting, het pad op de oever dient te verlaten en een vijftigtal meter stroomopwaarts dient te gaan om daar de rivier te dwarsen, waar hij zich vertakt in drie armen. Het gebruik van telescopische wandelstokken is hier zeer aan te raden. Aan de overzijde zoek je naar links terug de merktekens van het pad op.

De passage van de pas (GPS 66) is probleemloos. Aan de andere kant vind je het pad van Ryvang  naar Grövelsjön en zie je voor het eerst weer mensen, die kiezen voor deze gemakkelijke toeristenwandeling en de heen- of terugreis per boot afleggen over het gelijknamige meer. De splitsing tussen de richting Valdalen en Grövelsjön is niet zo goed aangeduid, maar het breedste pad is dat naar Grövelsjön. Het verschil in kwaliteit tussen het pad aan de Noorse en de Zweedse kant is hemelsbreed en het zegt veel over de verschillende visie tussen de twee landen, op paden en hoe die te onderhouden. De Noren hun benadering is: Het pad is wat het is en de toerist moet maar zijn plan trekken. De Zweedse benadering is: Hoe drukker het pad gebruikt wordt en hoe dichter bij de bewoonde wereld, hoe meer de natuur en de toerist een handje moeten geholpen worden. Aan de Noorse kant vind je dus een pad dat heel breed is en door het water uitgespoelde groeven vertoont. Aan de Zweedse kant is het pad geëgaliseerd met fijn gemalen grind en zijn er kleine en grote bruggen en bruggetjes aangelegd om het water toch via zijn natuurlijke weg te laten afvloeien. Het resultaat is dat je langs de Zweedse  kant verschillende 70 en zelf 80 jarigen met behulp van stokken de klim ziet maken tot aan de grens. Je daalt langs dit luxepad af tot aan de hangbrug over de rivier en de daarachter gelegen parking (GPS 72). Hier vind je vuilnisbakken en een droogtoilet. Hier kan je kiezen tussen het kleine paadje aan de overzijde van de weg naar Grövelsjön  Fjällstation of de weg volgen tot aan de T-splitsing en hier naar links gaan tot aan het Fjällstation (GPS  74).

4) Ljungdalen:

A) Inleiding:

Als je van Grövelsjön naar Ljungdalen wil geraken, kan je rechtstreeks vanuit Idre via een grindweg naar Särvattnet rijden. Wie enig zorg voor zijn voertuig heeft rijdt echter beter tot Älvros en neemt daar de asfaltweg richting Tännäs. De weg is wel geasfalteerd, maar niet erg vlak en dus hou je er beter een snelheid aan die 20km/h lager ligt dan de maximum toegelaten snelheid. Ik persoonlijk hou wel van dergelijke wegen. Ze hebben iets… maar de grindwegen zijn duidelijk slecht voor je koetswerk.

Wie op zoek is naar goede vrije kampeerplaatsen geschikt voor mobilhome of caravan echter zonder voorzieningen, zal goed aan zijn trekken komen tussen Älvros en Särna langsheen de Österdalälven (rivier).

Kort na Tännäs kom je op de grote weg Hudiksvall – Sveg – Röros. Hier moet je naar links richting Röros tot je vlak voor Funäsdalen aanduidingen vindt naar Ljungdalen.

Wie tijd over heeft en nog nooit in Röros geweest is, moet van de gelegenheid gebruik maken om het te bezoeken. Het stadje is geklasseerd als Unesco werelderfgoed. Het is een oud mijnwerkersstadje, waarvan de historische kern, letterlijk gebouwd op de berg ijzerertsafval, wonderbaarlijk goed bewaard is.De weg van Funäsdalen naar Ljungdalen is met een hoogste punt van 975m, de hoogste publieke weg van Zweden. Je rijdt er over Flatruet en het is inderdaad een vrij vlakke hoogvlakte. Er staan borden die het wildcrossen met terreinwagens verbiedt. Dit is nog altijd een grindweg en als je hier over rijdt terwijl het regent of als de weg nog niet helemaal is opgedroogd, zal je auto niet om aan te zien zijn van het stof dat aan de flanken en wielen kleeft.

