Jotunheimen

Algemene info bij het reisverslag.

Noorwegen (Jotunheimen).

Streek: Jotunheimen.

Traject: Bessheim – Glitterheim – Spiterstulen – Gjendebu –

Memurubu – Bessheim.

Periode: 01/09/99 – 05/09/99

Reisgezelschap: Solo

Transport:

– Heen- en terugreis: met personenauto door Nederland Duitsland, Denemarken en Zweden, via Oslo naar Jotunheimen

– Veerboot: Frederikshaven – Göteburg (Stenalijn):  780 DKK (x5,5 BEF)

Logies: Tent en auto

Reizen kost: Brandstof diesel: 1,33 DEM (x 20,63 BEF)

4,89 DKK (x 5,5 BEF)

7,01 SEK (x 4,6 BEF

8,14 NOK (x 5,0 BEF)

Tomaten Noorwegen: ca 150 BEF

Tomaten Zweden: ca 100 BEF

Kaas Noorwegen: 400 à 500 BEF

Museum: 30 NOK

Alcohol: onbetaalbaar

Overnachting berghut: ca 200 NOK

Halfpension berghut: ca 500 NOK

Parking Gjendesheim: Vanaf 25 NOK per dag voor een

personenauto, met een maximum van drie dagtarieven

Totaal reisbudget: 20.000 BEF.

Betalingswijzen:

– Cash & Bancontact (cash afhalen uit de biljettenautomaat).

Reisliteratuur:

-Lonely Planet Scandinavian & Baltic Europe on a shoestring.

– Mountain Hiking in Norway. (Nortrabooks -Oslo)

Reisverslag:

5-Daagse Voettocht in Jotunheimen.

1) Verschillen tussen Noorwegen en Zweden.

Zweden is lid van de Europese Unie, zei het wat schoorvoetend. Noorwegen zei hooghartig nee tegen E.U. Dit kunnen ze zich permitteren dankzij de olie die ze bezitten en dank zij U, de toerist. En vooral dat laatste zal je merken in je geldbeugel.

Daar waar betalend parkeren in natuurgebieden en privéwegen met tol bij mijn weten onbekend zijn in Zweden, zijn die in Noorwegen schering en inslag. Ook het traditionele recht om vrij te kamperen, wordt in Noorwegen ook langzaam maar zeker ingeperkt.

Zo zag ik in het So-dal aan de rand van Jotunheimen op elke parking een verbodsbordje om er te kamperen, maar heeft er zowat elke boerderij een camping. Ook in de buurt van grote berghutten geldt er een kampeerverbod, behalve op hun terreintje tegen betaling natuurlijk. Als je dan weet dat de keuze aan vrije kampeerplaatsen in Jotunheimen door de grotere hoogteverschillen en de bodemgesteldheid kleiner is langs de Zweedse zijde van de grens en die berghutten op de geografisch meest gunstige plaatsen liggen, dan weet je het wel.

In Zweden kan je met een jeugdherberg kaart, ledenkorting krijgen in alle gewone berghutten en overvaarten uitgebaat door de STF  (Zweedse bergsport- en jeugdherbergvereniging), maar niet in hun grotere bergstations. In Noorwegen moet je lid zijn van de DNT (Noorse bergsportvereniging) om van enige korting te kunnen genieten. Bovendien hebben zij geen enkele overeenkomst met een Alpenvereniging, waardoor lidkaarten wederzijds aanvaard worden.

Ook de aankoop van gevriesdroogde maaltijden is in Noorwegen tamelijk problematisch. Ik heb tamelijk wat sportzaken en grootwarenhuizen afgedaan en er slechts in één warenhuis één soort met wat vlees kunnen aankopen. In Zweden zijn deze gevriesdroogde maaltijden courant verkrijgbaar en zelfs als je ze koopt in een berghut waar men bevoorrading heeft, kosten ze nog maar evenveel als in België.

Als je al deze elementen gaat samentellen, blijft Zweden voor mij een aantrekkelijker vakantieland dan Noorwegen.

2) Dag 1: Bessheim – Glitterheim.

