GR 20 (Conca – Vizzavona – Calenzana)

Algemene info bij het reisverslag.

Reisverslag GR 20 Corsica.

Overzicht GR20

Streek: Corsica (Frankrijk)

Traject: GR 20 (Conca – Vizzavona – Calenzana)

Periode: 12/09/09 t/m 26/09/09 (herwerkt 2017, met dank aan Geert Silversmit voor zijn bijdrage)

Reisgezelschap: solo (initiator bergwandelen)

Transport: heen en terug:

  • Brussel – Bastia (tuifly.be  ) (23/04/18 – 30/09/18, enkel op zaterdag)
  • Charleroi – Figari (ryanair.com)
  • Charleroi – Bastia (aircorsica.com ) (28/03/18 – 28/10/18, enkel op woensdag en op zaterdag)

Openbaar vervoer:

Heen: Poretta (N193 afslag luchthaven (3km))– Sainte Lucie de Porto Vecchio (Bar U Colombu) Busmaatschapij: Les Rapides Bleues (http://www.rapides-bleus.com/bastia-porto-vecchio/ ) (www.corsicabus.org) (20€)

Terug: Calenzana-Lumio – Bastia (Les Chemins de Fer de la Corse) (www.corsicabus.org) Bastia (Prefecture tegenover station) – Poretta (Luchthaven) (8,50€) (www.corsicabus.org)

Logies:

  • Eigen tent tijdens de tocht (6-7 EUR ppn) of gîte
  • Maaltijden in de gîtes: 15 à 22 € (repas of menu)
  • Maaltijden in restaurants aan de weg: 20 à 25 €

Reizen kost:

(Alle opgegeven prijzen zijn van 2009)

  • 25cl bier: 3 €
  • 50cl wijn: 5 à 9€
  • Blik frisdrank: 3 €
  • Charcuterie schotel: 8 €

Betalingswijze:

  • Cash
  • Bancontact (opgelet: slechts beschikbaar in de grote steden, dus niet tijdens de voettocht, zelfs niet in Vizzavona) (zorg dus voor voldoende voorraad aan cash)
  • Visa (opgelet, wordt meestal niet aanvaard, gezien de kleine bedragen)
  • Cash afhalen met Visa duur.

Reisliteratuur:

  • Wandelgids: GR20: A travers la Montagne Corse – Fra li Monti Ref.: 067 www.ffrandonee.fr)
  • Trotter Corsica
  • Stafkaart: Cartes IGN 1/100.000 nr. 73 & 74 (enkel voor wie graag een overzicht heeft; de gids bevat kaarten op 1/25.000 en 1/50.000)

Internet:

www.tuifly.be

www.aircorsica.comI

www.ryanair.com

www.corsicabus.org

www.meteoalpin.com

www.ffrandonee.fr

www.parc-corse.org

De GR 20: Conca – Calenzana

Inleiding:

De opmerkzame lezer zal zien dat er hierboven Conca – Calenzana staat en niet Calenzana – Conca. Wie namelijk zijn huiswerk gedaan heeft, zou moeten weten dat er geen enkel zinnig argument bestaat om deze tocht van noord naar zuid te lopen. De meeste gegidste groepen lopen van zuid naar noord. Enkel de slecht voorbereide individuele trekkers lopen van noord naar zuid, omdat nu de meeste reisgidsen over de GR 20 nu eenmaal in de richting noord – zuid beschreven zijn. Zelfs diegenen die enkel de noordelijke helft willen lopen zijn naar mijn mening nog steeds beter af te vertrekken in Vizzavona i.p.v. Calenzana.

Argumenten pro zuid-noord op een rijtje:

– Je hebt de zon in je rug.

– Je hebt de wind in je rug.

– Je gaat minder snel boven de 2000m en kan dus beter acclimatiseren.

– Als je de volledige tocht doet, doe je eerst het deel met de minste bevoorradingspunten en dus zal je rugzakgewicht sneller dalen.

– Het technisch moeilijkste stuk van deze tocht (Monte Cintu-graad) zal je pas aanvatten als je volledig geacclimatiseerd bent en je rugzak het lichtst is.

– Je zal veel steile klimpartijen doen en meestal geleidelijke afdalingen, wat technisch gezien minder gevaarlijk is dan een geleidelijke klim gevolgd door een steile en dus gevaarlijke afdaling. Het is bovendien ook beter voor je kniegewrichten. Een steile klim is enkel lastig voor hart en luchtwegen, maar wie daar last van heeft hoort hier helemaal niet thuis.

– Je houdt het mooiste deel voor het laatst, je zal goed geacclimatiseerd zijn en je zal er dan ook maximaal van kunnen genieten. Als je teveel afziet geniet je niet.

Fysieke voorbereiding:

Dit wordt algemeen bestempeld als de lastigste tocht van Frankrijk, niet zozeer door de hoogteverschillen, maar wel omwille van de nog steeds zwakke logistiek, alhoewel hier de laatste jaren duidelijk verbetering in gekomen is. In 2017 kon je in elke gîte ’s avonds een maaltijd bekomen, hetzij repas of menu. In de meest gîtes kan je je bevoorraden en ze beschikken allemaal over gasbekkens om je eigen potje te koken. Je kan het jezelf natuurlijk een stuk gemakkelijker maken door te betalen voor gegarandeerd comfort met een slaapplaats in de gite, door deel uit te maken van een groep gegidst door een Corsicaanse gids. Je kan tegenwoordig zelfs al kiezen voor een tocht waarbij het grootste deel van je bagage door muilezels naar boven gebracht wordt. De vraag blijft dan natuurlijke wel of je de idee van de GR 20 niet aan het verkrachten bent. Je kan ook trachten telkens je overnachtingsplaatsen in hotels en gites te reserveren via het internet. (Duurder, maar je spaart minstens 2,5kg rugzakgewicht) Ikzelf heb deze tocht afgelegd als solo tenttrekker, met enkel de logistieke steun in de vorm van aankoop van brood, kaas en confituur onderweg. Maar dan moet je voorbereiding wel perfect zijn. Hoe beter je fysieke conditie bij het vertrek, hoe groter de kans is, dat je van je reis zal kunnen genieten. Misschien heeft het bij mij met het toenemen der jaren te maken, maar ik geraak steeds meer overtuigd van de noodzaak van een goede fysieke voorbereiding. Wandelen in de Ardennen is goed, maar het gevoel van een klim of afdaling van 1000m non-stop kan je er toch niet evenaren. Een bij de Klim- & Bergsportfederatie gewaardeerde kuitenbijter is het GR traject Bouillon-Vresse, waar je qua stijgings- en dalingsmeters aardig in de buurt komt. Voor deze reis ben ik 8 kg afgevallen, om de simpele reden dat je niet alleen elke kilo uitrusting die je meedraagt moet torsen, maar ook elke kilo overgewicht. En dus heb ik mijn BMI tot onder de 25 gebracht en die zal daar vanaf heden ook blijven. Tijdens en onmiddellijk na de reis ben ik nog eens 3,5 kg verloren.

Uitrusting en voeding:

Kledij op het lichaam:

– schoenen: bergschoenen van het type B tot C (La Sportiva Evo Trek) bij voorkeur van een gekend merk en liefst in combinatie met een onderlaag in Gore-tex. La Sportiva Evo Trek is eigenlijk een via ferrata schoen, voorzien van een Vibram Mulaz zool. Deze heeft zeer goede contacteigenschappen op natte stenen, maar slijt wel snel, waardoor deze redelijk duur is in het gebruik. Als alternatief kan ook een paar bergschoenen van het type A/B (Lowa Renegade Mid) voorzien van een normale Vibram zool, waarmee men wel voorzichtiger dient te zijn bij nat weer en vooral natte rotsen.

– stel sokken: bij voorkeur 2 van goede kwaliteit (Decathlon Quecha Forclaz 900, 25€ per 2 paar, wat relatief duur is, maar ik liep er blarenvrij mee :-)).

– zomerklimbroek (Mammut met Schoeller Dryskin.)

– synthetisch ondergoed: slip (mijn voorkeur gaat naar de microvezel van Nur Die) en T-shirt met lange of korte mouwen ( te koop: soms in Aldi, altijd in Decathlon of de klassieke buitensportzaken)

– lichte fleece

– zonnehoedje (Decathlon, met zeer brede rand)

 

Kledij in de rugzak:

– zware fleece, liefst met windstopper (ook reeds te koop in Aldi)

– Gore-tex jas met kap of regenhoed (Outdoor Research). (Gore-tex geniet nog steeds de voorkeur, maar wie afgeschrikt wordt door de hoge aanschafprijs kan voor redelijke alternatieven terecht bij Decathlon)

– een zonnebril met hoge filteringgraad, zonnecrème (beschermingsfactor 20 of hoger) en eventueel lippenzalf met beschermingsfactor)

– reserve synthetisch T-shirt en slip – stel reserve sokken

– lichte droge reserve kledij (short met je reserve T-shirt) voor in de hut en hutten pantoffels. In de meeste gites mag je niet binnen met je bergschoenen, maar de vloer is er toch niet net genoeg om gewoon op je sokken te lopen. Als tenttrekker had ik die niet mee. Dat spaart weer minstens 450gr uit en voor zo een reis telt alles.

Andere uitrusting:

– telescopische wandelstokken (ontlasten de knieën bij het dalen) Koop bij voorkeur stokken van de merken Leki, Komperdell of Decathlon als goedkoper alternatief. Besteed aandacht aan het materiaal van de handgrepen (geen hard plastic) en mijd vooral stokken met een gesp in de polslus. Bij langdurig gebruik gaat die gesp irriteren.

– rugzak van ca. 60 liter (Quecha Symbium 60 van Decathlon) Ondanks dat er bij die rugzak een regenhoes zit, steek ik toch nog altijd alles in plasticzakken gesloten met metaalclip. Kleine zaken en dagrantsoenen gaan in diepvrieszakken van Aldi.

– een slaapzak met en comfort temperatuur van 0 tot -5° C. Zelfs voor gîtetrekkers is die sinds het afbranden van de  REFUGE D’ASINAU (GR20-0300) op 25/03/2016 een absolute must, gezien je aldaar gegarandeerd in een tent type Decathlon 2’ zal moeten slapen. Bij de andere hutten zijn die enkel bedoeld om de grote toevloed van gîtetrekkers op te vangen. Neem ook een licht vel plastic mee ter grootte van een slaapmat, gezien niet alles even netjes is in die tenten. Een Thermarest dien je niet mee te nemen want die is beschikbaar in de tent.

– 1 handdoek van 50 x 30 cm, bij voorkeur in microvezel (droogt sneller en geeft minder geur af, wanneer hij niet goed gedroogd kan worden. Reeds verkrijgbaar bij Aldi)

– 1 washandje met een klein busje douchezeep en shampoo, een reistandenborstel met kleine tube tandpasta (een bijna lege tube sparen voor op reis kan ook), een stick scheerzeep en wegwerpmesjes of reisscheerapparaat op batterijen.

– een paar pakjes papieren zakdoekjes, doet dubbel dienst als toiletpapier – bij voorkeur een drinkzak met slang met een gezamenlijke inhoud van 2 à 3 liter (zie in de tochtbeschrijvingen voor bronnen onderweg.)

– Opinel zakmes – micro hoofdlamp (Petzl Tikka plus 2) om je weg te vinden in het donker

– persoonlijke apotheek: rekverband, steriele doekjes, ontsmettingsmiddel, wondpleisters, schaartje, sporttape, Compeed, Ibuprofen, Dafalgan, Rinomar (tegen neusloop) Immodium (generisch: Loperamide tegen diaree)

– reserve plasticzakken

– naald en draad

– GSM (dekking niet overal verzekerd) of Thuraya satelliettelefoon voor wie het kan of wil betalen. Een Spot Gen 3 of soortgelijk toestel is ook een optie.

 

Oriëntatie – GPS:

De gehele GR 20 is naar Franse en zeker zuiderse normen zeer goed aangeduid. In 2009 waren er enkel de derde dag problemen met de kwaliteit van de GR routemarkeringen, maar daar waren de parkwachters van op de hoogte. Hopelijk is dit ondertussen opgelost. Dag 1 en 2 waren in 2009 volledig overgedaan (echt prachtig werk).

Met een GPS toestel alleen ben je niet veel. Je moet het voeden met data.

In het verslag wordt naar belangrijkste referentiepunten verwezen door een Garmin volgnummer (GR20-XXXX).