Wie nog een jaar of twee, drie geduld heeft zal dan een geasfalteerd alternatief hebben  om in Ljungdalen te geraken, namelijk via Äsarna. Het deel tussen Äsarna en Torsborg is nu reeds geasfalteerd en rechtgetrokken en in de zomer van 2005 was men bezig met het deel tot Storsjö, dat zeker klaar zal zijn tegen de zomer van 2006. En dus blijft er nog een goede 20 km te gaan tot Ljungdalen. Ook de oude grindweg die in veel gevallen zal behouden blijven zal zeker bij de Zweedse vissers in trek blijven voor de goede vrije kampeerplaatsen.

In Ljungdalen zelf vind je een kleine ICA-winkel, een tankstation, een toeristische dienst, waar men de weersvoorspellingen heeft voor de komende vijf dagen, een camping en een jeugdherberg. (40 bedden,WC, douches, sauna, kanoverhuur) (Tarieven voor jeugdherbergleden: bed: 120 SEK, 1-persoonskamer: 240 SEK, 2-persoonskamer: 360 SEK). Vanuit Ljungdalen volg je de grindweg naar Kläppen (GPS 87), een grote parking met een betaalautomaat die het soms laat afweten.

Het dagtarief bedraagt 20 SEK voor de eerste vier dagen en 100 SEK voor dag 5 t/m 14. Hij aanvaardt munten en sommige betaalkaarten (wel Mastercard & Diners Club, maar geen Visa volgens de icoontjes, wat vreemd is.) Ik heb dan maar betaald in de toeristische dienst.

B) Kläppen – Helagsstugorna – Mieskentjakke (ca. 17 km – ca. 6u):

Zoals gezegd had ik de weersvoorspellingen gecontroleerd bij de toeristische dienst van Ljungdalen en die leken goed: een mengeling van bewolkt, wat regen en zon.

Kesusjon (Helags)

Ik vertok vanop de parking Kläppen bij zonnig en licht bewolkt weer. Je neemt de vanaf hier private grindweg die leidt naar een wat kleinere parking voor eigenaars van de buitenverblijven langs het Kesusjön (meer). Eerst daalt de weg tot aan het meer. Voorbij de genoemde parking wordt het eerder een spoor dat enkel nog voor Quads geschikt is. Waar het pad echt de meeroever bereikt vind je een kleine horecazaak, waardoor dit een wandeldoel kan zijn voor ouders met kleine kinderen (2,5 km enkel).

Na het meer vat het pad de klim aan naar Helags, eerst nog tussen de bomen, later over de open fjäll. Je ziet naast de aanduidingen van het winterspoor met de reeds eerder vermelde rode Andreas-kruisen ook nog de stroomleiding naar Helags lopen. Gezien de meeste hutten hier buiten het Välädalens Natuurreservaat gelegen zijn, heeft men ook de  toelating gekregen voor de aanleg van deze elektriciteitsleidingen. Hierdoor zijn vooral Sylarna, maar vooral Blähammaren en Storulvän tot Fjällstations verworden.

Helags is op dat vlak nog een tussenvorm, maar je vind er ook al douches en een sauna. Dit resulteert in een groter comfort en het feit dat dit gebied ook een publiek aantrekt dat op zoek is naar een iets grotere mate van comfort. In Hellags (GPS 94) vind je: 74 bedden, proviand, elektriciteit, douches, sauna, telefoon receptie en een beperkte kaart. Je moet het vers water hier niet in de beek gaan halen, maar buiten aan de kraan en ook het afvalwater kan in de hutten nog niet in de afvoer, maar  moet met de emmer naar een afvalwaterput

Tarieven voor Jeugdherbergleden: 230 SEK (275 SEK van 16/7 tot sluiting).