Ik koos Bessheim als vertrekpunt boven Gjendesheim en bespaarde op die manier minstens 75 NOK aan parkeergelden. Ik liet mijn auto achter op de parking voor het hotel. Je vertrekt tussen het hotel en het infobureau annex winkeltje en moet onmiddellijk door een weide met schrikdraad, waar soms paarden in staan. Voorbij de weide vind je een vrij duidelijk pad met tamelijk vage tekens tot je de Bessa-rivier bereikt. Je blijft langs de oever lopen tot aan de splitsing van paden. Volg hier het pad met de aanduiding Glitterheim tot een paar privéhutten met de naam Russvassbua.

Vervolgens langs de oever van het Russvatnet (meer). Eenmaal je de Tjornholaa- rivier bereikt, klim je langs deze rivier naar omhoog tot hij voldoende versmalt om hem via de zomerbrug over te kunnen steken. Vervolgens draai je rond een uitloper van de Austre-Hestlaegerho. Ikzelf plaatse mijn tent aan het riviertje, zowat 100m onder de pas tussen de Vestre en de Austre Hestlaegerhoo. In dit laatste stuk kan je best iets links van het pad lopen, waar het wat minder rotsachtig is. Ik had zes uur nodig om dit punt te bereiken. Dit geeft meteen aan dat de opgegeven tijden enkel haalbaar zijn voor supermannen met dagrugzakjes.

De volgende ochtend vatte ik de klim aan naar de pas. Net voor een sneeuwveld moet je naar links. Een nieuw teken zorgt daar voor wat verwarring. Volg de oudere en wat vagere tekens en je bereikt probleemloos de pas. Boven ga je schuin naar links en volg je de steenhopen naar beneden tot je langs de rivier komt.

In het lagere deel van de vallei worden de tekens weer schaars, maar is het pad zo duidelijk dat dit geen problemen oplevert. Met  een grote boog kom je bij de brug over de Veo-rivier en Glitterheim terecht. Grote berghut met alle voorzieningen voor wie over een dikke stapel bankbiljetten beschikt, gelegen aan het einde van een jeepweg. Zo snel mogelijk weg van hier dus.

3) Dag 2: Glitterheim – Spiterstulen.

Tot heden blies de wind met een snelheid van ca 80 km/h in mijn rug en dat was niet echt hinderlijk, maar in de Veo-vallei moest ik tegen de wind in.

Je volgt de rivier tot je een goed zicht op de gletsjer krijgt en dan volg je de steenhopen en tekens naar rechts, vrij steil omhoog, naar de Vesleglup-meertjes. Van zodra je de klim aanvat tot de afdaling in het Vis-dal, loop je door een steenwoestijn, met weliswaar prachtige uitzichten op de gletsjers. Het is zeer lastig lopen. Reken in dit deel langs het pad niet op enige kampeerplaats tot je aan het punt komt waar het pad komende van de Glittertind het gewone pad vervoegt. Daar gaf ik er de brui aan. Ik was sinds mijn vorige stek, zowat 10 uur onderweg. De volgende ochtend daal ik af naar Spiterstulen. Het is een monsterlijk groot bergstation op het einde van een tolweg met betalend parkeren en kamperen. Aan de receptie tref ik een klas schoolkinderen aan. Opnieuw snel weg van hier.

5) Dag 3: Spiterstulen – Gjendebu.

Volg de richting Leirvassbu.

Voorbij de hut mag de eerst kilometer niet gekampeerd worden. Daar liggen natuurlijk de beste plekjes. De wind blaast nog steeds stevig in mijn gezicht. Bovendien komt er voorbij de hut ook nog regen bij.

Het pad zelf is goed begaanbaar. Zowat 1km voor de zomerbrug, komt nog een andere gletsjerbeek van de berg af. Er is geen brug. Tracht hem niet te dwarsen ter hoogte van het pad. Een Zweed die beter zou moeten weten trachtte het toch (zonder stok) en kwam in het water terecht. Wie over laarzen beschik, daalt af tot net voor de plaats waar deze beek in de hoofdrivier uitmondt en het omliggende land erg drassig is. Op een bepaald punt kon ik met een sprong van zeker één meter de rivier overbruggen. Verder door het drassige stuk terug omhoog. Zijn tochtgenoten vonden 300à 400 meter stroomopwaarts een plaats waar ze via een paar stenen met droge voeten over de rivier geraakten.