De tracklogs zijn volledig opgebouwd op basis van de digitale kaarten afkomstig van de website www.freizeitkarte-osm.de . Wie zijn huiswerk gedaan heeft, zal op het terrein weinig problemen tegenkomen, qua oriëntatie.

 

Kampeeruitrusting:

  • Hilleberg Akto met footprint (1,85 kg) (650€)
  • Donzen slaapzak (The North Face Gold Kazoo – 2° comfort – 800gr)
  • Waterdichte compressiezak (Sea to Summit, Large) voor slaapzak, gezien ik die buiten op de rugzak droeg (De Waele Camping Relax Lochristi) (28€).
  • Thermarest Neoair R(51 x 183 x 6,3cm) (410gr) (Decathlon 125€)
  • Één aluminium kookpotje met afneembare steel (Trangia), één koffielepel, één plastic bordje, een aansteker, een halve schoteldoek en een beetje afwasmiddel (20ml)
  • Geen brander, geen thermos (bij elke hut is er gasvuur voor trekkers.)

Voeding:

Volgens de voedingsleer zou je voeding een verhouding van 15% proteïnen, 30% vet en 55% koolhydraten moeten bevatten Voor sommige sporten gaat men zelfs tot 70% koolhydraten. Hou echter rekening met het feit dat vet meer calorieën bevat voor eenzelfde gewicht voeding. Mijn menu is zodanig samengesteld dat ik in principe alles wat ik onderweg moet eten, los uit de hand kan eten. Dit is handig bij slechte weersomstandigheden en spaart bovendien gewicht uit aan verpakkingsmaterialen, bestek, enz… Mijn dagrantsoen voor onderweg stop ik per dag in een afzonderlijke plastic zak. Als het dan regent, steek ik die zak op de plaats waar ik anders mijn regenjas steek, zodat de rugzak niet telkens open moet, wanneer je je energiepeil wat wilt aanvullen. Ikzelf weeg ca. 73 kg. Wie zwaarder is, zal in verhouding iets meer nodig hebben. Een menu moet voldoende gevarieerd zijn en moet uiteraard voor jou aanvaardbaar zijn. Weet echter dat ik thuis ook wel iets anders eet dan dit. Veel sportvoeding vermeldt reeds de samenstelling. Indien je deze niet terugvindt op de verpakking, zal je gebruik moeten maken van een algemene lijst met de samenstelling van voedingsmiddelen. Die vind je terug in een boek over dieetleer in de bibliotheek of op het internet. Als je weet dat 1gr proteïnen of eiwitten overeenkomt met 17 kJ of 4kcal, 1 gr vet met 38 kJ of 9 kcal en 1 gr koolhydraten met 17 kJ of 4 kcal, dan kan je zelf aan de slag.

Naam:                        Gr.:        Proteïnen:      Koolhydraten:     Vet:            KJ:

Muesli reep Aldi        75                    5,2%           52,20%          9,00%         1313,25

Energie Bar                 80                    3,9%           56,72%          7,52%         1308,08

Chocolade noten       120                     9,84%         41,72%         13,57%        1374,65

Snickers (Foré)           60                      5,7%           34,80%       15,00%        1243,20

Totaal:                         335                    7,39%         56,75%         13,60%        5239,18

De chocolade is meestal van Ritter Sport (Makro). Alternatieven vind je ook bij Lidl of Aldi. Energy Bars vind je soms bij Aldi, maar in elk geval vind je die van Isostar bij Makro of sportzaken. Foré (namaak Snickers) vind je bij Aldi. Koop harde Muesli repen en geen zachte, want daar blijft niet veel van over na een verblijf in je rugzak. Of je moet ze in een doos steken en dat weegt weer extra.

Omdat ik voor deze reis rekende op eerder zonnig weer gezien de zuidelijke ligging, heb ik maar 2 van bovenvermelde dagrantsoenen meegenomen als strategische reserve. Voor het overige had ik 7 gevriesdroogde maaltijden voor 2 personen mee, waarvan ik de grootste helft ’s avonds klaarmaakte als avondmaal en de overschot als ontbijt. Een verpakking voor twee personen weegt ca. 210 tot 260 gr. en bevat ca. 800 à 1000 kcal. Het merk Adventure Food beviel mij het best.

Opgelet: tussen het voedsel zit een zakje siliconenpoeder om het laatste beetje vocht op te nemen. Verwijder dit voor je er warm water overgiet als je het klaarmaakt in de zak.

Weer:

Indien je ’s ochtends de torenwolken vanuit zee de bergen hebt zien indrijven, en het niet tegen 11.00 uur aan het rommelen is, dan krijg je waarschijnlijk maar ’s avond onweer. Als het al om 11.00 uur rommelt, krijg je het tegen 14.00 uur over je kop en zorg je beter dat je dan van de graad af bent, liefst ergens onder de bomenlijn.

Heenreis:

2017, met Air Corsica, Charlerloi – Bastia Poretta, 10h25 – 11h50, werkelijke aankomst 12h10. Bagage van de band om 12h30. In Charlerloi werden alle rugzakken voor ruimbagage in een grote stevige plastiek zak van Air Corsica gestopt. Mooie service, dit was niet het geval bij de terugreis vanuit Bastia.

Met Tuifly van Zaventem naar Bastia (GR20-0000). Vertrek op tijd om 13.00 uur. Aankomst: 14.55 uur. Bagage van de band 15.30 uur. Te voet naar de N193 aan speedmars tempo 35’.

Bushalte (GR20-0001) aan rotonde naar rechts aan parking tussen tankstation Total en Carrefour. Inham naast de rijbaan. Geen enkel bord dat wijst op een halte. Voorziene aankomst: 16.20. Feitelijke aankomst: 16.30.

Bus: Les Rapides Bleues Bus Rapide-Bleus, opschrift Corsica Tours, moderne witte bus, airco, 20 EUR. Er zijn 2 bussen per dag: een die om 08h30 uit Bastia (Stadhuis) vertrekt en een om 16h00. Voorziene vertrek 8h50, werkelijk 9h10. Voorziene aankomst: 16.20. Feitelijke aankomst: 16.30. Dus de stiptheid is Corsicaans J De rugzak moet in bagageruimte. Er was een pauze aan de halte Ghisonaccia aan de bar “Le Bar des Bleus”, hier kan je het toilet gebruiken, gratis.

 

Aankomst: ca 2u later, met enige marge. Saint Lucie herken je aan een ronde toren op een uitloper na het laatste strand, waarna de weg een stukje landinwaarts gaat om na een brug over een rivier het centrum van Saint-Lucie te bereiken.

 

Bij aankomst in Lucie de Porto Vecchio stond de minibus navette van de gîte in Conca te wachten. Voor dit gemak betaal je 4 EUR.

 

 

 

Dag GR20-00HP GR20-00

Voor wie toch te voet wil :

Je slaat de weg (GR20-0002) in naar Conca. Aanvankelijk vind je nog een soort trottoir. Buiten de bebouwde kom is er een gelijkgrondse berm tot je aan de feitelijke afslag naar Conca komt (GR20-0003). Hier ga je naar rechts (goed aangeduid) en begint de weg onmiddellijk vrij steil te klimmen in haarspeldbochten tot je boven bent. Dan volgt er nog een lang horizontaal stuk. Het begin van Conca wordt gekenmerkt door de graven, die zich links en rechts van de weg bevinden. Je vindt hier ook een standplaats voor mobilhomes, vuilbakken en een waterkraan.

Vlak voor het bord “Conca” vind je rechts de Gîte en minicamping voor trekkers “La Tonnelle” (GR20-0100 – Aankomst 19.50u).

  • Camping: 6€ (incl. warme douche, toiletpapier en WC-bril enkel aan toiletten achter restaurant)
  • Menu: 14€ (2009 – voorgerecht: soort quiche, hoofdschotel rijst met kippenbout en lichte curiesaus, nagerecht)
  • 1/2L rode wijn: 5€ (2009)

In Conca is er een kleine Alimentation dicht bij het postkantoor. Campingaz cartouches zijn te koop in de gîte.

 

 

Dag 1: Conca (252m) – Bocca d’Usciola (587m) (50’) – Punt Pinzuta (550m) – Ruines de Capeddu (850m) (2u40’)– Refuge d’I Paliri (1055m) (3u met rust) (Tot: 6u 30’, +930m -120m):

Dag GR20-01HP GR20-01

De gite verlaat je naar rechts richting kerk. Je gaat rechts van de kerk. Voor een café (GR20-0101) maakt de weg een haakse bocht en aan een volgende café, gite (GR20-0102) vind je een bord met GR 20 naar rechts. Je klimt via het asfalt omhoog tot ongeveer aan de laatste huizen en dan in een haarspeldbocht (GR20-0103) vind je het echte begin van de GR 20.

Je zakt een paar meter naar een droge rivierbedding en dan gaat het steil omhoog richting Bocca d’Usciola (GR20-0105). In 2009 is men hier met een bosmaaier aan de gang geweest om de begroeiing in te dijken (dit is niet overal het geval en dus geef ik toch de voorkeur aan een lange broek. Veel plezier gehad aan de Schoeller Dry Tech van Mammut, duur maar super).

Op de Bocca kruip je letterlijk tussen twee rotsen en dan ben je weg van de beschaving. Er volgt een horizontaal stuk gevolgd door een steile afdaling richting Punta Pinzuta (GR20-0106), een leuk plekje voor een eerste rustpauze.

Na de rivier volgt een klim. Hoger dwars je nog eens de bijna droge bedding (GR20-0107) en dan volgt een stuk door het bos. Je blijft stijgen richting Ruines de Capeddu (GR20-0108). De bescherming tegen de zon wordt dunner. Uiteindelijk sta je dan vrij plots aan de ruines. Hier vind je aanduidingen naar een bron op 300M (vage gele markeringen, , richting een stroompje over de grond. Bedenk echter dat dit soort bronnen afhankelijk kunnen zijn van de neerslag in de voorafgaande maanden en reken er dus niet al te hard op voor je bevoorrading.). Je vind hier sporen van kampeeractiviteiten, ondanks de verboden. In geval van nood vind je een noodonderkomen onder een plaatstalen dak op de sokkel van de ruïne (H= 80cm).

Vanaf hier gaat het verder omhoog tot de Boca di Sordu (GR20-0110 – 1040m). Dan volgt een moeilijk voorspelbaar stuk tot je uiteindelijk op een soort pasje komt. Alhier vind je een bordje met de aanduiding naar de Paliri hut 30’, maar dat is duidelijk minder. Je dienst enkel nog tot op het zadel te klimmen en dan zie je plots de eerste tenten van de camping staan. Wat verder vind je het kleine hutje van de Gardien en verscholen achter een rots staat de feitelijke hut voor trekkers (GR20-0200 – 20 bedden). Door de regen was het er druk en donker. Het toilet en de wasbak vind je iets lager. Drinkbaar water moet je gaan halen aan de bron langs het pad naar de Foce di Bavella. Iets lager vind je ook een primitieve douche.

Talm na aankomst niet om naar de douche te gaan, er is er slechts 1, zo kan je de file wat vermijden. Een lavabo om kleren te wassen bevindt zich naast de douchecabine. Toilet is op de kampeerplek. Een van de weinige kampeerplaatsen op de GR20 tussen de bomen en dus schaduw.

De camping is hier zeer ruim. Ik vond een plek vlak naast de kookhoek voor kampeerders. De bevoorrading is hier beperkt: wat voorverpakte broodjes, salami, wat kaas en vooral blikken Pietra en wijn. In 2017 was ook hier een echte maaltijd verkrijgbaar, bestaande uit: beetje charcuterie, pasta met kalfsvlees, en chocoladepudding. Naar horen zeggen ruime portie pasta.

Camping: 7€.

 

Dag 2: Refuge d’I Paliri (1055m) – Couloir (1000m) – Foce Finosa (1206m) – Vulpajola (1010m) – Foce di Bavella (1218m) (2u00) – Pulvara (1060) (2u00)– Refuge d’Asinau (1530m) (3u30)(Tot: 7u 30’, +850m -400m):

Dag GR20-02HP GR20-02

Het eerste deel is lastiger dan je zou vermoeden en is vooral ook het enige deel dat je absoluut niet haalt binnen de opgegeven 1u20’. Je begint met een afdaling door het bos. Dan volgt de steile klim naar de Foce Finosa (GR20-0201). Daarna volgt de afdaling naar de rivierbeding van de Vulpajola aan een grindweg (GR20-0202). Hier kan je kamperen, maar er wordt nazicht gedaan door de parkwachters, al komen die hier niet voor 9u. Na een kort stukje weg verlaat je deze weer (GR20-0202A) voor de klim naar de Foce di Bavella (GR20-0208). Eenmaal terug op een piste vind je zowat 10’ voor de col een bron langs de kant van de weg (GR20-0205).