Helags

Toen ik bij Helags aankwam, was de top van de gelijknamige berg al licht versluierd door een wolk rond de top van de berg. De weersvoorspellingen indachtig en gezien het nog maar net middag was, liep ik verder richting Sylarna, met de bedoeling om de windschuilhut van Mieskentjakke te bekijken  en afhankelijk van de drukte, daar mijn intrek te nemen of mijn tent op te zetten. Het pad richting Sylarna is iets minder goed dan het pad naar Helags. De aanduidingen zijn wat vager en op een paar plaatsen mocht men een paar extra plankjes voorzien hebben. Alles is goed te omzeilen en je komt niet in de problemen met normale bergschoenen met Gore-Tex.

Op weg naar de Mieskentjakke schuilhut

Na 3 uur stappen bereikte ik de Mieskentjakke schuilhut (GPS 98). Je vindt hier: droogtoilet, vuilnisbak, houtvoorraad, noodtelefoon en een hut van 2,5 bij 3,5 meter met  2 tamelijk smalle banken (50 cm). Alle gebouwen zijn verankerd met staalkabels, bevestigd op de hoekpunten van het dak. De hut zelf is dubbelwandig en voorzien van dubbele ramen. De wind was ondertussen al aardig aangewakkerd tot snelheden rond de 100 km/h. Gezien ik hier alleen was en ik niet voorzag dat er nog ander volk zou komen bij deze weersomstandigheden, installeerde ik me in de schuilhut. Uit ervaring uit het verleden weet ik dat mijn tent dat soort windsnelheden wel weerstaat, maar dat je dan niet moet slapen door het geflapper van het buitenzeil. En dus koos ik voor het relatieve comfort van de schuilhut. Daar waar de luchtdruk tijdens mijn tocht in de buurt van Grövelsjön in de buurt van 1030 was, las ik nu 988 af van mijn hoogtemeter. Op het ogenblik van mijn vertrek de volgende dag rond de middag was de wind 180° gedraaid en bedroeg de luchtdruk 1008 hP. De volgende ochtend las ik een temperatuur van 6°C af in de hut. Op de bergen lag  vanaf ca 1200m een fijn wit laagje verse sneeuw. Tijdens de nacht stonden op verschillende ogenblikken de wanden van de hut te trillen door de wind. Een bezoeker die rond de middag aankwam wist me te vertellen dat hij windstoten tot 144 km/h gemeten had op zijn Silva windmeter.Ik heb lang het weer zitten bekijken vanuit mijn hutje en echt veel beterschap zat er niet in. Ik wist dat ik ten laatste om 13.00 uit de hut diende te vertrekken om nog voor het donker terug te zijn op de parking van Kläppen.

Rond de middag kwamen er 3 Zweden toe die de nacht hadden doorgebracht in hun tent. Om zichzelf wat moed in te drinken haalden ze een blik bier van 50cl te voorschijn uit hun rugzak. (Je moet een Scandinaviër zijn om je daar aan te laden.) Toen nog wat later er 4 Duitsers toekwamen, waarvan er twee gekleed waren in poncho’s, vond ik het hutje te klein worden en vertok ik met de rug in de wind terug naar Helags. Toen ik na drie uur terug op de pas was, alwaar Helags gelegen is, diende ik op een bepaald ogenblik letterlijk te gaan lopen om te voorkomen dat ik door de wind in mijn rug voorover zou vallen. Het was ondertussen vrijdagavond en er klommen veel Zweden naar Helags voor een weekendje in de bergen, sommige gezinnen met jonge kinderen, anderen groepjes mannen met hengels en de obligate fles korte drank in de bovenste zak van de rugzak.Na zes uur was ik terug bij mijn auto. Na een maaltijd klaargemaakt op mijn alcoholvuurtje en een slok wijn uit mijn ‘bag in a box’ ben ik in mijn auto in de slaapzak gekropen. De volgende morgen was het wel weer half zonnig, maar de thermometer gaf 0°C aan. Er lag nog steeds sneeuw op de hogere gedeelten van de bergen.