Aan de volgende rivier ligt gelukkig wel een brug, maar je moet een flink stuk stroomopwaarts. Blijf de rivier volgen tot de splitsing naar Gjendebu. Steile klim tot de valleibodem van het Ura-dal. Eenmaal boven vind je nog een paar aardige plaatsen waar je een tent kan plaatsen. Reken daar niet op verder in de vallei. Je zit hier  namelijk terug in een steenwoestijn. Pas wanneer je zicht krijgt op het Hellertjorna, zal je de eerste geschikte plaatsen vinden.

De wind blaast nu de regen zo hard in mijn gezicht, dat ik meestal naar de grond kijk, om de rand van mijn hoed de regen te laten opvangen. Omdat ik toch telkens het volgende teken moet zien, moet ik frequent opkijken en dat is niet aangenaam. Van enig pad is in dit gedeelte niet echt sprake. Je loopt gewoon van de ene steenhoop naar de andere en tracht dit te doen met zo weinig mogelijk risico. De windstoten zijn zo krachtig dat je moet opletten je evenwicht niet te verliezen. De klim naar het hoogste punt verloopt over zeer grote rotsblokken. Opletten voor die enkels dus.

De afdaling is in verhouding gemakkelijker, omdat er hier iets meer sprake is van een pad tussen de keien. Volg hier de steenhopen nauwkeurig. Het pad is echter niet steeds de kortste afstand tussen twee steenhopen. Kijk vooral naar de rotsformaties en het reliëf.

Zodra ik uit deze steenwoestijn ben en ik een vlak plekje vind nabij water, zet ik mijn tent recht. Ik ben doodmoe. Ik was opnieuw bijna 10 uur onderweg sinds mijn vorige stek. Wanneer ik  goed en wel in mijn tent zit, houdt het op met regenen.

De volgende ochtend daalde ik verder af naar de splitsing met het pad naar Leirvassbu en vervolgde langs het Hellertjorna. Langs de oevers van dit meer zijn een paar aardige kampeerplekjes te vinden.

De volgende hindernis vind je bij het dwarsen van de Semmelaa bergrivier. Steek niet over ter hoogte van de tekens, maar ga een vijftigtal meter stroomopwaarts, waar je twee houten stokken in de rivierbedding ziet staan. Je zal hier een sprong moeten maken van zowat één meter tussen twee volledig vrijstaande, niet al te grote keien met een behoorlijke stroming ertussen.
Met een rugzak van 18 kilo vraagt dit de nodige concentratie en wat lef. Enige andere mogelijkheid heb ik niet direct gezien. Een beetje verder in de vallei merk je een hutje op, met wat (echte) koeien in de buurt. Iets verder nam ik de afslag naar links naar de het Memurubu. Wie wil overnachten of de boot wil nemen in Gjendebu, volgt gewoon rechtdoor.

5) Dag 4: Gjendebu – Memurubu.

Wie naar Gjendebu gegaan is, volgt gedurende ruim 2km de oevers van het meer Gjende en vat dan de klim aan naar het plateau. Voor mij volgt deze bijna loodrechte klim onmiddellijk na de splitsing. Daarna volgt een parcours van heuveltje op en heuveltje af. Na een sneeuwveldje is het opnieuw eventjes de aandacht erbij houden, want de tekens zijn niet van zeer recente datum.

Na de splitsing met het pad naar Gjende, gaat het verder heuveltje op en af. Vooral op dit deel zijn er bij helder weer zeer mooie uitzichten op de omliggende gletsjers. Hoe slecht het weer ook was gisteren, vandaag is het gewoon schitterend. Alleen de harde wind blijft maar blazen. Ondanks het feit dat de zon schijnt, moet je toch een grote rotsblok zoeken om eens uit te blazen, want anders koel je zo af. Hou bij warm weer ook je watervoorraad in het oog. Er zijn minder punten waar je aan goed water geraakt dan je zou denken.