Na alle rust sta je hier plots weer in een toeristenkermis. Er is hier een commerciële gite (GR20-0204), met restaurant, waar ik geen gebruik van maakte en een winkeltje dat zich meer richt op toeristen dan op trekkers (geen brood).

Eenmaal op de weg, ga je naar links tot aan een parkeerplaats links van de weg. Hier verlaat het pad de weg (GR20-0207 – rechts). De eerste tekens zijn wat vaag. Tegen de helling vind je de Variante Alpine, gemarkeerd met gele dubbele strepen. Gezien er toen al tekens waren van naderend onweer, heb ik die gelaten voor wat ze was en koos ik voor de lagere normale route. Mensen die ze wel gedaan hebben, zeggen dat ze erg mooi is. Als je vanuit het zuiden vertrekt is ook het gewicht van je rugzak een argument tegen de Variante Alpine. Via de Variante Alpine stijg je eerst 450m om die dan weer af te dalen. De route is wel 3km korter. Via de normale GR20 daal je eerst 200m om die dan weer te stijgen. Je volgt de contouren van de berg, vandaar de extra kilometers.

Net voorbij de genoemde splitsing daalt het pad van de GR 20 en hier moet je goed opletten, want in het begin is het wat vaag. Het pad loopt hier in de flank over rotsachtig terrein. Later wordt het pad duidelijker, maar het valt tegen voor wat je zou veronderstellen een eenvoudig deel te zijn. Vanaf de Replat de Pulvara (GR20-0212) is het pad veel aangenamer, ondanks het feit dat het klimt. Reken op 1u40’ tot aan de splitsing van de Variante Alpine (GR20-0213). Vervolgens nog een uur tot je de Ruisseau D’Asinao dwarst (GR20-0215). Een tiental minuten voor de eerste oversteek van een arm van de beek vind je nog een bron (GR20-0214). Na het oversteken van de Ruisseau D’Asinao is het nog 50’ tot aan de REFUGE D’ASINAU (GR20-0300). Vooral dit laatste deel viel voor mij tegen, gezien ik het in de mist aflegde, waardoor de weg naar de hut eindeloos leek, gezien je geen visuele aanknopingspunten hebt.

Refuge d’Asinau (GR20-0300) afgebrand op 25 maart 2016.

 

De oorspronkelijke gîte brandde af op 25/03/2016. Er staat nu een grote tent die als eetzaal dienst doet. Door het ontbreken van een normale slaapzaal krijgen gîte slapers een 2” Decathlon tent toegewezen. Zorg dus voor een voldoende warme slaapzak, ook als je op de gîtes loopt. Het ontbreken van de slaapzaal en het daaraan gekoppelde gebruik van 2” Decathlon tent heeft een impact op het feit dat goede kampeerplaatsen aan de refuge nu schaarser zijn dan voor de brand.

4 composttoiletten.

2 douches, die allebei kapot zijn. Eén douche was opgelapt met een waterslang en een Gardena watersproeikop die los over de deur hangt. Met een lange wachtrij voor de douche natuurlijk.

Of er op dit ogenblik nog gebruik gemaakt wordt van een generator is onbekend, maar voorheen draaide die van 4.50u tot 22.00u en was deze hoorbaar op de camping.

Door het afbranden van de hut en het ontbreken van een echte keuken bestond het menu in 2017 uit een plastiek bord met enkele stukjes saucisson, schijfje coppa, stukje paté en wat kaas, samen met enkele sneetjes baguette, voor de ronde prijs van 20 EUR (zijn geld niet waard).

Veel trekkers maakten daarom hun eigen potje klaar.

Camping 6 EUR. De refuge ligt op een helling die het einde vormt van een vallei, er was behoorlijk wat wind.

Opgelet voor eventuele paarden!!!! De Gardien vertelt doodleuk dat ze soms over de tenten springen of lopen. Zeer geruststellend als je daar met een dure tent staat in plaats van de gebruikelijke 2’ tenten van Decathlon.

 

Dag 3a (Variante): Refuge d’Asinau (1530m) – Monte Incudine (Alcudine) (2134m) (2u00) – I Pedinieddi (1623m) (1u30’)(Tot: 3u 30’, +600m -700m):

De etappe via I Pedinieddi is nu variante geworden, de feitelijke GR20 loopt via de refuge de Matalza naar Usciolu. Dit is enkel interessant voor wie van korte etappes houdt en geen eigen tent meeheeft. Verwijzend naar de grafiek hierboven kiezen alle andere trekkers beter voor de oude GR20, die nu een variante is.

Het pad vertrekt aan het infobord inzake de GR 20. Eerst is er een stukje klim, dan volgt een horizontale traverse tot aan de beek, waarna het pad steil klimt. Het is moeilijk onderscheid te maken tussen wat het officiële pad zou moeten zijn en de afsteekjes. Later krijg je heel wat schuine platen te verwerken, en die beklim ik liever dan dat ik ze afdaal, zeker als ze nat zijn. Hier vind je dus een eerste duidelijk voorbeeld van de reden waarom ik iedereen aanraad om dit pad van zuid naar noord te lopen. Dit blijft doorgaan tot je ongeveer op hoogte bent. Dan volgt er een schuine traverse naar een uitloper op de voorzijde van de Monte Incudine (GR20-0301V). Hierna volgt een horizontale traverse naar de feitelijke pas, waar je langs de achterzijde verdergaat tot op de top. Eventjes opletten voor het pad ter hoogte van de struiken. Hier moet je verder omhoog richting top. Het kruis op de top ligt omver. Gezien de zich dichtzettende bewolking ben ik niet lang gebleven en ben ik snel afgedaald.

De afdaling is probleemloos. Net onder de bomenlijn, zowat 400m voor I Pedinieddi vind je een bron (GR20-0303V).

Bij I Pedinieddi (GR20-0302V) vind je de enige plaats waar het officieel toegelaten is om te bivakkeren buiten de directe omgeving van de hutten. Gezien er zwaar onweer voorspeld was in de namiddag en de totale dagtocht volgens de gids 9u20’ was, besloot ik hier af te breken.

Het onweer is uiteindelijk maar ’s avonds gekomen en bovendien is de 9u20 fel overdreven. Ik hou het eerder op 7u45’.

 

 

 

I Pedinieddi (enige officiële kampeerplaats, niet gelegen bij een hut)

I Pedinieddi (enige officiële kampeerplaats, niet gelegen bij een hut)

Inzake onweer zou ik willen opmerken dat indien je ’s ochtends de torenwolken vanuit zee de bergen hebt zien indrijven, en het niet tegen 11.00 uur aan het rommelen is, zoals dit het geval was de eerste 2 dagen, dan krijg je waarschijnlijk maar ’s avond onweer. Als het al om 11.00 uur rommelt, krijg je het tegen 14.00 uur over je kop en zorg je beter dat je dan van de graad af bent, liefst ergens onder de bomenlijn.

I Pedinieddi: gratis bivakplaats, geen voorzieningen, behalve bron.

 

Dag 3a GR20: Refuge d’Asinau (1530m) – Bocca Stazzurana (1h55) – Bocca Chiralla (0h55) – I Crocci (0h55) – Matalza (1h00) (4h45)

Tot aan de Bocca Stazzurana  (GR20-0301), net onder de Monte Incudine (GR20-0301) lopen GR20 en wat nu de variante is samen. Het pad vertrekt aan het infobord inzake de GR 20. Eerst is er een stukje klim, dan volgt een horizontale traverse tot aan de beek, waarna het pad steil klimt. Het is moeilijk onderscheid te maken tussen wat het officiële pad zou moeten zijn en de afsteekjes. Later krijg je heel wat schuine platen te verwerken, en die beklim ik liever dan dat ik ze afdaal, zeker als ze nat zijn. Hier vind je dus een eerste duidelijk voorbeeld van de reden waarom ik iedereen aanraad om dit pad van zuid naar noord te lopen. Dit blijft doorgaan tot je ongeveer op hoogte bent.

Eenmaal je de Bocca Stazzurana (GR20-0301), over bent kom je in een totaal ander landschap terecht. Van steil, eerder kaal en rotsig naar weids, begroeid en glooiend. Hier kan je stevig doorstappen als je wil. Op dit stuk kan je voor het eerst loslopend vee zien: paarden en varkens.

I Croci (GR20-0303),is een privé refuge, overnachting en kamperen mogelijk, er staan ook decathlon 2” tenten te huur, maaltijden beschikbaar.

Het stuk van I Croci naar Matalza is opnieuw mooi en gevarieerd, passages door zeer open bos met veel zwartgeblakerde bomen. Het laatste stuk volgt de vallei van een beekje waarvan de oevers groen begroeid zijn.

Matalza (GR20-0305),heeft een mooi stukje grasland als kampeerplaats, echter zonder schaduw.

Er zijn 3 douches die in orde zijn, 2 toiletten, een wasbak om kleren te wassen en een elektrisch fornuis met 4 platen in de tent met tafels en stoelen. Er is een spiegel, wat handig om je te scheren.

Camping 6 EUR. Er zijn slaapplaatsen in het gebouw en in de 2de tent die als slaapzaal is ingericht.

Op een goede 5 minuten stappen van Maltaza is er GSM ontvangst. Je kan de huttenwaard om een beschrijving vragen. Hij heeft de route naar de plaats met GSM ontvangst met witte bollen gemarkeerd.

 

Dag 3b (Variante): I Pedinieddi (1623m) – Ruiseau Forcinchesi (ca 1400m) (20’) – Bocca di l’Agnonu (1570m) – A Petra di Leva (2u00’) – Punta di a Scaddatta (1836m) – Refuge d’Usciolu (1750m) (1u55’) (Tot 3b: 4u 15’, +400m -100m) (Tot 3: 7u45’, +1000m -800m):

Hangbrug op zijn Corsicaans

De afdaling naar de hangbrug (GR20-0304V) over de Ruiseau Forcinchesi (ca 1400m) verloopt probleemloos. Vooral vlak voor de brug vind je veel sporen van kampeerplaatsen, alhoewel het hier niet toegelaten is. De brug is in het eerste deel over een lengte van 1m zijn planken kwijt en dus moet je hier met je schoenen over de draagkabels schuifelen. Gelukkig is het hier nog niet erg hoog. Maximaal 1 persoon per keer, anders komt dit niet goed…

In sommige verslagen op het internet is er hier sprake van een refuge in de vorm van een reuze tent, maar dat was in 2009 niet het geval, dus reken er ook niet op.

Vanaf hier gaat het wat op en af door een redelijk open landschap. Soms zijn er wat weinig tekens door het ontbreken van goede steunpunten, maar het pad is meestal goed zichtbaar in het landschap. Wanneer je meer in een bosrijk gedeelte komt, vervoegt de variante de GR20. Het pad begint te klimmen en het blijft klimmen tot een opvallende breuk boven op de graad genaamd A Petra di Leva (GR20-0311).

Vanaf hier dien je zeer goed op te letten op de tekens. In 2009 waren ze vaag en aan verfrissing toe. Ik heb er de parkwachter in Calenzana op aangesproken en hij bleek ervan op de hoogte te zijn. Hopelijk is het tegen 2010 mooi bijgewerkt.

Het probleem is hier dat het pad soms een heel grillig verloop heeft en door de vage tekens was het soms meer dan goed opletten en ook al eens achter de hoek kijken. Op een bepaald ogenblik verdween het pad door een smalle spleet, zonder dat dit goed aangeduid was. Resultaat: mijn Franse en Duitse voorgangers waren dalwaarts aan het zoeken, terwijl je gewoon van kant diende te wisselen via de genoemde smalle spleet. Maar absoluut onvoldoende aangeduid en zo waren er nog een aantal plekken, waar je echt goed uit je doppen moest kijken. Zoals vermeld was ik zeer te spreken over de kwaliteit van de bebakening, behalve het deel voor en na de Refuge d’Usciolu (GR20-0400).

Op dit deel vind je heel veel schuine plaat, zonder enige vorm van kabelzekering of voetbeugels, zoals dit gebruikelijk is in de Oostenrijkse en Zwitserse Alpen. Goed schoeisel en een beetje elementaire klimtechniek zijn hier dus welkom, zeker bij nat weer. Soms moet je je stokken al eens verkorten of doorgeven aan je partner om je handen volledig vrij te hebben voor het afklimmen van bepaalde passages.