Gezien ik in het verleden nogal onprettige ervaringen gehad heb met sneeuw in de bergen (zie reisverslag Sarek) en ik speciaal naar dit gebied gekomen was om risico’s op sneeuw te verlagen, besloot ik iets warmere oorden op te zoeken, weg van de bergkam op de grens van Zweden en Noorwegen.

En dus ben ik via kennissen in de buurt van Stockholm afgezakt naar Öland. Maar ik kom hier in elk geval nog terug.

C) Tot slot: verblijf in een STF-Fjällstation:

Het gebied Ljungdalen – Storlien (stafkaart Z6) is rijkelijk bezaaid met fjällstations. Dit is interessant voor mensen die op een iets groter budget reizen en bereid zijn meer te betalen voor een bepaalde vorm van comfort. Omwille van dit hoger comfort is het gebied ook geschikt voor mensen met kinderen. Zweden is misschien een duur land, maar het is ook erg kindvriendelijk. Zo bedraagt het individueel lidgeld van STF (Svenska TouristFöreningen: de Zweedse jeugdherberg-, bergsport- en Lange Afstands Wandelpadenvereniging)  285 SEK, maar dien je voor een gezin van 2 volwassenen en 2 kinderen jonger dan 26 jaar slecht 410 SEK te betalen. Kinderen jonger dan 16 jaar zijn altijd gratis. Het lidmaatschap van STF zelf geeft je een korting van 100 SEK op de verblijfstarieven in fjällstations in het verslag vermeld. Voor alle gewone STF-hutten en jeugdherbergen volstaat het lidmaatschap van de Vlaamse Jeugdherbergcentrale om een korting van 50 SEK te krijgen per nacht en per volwassene). Het goedkoopste Fjällstation zijn Abisko en Kvikkjokk (vanaf 190 SEK), het duurste Blähammarens vanaf 315 SEK). De prijs wordt hoofdzakelijk bepaald door de ligging en met name hoe ver een fjällstation gelegen is van de weg en bij gevolg hoe hoog de exploitatiekosten zijn. Kinderen van 0 tot 5 jaar verblijven steeds gratis, kinderen van 6 tot 15 krijgen 50% korting.

5) Öland:

Borgholms Slott

Ik heb Öland bezocht met de wagen op basis van een folder die ik vond aan het Toerismebureau aan de brug naar Öland in het Engels en Duits en de reeds vermelde Nederlandstalige versie van The Rough Guide Zweden. Ik ben het eiland opgereden via de brug en ben dan vertrokken in Noordelijke richting, het deel dat voor het grote publiek het interessantst is. Vlak voor de hoofdstad Borgholm, vind je het gelijknamige kasteel Borgholms Slott en Sollidens Slott. De ruine van Borgholms Slott zijn te bezoeken voor 50 SEK, maar ik twijfel eraan of dit bedrag goed besteed is. Ik heb het enkel langs de buitenzijde bezocht bij zonsondergang en dat levert mooie plaatjes op. Sollidens Slott is één van de buitenverblijven van de Zweedse koning en dus zijn enkel de tuinen (een Italiaanse, een Nederlandse en een kleine Engelse) te bezichtigen tegen betaling. Op de parking mag je ’s nachts niet parkeren.

Ik heb zelf mijn voertuig voor de nacht geparkeerd op de eerste parking langs de weg voorbij Borgholm, gezien daar de verkeersdrukte al lager is dan voor Borgholm. Deze parking had een droogtoilet en vuilnisbakken.

Sandvik

In het dorp Sandvik vind je de hoogste windmolen van Scandinavië. Hij doet eerder Nederlands van vorm aan dan Zweeds. Daar waar alle molens die je tot nu toe tegen gekomen bent, allemaal van ongeveer hetzelfde model waren, wijkt deze daar sterk van af. Hij is ook in zeer goede staat en werd nog gebruikt tot 1955. Er is een horecazaak gevestigd. Terug op de hoofdweg volg je deze verder tot Lëttorp. Hier ga je op de rotonde links af en voorbij de school rechts. Je passeert nu door Nörrboda en langs Skäftekärr Järnaldersby, resten van een ijzersmelterij. Opgelet: enkel open in het Zweedse hoogseizoen van half juni tot half augustus. De weg zelf is ook de moeite waard ook al omdat je dan niet twee keer over dezelfde weg moet rijden.