Een kilometer na de splitsing naar Gjendebu vind je een tweede splitsing met de aanduiding Memurudalen. Alhoewel dit pad op de kaart aangegeven staat op de kaart als zijnde niet gemarkeerd, zag ik toch de vertrouwde T-tekens aan het begin van het pad.

Alhoewel het pad enigszins langer is, is het waarschijnlijk minder lastig dan de normale route. De route door het dal, daalt snel af naar de rivier en blijft deze dan volgen tot Memurubu. De normale weg blijft op en neer gaan en vooral in het laatste stuk op de graad van de Sjugurdtind, gaat dit vrij steil en over een pad met vrij veel losse keien.

Bij het naderen van de hut merken we opnieuw de vertrouwde bordjes met kampeerverboden op. Een bijkomend probleem is, dat de Muru-rivier zo veel morenegruis meevoert, dat hij weinig geschikt is als bron van watervoorziening voor vrij kamperen.

Ikzelf negeerde de bordjes met kampeerverbod en plaatste mijn tent langs het pad naar de Surtningssua, vlak voor de brug over de Hestebekken (beek). Zowat een kilometer verder langs dit pad zag ik ook een tent staan. Wie nog niet al te moe is kan eventueel al de klim naar Besseggen aanvatten. Aan de afslag naar de andere variant naar de Surtningssua, zag ik ook een aardig plekje. Bedenk wel dat de ervaren rotten deze plekjes ook weten zijn. Uiteraard kan je bij de hut tegen betaling kamperen.

6) Dag 5: Memurubu – Bessheim.

De volgende dag, begin je met een steile klim in bijna rechte lijn van bijna 300 hoogtemeters. Het pad is behoorlijk geërodeerd door de vele toeristen, want dit is duidelijk één van de grote toeristische trekpleisters. Het is vandaag zowel zondag als mooi weer en dus nemen de toeristen de boot over het meer Gjende en maken er een dagtocht van. Wanneer de hellingsgraad afneemt, verbetert de kwaliteit van het pad. Langs het kleine meertje zijn er kampeermogelijkheden. Daarna gaat het het pad bergop tot net boven de 1500 meter. Na de top daalt het pad naar de smalle scheidingswand tussen de meren Bessvatnet en het 375m lager gelegen Gjende. Vlak voor dit punt zit er nog een kort moeilijk stukje afdaling. Wie een dagrugzakje heeft kan trachten te blijven staan op zijn twee benen. Veiliger is echter om het af te klimmen. Dit is alvast een goede oefening voor wat nu volgt.

Vergeet hier je watervoorraad niet aan te vullen, want boven is er geen water te vinden.

Besseggen is een steile smalle graad van bijna 300 hoogtemeters, waar je niet boven geraakt zonder je handen te gebruiken. In de Alpen zou een dergelijk traject bijna volledig voorzien zijn van staalkabels. In Noorwegen is zoiets ongekend. Ondertussen blaast de wind nog steeds met een snelheid van ruim 80km/h. Ik verbaas mij alweer over de nonchalance waarmee de dagjesmensen deze graad opgaan. Wie op de verkeerde plaats zijn stap of greep mist zit 300 tot 600m lager. Boven op het plateau vind je de gebruikelijke steenwoestijn. Het hoogste punt is aangeduid door een hoop stenen. Voorbij dit hoogste punt krijg je de indruk dat men een poging gedaan heeft om het pad gemakkelijker te maken door de stenen gedeeltelijk te ruimen.
Ik ben blij wanneer ik de splitsing naar Bessheim bereik. Dit stuk heb ik eindelijk weer voor mezelf, zodat ik eindelijk weer ongestoord van de bergen kan genieten zonder mij te moeten ergeren aan de idiotie van de dagjesmensen.Ter hoogte van het meer vind je de afslag terug naar Gjendesheim. De richting Bessheim of enige andere bestemming in die richting, zijn ze hier vergeten aanduiden. Voorbij de brug over de Bessa vind je wel een meer volledige wegwijzer. Je daalt af langs de rivier en even verder bereik je het pad waarlangs je de tocht aanvatte.