Dag 3b GR20: Matalza – Bocca di l’Agnonu (1570m) – A Petra di Leva (2u00’) – Punta di a Scaddatta (1836m) – Refuge d’Usciolu (1750m) (1u55’) (Tot 3b: 4u 15’, +400m -100m) (Tot 3: 7u45’, +1000m -800m):

 

De GR volgt de verharde weg verder naar de 2de refuge op het traject: bergeries de d’A Basetta. Er is een aangenamer alternatief als je vanaf Matalza een klein stukje de GR20 terugstapt en dan links het beekje volgt. Deze weg is frequent gemarkeerd met oranje bollen, kijk ook goed op de bodem. Je begint rechts van de beek om later links te eindigen, na 35 min vervoegt de GR zich (alternatief is ongeveer 30 min korter dan de GR).

Op de splitsing ga je naar links naar de bron. Aan de bron is een zeer mooie kampeerplek, maar helaas verboden. Vanaf hier dien je zeer goed op te letten op de tekens. In 2009 waren ze vaag en aan verfrissing toe. Ik heb er de parkwachter in Calenzana op aangesproken en hij bleek ervan op de hoogte te zijn. Hopelijk is het nu mooi bijgewerkt.

Het probleem is hier dat het pad soms een heel grillig verloop heeft en door de vage tekens was het soms meer dan goed opletten en ook al eens achter de hoek kijken. Op een bepaald ogenblik verdween het pad door een smalle spleet, zonder dat dit goed aangeduid was. Resultaat: mijn Franse en Duitse voorgangers waren dalwaarts aan het zoeken, terwijl je gewoon van kant diende te wisselen via de genoemde smalle spleet. Maar absoluut onvoldoende aangeduid en zo waren er nog een aantal plekken, waar je echt goed uit je doppen moest kijken. Zoals vermeld was ik zeer te spreken over de kwaliteit van de bebakening, behalve het deel voor en na de Refuge d’Usciolu (GR20-0400).

Je ziet de hut al van ver staan, maar reken dan op nog ruim 45’ alvorens je er feitelijk bent.

Camping: 7€ (2017)

Refuge d’Usciolu

Prijzen 2009:

Kaas: ca 24€/kg

Brood (echt en behoorlijk vers): 2€

Avondmaal:

Avondmaal:  pastamaaltijd mogelijk.

9€ (2009)

Ruim voorziene winkel in houten chalet: chocopasta, chocolade, tonijn in blik, leverpastei in blik, knieverbanden, zelfs schoenen en wandelsticks.

P.S.: let op met eten aan de picknicktafels voor de hut. De paarden zijn echte dieven van alles wat hen enigszins eetbaar lijkt.

Dag 4: Refuge d’Usciolu (1750m) – Bocca di a Furmicula 1950m) – Bocca di Laparo (1525m) (2u20’) – Punta Cappella (2041m) (1u45’) – Refuge de Prati (1820m) (1u00’) – Bocca di Verdi (1289m) (1u30’) – (Tot: 6u35’, +700m -1150m):

Dag GR20-04HP GR20-04

Het pad vertrekt tussen de hut en houten chalet met winkel en keuken. Het eerste deel is zwaar geërodeerd door mens en paard. Na de afslag naar het dal wordt het beter. Het pad stelt niet al te veel problemen, maar de wit-rood markeringen zijn aan opfrissing toe. Je ziet de Bocca al van ver, maar het duurt langer dan voorzien om er ook feitelijk te geraken, gezien het laatste deel nogal op en af gaat.

Een tiental minuten voor de Bocca (of Col) di Laparo (GR20-0405) vind je een pijl naar een bron (GR20-0404 – in de buurt van een metalen hangar). Op weg naar de bron vind je ook een privé houten chalet (GR20-0403), waarvan je het overdekte terras als noodonderkomen kan gebruiken. Op de Bocca di Laparo kruist de Mare à Mare Centre de GR20.

Vanaf de Bocca di Laparo is het weer klimmen geblazen. Ook dit pad kan je gedeeltelijk zien lopen in de flank van de Punta di Campulongu (GR20-0406). Dan volgt een passage over een zadel en vervolgens begint het serieuze klimwerk. Je blijft grotendeels dicht bij de graad lopen. Goed opletten op de tekens. De route verloopt soms wat grillig. Er is één verblokte passage waar je naar eigen inzicht de tekens moet volgen tussen de grote rotsblokken en er van een feitelijk pad geen sprake is. Wanneer je de graad bereikt, wordt het pad beter in de flank van de Punta Capella (GR20-0409) tot aan de pas net onder de top. Vanaf hier heb je een prachtig zicht op de Refuge de Prati, maar de weg erheen is opnieuw moeilijker en lastiger dan je zou verwachten.

Eerst klimt het pad nog een weinig en dan volgt een lastige travers in de flank, met veel op en af klauteren tussen blokken en platen, waarbij je handen ook soms van pas komen. Uiteindelijk bereik je het vlakke deel van de “Alm” vlak bij de hut, waar je het pad van ver reeds kon zien lopen. Vanaf hier loop je probleemloos tot aan de hut.

 

Refuge de Prati: De refuge heeft een ruim grasveld als camping. Door de ligging in het dal kan het er naar verluidt stevig waaien. Dat is waarschijnlijk de reden dat de Decathlon 2’’ tenten telkens afgebroken moeten worden. Toilet en 2 (koude) douches bevinden zich wat lager dan de tentenweide.

Maar weinig Z-N trekkers zullen hier overnachten, gezien lager aan de Bocca di Verdi de verlokkingen van de beschaving wenken in de vorm van een warme douche en een echt restaurant.

Links van de hut klimt het pad omhoog naar de hoogvlakte om dan vlak verder te gaan tot aan de Bocca d’Oru (GR20-0412).

Vanaf hier volgt een afdaling in zigzag tot aan de bomenlijn. Onder de bomenlijn maakt het pad een ruime bocht langs de valleiwand, om uiteindelijk aan de Bocca di Verde te geraken. Vooral dit laatste deel duurt nog langer dan je zou verwachten, maar uiteindelijk bereik je weer de weg met het geluid van auto’s en motorfietsen.

Bocca di Verde:

(Prijzen 2009)

Camping: 6€ incl warme douche Gite: 13€ (+3€/p indien je een eigen chalet wenst). Menu: 18,50€ (salade met tonijn, gegrilde kotelet met friet en brood, dessert: OK)

50 cl Wijn: 5€

Nota 1: geen verkoop van proviand, zoals vermeld in de oude gids.

Nota 2: er lopen hier 4 wilde zwijnen rond, maar die waren niet agressief

Nota 3: neem je Petzl mee als je gaat eten (najaar). Het is hier vrij donker om zonder je benen te breken je tent te vinden, vooral na een halve liter wijn.

 

Dag 5: Bocca di Verdi (1289m) – Plateau de Gialgone (1591m) (1u30’) – Weg (1u45’) – Bergerie d’E Capanella (1586m) (1u00’) – Bergerie de Scarpacceghje (0u50’) – Intersection près des Bergeries de Cardu (1515m) (1u00’) – Bocca Palmente (1640m) (1u00’) – Vizzavona-Gard (920m) (1u45’) – (Tot: 8u50’, +350m -720m):

Dag GR20-05HP GR20-05

Dit traject is lang, maar houdt geen technische moeilijkheden is. Je loopt bijna de ganse tijd onder de bomenlijn, waardoor het weer ook niet van doorslaggevende invloed is. Vooral vanaf Capanella heb ik lichte regen gehad.

Je vertrekt via de grindweg naast het restaurant tot aan een soort parkeerplaat (picknick, maar geen overnachting toegelaten). Verder gaat het via een door water sterk geërodeerde weg, tot je deze verlaat via een pad dat verder klimt tussen de bomen. Voorbij de brug over de bergrivier Marmanu (GR20-0501 – 1410m) vind je een bron langs het pad, die echter veel zand voert.

En plots sta je dan op het Plateau van Gialgone (GR20-0503). Het is hier open, maar door de bewolking was er voor mij niet echt veel te zien. Vanaf hier verloopt het pad grotendeels horizontaal in de flank, waadoor je goed opschiet. Uiteindelijk daal je maar af, in het laatste deel vlak voor de weg.

Je volgt de weg (GR20-0507) maar een heel kort stukje naar links tot net over de brug, waar je brut klimt langs de rivier en dit tot aan de vermoedelijk verlaten Bergerie d’E Traghjete (GR20-0508 – 1520m). Hier ga je voor de gebouwen scherp naar rechts om wat rustiger verder te klimmen tot net boven de weg aan het skistation met de Bergerie d’E Capanella (GR20-0509 – 1586m) (1u00’). Dan volgt een rotsig stukje afdaling tot aan de weg. Hier vind je een restaurant met gite, camping en winkel. De winkel is hier zeker niet duurder dan die in Vizzavona. Ik kocht hier brood (2€) en kaas (7,50€) (prijzen 2009).

De echte hut Bergerie d’E Capanella (PNRC) ligt een twintigtal meter boven de genoemde commerciële zaak en heeft slechts 16 slaapplaatsen met beperkt comfort. Ze ziet er weinig gebruikt uit. Enkel echte low budget trekkers zullen er verblijven.

Je volgt de GR-tekens links van de commerciële zaak tot aan de Bergerie. Hier verloopt het pad horizontaal evenwijdig aan de lager gelegen rijbaan, tot aan een stuk rijbaan, dat je bergaf volgt tot aan een haarspeldbocht. Hier verlaat de GR de beschaving terug en daalt hij de meters die je won om aan het Skistation te geraken terug af door het bos. Daarna volgt opnieuw een redelijk vlak stuk via de bergeries Scarpacceghje (GR20-0511 – 0u50’) de Intersection près des Bergeries de Cardu (GR20-0517) en die van Alzeta (GR20-0515 – 1560m) met opvallende GR-rode raam- en deurluiken. Vanaf hier klim je naar de Bocca Palmente (GR20-0516 – 1640m) (1u00’) om vanaf hier de lange afdaling aan te vatten naar Vizzavona-Gard (GR20-0600 – 920m) (1u45’).

In het bos, op een hoogte van ca 1500m (GR20-0520), vind je een goed aangeduide en met geel gemarkeerde variante richting Col de Vizzavone. Door deze variante daal je 200m minder af en dien je de volgende dag 200m minder te stijgen. Je bent dan wel gebonden aan het HOTEL MONTE D’ORO (GR20-05V00) op de N193.Verbonden aan het genoemde hotel is er een gite/refuge, alwaar een overnachting 14€ en HP 39€ kost. (www.monte-oro.com ).

Ik ben de normale GR 20 blijven volgen. Let goed op aan het Maison Forestière, want het verkeer op de weg naar de col (GR20-0522) is druk en de bestuurders verwachten zich misschien niet aan wandelaars. Je dwarst de rijbaan en gaat via een opening in de muur verder bergaf via een deels overgroeide jeepweg tot aan het asfalt (GR20-0523 – D523) dat je naar links volgt. Eenmaal je het bord Vizzavona Gard gepasseerd bent, leiden de tekens je naar links via een grindweg (GR20-0605 Begin pad – D523). Om de camping en alle andere voorzieningen te bereiken dien je echter verder af te dalen via het asfalt tot het feitelijke station van Vizzavona (GR20-0600).

In Vizzavona is er nu een officiële camping met epicerie: Alzarella (www.alzarella.com ).

Er is een dortoir, mooie sanitaire blok met 2 douches, 2 toiletten, 2 afwas bekkens en 2 elektrische kookplaten. En uniek op de GR20: stopcontactendozen, die overuren draaien om al de smartphones en powerbanks op te laden. Het is niet meer mogelijk om te bivakkeren bij het station. De eigenaar van de camping heeft als enige een kampeerlicentie. Hij eist van zijn klanten dat die hun inkopen doen in zijn eigen epicerie. Er is namelijk een 2de epicerie aan het station (zelfde eigenaar die vroeger de bivak organiseerde). 7 EUR/nacht

 

Inkopen (2017):

  • Gedroogde worst: 8.60 EUR (260gr)
  • Kaas tomme chèvre: 8.80 EUR (220gr)
  • Baguette: 1.40 EUR, vers
  • Yoghurt: 0.50 EUR
  • Brikje fruitsap : 1.00 EUR, 20cl.

Omdat ik in een ander reisverslag gelezen had dat de bodem hier ondoordringbaar zou zijn, kocht ik speciaal 10 extra sterke rotspennen bij Decathlon (5€ voor 5stuks, 9gr/st) met de gedachte, dat indien ik die stuksloeg er nog geen been aan gebroken was, maar ik vond de grond hier tussen de bomen niet noemenswaardig harder dan op de meeste andere plaatsen op deze tocht.