Bij Boda zelf kom je terug op de hoofdweg en je volgt deze tot je in Byxelkrok vlak langs de zee rijdt. Op een bepaald ogenblik sta je op een soort T-splitsing, zonder echt duidelijke aanduiding. Je volgt hier naar rechts en naar het noorden de kust. Langs de kustweg vind je aanduidingen en kleine parkeerplaatsen naar Neptuni Äkrar of de akker van Neptunus. Deze naam werd bedacht door de al eerder genoemde Carl von Linné botanicus, die hier rondzwier in 1741. Het betreft een keienstrand op verschillende niveaus, waar in de lente opvallende blauwe bloemen bloeien. In september was er niet  zoveel te zien. Je volgt verder de hoofdweg in noordelijke richting, tot je naar links een bordje Norra udde of uiterste noorden vindt. Als je dit volgt, kom je aan een kleine parkeerplaats van waar je de vuurtoren op het uiterste noorden van het eiland kan bereiken. Van hieruit heb je een mooi zicht op de grotendeels door land ingesloten baai Grankullavikken. Ook hier vind je in het hoofdseizoen een drankgelegenheid.

Terug op de hoofdweg passer je langs een haventje, waar je ook kan kamperen met een mobilehome tegen een kleine vergoeding. Er is sanitair en douche mogelijkheid.

Duizendjarige eik in Trollskogen

Terug op de hoofdweg kom je iets verder de aanduiding naar Trollskogen tegen. Ook hier vind je een ruime parking en geen aanduidingen die het parkeren voor kampeerwagens verbiedt. Het bos dankt zijn naam aan de grillige vorm die de bomen hier kregen onder invloed van de soms harde zeewind. Er zijn drie wandelingen van verschillende lengte en moeilijkheidsgraad. De rode is de langste en gaat tot het uiterste noorden van het schiereiland, met uitzicht op de vuurtoren aan de overzijde van de baai. Dit pad is niet geschikt voor kinderwagens. Het gele pad is wel geschikt voor terreinbuggies. Eventueel kan je hier ook het noordelijkste punt van het eiland bereiken via de centrale grindweg waar je op uitkomt te volgen in noordelijke richting. Je vind hier koeienvlaaien afkomstig  van de langharige hooglandrunderen die hier door de bossen rondkuieren. Met hun horens zien ze er gevaarlijk uit, maar ze zijn het niet. Ik stond per ongeluk naast een kalf in de struiken en daar werd totaal niet op gereageerd. Wie het rode pad volgt komt ook nog langs het scheepswrak, de hoge eik en de duizendjarige eik. Een goede plaats voor een aangename wandeling.

Wie goed kijkt, zal aan de overzijde van de parking het eindpunt zien van een smalspoor. Het treintje rijdt enkel in het Zweedse hoogseizoen en is zoals heel veel van dat soort attracties vrij prijzig. Het ritje is ook erg kort, zijnde een kilometer of 4.

Wanneer je de toegangsweg van het Trollenbos verlaat en op de hoofdweg naar links gaat, kom je een eindje verder een pijl tegen met de tekst ‘Museijarnvag’ of ‘Museumspoorweg’ Als je hier tot op het einde van het asfalt rijdt km je aan een aantal parkeerplaatsen in het bos, met een nachtelijk parkeerverbod. Hier vind je het vertrekstation van het smalspoor. Je kan er de wagens bekijken die buiten staan. De locomotieven staan binnen, maar met een beetje moeite kan je door het raam van de stelplaats kijken.