Aangezien ik wel een douche kon gebruiken, zocht ik een plaatsje op de camping behorend bij het berghotel Bessheim. Ik betaalde 50 NOK voor een tent, maar sliep in mijn wagen, aangezien de grond zo hard was dat ik de piketten bijna niet in de grond kreeg. Voor elk bezoek aan het sanitair zou je 5 NOK moeten betalen. Gelukkig laat bijna iedereen de deur tegenaan staan.

Indien dit niet het geval is kan je in het hotel net voor de receptie de trap naar beneden nemen, alwaar je ook toiletten, maar geen douches vindt.

7) Dagtocht in Rodane.

Algemeen.

Alhoewel het Rodane Nationaal Park nog geen 100 km verwijderd is  van Jotunheimen, is het verschil in uitzicht van het landschap toch opvallend. Het meest opvallend daarbij is het bijna totaal ontbreken van sneeuwvelden en gletsjers, ondanks het feit dat de hoogte van de toppen niet echt moet onderdoen voor die van Jotunheimen. Hierdoor is het gebied een stuk droger. Gezien zijn ligging iets dieper landinwaarts dan Jotunheimen, mag ook aangenomen worden dat er minder neerslag valt.

Ook wat het wandelen zelf betreft, is de moeilijkheidsgraad van de wandelingen in Rodane iets lager dan in Jotunheimen. Vooral vanuit de hut Rondvasbu zijn meerdere toppen boven de 2000 m bereikbaar in dagtochten.

Een kaart van Rodane op schaal 1/100.000 is verkrijgbaar bij de toeristische dienst van Otta, waar men zelfs in het Nederlands te  woord gestaan wordt.

Een kennismakingstocht:

13 km buiten Otta ligt het dorp Mysusaeter. In het dorp is een grote parkeerplaats tegen betaling van 20 NOK per dag. Buiten het seizoen vond ik een gratis plaatsje net voor de slagboom van de tolweg naar parkeerplaats aan de de weg naar Rondvassbu. De tol voor deze weg bedraagt 10 NOK. voor personenauto’s.

Net voor deze slagboom vind je een pijl naar de Peer Gynthytta.

In het begin is het wel wat opletten omdat het pad tussen een aantal weekendverblijven loopt. Veel tekens zijn er niet te vinden. Het pad houdt echter steeds dezelfde richting aan en is op zichzelf vrij duidelijk.

De meeste drassige stukken zijn overbrugd door loopplanken.

Eenmaal boven de bomenlijn is er geen enkel probleem meer. Het pad splitst zich op een bepaald ogenblik, maar komt weer samen.

De Peer Gynthytte is op beperkte ogenblikken te bezoeken. Dit is echter enkel interessant voor echt Grieg-fans. Verder is er niets verkrijgbaar buiten de bezoekuren.

Het pad naar Rondvassbu vertrekt naar rechts voor de hut. De pijltjes ter plaatse zaaien een beetje verwarring. Het pad klimt vrij langzaam naar de pas tussen de toppen Randen en Vesleranden.

De ondergrond wordt beduidend steniger dan het pad naar de Peer Gynthytta. Het blijft allemaal nog net iets makkelijker dan de hogere valleien in Jotunheimen. Na een kleine 3 uur bereik je Rondvassbu.

Ook hier vind je de bekende bordjes met kampeerverboden in de omgeving van de hut. Wie een plaatsje zoekt kan dit het best vinden langs het pad (niet de weg) in de richting van Mysusaeter.

De overzijde van de rivier biedt nog iets meer mogelijkheden.

Voor de terugweg heb je in het begin de keuze tussen een pad en de al eerder genoemde weg. Verder komt toch alles weer samen. In Mysusaeter vind je de auto terug.

De gezamenlijke duur van de wandeling is 8 uur. Over de eerste twee stukken doe je iets langer, over het derde iets korter.

Advertenties

Commentaar? Vragen? Reacties, altijd welkom.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.