 

Menu  (2009): 18€ (ruime portie charcuterie, al dan niet met groenten, Entrecote met groentesaus en friet, kleine kaasschotel (2stukjes), dessert (kastanjetaart of crème brulée). (Zijn geld waard)

Wijn 50cl: 4€

Nota: van een collega trekker hoorde ik klachten over kleine porties van de menu in Hotel I Laricci (GR20-0601 – halfpension verplicht!!!!)

 

Dag 6: Vizzavona-Gard (920m) –Cascade des Anglais 1150m – Crete de Muratellu (2020m) (4u00’) – Refuge de l’Onda (1430m) (1u30’) (Tot: 5u30’, +1100m -600m):

Dag GR20-06HP GR20-06

Je keert terug naar de plaats waar je gisteren het pad verliet (GR20-0605 Begin pad – D523) en volgt de tekens samen met de vele bordjes naar de Cascade des Anglais. Je volgt de grindweg, gaat over twee opeenvolgende brugjes, slaat links af en volgt de rivier stroomopwaarts.

Wie hier rechts afslaat, vindt hier een pad links omhoog, richting Monte d’Oro. Je snijdt een aantal bochten af, dwarst 2 maal een rivierbedding en klimt dan verder richting een zadel, om onderlangs de graad verder te klimmen richting een kruispunt onder de top van de Monte d’Oro (GR20-06V06). Vandaar klim ja naar de top van de Monte d’Oro zelf. Je daalt weer af naar dit kruispunt en gaat vervolgens naar rechts. Je daalt af via de graad richting een zadel. Voor dit zadel daal je verder af naar links richting kruispunt met de GR20 (GR20-0614 Samenkomst Var. Monte d’Oro). Voor deze beklimming dien je 400m extra te klimmen en af te dalen en voeg je 1km afstand toe aan de route. Voor het overige is deze etappe relatief kort en kan je deze beklimming erbij nemen bij goede weersomstandigheden. Je verblijft langer in open terrein dan via de GR20 en dat is absoluut af te raden bij onstabiele weersomstandigheden.

Wie de normale GR20 volgt, gaat over nog een brugje tot aan een soort kruispunt, waar je rechtdoor gaat. De grindweg versmalt tot een pad bij de laatste rustbankjes en dan begint langzaam het serieuze klimwerk.

Het pad slalomt heel erg hard tussen de vele rotsblokken in het dal vlak bij de rivier. Uiteindelijk kom je na een brug (GR20-0609 Ruisseau L’Agnone) over de rivier, bij een drankgelegenheid (GR20-0610 Zomerterras), die vermoedelijk enkel open is in juli en augustus. Hier of iets hogerop (GR20-0612) komt het pad van de Col de Vizzavone terug bij de GR20.

Het pad gaat verder met meer van hetzelfde. Soms moet je goed opletten op de markeringen, want het is iets beter gemarkeerd in de noord – zuid richting dan in de omgekeerde richting.

Ook hier weer heel veel schuine gladde platen met de klassieke bedenking dat het leuker is om ze te beklimmen bij droog weer dan om ze af te dalen bij nat weer. Het is een eindeloze beklimming, die maar niet wil vlotten vanwege het moeilijk beloopbare terrein en je bent dan ook blij dat je na 4 uur boven bent (GR20-0615 Pointe Muratello). Ik was met iets meer voorraad vertrokken vanwege de verhalen over hutten die slecht bevoorraad waren vanwege het einde van het seizoen en dat woog ook door in de klim.

Vanwege de bewolking was er ook niet veel mogelijkheid om te genieten van de beklimming. De afdaling langs de andere zijde verliep door een terrein dat getekend is door de erosie van de aarde in een mengeling met losse keien. Van het oorspronkelijke pad is soms niet veel meer te zien. Door de bewolking was er niet veel meer te zien en dus was het badderen naar beneden. Op de graad boven de hut heb ik nog even overwogen om de volgend etappe erbij te nemen, doch ik heb daar wijselijk van afgezien en tegen dat mijn tent recht stond op de weide aan de Bergerie de l’Onda begon het te regenen. En het heeft voor de rest van de avond niet veel meer opgehouden met regenen.

De weide wordt kort gehouden door een braaf paard. De varkens en al de rest worden buiten gehouden door een goede omheining. De refuge de l’Onda ligt wat hoger langs het pad, maar voor alle ‘diensten’ moet je bij de bergerie zijn.

Camping: 7 EUR

Geitenkaas: 7 EUR

Halve baguette: 2.50 EUR (zeer duur)

Gîte: 10€ (2009)

Bevoorrading en maaltijd verkrijgbaar.

Ikzelf ben hier ziek geworden door een slechte (niet over datum) gevriesdroogde maaltijd en heb daar de volgende dag nog behoorlijk wat last van gehad.

 

Dag 7: Refuge de l’Onda (1430m) – Bocca d’Orreccia (1427m) – Capu a Meta – Bocca a Meta – Punta di i Pinzi Corbini (2021m) – Punta Murace – Bocca Manganellu (1800m) –Refuge de Petra Piana (1842m) (4u00’) (Tot: 4u15’, +600m -200m):

Dag GR20-07HP GR20-07

Officieel is dit een variante en dus is ze gemarkeerd met dubbele gele strepen, maar ik vermoed niet dat er veel mensen zijn die hier het officiële tracé van de GR20 volgen. De voordelen van de variante zijn vrij groot bij goed weer. Je bespaart je grofweg 300m afdaling en 100m stijging. Over de toestand van het normale pad kan ik niets zeggen, maar de variante is lastig en ten dele technisch van aard, ondanks dat ze kort is. Let dus op voor oververmoeidheid als je ze wil combineren met een andere etappe.

Je begint met de klim naar het zadel boven de hut (GR20-0616 Splitsing GR 20 – Variante Alpine (geel)). Dan volgt een kort afdaling naar de Bocca d’Orreccia (GR20-07V01 1427m). Hierna volgt een zeer brute klim door geërodeerd terrein naar de Crëte de Mutala (GR20-07V02). Hier heb je het grootste hoogteverschil reeds overwonnen. Hier heb ik mijn maag en darminhoud geledigd en ben dan verder gesukkeld. Aanvankelijk verloopt het pad vrij rustig over de graad, maar in de afdaling naar de Bocca of Capu a Meta (GR20-07V03) kom je de eerste meer technische passages tegen, waar er wat afgeklommen dient te worden. Dan volgt er weer een klim naar de Punta di i Pinzi Corbini (GR20-07V04 – 2021m), het hoogste punt voor deze dag. Op de kaart ziet het vervolg er vrij aardig uit, maar dat valt zwaar tegen. Er zitten nog een paar kleine vervelende op en afjes op de graad met de nodige technische passages. En ook op de Bocca de Manganellu (GR20-07V06) is je lijden nog niet voorbij, want hier volgt nog een min of meer horizontale traverse met een combinatie van vervelende struiken, schuine platen en rotsblokken die het tot een heuse klauterpartij maken. Nog nooit zo blij geweest dat ik na in totaal vijf uur aan de hut was. Ik stond door mijn gebrek aan energie zo zwak op mijn benen, dat ik het in de technische passages zelf gevaarlijk vond. Zaken waar ik anders gezwind doorga ervoer ik nu door mijn gebrek aan energie als zeer lastig.

Iemand in goede conditie moet dit stuk in minder dan 4 uur kunnen afhaspelen.

Opgelet: de GR 20 komende vanaf de Bergerie de Tola passeert niet meer via de Bocca de Manganellu (GR20-07V06 – situatie op oude stafkaarten), maar klimt rechtstreeks vanaf de Bergerie de Gialgo (GR20-0709) naar de Refuge de Petra Piana (GR20-0800).

Opnieuw snel mijn tent rechtgezet en de namiddag regen geïncasseerd.

Camping: 7€ (2017)

Prijzen 2009:

Menu: 18€ voorgerecht: linzen met maïs, hoofdschotel: soort cassoulette: veel bonen met Wiener worsten.

Bevoorrading

Sigaretten: 7€

Kaas: 8 à 10€

Koken voor kampeerders mag hier binnen in de hut.

 

Dag 8: Refuge de Petra Piana (1842m) – Bocca Muzzella (Col de la Haute Route (2206m) (1u00’) – Bocca Rinosa (2150m) – Bocca a Soglia (2052m) (1u00’) – Brèche (2000m) (45’)– Brèche de Capitellu (2225m) (30’) – Refuge de Manganu (1601m) (1u45’) (Tot: 5u00’, +550m -775m):

Dag GR20-08HP GR20-08

Het pad vertrekt aan de wegwijzers aan de helikopterlandingsplaats, naast de hut van de Gardien. Het pad klimt diagonaal in de flank tussen de struiken richting schuine graad (goed opletten op de tekens, wegens de stuiken). Vanaf hier loopt het pad door meer open terrein verder naar de zichtbare col de la Haute Route (stafkaart – terplaatse aangeduid als Bocca Muzella (GR20-0801)). Vanaf hier loopt het pad bijna horizontaal en probleemloos naar de Bocca Rinosa (GR20-0803 – 2150m). Vanaf hier heb je zicht op de kom van het Lac de Melo (GR20-0802).

Lac de Melo

Dan volgt een vrij steile afdaling in zigzag tot het pad verder gaat in een horizontale traverse. Je vindt hier een verblokte passage, waar je van de ene blok naar de andere moet stappen, zonder je enkels te breken. Dan volgt een wat grillig parcours met wat klimmetjes en afdalingen tot op de Bocca a Soglia (GR20-0804). Hier vind je een aftakking naar het Lac de Mello (GR20-0805), Bergerie de Grotella en Corte.

Vanaf de Bocca de Soglia moet je goed opletten op de tekens. Er lopen hier meerdere goede paden, maar er is er maar één rood-wit gemarkeerd. Het pad stijgt het snelst en blijft dicht bij de schuine graad, richting een Brèche (GR20-0807) zonder naam. In de klim naar deze Brèche maak je voor het eerst kennis met een stuk ketting van zowat 15m lengte, geplaatst op een stuk rotsplaat onder een hoek van ca 70°. Neem de ketting tussen je benen en wandel met je schoenzolen plat op de plaat en trekkend op je armen omhoog (omgekeerde rappel dus).

Het gaat verder omhoog met nog veel stenen en vlakke schuine plaat tot de Brèche de Capitellu (GR20-0808 – 2225m). Het verschil met het begin van de afdaling kan weer niet groter zijn. Het terrein is hier een combinatie van veel geërodeerde aarde met steen. Lager neemt de hoeveelheid steen toe. Je vindt hier ook weer heel wat schuine plaat, waar water over loopt en waar je dus moet opletten voor de gladheid bij het afdalen. Het betreft een lange afdaling, waarbij je de Refuge de Manganu (GR20-0900 – 1601m) slechts op het laatste ogenblik ziet.

Camping: 7€ (2017)

Prijzen 2009:

Brood (halve nagebakken baguette L =25cm): 2,5€ (het duurste brood van de GR 20 en dus te mijden)

Ontbijt: 7€ (baguette, confituur, koffie)

Avondmaal: 12€ (Pasta penne met saus en fruitsla uit blik als dessert)

Omelet met ui: 7€

Charcuterieschotel: 8€

Dag 9: Refuge de Manganu (1601m) – Bergeries de Vaccaghja (1621m) (0u30’) – Fontaine du lac de Ninu (1760m) (1u00’) – Bocca a Reta (1883m) (0u30’) – Bocca San Pedru (1452m) (1u00’) – Castel di Vergio (1404m) (1u15’) (Tot: 4u15’, +150m -350m):

Dag GR20-09HP GR20-09

Veruit de gemakkelijkste dag van de GR 20: weinig hoogteverschil, weinig technische moeilijkheden. Een van de stallen van de Bergerie de Vaccaghja (GR20-0902) kan je al zien liggen vanaf de Refuge de Managanu (GR20-0900), omwille van de reflectie van het metalen dak. De weg erheen is probleemloos met een lichte daling (GR20-0901 Ruisseau de Valle (drassige zone)), gevolgd door een lichte klim vlak onder de bergerie.

Aan de bergerie wordt ook gekampeerd door groepen in tenten van Decathlon. De kaas is er heel erg goed.