Terug op de hoofdweg, rijd je naar links tot je terug op de weg 136 komt. Net voorbij het dorp Kalla, aan een soort garage, staat het bruine bord ‘Kalla g:a kyrka’ of ‘Oude kerk van Kalla’. Via een smal baantje kom je bij de kerk die ver buiten het dorp staat.

De graven rond de kerk zijn zo verweerd dat ze als decor in een horrorfilm kunnen fungeren. De binnenruimte van de kerk is kaal, maar toch imposant vanwege de leeftijd van het gebouw (bouwjaar 1130). Toen ik er was, was er een oude man aanwezig, die wat toezicht houdt. De toegang is gratis. Er staat een bus voor giften en er ligt een gastenboek.

Fora

Je keert terug naar de hoofdweg en rijdt in zuidelijke richting tot je een aanduiding naar  ‘Föra’ ziet. Hier verlaat je de hoofdweg 136 en rijd je verder langs de oostkust van het eiland. Een beetje links van de weg zie je de kerk van Föra staan, die de moeite van een stop waard is. De ramen zijn laag genoeg om binnen te kijken indien de toegangsdeur afgesloten zou zijn. Verder zuidelijk vind je de aanduiding naar Kapelluden, waar er nog een paar stenen rechtstaan van een kapel en waar er tevens een metalen vuurtoren staat, die op privaat terrein staat. Verder passer je langs Störlinge Kvarna, de langste rij windmolens op Öland. Je vind hier een paar bankjes tussen de molens en een toilet.

Gardslosa

Absoluut een stop waard is de kerk van Gärsdslösa. De begraafplaats rond de kerk is al een staaltje van typische zorg voor hun kerkhoven en graven. De kerk was open toen ik er was.

Binnen vind je de houten zitbanken, afgesloten met deurtjes. Er is een imposante preekstoel uit 1666 en muurschilderingen op kalk uit de 13de eeuw die in 1950 onder een witte laag kalk werden teruggevonden. Een plaats voor een moment van bezinning.

Opnieuw verder zuidelijk vind je langs een zijweg het Himmelsberga Ölands Museum, een soort plaatselijk Bokrijk, maar alweer enkel open in het Zweedse hoogseizoen. Langs de buitenzijde is niet veel te zien, gezien alles gebouwd is rond een buiten de officiële openingstijden niet toegankelijke centrale binnenplaats.

In het dorpje Gärdby vind je een rustige parking in het dorp met toilet en water.

Ik ben dan nog verder zuidelijk gereden tot de aanduiding ‘Möckelmossen’, waar je ‚‚n van de wegen vindt over de ‘Stora Alvaret’, het grote leisteenplateau met zijn typische plantengroei, waarvan gezien ik hier in september was ook niets meer in bloei stond. Centraal op de hoogvlakte vind je een kleine parkeerplaats met toilet, maar verder weinig aanduidingen van paden. Wanneer je terug verder naar de weg 136 en aldaar naar Färjestaden rijdt, passeer je nog een parking aan de kerk van Vickleby. Dit stuk is in mei en juni erg populair voor de bloei van orchideeën en rotsrozen, maar in september is het alleen voor botanici interessant. In het uiterste zuiden van het eiland vind je nog de vuurtoren Länge Jan, de tegenhanger van Länge Erik in het Noorden, de muur van Karel X, die hij liet bouwen om zijn herten in zijn park te houden en zo de jacht te vergemakkelijken. Er lopen hier nog een 150-tal herten rond. Ottenby is tevens de grootste pleisterplaats van trekvogels in Zweden, maar daar is uiteraard alleen maar wat te zien in het trekseizoen.

Wie vanaf Kalmar in zuidelijke richting rijdt, passeert door het ‘Glasriket’, een gebied  rond Växjö, met een aantal kristalfabrieken op het niveau van Val Saint-Lambert in België. Mij persoonlijk trekt het gebied meer aan voor zijn mogelijkheden op het gebied van kanovaren. Ter zake verwijs ik naar mijn reisverslagen inzake kanovaren.

Commentaar? Vragen? Reacties, altijd welkom.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.