Na de bergerie gaat het rustig omhoog tot aan de vallei van het meer Ninu (GR20-0903). Het pad maakt een weide bocht om het meer heen en men vraagt uitdrukkelijk om het pad te volgen en alzo de begroeiing te beschermen. Er lopen hier paarden en pony’s, die duidelijk niet schuw zijn van mensen. Vlak voor je de klim aanvat naar de Bocca a Retha vind je een gemetste fontein (drinkbak met bron, aanwezigheid van water afhankelijk van regen in de voorafgaande maanden).

Tot hier waren de tekens vernieuwd. Hogerop waren ze iets vager. Na de bron volgt een klim in zigzag tot op de Bocca a Reta (GR20-0904). Vanop de Bocca de Reta heb je een mooi zicht op de kust (tussen de flarden wolken in mijn geval). Wat dan volgt is een typisch voorbeeld van een aangelegd muilezelpad, eerst in de flank van de Cappu a u Tozzu, vervolgens op of vlak tegen de graad. Op een bepaald ogenblik zakt het pad in grote zigzag bewegingen onder de bomen lijn naast de graad. Hier vond ik de aanduiding wat zwak, maar mogelijks heeft dit ook te maken met het feit dat wij letterlijk met ons hoofd in de wolken liepen, wat uiteraard resulteert in een verminderd verzicht. Later klimt het pad weer op de graad tot aan de Bocca San Pedru (GR20-0905). Vanaf deze Bocca daalt het pad definitief van de graad af tot een aanvankelijk breed pad naast een draadomheining. Hier ga je naar links (goed aangeduid) en vanaf hier loop je bijna horizontaal tot aan Castel di Vergio (GR20-1000). Vlak onder de rijbaan met zicht op een hangar, volgt nog een korte klim en dan sta je weer in de beschaving.

Hotel, restaurant, gite, winkel, camping.

In 2017 hing hier geen bord meer dat waarschuwde voor de aanwezigheid van vossen. Maar hou toch in gedachte dat deze situatie opnieuw kan wijzigen. Als er een bordje hangt met een waarschuwing voor een vos, kan je hier beter niet kamperen tenzij het er erg druk is. Toen ik er in 2009 stond, stonden er maar twee tenten en ik heb in de loop van de nacht zeker drie maal bezoek gehad van de vos. Als je al  nachten met regen, onweer, bliksem en veel wind achter de rug hebt, zit je niet te wachten op het bezoek van een vos, die te lui is om zelf op zijn eten te jagen en het dan maar tracht te stelen uit tenten van trekkers. Vooral als je een dure tent hebt zit je niet te wachten op schade aan je tent door zo een beest. De gîte is ruim en weinig gebruikt en dus kies je hier beter voor de gîte indien je rustig wil slapen. Ik heb de leiding in 2009 aangesproken over de vos, en misschien hebben ze uiteindelijk toch een jager aangesproken om het probleem te verhelpen.

Prijzen 2009:

Camping: 6€

Nota: de regelaar voor de temperatuur van de douches zit boven op de muur van de douche die het verst van de ingang verwijderd is. Blauwe draaiknop boven op het bakje met de warme en koude toevoerleiding. Toen ik aankwam stond de temperatuur veel te heet en dus heb ik de temperatuur aangepast.

Dorotoir (Gite): 13€

Dorottoir HP: 40€

Ontbijt: 7€

Menu: 23€ (Ruime portie groentesoep, rundgebraad nagebakken op de grill, gebakken aardappelen en courgette met paprika sterk provinciaals gekruid, brood, warmappelgebak met slagroom) goed maar 5€ te duur in vergelijking met andere plaatsen waar ik at op de GR 20.

Wijn 50cl: 5€ Chateau Migraine (beter wat minder van drinken dus).

Brood: 2,50€

Snickers, Mars: 1€/st

Appel: 0,50€/st

Tomaat: 0,70€/st

Halve kaas: 5€

Salami: 7€

 

Dag 10: Castel di Vergio (1404m)– Cascade d’E’ Radule (1370m) – Refuge de Ciottulu di i Mori (2000m) (2u50’) – Col de Foggiale (1962m) (20’) – Bergeries de Ballone (1440m) (2u20’) – Refuge de Tighjettu (1640m) (0u50’) (Tot: 6u20’, +800m -550m):

Dag GR20-10HP GR20-10

Je volgt het asfalt bergop, maakt een bocht naar rechts rond het hotel en in de volgende bocht naar links verlaat je het asfalt rechtdoor (GR20-0103). Er staan wegwijzers. Dan volgt een pad van het type dat we reeds kennen van vlak na Vizzavona: heel grillig verloop, slalommend tussen bomen en rotsen, en dus moet je goed opletten op de tekens. Op een tamelijk open plek bots je op de wegwijzers (GR20-1005) van de splitsing met de Mare à Mare Nord. En dan gaat het weer verder met meer van hetzelfde. Vlak voor de Bergerie d’E’ Radule (GR20-1008) heb je een paar plekken met een mooi zicht op de waterval (GR20-1009). Stel je er niets spectaculairs bij voor, maar hij is al beter dan de Cascade des Anglais. Vlak voor de bergerie vind je nog een afslag naar de Col de Verghio op de Mare a Mare Nord. Je loopt langs het terras van de Bergerie (geitenkaas en drank) naar de brug (GR20-1010), die je dwarst. Opgelet: er staan ook nog vage tekens langs de kant van de Bergerie omhoog langs de beek. Het huidig tracé is wel langs de overzijde. Daar ligt een muilezelpad dat duidelijk aangelegd is met keien als een soort Romeinse heirweg. Hoger op de helling was men in 2009 bezig met het aanleggen van funderingen voor nog een brug (GR20-1011), om daar weer naar de rechter oever terug te keren. Afgaande op het heden beschikbare kaartmateriaal, ligt het pad nu op de rechter oever. Verder gaat het probleemloos omhoog tot je vlak voor de Bergeries de Tulla (GR20-1013) naar links de steile helling wordt opgestuurd (GR20-1012). De helling en het pad hebben veel last van erosie en het gebruik van muilezels voor het transport van de bagage van gemakzuchtige trekkers, zal die situatie zeker niet verbeteren. Eenmaal boven op het zadel (GR20-1014), volgt het pad de graad om dan over te gaan in de flank van de cirque waartegen de Refuge de Ciottulu di i Mori (GR20-1015 – 2000m) gelegen is. Via een bijna vlak pad bereik je de refuge.

Prijzen 2009:

Camping: 5€

Refuge: 10€

Avondmaal: 12€ Linzen

Geen GSM dekking; de hut is enkel via een zender in verbinding met de buitenwereld.

Lawaaierige generator overdag.

Men heeft zij best gedaan om zo veel mogelijk plekken te ruimen voor tentkampeerders, maar het blijft wat beperkt. Ik denk trouwens niet dat dit de drukste hut is gezien de nabijheid van de andere overnachtingsmogelijkheden.

Vanaf de hut stijgt het pad licht tussen de rotsen en de struiken om dan af te dalen naar de Col de Foggiale (GR20-1017 – 1962m). Dan volgt een technische afdaling met veel verticaal gebroken platen en grote afstappen. Eenmaal onder de bomenlijn (tekens hier wat vager), gaat het pad veel op en af tot aan de Bergeries de Ballone (GR20-1018 – 1440m) (2u20’).

Prijzen 2009:

Camping: 3€

Blik Orangina: 3€

Kaas 300gr: 8€: sterke geur en smaak (beetje zoals Roquefort)

Overnachten mogelijk in grote tent.

Aangenamer eten dan in de Refuge de Tighjettu

Wie echter in de richting zuid-noord loopt, klimt beter verder tot aan de Refuge de Tighjettu (GR20-1100), gezien dit je morgen 200m klimmen spaart (600m ipv 800m tot de Bocca Minuta (GR20-1101)).

Het pad vertrekt opnieuw tegenover de toegangsdeur van de Bergeries. De eerste tekens zijn wat vaag, maar na een bocht naar rechts en een eerste bult overwonnen te hebben, zie je de Refuge de Tighjettu (GR20-1100) liggen. De klim is nog steil. Hogerop vind je ook nog blauwe tekens die naar de hut leiden.

Deze hut is de enige die niet in steen opgetrokken is, maar in hout. Het is een constructie op palen, waardoor ze boven de sneeuw uitsteekt in de winter, maar de kwaliteit en het onderhoud laten wel te wensen over. De kookhoek en douches bevinden zich onder de hut, Er is keukengerij beschikbaar, maar het onderhoud laat te wensen over (zoals gebruikelijk).

De 2 slaapzalen worden hier dagelijks behandeld tegen bedwantsen: “les punaises de lit”

Camping: 7€. Veel wind, verschillende tentplatforms, rood gesteente, veel steenstof, het ruikt er naar verbouwingsstof.

Vrij ruime bevoorrading mogelijk

Refuge de Tighjettu

 

Makreel in blik: 3.50 EUR.

Wijn 25cl: 2,5€ (2009)

Nota 1: alle water uit de leidingen aan de hut is hier drinkbaar.

 

Nota 1: alle water uit de leidingen aan de hut is hier drinkbaar.

Nota 2: eerste dag zonder regen of onweer.

Dag 11 (actueel): Refuge de Tighjettu – Bocca Crocetta (2452m, 2h15) – Pointe d’Eboulis (0h50) – Refuge d’Asco Stagnu (3h55) (7h00)

 

Gezien de afdaling in de Cirque de la Solitude ten gevolge van een lawine in 2015 op heden verboden is, heeft GR een alternatieve route gemarkeerd tussen de refuges Tighjettu en ASCU Stagnu. Kettingen en dergelijke zijn ondertussen weggenomen op de oude route.

De uitwijkroute, gemarkeerd in rood en wit , gaat via de Bocca Crucetta door het topje van de scree op de Cintu route. Deze route is in bepaalde gedeelten beveiligd.

In het begin van seizoen blijft er waarschijnlijk sneeuw liggen op de noordkant van de Monte Cintu (2706m).

De route klimt naar meer dan 2600m hoogte , en overwint een hoogteverschil van 1200m over een afstand van ongeveer 7 km (ongeveer 08:00u). Dat is dus ruim 1km extra in afstand en 400m in hoogtemeters. Het zadel onder de Monte Cintu is daarmee meteen het hoogste punt op de GR20. Informeer uzelf inzake de meest recente wijzigingen en info op http://www.parc-corse.org/ .

Dag GR20-11HP GR20-11

 

 

Korte beschrijving van de nieuwe GR20:

Vanaf Refuge de Tighjettu (GR20-1100), keer je eerst 100m terug richting Bergeries de Ballone. Aan de splitsing  volg je het beekje Stagni omhoog, in terrein voornamelijk bestaande uit rotsen. Na anderhalf uur stijgen kom je terecht in een onstabiele puinhelling (scree). Gezien de puinhelling onstabiel is, schuif je bij elke stap omhoog terug een stukje omlaag. Je klimt verder door de kom omhoog richting Bocca Crocetta (GR20-1103), gelegen tussen de Capu Falu (GR20-1104 – 2540m) en de Punta Cruce (GR20-1103A – 2499m)

Vanaf de Bocca Crocetta (GR20-1103) kijk je neer op het Lac Du Cinto  (GR20-1105).Na de pas klim je verder via de graad naar de Pointe d’Ebouli (GR20-1106 – 2607m).

Vanaf het hoogste punt op de feitelijke GR20, kan je een gemarkeerd pad volgen richting Monte Cinto (GR20-1107 – 2706m ), het hoogste punt van Corsica. Kort na de afdaling is er een ketting van enkele meters. Hier krijg je te maken met filevorming ten gevolge van het groot aantal N-Z stappers dat reeds bovenkomt. Er wacht dan nog een ketting iets lager. Het vervolg van de afdaling verloopt opnieuw door een onstabiel puinveld. Plaats flink je hiel in de scree, zoals je dit zou doen in sneeuw en laat je gecontroleerd verder doorglijden. Gebruik je stokken om jezelf verder te stabiliseren. Dat is veel gemakkelijker dan te proberen je tegen het verder afglijden te verzetten. Deze flank is voor de N-Z stappers geen lachertje.

Als je uiteindelijk het einde van het puinveld bereikt en terug op vaste rotsbodem stapt, kan je terug  genieten van een rustige afdaling door een mooie vallei. Let op de gele korstmossen hier en daar op de rotswanden.

Nabij brug (GR20-1108) over de Ruisseau de Tighiettu, zijn er ideale badplaatsen, lekker fris water. Het laatste half uur tussen de brug en de Refuge d’Asco Stagnu is bijna vlak.

De REFUGE D’ASCO STAGNU (GR20-1200) is het oker tot zalmkleurig gebouw dat aan het pad zelf ligt. Er is een redelijk goed bevoorrade winkel en je vind er tevens het sanitair met toilet en douches met warm water. Op de hoger gelegen verdieping is er ook nog een douche en toilet, die minder druk bezet zijn.

Camping (GR20-1202): 7€ vermijd de plaatsen achter het hotel Le Chalet wegens het geluid van de ventilator. Ik heb er niet op gelet of deze ’s avonds ook werkt.

Vers brood: 2€

Halve kaas 7€

Menu: 19€ in Le Chalet (GR20-1201) ’s avonds vanaf 19.30 uur. Graag reserveren in de bar bij aankomst. (ruime portie soep, gemengde sla, tagine d’Agneau , appeltaartje)

Wijn (2009): 9€ voor een flesje van 37,5cl (geen pichet verkrijgbaar en dus duurder).

Dag 11 (oud/ afgsloten): Refuge de Tighjettu (1640m) – Bocca Minuta (2218m) (1u30’) – Bodem Cirque de la Solitude (1980m) (0u45’) – Bocca Tumasginesca (Col Perdu) (2183m) (0u45’) – Refuge d’Asco Stagnu (1422m) (1u45’) (Tot: 4u45’, +800m -1000m):

Beschrijving normale route (als die terug opengesteld wordt):

Verwijdering van de tekens richting Cirque de la Solitude.

Klim naar de Bocca Minuta

Het eerste deel van de klim naar de Bocca Minuta (GR20-1101) bevat heel veel schuine plaat, wat ik liever beklim dan afdaal. Hogerop verandert dit in een pad over losse stenen. De feitelijke pas zie je niet vanaf de hut.

Het eerste deel van de afdaling betreft een normaal pad in steil terrein op een ondergrond van aarde met steen. Je daalt in de richting van een stenen zuil, waar je voorlangs naar rechts zult gaan.

Cirque de la Solitude

Vanaf hier steek je beter je stokken weg, want je zult je beide handen nodig hebben en dan zitten die stokken echt in de weg.

Eerst volgt nog een stukje horizontale traverse over schuine plaat en dan zit je aan het begin van de ketting. Soms is de ketting horizontaal aangebracht, soms volledig verticaal. De ketting eindigt aan een korte ladder en dan ga je verder naar beneden tot aan opvallende een houten paal (ooit een wegwijzer geweest?).

Ketting

Vanaf hier gaat het terug bergop, eerst over plaat. Vervolgens volgt een stuk pad over stenen om dan onder de Bocca Tumasginesca (Col Perdu) (GR20-1104 – 2183m) te eindigen aan weer heel veel schuine plaat. Ik vond deze op een bepaald punt zo glad dat ik links van de markering tegen de wand door het los gesteente ben verder geklommen. Ik vind dat in deze passage er absoluut ook een ketting dient aangebracht te worden en dat de totale lengte van geplaatste ketting verdubbeld mag worden. Ik bekijk dit uiteraard door een Oostenrijkse bril en niet door een nonchalante Corsicaanse.

Vele wandelaars zijn hier naar mijn weliswaar strenge normen slecht uitgerust. Ze zijn overladen qua rugzakgewicht en hebben vaak ook nog geen enkele vorm van scholing genoten qua klimtechnieken en dan spreek ik nog niet eens over personen die hier gewoonweg niet thuishoren omwille van een mate van hoogtevrees, die hun handelen negatief beïnvloedt. Ik had dan nog het gezond verstand om van zuid naar noord te lopen, zodat ik hier niet diende af te dalen, maar mocht klimmen.

Na de Cirque de la Solitude, zicht op Calvi

Aan de ketting was het druk, dus diende ik wat te wachten tot die vrij was. Ook hier heb ik de stukken met bijna verticale ketting in rappelstijl beklommen. De ketting loopt tot vlak onder de col. En dan ben je plots boven op de Bocca Tumasginesca (Col Perdu) (GR20-1104 – 2183m) en krijg je een prachtig zicht op de zee en zie je in de verte reeds Calvi liggen.

Bij mooi weer en niet te veel wind een ideale plaats voor een maaltijdpauze. Gezien het weer voor de tweede dag op rij helder en stabiel was kon ik er (eindelijk) ook echt van genieten.

 

 

Dag 12a: Refuge d’Asco Stagnu (1422m) – Bocca a i Stagni (2010m) (1u30’) Lac de la Muvrella (1860m)- Passerelle de Spasimata (1220m) – Refuge de Carozzu (1270m) (2u30’) (Tot: 4u00’, +650m -800m):

Dag GR20-12aHP GR20-12a

Het pad vertrekt links naast de refuge (GR20-1200). Eerst passeer je nog de weg naar de vakantiehuisjes (GR20-1203), die je een kort stukje naar links volgt om vervolgens deze weer te verlaten en het serieuze klimwerk aan te vatten. Het gaat hard naar omhoog, aanvankelijk via een goed pad tussen de bomen. Na het eerste deel van een geul waar een beetje water inloopt en waar je tevens de eerste technische passages vindt, ga je naar rechts. Er volgt een horizontale traverse. Vervolgens gaat het in zigzagpatroon naar omhoog. Goed opletten op de tekens en soms ook je eigen inzicht gebruiken voor de technische passages. De tekens staan niet steeds langs de meest ideale route en wie een goed inzicht heeft in klimroutes kan soms een voor hem betere variant vinden. Ook hier weer heb ik de bedenking gemaakt dat ik dit liever klim dan afdaal.

Uiteindelijk bereik je de BOCCA a I STAGNI (GR20-1204) en onmiddellijk daarna volgt een vrij onoverzichtelijk traject met veel op- en afklimwerk naar de volgende pas, zijnde een naamloze Bréche (GR20-1206). Vanaf hier volgt een afdaling over veel verticale gebroken en dus vrij ruwe platen in roze graniet, die omwille van hun ruwheid niet al te veel problemen opleveren. Tussen de platen door passages in steengruis. Eenmaal tussen de bomen en vooral naast de rivier, vind je een aantal passages in over grijze granietplaten, die in de gids beschreven worden als glad bij nat weer. Er zijn hier kettingen aangebracht. Persoonlijk vind ik ze meer nodig in de Cirque de la Solitude. (Maar ja…. logica… het is hier soms ver te zoeken.)

Hangbrug van Spassimate

Uiteindelijk bereik je dan de vroeger beruchte hangbrug van Spasimata (GR20-1208). Tegenwoordig zijn de dwars geplaatste loopplanken in verzinkt metaal. Ze staan toch nog vrij ver (ca 20cm) uit elkaar, waardoor je er met je voeten gemakkelijk kan afschieten. En bovendien is er geen veiligheidsnet voorzien. Aan de brug staat er een bordje met de mededeling dat je slechts met 2 personen tegelijk de brug mag betreden, maar één per één lijkt mij veiliger.

Daarna vind je nog veel kabels en kettingen over de schuine platen tot aan het kruispunt naar de hut en naar Bonifatu, gezien hier veel dagjesmensen komen. De REFUGE CAROZZU (GR20-1209) zelf, ligt een beetje voorbij dit kruispunt in een bosrijke omgeving.

Mooi sanitair blok.

Menu: 16€

Bordje met de tekst: “Geen bevoorrading”. (meer wegens einde seizoen?)

Dag 12b-13 M&M: Refuge de Carozzu (1270m) – Afslag d’Ortu di u Piobbu (1u30’) – Maison Forestal de Bonifatu (540m) (15’) – Afslag Mare e Monti (15’) – Brug over rivier (ca 400m) (30’) – Afslag weg (1u30’) – Col (ca 600m) (45’) – Calenzana (275m) (45’) – Gite de Calenzana (15’) (Tot: 5u45’, +200m -1200m):

Dag GR20-12a-13HP GR20-12b-13

Nota: Gezien ik op dag 3 een dag verloren ben door halt te houden in I PEDINIEDDI (GR20-0302), diende ik deze terug in te halen om tijdig te voet in Calenzana aan te komen. Dan is gebruik maken van Tra Mare e Monti, de meest voor de hand liggende optie voor wie van zuid naar noord loopt, gezien je Calenzana in één dag kan bereiken ipv de anderhalve tot twee dagen nodig via de GR20. Vandaar de navolgende beschrijving:

De afdaling naar Bonifatu is vrij stenig en dus lastig in combinatie met traject12a, maar stelt geen technische eisen. De wegmarkering zijn hier een dubbele gele streep. Je passeert 2 bruggen , waarvan de laagste een hangbrug is (GR20-12V12 Ruisseau de Meta Di Filu), die een paar mooie foto’s van de bedding oplevert. Ik was verbaasd over het aantal toeristen dat zich hier in de drukkende hitte naar boven aan het hijsen was tussen 12.00 en 13.00 uur terwijl ze dit zouden moeten doen vanaf 7.30 uur als het nog lekker koel is. Maar ja…. sommigen verkiezen duidelijk lang in hun bed te liggen boven een aangename klim in de koelte.

Vanaf de afslag naar de refuge d’Ortu di u Piobbu (GR20-12V13 D251), verandert het pad in een relatief vlakke grindweg, die afgesloten is met een slagboom. Aan het Maison Forestal de Bonifatu (GR20-12V14 – 540m) vind je een gite, restaurant en betalende parking (3€ voor auto’s, 5€ voor kampeerwagens).

Vanaf de parking vind je de oranje markeringen van Tra Mare e Monti. Volg hier de weg bergafwaarts, tot je na 15’ ter hoogte van een kleine parkeerstrook en een opvallende rotspartij het bordje aan de afslag van Tra Mare e Monti vindt (GR20-12V16 Verlaat D251). Het pad daalt hier in zigzag af tot aan de rivierbedding en volgt deze dan tot aan de betonnen brug over de rivier (GR20-12V17 – veel tekens). Hier dwars je de rivier en volg je de weg (weinig tekens), die langzaam hoogte wint tot aan een splitsing (GR20-12V19) met een weg die verder stijgt. Je neemt hier de weg die links afslaat (tekens) en ongeveer op gelijke hoogte blijft tot aan een T-splitsing (GR20-12V22), alwaar je de weg verlaat en een pad neemt dat verder gaat in dezelfde richting (houten pijl en tekens). Reeds eerder kon je het verder verloop van het pad waarnemen als je naar een col uitkijkt waarop pylonen staan. Het pad is duidelijk zichtbaar in het landschap. Op het terrein is alles netjes gemarkeerd.

Vanaf de col zie je eindelijk Calenzana liggen. Eerst daal je af tot aan de splitsing met de GR 20 (GR20-1307). Vervolgens volg je de gemeenschappelijke markeringen naar links.

Bij het begin van de bebouwde kom houden de markeringen op. Je volgt de dalende weg (A Torra genaamd) tot aan de bar-restaurant GR 20. Hier bereik je de D151 (U Fondu). Deze volg je naar links langs de Spar en het tankstation tot de eerste asfaltweg naar rechts. Hier vind je de ingang van de gemeentelijke Gite (GR20-1400) en camping. Je vindt hier tevens een infohuis van het Parc Naturel Regional de Corse.

Camping: 4 + 5,60 = 9,60€ (veel lawaai van passerend verkeer)

Gite: 14 + 5,60 = 19,60€

Sanitair: douches en WC’s zonder wc-bril noch toiletpapier. Slordig onderhoud voor de prijs.

Keuken met elektrisch fornuis en microgolf en eetzaal (verlichting blijft ’s nachts branden en is storend voor de kampeerders die voor de beek staan. Voorbij de beek sta je nog dichter bij de grote weg.

’s Avonds Menu 16,50€ Chez Michel: Cours Saint Blaise 7 (D151, een beetje voorbij de kerk)

Gemengde sla in kom met korstjes, spaghetti met stoverij van wild zwijnen. Crème Brulée. Rode wijn: 50 cl karaf (goed, 5€)

Sticker Guide Routard 2009

Dag 12b-13 GR20: Refuge de Carozzu (1270m)- Bocca Carozzu ou Inuminata (1865m) – Bocca d’Avartoli (1898m) (2u15’) – Bocca Piccaia (1950m) – Refuge d’Ortu di u Piobbu (1570m) (2u40’) (T4u55’)- Bocca a u Bassiguellu 1486m) – Bocca a u Saltu (1250m)(1u40’)- Promontoire D’Arghioa (820m)- Carrefour des Sentiers (550m) – Gite de Calenzana (275m) (3u10’) (T4u50’, +1500m -2500m):

Wie kiest voor de GR20 en deze in de zuid-noord richting loopt, kan bepaalde etappes bij goede weersomstandigheden dubbelen. Etappes tripleren lijkt risicovol en in noodgevallen is een keuze voor Tra Mare e Monti meer zinvol.

Het pad vertrekt aan het laatste gebouw in noordoostelijke richting en gaat eerst langzaam richting een toevoerrivier van de Rau de Spasimata. Na de bedding verhoogt het stijgingspercentage. Eerst vervolgt het pad de rivierbedding, om dan via een geul in noordelijke richting te klimmen. Ook hier geldt weer dat dit prettiger klimt dan afdaalt. Je bereikt de BOCCA CAROZZU ou INUMINATA (GR20-1211).

Je klautert verder in noordoostelijke richting tot een hoogte van 1930m, om dan terug af te dalen richting zadel van de BOCCA d’AVARTOLI (GR20-1212). Via de oostelijke flank daalt het pad onder de graad om dan terug te keren naar de feitelijke BOCCA d’AVARTOLI. Vanaf het zadel klimt het pad verder in de flank van Cappu Ladroncellu (GR20-1215 – 2145m) naar een hoogste punt van 2020m (GR20-1214). Na dit punt vind je een blokveld, waar je van rotsblok  naar rotsblok moet stappen. Dit vraagt veel concentratie en is erg vermoeiend. In dit soort terrein merk je of je schoenen goed zijn of niet, zeker bij nat weer. Vanaf het genoemde hoogste punt, daal je op een aantal tussen klimmetjes na af richting Calenzana. Vanaf hier daal je dus af in westelijke richting naar de  BOCCA PICCAIA (GR20-1216 – 1950).

Vanaf de pas daal je eerst in grote, later in kleinere zigzag bewegingen af, naar de bedding van de Ruisseau de Mandriaccia (GR20-1217). Vervolgens gaat het op en af tot aan de REFUGE D’ORTU DI U PIOBBU (GR20-1300), voor veel GR20 trekkers hun eerste hut.

 Nota: op 04 mei 2019 brandde de hut volledig af.

Op 28 mei 2019 werd gestart met de opbouw van een noodhut voor het seizoen 2019. Voor de trekkers betreft dit een grote tent. De meer technische gedeelten zijn oindergebracht in containers, welke per helicopter werden ingevlogen.

Gezien dit de eerste hut is voor de meeste noord-zuid trekkers, zal uitwijken via de Tra Mare e Monte onvermijdelijk worden, tot er een noodoplossing gevonden wordt, eventueel in de vorm van een tenthut. Volg de berichtgeving op via de site van het Parc Corse.

Camping 7 EUR

Maaltijd mogelijk, geen echte bevoorrading (behalve achtergelaten uitrusting van overladen N-Z trekkers :-().

Net voor de eerste tentplaatsen bevindt zich de bron. In de keuken in de Refuge zelf staat op de muur geschreven dat er geen drinkbaar water is. Volgens de huttenwaard is dat niet langer het geval, het opschrift kan niet worden verwijderd zonder de faience tegels af te breken. Een extra nota aanbrengen zou natuurlijk ook helpen.

Het merendeel van de tentplatformen bevinden zich in de flank van de vallei onder de hut. Velen ervan zijn beschut met muurtjes van op elkaar gestapelde stenen.

De hut is vooral bekend omwille van zijn grote bibliotheek bestaande uit door onervaren trekkers achtergelaten boeken en ook dit schets ook weer de problematiek van de GR20: Ondanks het feit dat dit de moeilijkste GR van Frankrijk is, wordt die door veel trekkers vaak als eerste doel gekozen. Bescheiden kennis en ervaring opbouwen zijn er in tijden van zelfverheerlijking (selfie) en sociale competitie (Facebook) blijkbaar niet meer bij. Alles moet spectaculair zijn, en vooral de ongevallenstatistieken op de GR20 zijn dat dan ook.

Vanaf de REFUGE D’ORTU DI U PIOBBU (GR20-1300) gaat het op en af, terwijl je de kom van de Ruisseau de Melaghia (GR20-1301) rondt. Je bereikt aan de overzijde de BOCCA a U BASSIGUELLU (GR20-1302). Vanaf deze col gaat het in oostelijke richting door rotsachtig terrein omlaag in de flank van de Capu Ghiovu (GR20-1303). Dit is mogelijks zowat de enig plaats waar de noordzuid lopers in het voordeel zijn, maar hun rugzak is zwaar en die van jou is ondertussen licht. Je vindt hier een laatste stukje ketting. Bovendien heb je voldoende ervaring kunnen opbouwen, wat ook weer in jouw voordeel speelt. Je daalt af tot aan de bosrand om vervolgens weer licht te klimmen naar de laatste col, zijnde de BOCCA a U SALTU (GR20-1304).

Vanaf de col daal je af in zigzag tot aan de Promontoire D’Arghioa (GR20-1305), een soort uitkijkpunt over de lager gelegen gelijknamige rivier Ruisseau D’Arghioa (GR20-1306). Je blijft verder dalen richting de Ruisseau de Sambucu (GR20-1307). En vandaar daal je nog verder tot net onder de col met het Carrefour des Sentiers (GR20-1308).

Net voor de col dien je een kort stukje te klimmen richting Col. Net voorbij de col komen de GR20 & Tra Mare e Monti samen, om vanaf hier samen af te dalen richting Calenzana (GR20-1400).

Terugreis:

Dag GR20-14

Ik ben om 04.30 uur opgestaan. Vanwege het lawaai heb ik hier toch niet veel geslapen.

Tegen 05.30 uur was ik klaar om te vertrekken. Tegen 07.00 uur stond ik aan het vervallen treinstation van Calenzana Lumio. Je bereikt dit door de D151 af te lopen tot aan de rotonde met de N197 (GR20-1401). Hier sla je rechts af richting Lumio. Na 700m, net voorbij het tankstation en tegenover de ingang van de kazerne vind je het vervallen en dichtgetimmerde station van Calenzana Lumio (GR20-1402). Je kan je bijna niet voorstellen dat de trein hier effectief gaat stoppen, maar toch is het zo.

De dienstregeling van de zomer was verlengd tot 21/09/09, maar aangezien ik vertrok op 26/09 was die vermoedelijk niet meer geldig. Ik heb bij mijn vertrek thuis nog op het internet gekeken, doch kon de nieuwe uurregeling nog niet vinden.

De trein was volgens de oude uurregeling voorzien om 08.45 uur, maar kwam uiteindelijk om 08.15 uur. Hand opsteken en de trein komt tot stilstand. De conducteur maakte met zijn computertje een ticket voor 15,80€ tot Bastia en wist er meteen bij te vertelen dat ik 2 maal diende over te stappen. In Ponte Leccia stap je normaal over op een andere trein richting Bastia, maar nu was dit een bus wegens grote werken aan het spoor. In Casamozza konden wij terug op de trein tot Bastia. Mijn vlucht was pas om 20.30 uur en ik had geen zin om de ganse dag in het luchthavengebouw te zitten, gezien dit erg klein is en relatief weinig voorzieningen heeft.

Ik ben dus in plaats van af te stappen in Lucciana (GR20-1403) en om van daar te voet verder te gaan naar de luchthaven, doorgereden naar Bastia (GR20-1404 – eindstation). Aldaar heb ik de meeste tijd rondgehangen op de Place Saint Nicolas met zicht op de haven voor veerboten.

Ik heb daar ’s middags op het terras van L’Imperial (pizzarestaurant) gegeten. Ik nam daar de Pizzaiologa 11€ en een flesje (50cl) rode Patrimonio 6€. Zowel pizza als wijn waren zeer goed van smaak, alleen mocht de pizza iets warmer opgediend geweest zijn.

Om 17.40 uur nam ik tegenover het treinstation aan de Prefecture de bus naar de Luchthaven (GR20-1405). De bus doet er een half uur over en het ritje kost je 8,50€, wat duur is.

De vlucht vertrok op tijd en kwam zowat een half uur vroeger aan.

Gezien de NMBS niet klantvriendelijk genoeg is om de laatste klanten (laatste trein richting Gent 22.17 uur) van de dag op de luchthaven ook nog een rit aan te bieden naar de grote steden van België, heb ik maar een familielid moeten aanspreken om me daar te komen afhalen.

Eindconclusie:

De GR 20 heeft de naam de zwaarste te zijn van Frankrijk. Daar valt wel iets over te zeggen en wordt grotendeels bepaald door de nog steeds zwakke en vooral onvoorspelbare logistiek (bevoorrading in de hutten). Ik heb getracht reservaties te maken in de refuges via het internet, maar dit is mij niet gelukt. Anderen meldden mij dat het hun wel gelukt is. Weet dat indien je kiest voor de refuges, je geen last mag hebben van leven als haringen in een ton en je zal moeten eten wat de pot schaft en dat komt bijna altijd uit blik en is goedkoop qua grondstoffen, maar wordt verkocht aan stevige prijzen. Ook indien je kiest voor hotelaccommodatie waar dit kan, zal je moeten nemen wat er is, tegen de prijzen die men vraagt, en dat is ook niet goedkoop.

Nog duurder wordt het, wanneer je kiest voor begeleide tochten, zeker die met bagagetransport, die wegens de arbeidsintensiviteit hoge kosten met zich meebrengen.

Bedenkingen heb ik verder vooral bij het ontbreken van technische hulpmiddelen en beveiligingsmiddelen bij moeilijke passages. Als ik het uitrustingsniveau van veel trekkers bekijk, doet mij dit vermoeden dat vooral Franse onderdanen het niveau van de GR 20 onderschatten en dus ook niet de technische vaardigheden bezitten om zich op veilige wijze op een terrein met veel klimtechnische moeilijkheden te bewegen.

Over het aantal ongevallen op de GR 20 heb ik nog geen cijfers gevonden, doch 5 Vlaamse trekkers wisten mij te vertellen dat zij de eerste dag kennis kregen van een gebroken arm en de tweede dag zelf de politie verwittigd hadden inzake een dame met een gebroken voet.

Wie na het lezen van dit verslag alsnog kiest om deze te lopen in de Noord-Zuid richting is naar mijn menig een idioot (Sorry, voor de harde woorden).

Foto’s: http://picasaweb.google.be/mountainman11021963/Corsica

Coördinaten:

Lst GR20-01Lst GR20-02Lst GR20-03Lst GR20-04Lst GR20-05Lst GR20-06Lst GR20-07Lst GR20-08Lst GR20-09Lst GR20-10Lst GR20-11Lst GR20-12Lst GR20-13

Advertenties

6 reacties op GR 20 (Conca – Vizzavona – Calenzana)

  1. Jelle schoonderbeek zegt:

    Heel goede beschrijving! Ik heb de GR20 eind jaren 80 gelopen. Van zuid naar noord, andersom is dom. Voor 10 dagen eten mee en een tent. Alleen water nodig en dat is er genoeg onderweg. Hier daar wat bijkopen, wijn en kaas zijn de grootste verrassingen. Goede voorbereiding betaalt zich terug.

  2. Pingback: Reismarkt Brugge 2018, tafel 32 | roversmountains

  3. Erik Wals zegt:

    Tot en met wanneer in het jaar kun je de eerste 5 dagen van deze tocht lopen denk je? Dus van Conca naar Vizzavona?

  4. Dolf zegt:

    Mooi verslag, erg uitgebreid met veel nuttige informatie. Eind mei vertrek ik: duo en grotendeels selfsupporting en van zuid naar noord. Ik zou graag weten waar ik op de route gastankjes kan kopen met schroefdraad. Dus niet de blauwe van Campinggaz die je moet klikken.

    • Zoals vermeld in het verslag is vrij kamperen verboden. Gezien je in praktijk toch in de buurt van een hut moet kamperen, is het zinloos om je te laden aan een eigen kookvuur en gas, gezien er aan elke hut kookgelegenheid is. Een kookpot, bestek en lucifers volstaan. Gelieve daarbij wel rekening te houden met de openingstijden van de hut.

      Ouverture des refuges ?
      Les refuges sont ouverts toute l’année mais ne sont, généralement, gardés sur la partie
      sud du GR20, dès le mois de mai, quant à ceux de la partie nord, vers la fin mai.
      Toutefois, ces dates peuvent varier en fonction de l’enneigement.

      Als je je toch wil laden aan een eigen kookvuur is bevoorrading van speciale types gasflessen in Vizzavone je beste kans. Eventueel moet je de trein nemen richting Corte, als je in Vizzavone niet vindt wat je wil.

      Hou ook rekening met eventueel brandgevaar, bij het gebruik van een eigen kookvuur.

Commentaar? Vragen? Reacties, altijd welkom.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.